De Tempel van de Ziel

In Het Ontstaan van het Heelal wordt Jozef Rulof meegenomen naar de tempel der ziel waar hij het ontstaan van mens en kosmos kan waarnemen.
Als voorbereiding op deze machtige beelden legt zijn geestelijke leider Alcar hem uit hoe de meesters van deze tempel aan deze kennis komen.
Meester Alcar laat door verschillende voorbeelden zien hoe een geest van het licht het verleden kan terughalen alsof het nu gebeurt.
In wat hierna volgt geven we een beeld hoe de meesters aan deze kennis komen.

Jozef Rulof en Alcar

Heeft de mens een ziel?
Zo ja, waaruit bestaat die ziel?
Hoe verhoudt die ziel zich tot ons lichaam?
Waar en wanneer is de ziel geboren?
Is het mogelijk hier iets zinnigs over te zeggen?
Kunnen we iemand vinden die het gezien heeft, die ooggetuige geweest is van het ontstaan van de ziel?
Toch worden deze vragen duidelijk en uitvoerig beantwoord in de trilogie 'Het Ontstaan van het Heelal', de vijfde publicatie van Jozef Rulof.
Maar hoe kon Jozef - die als schrijver van deze boeken aangeduid wordt - hierover iets weten?
Hij was niet geleerd, hij had geen enkele schoolse opleiding genoten, hij verdiende op dat moment zijn boterham als taxichauffeur in Den Haag, Nederland.
In het voorbericht van 'Het Ontstaan van het Heelal' schreef Jozef:
Geachte Lezer,
Ook deze trilogie heb ik van Gene Zijde ontvangen.
Wat u in al die andere boeken hebt gelezen is wonderlijk, doch dit grenst aan het ongelooflijke.
Tóch heb ik dit aan Gene Zijde mogen beleven en toen het was geschied, werd het vastgelegd.
Hierin behandelt mijn leider het Ontstaan der Schepping.
Dit eerste deel gaat over „Het Stoffelijke Organisme”.
Het tweede behandelt „Het Zieleleven” en het derde deel „De Wedergeboorte op Aarde”.
Alcar vertelt, hoe hij aan Gene Zijde werd overtuigd en ik mocht het met hem, door uit te treden, beleven.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Jozef geeft aan dat hij deze trilogie niet zelf heeft geschreven, maar net zoals zijn andere boeken van 'Gene Zijde' heeft ontvangen.
Die onzichtbare wereld waar mensen leven die op aarde gestorven zijn werd reeds uitvoerig beschreven in zijn eerste trilogie 'Een Blik in het Hiernamaals'.
Ook de opleiding van Jozef tot medium, tot contactmiddel tussen onze wereld en de onzichtbare geestelijke wereld komt ruim aan bod in die eerdere boeken.
Als kind reeds ziet Jozef geestelijke kinderen en volwassenen, met wie hij praat en speelt.
Zijn helderziendheid geeft hem de mogelijkheid te schouwen in een geestelijk-astrale wereld die achter de aardse werkelijkheid verborgen ligt.
Wanneer hij volwassen wordt, maakt hij kennis met zijn geestelijke leider Alcar.
Alcar laat Jozef zien dat Alcar in de 17e eeuw als kunstschilder op aarde geleefd heeft.
Na zijn dood begon Alcar mens en wereld diepgaand te bestuderen.
Gedurende honderden jaren verzamelt hij zo een aanzienlijke hoeveelheid kennis over het leven voor en na de aardse dood.
Hij leert de werking van het menselijke lichaam kennen, met de verschillende graden van slaap.
Hij ziet dat deze graden overeenkomen met de graden van mediumschap.
Zo is hij in staat Jozef te ontwikkelen tot een hoge graad van medium, wat maar zelden voorkomt op aarde.
Dit mediumschap wordt zo hoog opgevoerd dat het medium de boeken die geschreven worden niet meer kan beïnvloeden door zijn eigen denken.
Alcar wil immers de omvangrijke kennis over mens en kosmos die hij heeft opgedaan in de geestelijke wereld zuiver en ongefilterd doorgeven aan de mensheid.
Jozef zegt hierover in het voorbericht van 'Het Ontstaan van het Heelal':
Alcar sprak in het derde deel van „Een Blik in het Hiernamaals” over mijn mediumschap en dat ik dat in waarheid niet eens in eigen handen heb.
Hij zegt daarin, waarom dit nodig was en u voelt daardoor, dat alles wat ik heb ontvangen, de reine en zuivere waarheid moet zijn of ik zou het niet hebben ontvangen.
Hoe zou ik, die daarvan nooit heb gehoord, nooit een boek over dergelijke geestelijke wonderen in handen heb gehad, dit toch kunnen vertellen?
Waar zou ik al deze wijsheid, al die wonderbaarlijke problemen, de honderden vragen, die in deze boeken worden beantwoord en waarvan wij aardse mensen niets kunnen weten, hebben opgedaan?
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Het geeft ons antwoord op al onze vragen: Vanwaar wij zijn gekomen en waarheen wij gaan.
– Of er een ander leven is na dit verschrikkelijke aardse en stoffelijke leven.
– Of er planeten zijn die bewoond zijn.
– Of wij vele malen op aarde terugkeren.
– En nog vele vragen meer.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Of u dit wilt aanvaarden, moet ge u zelf af vragen.
Alcar zegt, diep in ons ligt het antwoord en dat moet gij vóelen, geen mens kan u dat opdringen.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Heel dankbaar ben ik, dat ik dit mocht ontvangen voor hen, die dit kunnen voelen en in zichzelf durven af te dalen om het antwoord te zoeken.
Zelf kon ik dit niet beschrijven, want ook voor mij is dit te wonderlijk.
Alleen zij kunnen dat, die er van weten, zij, die op aarde hebben geleefd en nu dáár zijn, waar ook eens voor ons allen geluk is.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939

Uittreden en het schrijvend mediumschap

Het belangrijkste aspect van het mediumschap van Jozef Rulof is het schrijven van de boeken.
Om dit te bereiken brengt Alcar Jozef in een diepe graad van slaap, een trancetoestand.
Net zoals wij tijdens het inslapen de bewuste controle over ons aardse lichaam verliezen, laat ook Jozef de controle over zijn aardse stoflichaam los tijdens de diepe trance.
Op dat moment neemt Alcar de controle over en beïnvloedt hij het zenuwstelsel en het spierstelsel van het stoffelijk lichaam van het medium om naar zijn geestelijke wil te luisteren.
Zo kan Alcar opnieuw door aardse ogen kijken en stoffelijke armen en handen in beweging brengen om neer te schrijven wat hij als geestelijke persoonlijkheid voelt en denkt.
Op deze manier is Alcar als astraal-geestelijk mens in staat om opnieuw op aarde te 'leven' en boeken te schrijven die niet beïnvloed worden door het aardse denken van Jozef.
Tijdens het schrijven is Jozef zich immers niet bewust van wat geschreven wordt.
Wanneer hij nadien uit de trance ontwaakt en het geschrevene leest, is het ook voor hem een openbaring hoe die woorden op dat papier zijn gekomen.
Dit 'loslaten van het lichaam' is voor het medium echter moeilijker dan het natuurlijk inslapen.
In de opbouw en groei van het lichaam vergroeit immers onze persoonlijkheid met ons zenuwstelsel.
Dag in dag uit lopen onze gedachten via ons zenuwstelsel, en brengen wij ons lichaam in beweging door onze wil.
Hierdoor is ons lichaam volkomen ingesteld op onze eigen wil, op ons eigen gevoelsleven, op onze eigen gedachten.
We ontwikkelen zo een bewuste maar ook een onbewuste controle over ons lichaam.
En al die controles en die vergroeiing van ziel en lichaam moet Jozef loslaten, al die zenuwvezels moeten vrijgemaakt worden van de menselijke persoonlijkheid van het medium zodat een andere wil en persoonlijkheid dit zenuwstelsel kan bezielen.
Om dit mogelijk te maken is Alcar reeds tijdens de eerste jaren van Jozefs leven begonnen met het uitbouwen van dit mediumschap.
Alcar moest immers voorkomen dat de persoonlijkheid van het medium en zijn lichaam al te zeer vergroeiden.
Reeds als kind maakte Alcar Jozef soms los van zijn lichaam, en gaf hij Jozef de mogelijkheid om als geest 'uit te treden'.
In zijn biografie 'Jeus van Moeder Crisje' kunnen we lezen dat de kleine Jozef (Jeus) dit als een heel leuk spelletje beleeft.
Hierdoor kan Alcar later de volwassen Jozef de mogelijkheid geven om uit te treden en zich geestelijk te ontwikkelen.
Tijdens de trance laat hij Jozef uit zijn stoffelijk lichaam treden zodat hij als geestelijke persoonlijkheid kan kijken en handelen in het astrale leven, het leven van de geest.

Weet u dat u op aarde gestorven bent?

Als voorbereiding op de machtige inhoud van het 'Het Ontstaan van het Heelal' geeft Alcar Jozef - die in de boeken André wordt genoemd - een visioen van een geleerde die Alcar tijdens zijn laatste leven op aarde zeer goed gekend heeft.
André ziet hoe de geleerde na zijn dood ontwaakt als geestelijke persoonlijkheid in de sferen, de geestelijke werelden van het hiernamaals.
Deze man krijgt daar te horen dat hij in zijn aardse geleerdheid opgelost was en hierdoor zijn voeling en openheid voor een geestelijke realiteit verloren had.

Aanvaarding

Nadat André in 'Het Ontstaan van het Heelal' het visioen van de aardse geleerde heeft ontvangen, laat Alcar hem uittreden om met hem het ontstaan van mens en kosmos te laten zien.
Vreemd, dacht André, wie geeft mij dit visioen?
Is het Alcar?
Waarom zie en hoor ik dit gebeuren?
Ook in hem kwam een stilte en hij voelde zich moe worden.
De bekende verschijnselen ging hij nu voelen, zodat hij spoedig dáár zou zijn, waar zijn leider was en van waaruit hij dit beeld had ontvangen.
Hij voelde zich dieper wegzinken en wist niets meer.
Daarna sloeg hij zijn ogen op en zag hij zijn leider Alcar.
„O, mijn goede Alcar, weer ben ik bij u.
Hebt u mij dit visioen gegeven?”
„Ja, André.
Ik wilde, dat je dit zou voelen en beleven.
Een waarachtig beeld heb ik je getoond, het beeld van een mens, die de aarde heeft verlaten en hier binnentrad.
Hij was een geleerde en toch arm aan geestelijk bezit.
Hij leefde op aarde en was een van mijn vrienden.
Toch kon hij een eeuwig voortleven niet aanvaarden, ook niet, toen hij hier binnentrad.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Hem zul je later leren kennen.
Daarom liet ik je deze toestand op aarde beleven.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
De geleerde was op aarde astronoom en had heel zijn leven gezocht naar de oorsprong van de ziel en het heelal, maar was daar in dat leven niet ver in doorgedrongen.
Hij was een van de beste vrienden van Alcar tijdens zijn laatste aardse leven, maar ook Jozef Rulof heeft deze man zeer goed gekend, wat op het einde van het boek onthuld wordt.
Toen de geleerde zijn toestand aanvaard had vroeg hij Alcar hoe hij in dit nieuwe geestelijke leven vooruit kon komen.
„Ach, jij bent zover van mij verwijderd en toch keerde je tot mij terug.”
Hij vatte mijn beide handen en drukte ze hartelijk.
„Zeg mij, wat moet ik doen.
Ik wil verder, kan hier niet blijven.
Ik wil hoger en daar naar toe waar jij reeds bent.
Wat raad je me aan te doen?”
„Leer jezelf kennen, vóór alles jezelf.
Eerst dán is het aan deze zijde mogelijk, voor anderen iets te doen.
Ga diep in jezelf na, hoe je leven op aarde was en hoe je thans bent.
Ga alles steeds opnieuw na, waardoor je jezelf leert kennen.
Dan leg je jezelf af, leg je dat af, wat je vergeten moet, om dit leven, waarin je thans bent, te aanvaarden.
Voel goed wat verkeerd is en verban dit uit je leven.
Leg alles af, wat je voortgaan belemmert.
Zet je zelf onder controle en roep je een halt toe.
Geen geest kan je echter daarbij helpen.
Hoe je ook bidt, hoe je vraagt waarom en waarvoor, niemand kan het je duidelijk maken.
Dit moet in je ontwaken, je moet wakker worden en dit leven geheel leren kennen.
Wanneer je wenst, dat ik bij je zal blijven, gaan wij tezamen op reis en toon ik je wat mijn bezit is en vertel ik je, wat ik weet.
Zijn er hogere toestanden en diepten die ik niet ken, dan vragen wij aan hen, die het weten en hoger zijn dan wij, ons te helpen.
Gaarne is men hier bereid anderen tot steun te zijn.
Ik heb dat reeds beleefd.
In korte tijd heb ik mij dat eigen gemaakt en eerst veel later zal je dat duidelijk zijn.”
Daarna namen wij voor een tijd afscheid en ik zou tot hem terugkeren, wanneer hij mij tot zich riep.
Je weet, hoe dat geschiedt.
Ik volgde mijn studie waaraan ik begonnen was en leerde het menselijke organisme op aarde kennen en begrijpen.
Daarna ging ik mij voor de studie van het heelal, voor de kosmologie bekwamen.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939

Wroeging

Toen de geleerde tot zichzelf kwam ging hij de wroeging voelen die hij al jaren probeerde te onderdrukken.
Hij had tijdens zijn aardse leven een vrouw in de steek gelaten, die een kind van hem droeg.
In zijn geestelijk leven zoekt hij naar een manier om dit goed te maken, om de vrouw het geluk terug te geven dat hij zelf vernietigd heeft.
Hij vraagt aan Alcar of hij hiervoor terug naar de aarde mag, of hij hiervoor een nieuw lichaam kan krijgen.
O, mijn vriend, mijn broeder, weet je waarover ik al die jaren heb nagedacht?”
Ik wist het, maar vroeg hem: „Wel, waarover dan?”
„Over een nieuwe geboorte, de wedergeboorte op aarde.
Weet je of dit mogelijk is?”
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
„Dat alles is prachtig,” zei hij, „maar wanneer men hier is binnengetreden, ziet men wat het leven op aarde betekent.
De mens op aarde kent zichzelf niet.
Zij weten daar niet, dat wij leven en toch, zie naar dit alles!
Hoe heb ik over mijzelf nagedacht.
O, als ik daar eens mocht terugkeren, als mij die mogelijkheid kon worden gegeven, hoe zou ik dan mijn best doen.
Dag en nacht zou ik werken en mij geheel geven.
Ik heb niet lief gehad en de liefde, die men mij gaf, heb ik bezoedeld.
Anderen heb ik niet begrepen en wilde dat zelfs bewust niet.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
„Ik zou willen dienen,” zei hij „dienen, steeds dienen.
Ik weet nu, dat dit de enige mogelijkheid is om vooruit te kunnen komen.”
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
„Waar zou zij zijn?
Nog op aarde, of reeds aan deze zijde?
Dit houdt mij bezig, steeds moet ik er aan denken.
Ik verwoestte haar leven en haar jeugd en zou dit goed willen maken.
Ik voel, dat dit aan deze zijde mogelijk is, doch ik kan haar niet vinden.
Hoe heb ik haar gezocht!
Waar zou zij zijn, kun je mij helpen?
Op aarde heb ik reeds goed gemaakt en toch, ik voel, dat dit niet genoeg is.
Hier is alles zo anders.
Met aards bezit kun je geen geestelijke wetten oplossen.
Wat de ziel beleeft en heeft beleefd en wordt aangedaan, is door aards bezit niet goed te maken.
Dit moet men beleven?
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Wat moet ik doen?
Het wordt steeds heviger.
Is zij, die ik dat aandeed, op aarde?
In mij ligt wroeging en ik wil dat goedmaken.
Ik voel, dat ik moet wachten, doch dat wachten op haar kan eeuwen duren en ik kan zo lang niet wachten.
Het is mij niet mogelijk, aan iets anders kan ik niet meer denken.
Ik zie haar steeds voor mij en zij vraagt en roept en smeekt om hulp, want ik ontnam haar het aardse geluk.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Waar is zij?
Ik voel dat ik aan haar leven vastlig, ik kan niet verder en niet hoger, dit roept mij een halt toe.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Alcar maakt André duidelijk dat het overgaan van de geleerde naar de geestelijke wereld geen enkele verandering heeft gebracht in het gevoelsleven van de man.
Hij moet nog steeds beginnen aan datgene wat hij in zijn aardse leven niet heeft afgemaakt, wat hij niet heeft rechtgezet.
Alcar legt André uit hoe de situatie van Alcar en zijn vriend op aarde toen was:
Anderen deden wat hij deed, zo zei hij, doch hij liet haar alleen achter.
Hij wist echter niet, dat het zijn kind was.
Op aarde reeds besprak ik met hem al deze dingen, doch hij wilde er niets van weten, het was niet mogelijk, zei hij.
En toch, ik wist het zeer zeker, dat het zijn kind was, dat geboren werd.
Dit was het leed, dat hij haar aandeed.
Door hem viel zij in deze ellendige toestand en werd haar leven op aarde een hel.
Toen hoorde ik van haar einde.
Later, veel later, voelde hij toch berouw en trachtte goed te maken.
Het geld, dat hij bezat, gaf hij weg.
In die toestand is hij ontwaakt en gaf hij zich geheel.
Dan ging ook hij over.
Dit alles behoort bij zijn leven.
Ik zei je reeds, aan deze zijde zagen wij elkander terug en in niets was hij veranderd.
Dat gevoel van berouw lag bewust in hem.
Ook in dit leven kon hij zich daarvan niet vrij maken.
Hoe zou hij zich daarvan ook hebben kunnen bevrijden?
Begrijp je, André, wat ik bedoel?
Dat dit hem in zijn geestelijke ontwikkeling tegenhield en dat, wat op aarde geschiedde, moet oplossen en goed gemaakt worden?
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Met dit voorbeeld maakt Alcar André duidelijk hoe de 'wet van oorzaak en gevolg' werkt.
De geleerde had door zijn eigen handelen een oorzaak in werking gesteld, met als gevolg dat hij geestelijk niet verder kon zolang hij aan de vrouw niet had goedgemaakt.
Die wroeging verduistert het licht van zijn sfeer, hij kan er zich niet van bevrijden.
Door het belichten van deze wet van oorzaak en gevolg zal Alcar een belangrijk deel van de aardse ontwikkelingsweg van de menselijke ziel kunnen verklaren.
Eén oorzaak bracht hem in deze toestand.
Neen, dat kunnen anderen niet voor hem goedmaken.
Hij zelf zal dat leed moeten verzachten.
Niets mag er in ons zijn wat daarmee te maken heeft, of aan deze zijde roept het ons een halt toe.
Het houdt ons tegen, want eerst moet dat worden goed gemaakt.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939

Niets gaat verloren

De wet van oorzaak en gevolg laat zien dat de ziel niet aan tijd gebonden is.
Wat de ziel eens beleefd heeft, blijft haar bij zolang het niet 'afgemaakt' is.
Zodra de geleerde loskwam van zijn aardse lichaam kwam hij ook los van het ouder worden, van de aardse tijd.
Hij bleef denken aan zijn misstap, voor hem als geest bleef de tijd stilstaan.
Hij beleefde opnieuw zijn verleden alsof het in het heden nog aanwezig was.
Dat vermogen om als geest het verleden te herbeleven, zal André in staat stellen om terug te kijken in het verleden van de ziel, in het ontstaan van de ziel.
Tijdens deze uittreding zal André kunnen teruggaan naar het allereerste begin van tijd en ruimte.
Dat terugkijken is mogelijk omdat er in werkelijkheid niets verloren gaat.
Alcar laat André zien dat alles wat onze ziel ooit beleefd heeft terug te roepen is en te beleven is alsof het nu plaatsvindt.
Als geestelijke persoonlijkheden zijn Alcar en André immers niet meer gebonden aan tijd en ruimte.
„Nu gaan wij eerst naar een van mijn woningen op aarde, waar ik in mijn laatste leven, waarin ik kunstenaar was, leefde.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Een geest van het licht kan dit verleden opnieuw tot leven brengen, als hij een bepaalde graad in bewustzijn en liefde heeft bereikt.
Deze graad stemt overeen met de sferen van licht in het hiernamaals.
Alcar onderscheidt zeven sferen van licht.
In de derde sfeer, dus jaren nadat ik op aarde gestorven was, leerde ik mijn eigen verleden kennen.
Daarin, in mijn verleden lagen deze gevoelens en hadden daarmee te maken.
Voel je hoe diep dit is en dat wij daarvan op aarde niets kunnen begrijpen?
Ieder mens zal dit op aarde en aan deze zijde beleven.
Aan deze zijde echter is het, dat men met vele levens, die men heeft beleefd, verbonden wordt.
Hier is het, dat men in het verleden kan afdalen.
Niets is er verloren gegaan, alles ligt vast, tot de kleinste dingen.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Ieder mens, iedere ziel heeft zijn eigen levensfilm, waarop hij zichzelf ziet en kent.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Het menselijke organisme vergaat, doch de ziel gaat verder en beleeft.
Maar er moet een begin geweest zijn en dat begin zul je leren kennen.
Ook de wedergeboorte op aarde die ik je op verschillende wijze en in verschillende toestanden duidelijk wil maken.
Thans, André, gaan wij de aarde verlaten en de vierde sfeer bezoeken.
Daar zul je met het heelal verbonden worden.
De meesters, zoals ik je reeds zei, wachten ons straks op.
Wees daar dankbaar voor, want het betekent wijsheid in de geest.”
Het Ontstaan van het Heelal, 1939

Zomerland

Alcar en André reizen in het leven van de geest naar de vierde sfeer van licht.
In 'Een Blik in het Hiernamaals' wordt deze sfeer uitvoerig besproken.
Ze gaan naar het Zomerland omdat de kennis over het ontstaan van de ziel en het heelal tot deze graad van bewustzijn behoort.

De Tempel der Ziel

Hoe straalde dit gebouw!
In de sferen leefde alles.
Hier zag en voelde men Gods heilig leven.
Dit was op aarde niet mogelijk.
De uitstraling van mens en dier, van gebouwen en van de natuur, kon men daar niet waarnemen.
Toch straalde ook daar ieder voorwerp zijn eigen kracht uit, maar men kon dat niet zien.
Hier echter zag men die uitstraling en daaraan herkende men het innerlijke bezit van mens en dier.
Wonderlijk schoon was dit alles.
Hier voelde hij de stilte des geestes.
O, welk een schoonheid!
Als dit de mensen op aarde eens mochten zien!
„De Tempel der Ziel” las hij en daarboven waren enige tekens aangebracht, die hij niet begreep.
Het gebouw was geheel open.
Ook dit was een wonderbaarlijk verschijnsel.
Hoe kon men een dergelijk gebouw zo optrekken?
Naar alle richtingen kon men zien.
Alcar ging hem voor en zij traden de tempel der ziel binnen.
Waar hij ook zag, overal waren geestelijke wezens.
Eenieder droeg zijn eigen gewaad en hij zag, dat ze licht uitstraalden.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Hoe kon men zo bouwen?
Was dit op aarde bekend?
Hield dit met al de sferen verband en waren het de bouwmeesters uit de zevende sfeer, die dit gebouw als het ware innerlijk droegen en in stand hielden?
Wonderlijk was het dit te zien.
Dit gebouw was als de mens, als de natuur, als alles wat aan Gene Zijde leefde.
Open was alles, zoals iedereen open was, men schouwde in de diepte der ziel.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
In deze tempel zal André een beeld ontvangen van het ontstaan van al het leven.
Maar ook ik geef je slechts flitsen, hoe het in het begin van de Schepping is geweest.
Je daar een algehele verklaring van te geven is niet mogelijk.
Er zijn duizenden dingen die reeds boekdelen zouden vullen.
Mij gaat het echter alleen om je een beeld te geven hoe het is geschied en dit beeld zul je ontvangen, zodat de mens op aarde zich een denkbeeld kan vormen hoe het ontstaan van alles geschiedde.”
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Eerst wordt André verbonden met verschillende gebeurtenissen uit zijn eigen leven, zodat hij kan aanvaarden dat wat hem getoond wordt werkelijk heeft plaatsgevonden.
Wat was dat?
Dit was toch niet mogelijk?
Hij zag zichzelf en zijn leider en zij waren op weg naar de tempel der ziel.
Al dichter naderden zij dit gebouw.
Toen zij de tempel waren genaderd, las hij wat voor op het gebouw stond geschreven en hij niet had begrepen.
Nu wist hij ineens wat die tekens betekenden: „Mens ken u zelf.”
Daarna traden zij binnen.
Mijn God, dacht hij, ook dit ligt vast.
Hier leefde hij in de werkelijkheid.
Hier trok men de werkelijkheid tot zich en ging men in die werkelijkheid opnieuw over.
Wonderlijk was dit alles.
Dan hoorde hij Alcar zeggen: „Je ziet, André, alles ligt vast.
Ook al ligt het duizenden eeuwen terug, alles kunnen wij tot ons trekken en er opnieuw in overgaan.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Toen hij ging waarnemen, zag hij zijn ouderlijke woning voor zich.
Hij zag zijn moeder en vader en hij herkende de omgeving waar hij geboren was.
Hoe ontzaglijk is deze kracht, dacht hij.
Ook dit tafereel loste op en er keerde een ander terug.
Opnieuw zag hij zijn ouders.
Toen hij dit beeld waarnam, hoorde hij plotseling kerkmuziek.
Wat zou hij thans beleven?
Ach, mijn God, hoe kan het, het is niet te geloven.
Hij zag, dat zijn vader en moeder in de echt werden verbonden.
Dit was toch wel een beeld dat hem diep ontroerde.
Tranen vloeiden over zijn wangen van ontroering en dankbaarheid.
O, hoe machtig was dit gebeuren.
Hij hoorde nu een zachte stem in zich zeggen: „Zul je nu rustig zijn, André?
Ik ga je een ander beeld tonen.
Daarvoor heb ik je volle concentratie nodig.”
André concentreerde zich tot rust en wilde zijn leider niet storen, want hoe dankbaar was hij voor dit alles!
Opnieuw zag hij zijn moeder en op hetzelfde ogenblik voelde hij een groot wonder in zich komen.
Hij was geheel met zijn moeder één en hij voelde de diepe betekenis van dit tafereel.
Zijn lieve moeder was in blijde verwachting en het jonge leven, dat zij droeg, was hij.
Een onverklaarbaar geluk stroomde thans in hem.
In zijn moeder lag een groot wonder en haar reine gedachten kwamen in hem.
Diep was alles wat hij waarnam en hij moest het aanvaarden.
Nu zag hij een ander beeld.
Hij zag zichzelf in zijn jeugdjaren.
Hij speelde als kind en al deze gebeurtenissen keerden in zijn herinnering terug.
Ja, dacht hij, dit is geschied, ik weet het.
Hij hoorde opnieuw Alcar zeggen: „Zie en neem waar, André.”
Wat hij nu zag was toch wel het wonderbaarlijkste van alles.
Naast zich zag hij een dicht waas en in dat dichte waas zag hij iets komen.
Daar bouwde zich iets op en hij beefde toen hij begreep wat dit betekende.
Hoe is het mogelijk, ook dat nog en hij herkende zijn leider Alcar.
In zijn jeugd had Alcar hem reeds gekend.
Alcar was steeds zijn beschermengel geweest.
Opnieuw zag hij een ander wonder.
Voor hem zag hij geestelijke kinderen en die kinderen werden in zijn jeugd tot hem gebracht.
Hij zag thans, dat Alcar deze kleintjes tot hem voerde en hij als aards kind speelde uren lang met deze geestelijke kinderen.
Naast zich zag hij zijn leider.
Dan zag hij het beeld, dat Alcar met de geesteskinderen heenging.
Mijn God, dacht André, hoe groot zijn Uw wonderen.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Als een grote schat lag dat geestelijke bezit in hem en niemand die er iets van wist.
Met zijn moeder voelde hij een innige band, zij was een zon in zijn leven geweest en hij voelde als zij.
Groots waren deze taferelen.
Zijn gehele jeugd ging aan hem voorbij.
Wonderbaarlijk is het, dacht hij.
Dan vervaagde alles en hoorde hij in zich zeggen: „Is het je duidelijk, André, wat de tempel der ziel is?
Hier kom je tot jezelf, dit is verbinden.
Alleen is dit echter mogelijk door de kosmische meesters.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
De verbinding wordt tot stand gebracht door de kosmische meesters.
'Meester' is een term die toebehoort aan een geest van het licht die een bepaalde graad van liefde en geestelijke kennis bereikt heeft.
Deze kosmische meesters kunnen André verbinden met datgene wat diep in hem aanwezig is.
De meesters concentreren zichzelf op het verleden van André, en laten dan André voelen en zien wat zij zelf waarnemen.
Zij brengen dus een geestelijke verbinding tussen henzelf en André tot stand, en laten André hierdoor in hun eigen gevoelens en gedachten kijken.
Meester Alcar vergelijkt dit doorgeven van gevoelens en gedachten met de geestelijke verbinding tussen moeder en kind tijdens de zwangerschap.
Hier zijn wij in één van de zalen van het hoogst afgestemde wezen, het is de zaal van liefde en het bezit van meester Miradis.
Deze Mentor stelt zijn kracht en persoonlijkheid voor de mens aan deze zijde beschikbaar en helpt hen om zichzelf te leren kennen.
Wij zijn thans in zijn eigen leven afgedaald.
Diep in zijn leven ligt dit alles.
Het is het hart van de mens die op aarde leeft, zoals het kind bij de moeder, nog ongeboren, toch in haar leeft en voelt, wat door het moederbrein wordt gedacht en beleefd.
De liefde van de moeder straalt door het jonge leven heen en het jonge leven nog onbewust, beleeft toch al deze krachten en wordt in stand gehouden.
Moeder en kind zijn één.
Het kind onbewust, zo ik zei, de moeder in blijde verwachting.
Als het kind nu zou kunnen spreken, zou het aan de moeder zeggen wat het voelt.
En dit wonder, hoe onbegrijpelijk ook, voltrekt zich op aarde, maar de moeder is zich daarvan niet bewust.
Toch dringt dit gevoel, al die duizenden gevoelens, tot het dagbewustzijn van de moeder door.
Zij is daardoor zeer gevoelig.
Al die gevoelens geven aan haar eigen leven een verhoogde afstemming.
Ik heb je dit op aarde reeds duidelijk gemaakt.
Dit beeld echter, André, is het enige dat ik in je verbeelding en als waarachtig beeld in je wakker kan roepen, wil ik je deze tempeltoestand van Mentor Miradis kunnen verklaren.
Het is Mentor Miradis die ons met ons diepe innerlijk verbindt, omdat hij toestaat in zijn zielewoning af te dalen.
Wij zijn hier dus in het heiligste van deze Meester, wat hij is en bezit en aan reine liefde draagt.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Het binnentreden van André heeft een bijzondere betekenis en is al tientallen jaren voorbereid door Alcar en zijn meesters.
Dit alles is nodig om je een beeld te geven van wat je te wachten staat.
Dit moet je voelen, mijn zoon en als dit niet mogelijk is, dan kunnen wij naar de aarde terugkeren.
De meesters stellen zich geheel voor ons open.
Zij verlangen echter, dat wij gereed zijn en ons hebben voorbereid.
Dit nu is voor iedere geest, die hier leeft, weggelegd.
Ons binnentreden heeft een bijzondere betekenis.
Wij zijn hier gekomen met een ander doel en dit doel betreft hen zelf.
Zij zijn het die mij, wat je reeds weet, naar de aarde zonden om dit aan de mensheid bekend te maken.
En nu is het ogenblik gekomen, dat wij met hen verbonden kunnen worden en dat je de diepte der ziel leert kennen.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Elke geest die geëvolueerd is tot de vierde sfeer van licht kan de tempel der ziel binnentreden om zijn geliefden terug te vinden.
Op de eeuwenlange tocht van de mens als aards en geestelijk wezen kan hij immers geliefden uit het oog verloren zijn, die hem zéér dierbaar zijn.
De meesters kunnen dan een verbinding tot stand brengen waardoor de geest kan waarnemen waar en in welke toestand zijn geliefden zich bevinden.
Deze geliefden kunnen ergens vertoeven in het leven na de dood, of zij kunnen gereïncarneerd zijn op aarde.
Weer gingen zij door nieuwe zalen.
Waar André ook kwam, zag hij geestelijke wezens.
Hoe mooi waren al deze mensen.
„Wat doen zij, Alcar?”
„Zij wachten op het grote ogenblik en maken zich voor dat wonderlijke gebeuren gereed.
Zij mediteren, André, daarna zullen zij zien en beleven.
Velen onder hen zullen hun vader en moeder zien die nog op aarde, of aan deze zijde leven.
Wanneer wezens elkander uit het oog verliezen, dan kunnen zij hier opnieuw verbonden worden.
Waar deze wezens ook zijn, men kan hen hier zien.
Al zijn hun wegen voor honderden jaren uiteen gegaan, hier vindt men hen terug en worden zij van dat ogenblik af weer verbonden.
Zij volgen die levensfilm en zodoende wordt hun getoond waar ze zijn en in welke toestand zich het wezen bevindt.
Als de mens deze hoogte heeft bereikt en hier kan binnengaan en zijn eigen ziel, de tweeling-ziel die bij hem behoort, opnieuw geboren zou zijn, dus op aarde leeft, dan vindt hij zijn tweelingziel op aarde terug.
Wanneer deze ziel, dit leven dus, nog niet geboren is, dan reeds kan men hem met het jonge leven verbinden.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Ik kan jou met het verleden verbinden, maar anderen helpen mij.
Zo zal het je duidelijk zijn, dat de vader zijn kind en de moeder haar kind, of omgekeerd, terug vindt, maar alleen terug kan vinden door hen, die deze krachten bezitten.
Het geschiedt soms, dat ouders of geliefden aan deze zijde komen en hun geliefden die vóór hen overgegaan zijn, niet kunnen vinden.
Dan is dit in de tempel der ziel mogelijk.
Hier weet men waar zich deze zielen bevinden, hier kent en ziet men het doel waarom de ziel op aarde is teruggekeerd.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Wanneer André het gegeven verwerkt heeft dat de meesters zéér ver terug kunnen kijken in zijn en hun eigen verleden, in het verleden van de ziel, is André voldoende voorbereid om terug te gaan naar het ontstaan van de menselijke ziel en al het leven van de kosmos.
Je ziet, André, dat het voor ons mogelijk is, op verschillende wijze in het verleden over te gaan.
Op aarde, voordat je zou uittreden, heb ik je met het leven aan deze zijde verbonden en zag je, dat mijn vriend ontwaakte.
In een visionaire toestand nam je dit alles waar en je hoorde hem zelf spreken.
Ook dat lag dus vast.
In mijn woning op aarde liet ik je mijn eigen leven zien en ook daarin ging je over.
Dan de belevenissen in deze tempel en straks wat je opnieuw zult beleven.
Doch dit, wat je tot nu toe hebt waargenomen en beleefd, toont je aan dat dit mogelijk is.
Dit alles dient, dat je het machtige wonder, dat je aanstonds beleven zult, kunt aanvaarden.
Ik heb dit dus gedaan met een vast doel, omdat wij weten, dat hetgeen je door de meesters wordt getoond, voor het menselijke gevoel te onbegrijpelijk is.
Daarom bereidde ik je voor op het grootse dat je wacht.”
Het Ontstaan van het Heelal, 1939