Van Mozes naar Christus

Eenieder, die doodt, werpt een steen op en bouwt zich een muur, die hem het hoger gaan in de geest belet.
Alleen door de misslag goed te maken en te dienen kan de muur worden geslecht.
Deze wet hebben de kinderen van Israël moeten aanvaarden, toen zij een taak volbrachten, welke hen met het aardse leven verbond en hen op het stoffelijke leven afstemde.
Er stond de meesters evenwel maar één weg open, die van strijd, hetgeen in de vorige hoofdstukken uitvoerig is aangetoond.
Wie durft zich in te denken, hoe de wereld er wel zou hebben uitgezien, als de meesters opgegaan waren in hun eigen geluk en zich verder niet om het leven op Aarde hadden bekommerd?
U in uw eeuw had dan nog in het prehistorisch tijdperk geleefd!
De meesters zagen hun geluk evenwel als onvolkomen, als het leven op Aarde door gebrek aan geestelijke leiding in duisternis en jammer zou moeten zuchten.
Zij begrepen, dat die leiding alleen door hen zelf met goed gevolg gegeven kon worden.
Sindsdien doorloopt de mensheid een leerschool, die haar aan het eind ervan het geestelijk bewustzijn zal schenken.
Door het onvermoeide werken van de meesters aan Gene Zijde en hun instrumenten op Aarde begon voor de mensheid het opwaarts gaan in stoffelijke toestand.
Zij begonnen in te werken op hen, die het meest openstonden.
Deze wonnen langzamerhand aan gevoel, hun betere-ik kreeg meer en meer de overhand en deed hen aansluiten bij de anderen, die dachten en voelden als zij.
Steeds meer mensen sloten zich bij deze kern aan.
Een strijdbaar volk ontstond, dat de Tien Geboden had ontvangen en zich zou eigen maken.
Mozes en zijn volgelingen hebben de Tien Geboden niet begrepen, ook al wilde Mozes, dat zijn volgelingen de geboden zouden beleven.
Maar hoe was hun toestand?
Ze stonden ondanks het geestelijk en Goddelijk weten voor oorlog, voor moord en vernietiging.
Op het ogenblik, waarop Mozes de Tien Geboden uit de handen van zijn God ontving, hadden zijn volgelingen eigenlijk de strijd moeten staken, één gebod overheerste al de andere, namelijk het „Gij zult niet doodslaan!”
Maar Mozes had die hoogte nog niet bereikt, niettemin werden door hem en de zijnen de eerste geestelijke fundamenten voor een christelijke mensheid gelegd!
Het was geen wonder, dat deze kinderen van Israël door hun prediken verzet wakker riepen bij de heidense volken.
Er volgden bloedige oorlogen, die het volk van Israël over de Aarde verspreidden.
Uw Bijbel vertelt u hierover meer.
De heidense volken dachten, dat zij de geestelijke opstandelingen voorgoed vernietigd hadden, maar de meesters van Gene Zijde wisten beter.
Niemand op Aarde wist, waar de eigenlijke stam Mozes zich bevond, alleen de meesters was dit bekend.
De jaren rijgen zich aaneen.
Van Israëls stammen werd niets meer vernomen, maar Gene Zijde volgde hoe zij zich sterker en sterker maakten om straks zo nodig opnieuw ten strijde te kunnen trekken.
De stam Mozes ontwikkelt zich, steeds meer mensen komen tot het geloof en tot God.
En de ene profeet na de andere komt nu naar de Aarde en uit hun woorden blijkt, dat er grote dingen te gebeuren staan.
De Messias zal naar de Aarde komen, wordt er gezegd.
Wat is de bedoeling van God, vraagt men zich af.
Waarheen zal deze komst het leven voeren?
Van de profeten kan getuigd worden, dat hun wijsheid over die van Mozes heengaat.
Zij dringen al dieper door in het leven van God, en de wetten, waarover ze spreken, worden voortdurend scherper door hen ontleed.
Zij prediken hun hoorders over een God van Liefde en deze krijgen hoop, dat er eens rust en vrede op Aarde zal zijn.
Zij voelen al wel, dat een hoger leven mogelijk is.
Reeds durven ze het aan in zichzelf te schouwen, maar desondanks komen ze niet los van verkeerde eigenschappen.
Zij zoeken en tasten nog naar de weg, die hen naar hun betere-ik kan voeren.
Aan Christus’ komst op Aarde ging nog een machtige gebeurtenis vooraf.
Uit het Al hadden de meesters van Gene Zijde het bericht ontvangen, dat op Aarde een groot bouwwerk zou moeten worden opgetrokken.
Dit geschiedde; onder leiding van kosmisch bewuste meesters kreeg dit bouwsel vorm.
U kent het onder de naam: ‘Piramide van Gizeh’.
In dit gebouw werd onder meer vastgelegd, dat de Messias uit het Al op Aarde geboren zou worden.
Wie is de Messias?
Wie is Christus?
Hij is het Heilige Kind Gods.
Uit de zevende kosmische levensgraad, uit de sferen dus, kwam Hij naar de Aarde.
Ik mocht het u al zeggen.
Op de Maan is Hij als Mens geboren.
Hij begon daar als elk ander door God geschapen wezen Zijn Kringloop.
Hij maakte alle stadia van leven door, leerde de bestaande stoffelijke en astrale wetten kennen, bouwde aan de sferen van licht, bereikte de ene kosmische graad na de andere en trad eindelijk het Al binnen, waardoor Hij zeggen kon: „Ik en Mijn Vader zijn één.”
Ook Christus heeft dus die lange weg moeten bewandelen en alle graden in de ruimte moeten beleven om het Goddelijke leven binnen te treden?
Ja, ook Christus!
Na wat ik u in het voorgaande over de ontwikkeling van het leven meedeelde, zal u duidelijk geworden zijn, dat Gods wetten voor elk van Zijn schepselen van kracht waren.
Als een rechtvaardig God kón Hij voor geen enkele ziel in de ruimte onderscheid maken.
Als een Vader van Liefde kon Hij onmogelijk het ene kind boven het andere stellen en een astraal wezen scheppen, dat als Zijn enig volmaakte Zoon in de ruimte hoog boven Zijn andere schepselen zou tronen!
Alléén door de lange weg van de Maan naar het Al af te leggen is Christus Goddelijk geworden en alleen daardoor is Hij God en mens tegelijk.
Iedere voetstap, die u en wij op Aarde hebben neergezet, heeft ook Christus daar geplaatst.
Daardoor staat Hij zo dicht bij ons, mensen.
De kerken hebben het wonderbaarlijke in Hem niet begrepen, zij hebben Hem voor ons onbereikbaar gemaakt.
Hoe anders zien wij Hem aan onze zijde.
Wij leven in en door Hem, wij voelen ons door Hem gedragen, omdat wij weten, dat ook Hij onze weg heeft moeten afleggen om het Goddelijke leven in te kunnen gaan.
Zijn adem is het, die ons het bewuste leven gaf.
Zijn voelen en denken, Zijn beleven van de wetten verzekerden ons van het Goddelijke ingaan.
U en wij bewandelen dus Christus’ weg.
U en wij komen in Zijn leven, als we liefde trachten te geven aan al het leven van God.
Is het niet machtig te moeten aanvaarden, dat Christus op Aarde heeft geleefd, voordat Hij daar als Messias terugkeerde?
Voelen wij niet juist daardoor zo sterk, dat Hij tot ons behoort en Hij onze Vader en Moeder, onze Broeder en Zuster is?
Is het niet machtig te kunnen zeggen: Christus bouwde met de anderen voor ons aan de sferen van licht, aan al de gebouwen en tempels aan deze zijde en aan de levensgraden, welke in de kosmos zijn ontstaan?
Zijn hartklop is als de onze en daardoor bezitten we zekerheid, dat ook wij ons Zijn Goddelijk licht eens kunnen eigen maken.
Deze Christus keerde als de Messias naar de Aarde terug om ons het Heilige Evangelie te brengen.
Goddelijk bewust als Christus geworden was, kende Hij iedere hartstocht, maar kende Hij ook alle graden in de liefde.
Zo was alleen Hij in staat ons mensen de weg naar God te wijzen en kon Hij van zichzelf getuigen: „Die Mij volgt, zal het Eeuwige Leven ontvangen.”
Zijn geboorte vond op een heel andere wijze plaats dan de kerken u leren.
Zij voltrok zich op de wijze, waarop zich de geboorte van iedere mens voltrekt.
De Messias kreeg Zijn stoffelijk organisme door de verbintenis van Jozef en Maria, die het Goddelijk leven in reine overgave en eenvoud ontvingen.
Ook hierin kon God geen onderscheid maken, dit moet u duidelijk zijn.
Christus kende deze wetten, die tot de heiligste in de schepping behoren, en Hij zou niet anders hebben gewild.
Aan Gene Zijde is het afdalen van Christus door de meesters gevolgd, de kosmische graden waren bij dit machtige gebeuren tot in het Al zichtbaar.
Miljoenen zielen zagen de terugkeer van de hoogste meester in de ruimte.
Zij wisten wat Hij op Aarde ging beleven.
Christus sloot Zijn ogen, loste langzaam voor hun ogen op in de wereld van het onbewuste en aanvaardde het vonkstadium.
In niets onderscheidde dit gebeuren zich van het natuurlijke proces.
De Goddelijk-bewuste had Zijn reis naar de Aarde aanvaard, werd embryo en groeide in Zijn moeder op.
Toen een engel – het was een meester van deze zijde – Maria verkondigde dat door haar de Messias geboren zou worden, was dit leven in haar reeds enige maanden oud!
Er zal een rillen en beven door de gelovigen van de kerken gaan als zij mijn woorden lezen.
Maar ik zeg u, dat dit, wat ik u geef, de heilige waarheid is.
Ik weet dat, terwijl ik deze gegevens over Christus’ Heilig leven aan u doorgeef, Hij zélf mij volgt!
Ik zou mijn leven vernietigen, mij zelf verdoemen, indien ik u één onwaarheid over Zijn leven vertellen zou.
Ik zou mij in de laagste hel storten!
Maria en Jozef ontvingen meer kinderen.
Maar Christus is anders dan deze.
Hij, als een Goddelijk bewuste, voelt Zijn taak al spoedig en zondert Zich af.
Als kind is Christus reeds bewust van het werk, dat Zijn Vader in de hemel Hem opgedragen heeft te doen.
Dan treedt Hij geheel gereed in de openbaarheid en predikt de mensheid Zijn Heilig Evangelie, dat als zoete, rijke bron opwelt uit Zijn Goddelijk bewustzijn.
De meesters volgden Christus tot Zijn laatste uur op Aarde.
Zij waren voortdurend bij hun hoogste meester.
Geen seconde is Christus alleen geweest.
En toch, hoe heeft de mens Hem begrepen?
Volgens de kerken heeft Christus, op Golgotha hangend aan het kruis, geklaagd dat God Hem verlaten had.
Maar de woorden, die Christus daar sprak, waren anders, groter en dieper en onomvatbaar voor de stoffelijke mens.
In de hof van Gethsemane zou Christus, zeggen de kerken, God gesmeekt hebben de lijdenskelk aan Hem te laten voorbijgaan.
Christus dacht te zullen bezwijken?
Christus toont zich zwak?
Christus, de Goddelijk bewuste?!
Wat zou er van dit bewustzijn overblijven, als dit waarheden zijn?
Onnoemlijk belangrijk zijn Christus’ komst naar de Aarde en de boodschap, die Hij bracht, voor de geestelijke ontwaking van de mensheid geweest.
Maar zelfs nu, na zóveel eeuwen, heeft de mensheid nog lang niet alles van Zijn Heilig Leven en van Zijn woorden begrepen.
Eens echter zal de mensheid daarvan alles worden geopenbaard, dan schrijven de meesters de Bijbel opnieuw.
In de Eeuw van Christus zal dit geschieden, naar Gods wil!
Christus’ Heilig Leven en de betekenis, die dit heeft voor elke ziel, voor al het leven van God in de ruimte – daarvan zal ik straks nog mogen getuigen als ik spreek over „Golgotha”.
Ik herhaal nog eens: de wetten van God heeft Christus als mens en als Messias moeten aanvaarden!
Een astrale geboorte bestaat niet: niet één ziel kan buiten de stoffelijke wetten om een nieuw lichaam ontvangen!
Hiervoor zijn man en vrouw nodig en daartoe dienden Jozef en Maria.
Christus is geboren gelijk zijn zusters en broeders, in niets beleefde Hij andere wetten!
Hij was en zal blijven de Eérstgeborene in de Goddelijke Ruimte!
Hij zal ons mensen blijven voorgaan, omdat Gods wetten en de Goddelijke Liefde het óók van Christus eisten.
Maar hierdoor heeft Hij als Gods Zoon en Kind het Goddelijke Al bereikt!
En God zag, dat alles goed was!