De Universiteit van Christus

U krijgt allereerst een inleiding voor de „Eeuw van Christus”!”
En dat komt allemaal over de lippen van Jeus.
Meester Alcar gaat verder en zegt:
„Toen Christus op Golgotha Zijn ogen sloot, had Hij nog heel veel te zeggen.
Of denkt gij dat dit niet zo is?
Hebt gij u nooit afgevraagd wat Christus eigenlijk de mensheid wilde schenken?
Wat Hij u als mens had willen brengen?
Ik vraag u thans, heeft men op aarde hieraan gedacht?
Voelt gij niet wat Christus de mensheid had willen schenken?
Indien Christus had mogen blijven leven en men Hem niet had vernietigd, had deze mensheid Goddelijke wijsheid ontvangen.
Dringt dat tot uw levens door?
Heeft de mens nooit aan deze mogelijkheid gedacht?
Waarlijk, mijn zusters en broeders, Christus had nog heel veel te zeggen, maar u kent Zijn einde, men heeft toen het Goddelijke Bewustzijn voor de aarde vernietigd, waarvan wij u thans de wetten willen verklaren.
En dat zijn de afgezanten van Christus!
Gij weet, hoe men Hem op aarde ontvangen heeft.
Dat heeft Christus niet gewild, doch Hij wist, dat dit zijn einde zou zijn.
Toen Hij na zijn kruisdood in de sferen van licht terugkeerde, sprak hij tot de meesters en zei:
„Hebt gij gezien hoe „IK” daar werd ontvangen?
En toch moeten wij het kind van Moeder Aarde helpen.
Wij moeten dit werk voortzetten, het kind van de aarde moet zijn God leren kennen als een Vader van Liefde.
Ga met mij terug naar de aarde.”
Christus, mijn broeders en zusters, keerde met de meesters, mensen zijn het, die op aarde hebben geleefd, tot deze wereld terug en toonde hen wat zij zouden doen.
En toen begonnen de meesters aan een vast plan, een bewust doel te werken, om het kind van Moeder Aarde te dienen.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
De Universiteit van Christus is de hoogste Orde in het leven na de dood.
Zij omvat alle meesters van het licht die in opdracht van hun mentor Christus de aarde voorzien van geestelijke kennis.
Zij brengt op aarde wat Christus tijdens Zijn aardse leven had kunnen brengen, als de mensheid Hem had laten leven.
En dat heeft meester Alcar in zijn bezit, hij dient voor de „Universiteit van Christus”, de hoogste orde in het leven na de dood.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
De meesters hebben hun kennis verworven door ervaring, door geestelijk-wetenschappelijk onderzoek.
Doordat zij met miljoenen zijn, en niet meer beperkt worden door aardse belemmeringen of aardse tijd, hebben zij in de loop der eeuwen een machtige geestelijke universiteit opgebouwd, die de 'Universiteit van Christus' wordt genoemd, omdat Christus de 'mentor' is van deze universiteit.
Vanuit die Universiteit brengen zij kunsten en wetenschappen op aarde, naarmate de mensheid dat kan verwerken.
Zij inspireren alle mensen die zich willen inzetten voor de geestelijke evolutie van de mensheid.
En de Universiteit van Christus is, als u even wilt luisteren ... het dénkend intellect voor de aarde.
Vanuit die Universiteit heeft Moeder Aarde ál haar kunsten en wetenschappen ontvangen.
De meesters dragen de aarde en de maatschappij; miljoenen mensen, bewusten van geest, vertegenwoordigen deze Universiteit en dienen Christus.
Er zijn zelfs „Apostelen” van Christus aan verbonden, die nu nog werken voor het bewustzijn van Moeder Aarde en haar kinderen.
De Universiteit van Christus heeft de eerste fundamenten gelegd voor het menselijk geloof.
Al de kunstenaars kregen hun taak toegewezen door deze Universiteit, omdat Christus wil, dat het leven op Aarde ontwaakt.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
Jozef Rulof (Jeus) werkt als medium voor deze Universiteit.
Waarachtig is het, meester Cesarino is het hoogste bewustzijn uit de „Zevende Sfeer”!
Hij en zijn staf volgen het leven op aarde, hij en zijn „Engelen” hebben kunst en wetenschappen op Aarde gebracht, thans brengen zij de „Universiteit van Christus” op Aarde, nu verklaren zij door Jeus ál de wetten van God en krijgt het kind van Moeder Aarde ruimtelijk bewustzijn!
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
Jozef Rulof ontvangt van deze Universiteit geestelijke wetenschap, kennis over de werking van geest en ziel.
De meesters zouden door de diepte van zijn mediumschap van hem een wereldwonder kunnen maken door het vertonen van fysische wonderen, maar hij dient alleen voor de geestelijke evolutie.
Natuurlijk, indien wij het zouden willen, werd je thans een wereldwonder, maar die bewijzen hebben wij reeds aan de mensheid geschonken, er bleef niets van over.
De mens op aarde ziet deze heilige mogelijkheden als sensatie en zou je voor die sensatie willen dienen?”
„Néén, meester!”... zegt Jeus.
„Wij brengen een Goddelijke boodschap op aarde, de boodschap van Christus.
Je dient voor de „Universiteit van Christus” ... Jozef, en niet voor materialisaties, directe stem, dematerialisaties, noch voor apports, wij vertegenwoordigen de „Geestelijke Wetenschap” ...!”
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
De 27 boeken die door Jozef Rulof op aarde zijn gebracht, zijn maar een eerste aanzet, een klein beeld van wat de Universiteit van Christus aan geestelijke kennis heeft en op aarde zal brengen.
Jozef Rulof geeft aan dat zijn leven te kort is om al die geestelijke kennis op aarde te brengen:
De Universiteit van Christus – ik kom direct bij u – heeft honderdduizenden boeken.
En over dat alles, meneer, moet ik boeken schrijven, mijn leven is te kort, en over dat alles, over duizenden problemen, menselijke, goddelijke, ruimtelijke zaken.
Vraag en Antwoord Deel 2, 1951
Meester Zelanus geeft in zijn lezingen aan dat de kennis van de Universiteit van Christus geen menselijk bedenksel of theorie is, maar geestelijke wetenschap.
Wat hij van zijn eigen kennis doorgeeft in zijn boeken en lezingen, werd door hem als geest verworven door 9 eeuwen geestelijk-wetenschappelijk onderzoek.
En dit alles is wetenschap, dit is een geestelijke wetenschap, die u vanuit de ‘Universiteit van Christus’ wordt geschonken, dat uw universum is.
Lezingen Deel 1, 1950
Al de machtige persoonlijkheden die hun leven ingezet hebben voor de geestelijke evolutie van de mensheid hebben fundamenten gelegd voor de Universiteit van Christus.
Hierdoor is… kan ik u onmiddellijk verklaren: Darwin en al de geleerden die de aarde heeft gekend, al deze machtige persoonlijkheden die voor de Universiteit van Christus hebben gewerkt, elk mens die gesproken heeft over zon, maan en sterren, over ziel, geest en persoonlijkheid, over het leven, over God, over Christus, al die mensen vanaf de geboorte van Christus hebben voor Zijn universiteit fundamenten gelegd, voelt u?
Blavatsky, Boeddha, Socrates, Plato, Aristoteles, Pythagoras, u kunt terug tot in Egypte, u gaat terug tot in China.
Al die mensen die maar even de bron van deze Almoeder en Alvader hebben aangeraakt, een woord hebben verstoffelijkt – waardoor de maatschappij waartoe gij nu behoort de fundamenten heeft kunnen leggen, waardoor daarna de faculteiten naar voren traden – hebben gediend voor de Universiteit van Christus.
Lezingen Deel 1, 1950
De Universiteit van Christus gaat verder waar het evangelie eindigt.
En dat wil zeggen, wanneer ge hoort ‘de Universiteit van Christus’, dan is het toch duidelijk dat de Christus – dat heb ik u hier in die vorige lezingen, een vier-, vijfhonderd maal hier op deze plaats verteld en verklaard – dat Christus toen Hij aan het kruis werd geslagen nog niets van Zijn ziel, Zijn geest, Zijn leven, Zijn persoonlijkheid heeft kunnen verklaren.
Alles van de Christus leeft nog achter de sluier van Zijn Goddelijke Persoonlijkheid.
De mens heeft alleen het evangelie gekregen, dat is de wet als wijsgerig stelsel, afgestemd op de ruimte en hiernaast, hierachter de goddelijke liefde.
Christus heeft eigenlijk nog niets van Zijn eigen persoonlijkheid, van Zijn ziel, van Zijn geest, van Zijn leven – Zijn karakter kent u enigszins – maar van Zijn persoonlijkheid, Zijn goddelijke afstemming, direct in harmonie met die stelsels dat nu de goddelijke wijsgerige stelsels zijn, nog niets kunnen geven; want toen sloeg men Hem aan het kruis.
Lezingen Deel 3, 1952
Door Zijn Universiteit beantwoordt Christus al onze levensvragen:
De „waaroms” van de Aarde krijgen universeel bewustzijn door de „Universiteit van Christus”.
Christus wíl op ál uw vragen antwoorden.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944