De ontwikkeling van de mensheid in tweeduizend jaren

Christus, de Goddelijke Leraar en Profeet, vervult Zijn zending, Hij leert de mensen God zien als een Vader van Liefde, geeft hun regels mee, die hen tot een hoger en geestelijker bewustzijn kunnen voeren, en wijst hun de weg naar het Koninkrijk Gods.
Aanvaardde de mensheid Zijn Goddelijke boodschap?
Was er in haar het verlangen naar geestelijke bewustwording?
Leefde zij volstrekt naar de regels, die Hij haar meegaf?
Uw geschiedenisboeken geven een duidelijk antwoord op deze vragen.
Het Joodse volk, dat Hem kruisigt, volgt zijn eigen weg.
Het voelt zich rustig, hoewel het de schuld heeft aan het ganse verschrikkelijke drama, dat zich op Golgotha voltrok.
De Joden zien echter in Christus niet meer dan een gewone rabbi en thans, in uw eigen tijd, erkennen zij nog de Messias niet in Hem.
Die rabbi behoorde niet tot hen en ook Zijn Heilig Evangelie zegt hun niets.
Ze negeren het en leven verder, zoeken zich te verrijken en versjacheren al wat voor Gods andere leven heilig is.
Ze kennen zichzelf niet en willen niet inzien, dat het waarachtig de Messias was, Die zij aan het kruis sloegen.
Maar de eeuwen door drukt de stilte van Golgotha op hun zielen en deze wijkt nimmer, al praten en handelen zij nog zo druk!
Als ze zouden willen luisteren, kunnen ze in die stilte de stem horen, die van hoog boven de heilige stad Jeruzalem roept:
„Hoort mensen, hoort, kinderen van God, uw Vader in de hemel, hoort, want Israël roept om u.
Wacht niet langer, buigt uw hoofden, want zó alleen leert ge de Goddelijke wetten kennen.
O, gij farizeeërs en schriftgeleerden, gij huichelaars, die het heiligste leven van God hebben vernietigd, zoekt gij nog steeds uzelf?
Verloochent gij nog langer uw God?
Leed en smart zullen erdoor over u en uw kinderen komen!”
Als ze zouden willen luisteren, kunnen ze in die stilte een angstwekkend geschrei horen.
Niemand weet, waarvandaan dit geschreeuw komt.
Alleen de Jood kan het weten.
Het zijn de angsten van het Joodse volk en deze nemen in de loop der eeuwen almaar toe.
Het voelt zich ontredderd, het gaat diep gebukt onder een vreselijke vloek en het ziet tevergeefs uit naar de Messias, die deze van hem af zal nemen.
Waarom luistert het niet naar het vermanende woord, dat uit Jeruzalem opstijgt en naar alle richtingen klinkt.
„Caiphas – o, Caiphas.
Uw huis zal instorten.
Gij zult uw nageslacht onder uw eigen leven begraven.
Gij wilt uw eigen leven redden en dat van uw kinderen, maar ge zult de ellende niet kunnen ontvluchten, want Jeruzalem zal gezuiverd worden van al het kwaad, gezuiverd van de pest, die het nageslacht moet aanvaarden, o, Caiphas.
Hoor toch!
Het is Gods stem, die tot u spreekt.
En het is de stem van uw eigen geweten.
Eens zult ge moeten luisteren naar het woord, dat diep en waarachtig is en u ziende zal maken.
Gij hebt u vergrepen.
Gij hebt toegestaan, dat het heiligste Wezen in de ruimte vernietigd werd.
Buig uw hoofd en breng al uw kinderen tot de „Enige God”, waartoe de Messias tot u kwam.”
In de stilte is deze vermanende boodschap te horen, maar geen Jood luistert of ziet naar Jeruzalem en Golgotha, liever kijkt hij naar omhoog, naar de wolken, waar hij verwacht, dat een eigen Messias zal verschijnen.
Maar hij zal tevergeefs omhoog zien.
Er komen geen profeten meer naar de Aarde.
Die er komen moesten, zijn gekomen en volbrachten hun taak.
Moeder Aarde en haar kinderen ontvingen zelfs het allerheiligste wezen in de ruimte.
Het werd omgebracht en na hém zal geen andere Messias naar de Aarde afdalen.
De heidense volken aanvaardden Christus evenmin.
De begeerte naar macht en rijkdom, hun gewelddadigheid blijven ook in de eeuwen na Hem hun handelingen bepalen.
Bloedige oorlogen zijn er het gevolg van.
En in het geweld, dat zij ontketenen, verklinkt Christus’ liefdeboodschap.
Is dus alles, het werk van de meesters, de strijd van Mozes en Christus’ komst uit het Al, is dit alles voor niets geweest?
Neen!
Want in de loop der eeuwen groeit het volk van Israël, dat het woord van Christus en Mozes met zich draagt en bewaart, in aantal en het wordt tegen de verdrukking in sterker.
De stammen leven over de gehele Aarde verspreid.
Niemand weet waar ze zich precies bevinden, zomin als men dat weet van de eigenlijke stam Mozes.
Gene Zijde kent echter hun verblijfplaats.
Zij blijven de Koningen en de leiders van deze stammen volgen en bezielen, het eens gevormde geestelijke contact blijft volkomen.
Zij dwingen hen hun volken zo sterk te maken, dat ze eens in staat zullen zijn de heidense volken hun wil op te leggen.
Het leven op Aarde ondergaat intussen grote veranderingen.
De ontwikkeling van de mensheid vordert.
De steden worden groter en veranderen, niet in het minst door de uitvindingen, die ware technische wonderen zijn en door deze zijde worden geïnspireerd.
Vreselijk blijft het kwaad, dat op Aarde woedt en nimmer is de satanische invloed van de hellen, wier bewoners zich op Aarde uitleven, zo verschrikkelijk geweest.
De voortdurende oorlogen maken het leven tot kwelling.
Telkens denkt de mens, dat de wereld op het punt is te vergaan.
Maar daar zijn de profetieën, die een ontzettend einde aankondigen.
Er zal een oorlog komen, zo afschuwelijk, dat hij met geen andere te vergelijken zal zijn.
Dan, zo zeggen die voorspellingen, zullen de mensen vogels zien vliegen, die vuur spuwen en dood en verderf brengen.
En er zullen vreselijke gedrochten van ijzer en staal over de Aarde rijden om alles wat hen in de weg komt te vernietigen.
Alles wijst erop, dat die strijd toch nog niet is aangebroken.
Die monsterlijke vindingen ontbreken nog.
De mens begrijpt de profetieën niet, die hem door de profeten onder inspiratie van de meesters van Gene Zijde gegeven werden en gelooft telkens het einde van de Aarde te beleven.
Zo bezien lijkt het of de mensheid zich geheel van God en Christus heeft afgekeerd en naar haar ondergang holt.
Maar daar zijn lichtpunten.
De enkeling maakt zich al van het stoffelijke leven los en volgt een hoger bestaan.
Hij aanvaardt het leven van Christus en is bezig tot God terug te keren.
Hij doodt niet, maar geeft liefde, met de blik gericht op Golgotha, hij is een lichtend voorbeeld voor de massa.
Schoner en edeler wordt de kunst, die de Aarde ontvangt.
De muziek, de beeldende kunsten maken een enorme bloei door en wijzen erop, dat er ondanks de barbaarse, ja dierlijke verschrikkingen onder de mensen bezig is een schoner, bewuster gevoel te groeien.
Zo nadert de Eeuw van Napoleon.
De volken zijn machtiger in het kwaad dan ooit te voren.
De kleine volken worden door de grote onder de voet gelopen en onderdrukt.
Dan weer is het een klein volk, dat alle kracht en kwaad aan zich getrokken schijnt te hebben, grote volken onderwerpt en een bloedig spoor nalaat waar het verschijnt.
Macht en welvaart wisselen naargelang het zwaard de overwinning dan wel de nederlaag brengt.
In niets zijn de volken te vertrouwen.
Pacten, die gesloten zijn, hebben geen betekenis, ze worden genegeerd, zodra het eigenbelang dit nodig vindt.
Er leeft angst in de harten van miljoenen mensen, massale slachtingen, met duivels raffinement uitgevoerd, storten de volken in de ellende.
De wereld moordt, viert haar lage instincten uit, alsof er geen Golgotha geweest was ...
Moeder Aarde bloedt uit duizenden wonden en bidt, dat haar kinderen toch eens uitgestreden zullen raken en het zwaard zullen wegbergen omwille van de liefde.
De heersers haken naar macht, orgiën van haat en vernietiging dompelen de massa in ellende.
Wat zou er van de wereld en de mensheid terechtgekomen zijn, als de meesters niet hadden ingegrepen en deze blinde hartstochten ten goede geleid hadden?
Ik vraag het u weer en zal het u blijven vragen!
Er moet allereerst eenheid komen in Europa, zoals er straks eenheid moet zijn onder alle volken der Aarde.
Het streven van de meesters is erop gericht die eenheid tot stand te brengen.
De mens wil vechten en vernietigen, goed, maar dan moet er tenminste de eenheid in Europa door bereikt worden!
Onder de miljoenen is er één mens opgestaan, die zich geroepen voelt Europa tot die eenheid te brengen.
Napoleon!
Deze naam ligt weldra op ieders lippen, hij zal geschiedenis maken.
Zijn leven en heerschappij zijn u bekend.
Maar waarom begeerde hij zo fanatiek Europa aaneen te sluiten?
Het is een gedachte, die hij van de meesters ontving.
Zij waren in en om hem heen en drukten deze gedachten op z’n gevoelsleven af.
Hij is een werktuig in hun handen en aldus heeft zijn leven betekenis voor Gene Zijde.
Begrijp dit alles goed, lezer!
De mens Napoleon werd verteerd door machtswellust en geen middel was hem te wreed om zijn verlangens te dienen.
Hij ontketende een hel op Aarde en liet het bloed van honderdduizenden stromen.
Rusteloos voortgezweept door zijn drift naar bezit en heerschappij, begon hij de ene militaire actie na de andere.
Het waren echter de meesters, die richting gaven aan zijn plannen!
Napoleon was het product van een wereld, die voor een groot deel nog op haat en vernietiging ingesteld stond.
Van hem in één slag een edel, geestelijk levend en denkend mens maken, konden de meesters niet, zomin als zij het kwaad van de mensheid maar ineens in goed vermochten om te zetten.
Maar wél konden zij, en dit geschiedt dan ook de hele historie door, de vreselijke uitbarstingen van het menselijke kwaad dienstbaar maken aan hun gezegende plannen.
De meesters bedienden zich van de veroveraar Napoleon om tot de eenheid van Europa te geraken en de kleine landen tot de grote op te trekken.
Dat Napoleon zich van hun inwerking onbewust was, spreekt, gezien zijn mentaliteit, wel vanzelf.
En zo vergaat het deze veroveraars – zij geloven hun eigen plannen te dienen, maar de waarheid is, dat ze door de revolutie, die ze ontketenen, de geestelijke evolutie van de mensheid bevorderen, dit door de wil en het bewuste dienen van de meesters.
De geestelijke winst die van de militaire operaties en de bezetting een gevolg is, is deze: de volken leren elkander door dit weliswaar ongewenste en afgedwongen contact toch beter kennen, wat de eerste stap vormt tot het begrip, dat de volken zich door de tijd zullen eigen maken.
En ook het leed, dat de volken ten gevolge van de oorlogen moeten doormaken, werpt winst af.
Winst voor God en de massa!
Het schijnt alsof te midden van het geweld van de strijdende wereld geestelijke ontwikkeling onmogelijk is.
En toch zien we gebeuren, dat er zich voortdurend meer mensen van de onbewuste, vechtlustige massa afkeren en aan een hoger leven beginnen.
Zij komen hiertoe door de ellende en het leed, dat over hun hoofden wordt gebracht.
Iedere daad, voor het kwade verricht, schept bezieling en door deze komen zielen tot ontwaking.
Door het leed komt de mens tot inkeer en wendt hij de blik tot God!
Dat Napoleon er niet in zou slagen de eenheid van Europa tot stand te brengen en nog wel op de noodzakelijke, rein-geestelijke basis, die alleen het geluk en de vrede van de aaneengesloten volken zou vermogen te waarborgen, was de meesters uiteraard bekend.
Voor een dergelijke taak was Napoleon allerminst geschikt, wel kan van hem worden getuigd, dat hij de volken een stap dichter tot dit ideaal heeft gebracht.
Hij schudde hen krachtdadig wakker en met iedere oorlog zien meer mensen in, dat haat en vernietiging de wereld naar de afgrond voeren.
Napoleon wordt definitief verslagen en wel door Israël, dat in deze strijd werd betrokken.
Maar nog zijn de heidense volken niet overwonnen.
Slechts vijftien procent van de gehele mensheid gaat tot Israël over.
Eens zal ook Napoleons volk tot Israël overgaan.
De heidenen zijn nog sterk en het zal nog veel tijd en strijd kosten, voor zij zich door Israël zullen laten leiden.
Bezit Israël echter zélf al geestelijke diepte, is het zélf al geschikt voor z’n leiderstaak?
Neen!
Ook Israël begreep nog niets van Golgotha, ook Israël moest nog voor het leven van Christus ontwaken.
De volken van Israël leefden nog niet veel anders dan de heidense volken.
Ook onder hen was het een grote chaos.
Hun bewustzijn raakte nog immer het leven op Aarde, het geestelijke leven, zoals Christus dat had gepredikt, was hun vreemd.
Ook zij moesten nog veel leren, wilden ze begrijpen, welk een taak de meesters in hun handen hadden neergelegd.
Vreselijk is het lijden geweest, waarin haar oorlogen de mensheid hebben gestort.
De volken zoeken zich van hun wonden te herstellen, het vernielde te herbouwen.
Prachtige vindingen stromen naar de Aarde, ze worden er door de afgezanten van de meesters gebracht en zijn nodig voor de geestelijke ontwaking, die op de nood en de verschrikking moet volgen en deze verhoogt haar kracht.
Maar ondanks alle gunstige veranderingen in de maatschappij durft niemand aan een blijvende vrede te denken.
Nog is de massa op oorlogen ingesteld en deze blijven dan ook niet uit.
Volken voeren veldslagen, maar alleen dan, wanneer Israël in de strijd betrokken wordt, zijn de meesters paraat.
De plannen mogen niet in gevaar gebracht worden.
Zelfs gelovige mensen gaan nog met een gerust geweten de oorlog in.
Hun geestelijkheid is zichzelf nog niet bewust van Gods wetten.
Christus zei: „Wie het zwaard opneemt, zal door het zwaard vergaan.”
Maar zij, die zeggen in Zijn woorden te geloven, negeren ze ...!
Het „Gij zult niet doden” wordt al evenmin door hen verstaan.
Als zíj dan al aan de Geboden Gods voorbijgaan, in hoeverre zullen de heidenen er zich dan door gebonden achten?
Deze willen er helemaal niets van weten, zij haken naar macht en overheersing, zij wensen de wereld en haar rijkdommen aan zich ondergeschikt te maken.
De bewuste mens op Aarde ziet hun drijven en voorvoelt, dat zijn werelddeel spoedig opnieuw in vuur en vlam zal staan.
Israël zal dan opnieuw strijd moeten leveren tegen de heidense volken.
Wat de bewuste mens allang voorvoeld heeft, wordt nu de massa duidelijk.
Zwoel en vol dreiging is de atmosfeer, waarin de Europese mens ademt.
Hij voelt, dat elke stap, die hij doet, hem dichter naar het noodlottige uur voert.
De leiders van de volken voeren de bewapening tot ongekende hoogte op.
Zij benutten er de schitterende uitvindingen voor, die door de meesters en hun helpers op Aarde gebracht zijn.
De meesters wisten natuurlijk, dat de mens ze misbruiken zou.
Zij zagen echter ook hierin de grote lijn: door het misbruik ervan zou de mensheid zichzelf schaden, maar juist hierdoor tot bewustzijn komen!
Ziekten slopen en vermoorden het menselijke organisme, maar om dit alles tegen te gaan worden door de regeringen weinig gelden beschikbaar gesteld.
Alles is nodig voor de legers.
Velen, die de ten hemel schreiende armoede zien, waardoor massa’s mensen omkomen, vragen zich af, hoe hun Koningen en Keizers door God zélf aangesteld kunnen zijn, zoals hun kerken leren.
Enkelingen baden in weelde, de massa sterft van armoede en de regeerders smijten handen vol geld weg voor oorlogstuig!
Hoe kan God, vragen ze zich af, zoveel tegenstrijdigheden dulden?
Heeft God niets anders voor Zijn kinderen weggelegd?
God toch!
Voor eenieder is het duidelijk, dat een oorlog onvermijdelijk is.
Opnieuw staat er vreselijke ellende voor de deur.
Angstwekkend is het aardse leven.
Moord en vernietiging, haat, hartstocht en verschrikking, honger en ellende, bestaat hieruit het geluk voor de aardse mens?
De enkeling bidt tot God, maar zijn gebed gaat verloren in het gekletter van de wapens, waarmee de regeerders dreigend zwaaien, onder de toejuichingen van de massa.
De enkeling waarschuwt en herhaalt Christus’ woorden.
Hij is bereid álles voor zijn Heer te doen, hij wil in de leeuwenkuil af dalen of de brandstapel beklimmen.
Hoe anders is de massa nog!
Zij is blind voor Christus’ heiligheid of huivert voor de strikte, volledige toepassing van Zijn Geboden.
Haten en vernietigen vindt ze makkelijker dan liefde geven en goeddoen.
Ze zoekt liever de duivel dan God!
Ook de volken van Israël slapen nog en zijn ver verwijderd van het geestelijke ontwaken.
Maar ze zullen wreed in hun slaap worden gestoord, een vreselijke schok zal hen tot ontwaken en inzicht brengen.
Toch heeft de enkeling ongelijk, als hij de staat, waarin het mensdom verkeert, té zwart ziet, en oordeelt, dat het na al de eeuwen, die meer dan door de liefde, door haat, strijd en vervloeking getekend werden en dit ondanks de woorden van de profeten, maar weinig gevorderd is.
Israël moge dan in veel nog niet veranderd zijn, het is toch al bezig zich een hoger leven eigen te maken.
Het gaat de weg, die de meesters hebben uitgestippeld.
Israël ziet zich in het bezit van de sleutels, die de poorten der Aarde kunnen openen.
Dit openbaarden de meesters al aan Mozes, toen hij zijn strijd begon.
Israël bevaart de zeeën en trekt steeds weer nieuwe landen tot zich.
Nu reeds is vast te stellen wie de eigenlijke stam van Mozes is.
Steeds sterker wordt Israël, het wordt nimmer verslagen.
De heidense volken moeten ervaren, dat Israël niet te vernietigen is.
Waar berust het geheim van Israëls kracht?
Bij de meesters van Gene Zijde, in wiens handen Israël een instrument is!
Er gaat bezieling over de Aarde en zij komt regelrecht vanuit Jeruzalem.
Ze trilt in de harten van hen, die openstaan voor het goede.
Met het vorderen van de jaren komt er meer eenheid onder de volken.
Goede eigenschappen ontwaken.
De ziel krijgt uitstraling.
Nog overheerst evenwel de duisternis, maar de meesters weten, dat thans de laatste fasen van de door Mozes aangevangen strijd op leven en dood zijn ingetreden.
De als een loden last op de mensheid drukkende en door de heidense volken gesponnen duisternis zal dan aan flarden worden gescheurd, zodat het licht van Gene Zijde in z’n volle kracht op een vredelievende en naar geestelijke wijsheid hunkerende gemeenschap kan neerstralen.
Ook het verleden spreekt mee.
Het karma, door de mens in z’n vele levens geschapen, moet, voor zover het kwaad door hem nog niet is afgedaan, beleefd worden.
Het vreselijke uur zal weldra slaan voor een Europa, dat feestviert en zich uitleeft.
Satan en de zijnen hebben hun hellen verlaten om het feest mee te maken.
De bezoedeling van Gods Heilig leven en van Zijn wetten kan niet meer worden voorkomen.
De waanwijze, zich oppermachtig voelende mens zoekt z’n macht te bewijzen en te vergroten.
Hij heeft z’n bewapening zo opgevoerd, dat een uitbarsting wel móet volgen.
Nuttige vindingen, die de hele mensheid tot zegen kunnen zijn, worden tot afgrijselijke monsters omgebouwd en door hen worden de profetieën bewaarheid.
Er vliegen reuzenvogels door de lucht, die vuur spuwen en dood en verderf zaaien, waar ze verschijnen.
Meerdere voorspellingen gaan in vervulling, maar de mensheid bekommert zich niet om profetieën.
Ze leeft in een roes en viert haar hartstochten uit.
Het woord van Christus kan de harten niet bereiken en de daden richten.
Om aardse begrippen als nationale eer en vaderlandsliefde, om hun honger naar land, rijkdom en macht te stillen, zijn de mensen nog bereid een oorlog te ontketenen, met alle verschrikkingen en alle smart, die daaraan vastzitten.
En als deze oorlogen hen niet voor onnóembare tijd ten verderve voeren, dan komt dat alléén maar, doordat de meesters van Gene Zijde, deze vorsten van liefde, de gewelddaden nog dienstbaar weten te maken aan hun gigantische plan, dat de mensheid door de stoffelijke, naar de geestelijke eenheid beoogt te brengen.
Augustus 1914.
De hel breekt los.
Israëls volken zochten geen oorlog, maar als de heidenen tot de strijd overgaan, vinden ze hen paraat.
De uiteengeslagen kinderen van de stam Mozes hebben zich tot krachtige volken opgebouwd.
Israël beheerst de oceanen en zo is het mogelijk, dat zelfs van overzee hulp wordt geboden.
Thans is al vast te stellen, welke landen tot Israël behoren.
Waarom sluit Amerika zich bij Engeland aan?
Waarom gaat het niet samen met Duitsland?
Omdat Amerika tot het volk van Israël behoort en als zodanig zich één voelt met de stam Mozes, Engeland!
Toch is deze waarheid aan geen van beide volken bekend.
De heidenen willen Europa voor zich bezitten, maar dit roept Israël in het geweer.
De meesters zijn weer op Aarde en mét hen is Mozes daar om de kinderen Israëls door de gevaren te loodsen en de heidenen de nederlaag toe te brengen.
Wie geestelijk denkt en voelt zal de grote lijn zien in het wereldgebeuren.
Het is in genen dele toeval of aan aardse krachten te wijten, dat de stammen van Israël door de eeuwen de overwinning aan hun zijde hebben.
De mens als massa denkt niet over het leven na de dood en gelooft niet aan de mogelijkheid van een ingrijpen in het aardse gebeuren door hen, die het stoffelijke leven verlaten hebben.
En toch zal hij eens moeten aanvaarden, dat de taak van Mozes en de profeten niet ophield, toen zij de Aarde achter zich lieten.
Zij zijn thans nog even actief bezig, voortgedreven door de drang tot daden, die in elk mens leeft, en door hun allesoverheersend verlangen de mensheid het geestelijke geluk te schenken, dat zijzelf wonnen!
Men denkt op Aarde, dat Christus dood is, tot Zijn Vader in het Al is teruggekeerd en wellicht slechts neerziet en mediteert.
Ja, wat doet Christus thans?
Zet Hij zich nóg in voor Zijn kinderen, voor wier zieleheil Hij eens uit de Goddelijke sferen naar de Aarde kwam en aan wie Hij Zijn Geboden meegaf, die Hij met Zijn Leven bezegelde?
Hoe zou het anders kunnen!
Vanuit het Al volgt Christus het leven op Aarde en is Hij met de meesters in verbinding.
Van Hém ontvangen zij hun berichten.
Hóe deze luiden weet, behalve de meesters, géén mens.
Maar dat zij kosmisch afgestemd zijn en ze de mensheid zonder dat zij het zich bewust is, regelrecht voeren naar het ontzagwekkende verheven doel, dat liefdegeesten zich stelden, is onloochenbaar voor wie alle feiten kan overzien.
Wie een blik zou kunnen slaan achter de sluiers, zou ervaren, dat God waakt en mét hem Christus en de meesters!
Dat de aardse mens te midden van de barbaarse verschrikkingen van een moderne oorlog twijfelt aan zijn geloof en zijn God, dat hem de zin van alle ellende ontgaat en hij de hoop op betere samenwerking, zonder oorlog, haat en vernietiging, opgeeft, het is begrijpelijk.
En toch hoeft hij niet zo te wanhopen – ondanks alles!
De oorlog 1914-1918 betekent voor de gehele mensheid een evolutie in de goede richting, terug naar Golgotha.
1914-1918 geeft de mensheid een levensles en al wordt ze niet begrepen, een grote stap naar dit begrip is toch weer gedaan.
1914-1918 bracht de vernietiging van miljoenen levens.
Vreselijk is de schade, die in de landen wordt aangericht.
Naarmate de volken sterker zijn geworden en de technische middelen groter, hebben de pijn en de smart zich verduizendvoudigd.
En ook is waar, dat uit de oorlog ’14 - ’18 een andere geboren zal worden, een, die nog vreselijker zal zijn en de mensheid in nóg afschuwelijker ellende zal dompelen, wat door niemand in de ruimte zal kunnen worden voorkomen.
Maar vast staat – en dit kan niet ontkend worden, want de meesters konden het waarnemen – dat alweer méér mensen door het leed en de verschrikking tot inzicht komen en beseffen, dat haat en geweld de oorzaak zijn van alle ellende.
Ze keren er zich vanaf en beginnen aan een beter leven terwijl ze hun stemmen verheffen om de liefde te prediken, als zijnde de enige macht, die de volken tot blijvende eenheid kan brengen!
Er is meer!
’14 - ’18 dwingt de volken reeds kleur te bekennen en zich óf bij Israël óf bij de heidenen aan te sluiten.
Merkwaardige gevallen doen zich hierbij voor.
Er zijn heidense volken, die zich bij Israël aansluiten en het helpen de overwinning te behalen.
De heidenen zijn zich alleen bewust van het „nu”, wat het verleden en Israël betreft zijn ze onbewust.
Zo ze geweten hadden, wiens strijd ze met de overwinning hielpen bekronen, zouden ze zeker de zijde van hun soortgenoten hebben gekozen.
Maar ook dit komt eens in een nog vreselijker oorlog, weinige jaren later.
Ook zijn er nog volken, in welke het verlangen leeft zich van de rest van de wereld af te sluiten.
Maar ook dat is niet meer mogelijk.
In ’14 - ’18 worden ze hieraan al voortdurend herinnerd.
En straks zullen ook zij kleur moeten bekennen.
De heidense volken begeren oorlogen, zetten Europa in vuur en vlam.
Een enkel bevel van hun heersers is daartoe voldoende.
Met gejuich worden de wapens omgegord en trekken de mannen ten strijde, gesterkt door de aanmoediging en de bloemen van de vrouwen.
Waarom verzet de massa zich niet tegen de verschrikkelijke bevelen van haar leiders?
Omdat ze de oorlog nog niet verafschuwt!!!
Maar zelfs al zou zij dit wel doen, dan nóg liet ze niet na de bevelen getrouw op te volgen.
Dit komt doordat de massa nog als het kuddedier voelt, denkt en handelt.
Wat de eenling al wel begrijpt, behoort nog niet tot het bewustzijn van de massa.
Eens zal ook zij echter bewuster leren handelen en dan aan haar regeerders zo nodig de macht durven onthouden om miljoenen mensen in de ellende te dompelen.
’14 - ’18 en de komende oorlog zullen haar nader tot dit geestelijke bewustzijn brengen.
Zo is de oorlog in vele opzichten een harde, maar doeltreffende leerschool.
’14 - ’18 bracht schrik en pijn over Europa.
Maar de mensen wilden niet anders, ze kennen zichzelf nog niet en verstaan evenmin het doel van hun leven op Aarde.
De gehele mensheid zal het leven en handelen van Christus moeten aanvaarden en God leren dienen.
Pas dan zal zij het zwaard laten roesten en gereed zijn een geestelijke gemeenschap op te bouwen, waarin voor wreedheid, armoede en ziekte, angst en leed, geen plaats kan zijn.
’14 - ’18 bracht al deze lessen.
De volken vechten voor deze evolutie, ook al dachten ze de wapenen te hanteren voor hun eigen doeleinden, voor eigen aards bezit!
’14 - ’18 bracht winst voor Israël en dus voor de mensheid in haar geheel.
Tallozen gaan tot Israël over en beginnen aan een nieuw leven.
Het evenwicht tussen goed en kwaad is bereikt!
In de volgende en laatste oorlog zal Israël in de meerderheid zijn en zullen de kinderen van Israël definitief de heidenen overwinnen.
Het merendeel van de volken verlangt thans al naar rust en vrede!
Het einde van de oorlog komt.
Israël behaalt de overwinning.
De staatslieden komen bijeen en stellen de protocollen op, die Duitsland aan handen en voeten binden.
Maar waarom waren de bepalingen zo onmenselijk streng?
Wie op Aarde heeft het begrepen?
Duitsland werd gesmaad, ja, geestelijk en lichamelijk vernietigd, miljoenen mensen aan honger en ellende overgeleverd.
Was het niet voldoende, dat dit volk verslagen en overwonnen werd?
Kan een God van Liefde dulden, dat een volk aan zulk een ellende wordt blootgesteld?
Waarom grijpt hij niet in?
Op het ogenblik, dat het verdrag van Versailles werd opgesteld, geschiedden er wonderen.
Toen de staatslieden bijeenkwamen en besluiten namen, die het lot van de wereld bepaalden, waren de meesters van Gene Zijde bij hen!!
Er waren er onder de staatslieden, die de geopperde bepalingen te zwak, anderen, die haar te afschuwelijk vonden.
Hoe dan ook, het verdrag kwam tot stand en werd ondertekend door politici, die dachten zélf te handelen.
Het waren echter de meesters, die die besluiten namen, welke ruimtelijk diep waren en met God, Gene Zijde, Israël en de totale mensheid te maken hadden!
Zoals Mozes het eens had beleefd en vele andere aanvoerders van Israël, kregen ook de staatslieden in 1918 hun astrale gegevens.
Voor de kosmisch bewuste meesters, die hun plannen al tot in dit verre stadium met het grootst denkbare succes hadden uitgevoerd, bestonden er geen onoverkomelijke hindernissen.
Zij waren in staat elk menselijk gevoelsleven te overheersen, zij konden stoffelijke en geestelijke wonderen verrichten.
De staatslieden worden door hen geïnspireerd, ze kunnen zelf niet meer denken, hun gevoels- en gedachtenleven staat onder een hogere macht.
Onder deze inspiratie wordt het Verdrag van Versailles opgemaakt en verpletterend is de boodschap, waarmee de Duitse staatslieden huiswaarts keren.
IJzig streng, ja, wreed zijn de protocollen van Versailles en desondanks zijn ze ruimtelijk diep en bezitten ze kosmische betekenis!
Waarom legden de meesters Duitsland dit verschrikkelijke verdrag op?
Dit is het enige antwoord: om dit land ertoe te brengen spoedig een nieuwe oorlog te ontketenen!
De meesters berechtten Duitsland, niet om dit volk voor eeuwen te breken en uit te schakelen, maar om het daarentegen nog groter en sterker te maken.
Zij zagen een vast doel voor zich en niets kon hen tegenhouden.
Duitsland behoort tot de heidense volken.
Het wil groot en machtig zijn en andere volken overheersen, het wil de Aarde bezitten.
Kunnen de meesters dat toestaan, moeten ze goedvinden, dat een heidens volk goedwillende naties neerslaat en smoort?
Deze mentaliteit moet uitgebannen worden, of er zal nimmer vrede op Aarde zijn.
Door het Duitse volk te knechten, willen de meesters het een prikkel geven, die het tot opstand zal brengen.
Duitsland zal vergelding zoeken en opnieuw naar de wapens grijpen.
Maar dan zal het de gehele mensheid tegenover zich vinden en zich met z’n luttele bondgenoten eens en voorgoed voor de macht van Israël moeten buigen.
Dan zal niets de vreedzame opbouw van het Koninkrijk Gods in de weg staan!
Toen de meesters de protocollen deden opstellen zagen zij ver vooruit.
Zij wisten, dat dit ogenblik beslissend was voor de toekomst en een nieuwe oorlog tot gevolg zou hebben, vreselijker en afschuwelijker dan ’14 - ’18 was.
Door dit verdrag zou eens de Aarde dreunen, zouden de steden en dorpen worden verwoest, mannen en vrouwen en kinderen omkomen.
Mijn God, waarheen voert Gij Uw leven?
Heeft Christus ook met deze daad te maken?
Ontvingen de meesters ook deze gegevens uit het Al?
Ja!!!
Toen de protocollen van Versailles werden opgemaakt, keken de meesters tot in het Goddelijke Al en wisten dat het zo goed was.
Heel de „Ruimte” stond op die gebeurtenis ingesteld, welke toch voor de staatslieden een eigen belevenis was en voor hen niet anders kón zijn.
Maar wat weet de aardse mensheid van Gene Zijde, van God en van Christus af?
Het uur van de ondertekening beslist echter over miljoenen jaren!
Dit uur krijgt betekenis voor Golgotha, voor God en Christus.
Dit uur heeft betekenis voor al het stoffelijke, geestelijke en kosmische leven, ja, voor het Al, waarin zij zijn, die eens op Aarde waren.
Zij zien naar de Aarde en naar het gebeuren, bij welks voltrekking alle hemelen geopend zijn en er verbinding is met alle astrale en stoffelijke levensgraden in het Heelal.
Het straft Duitsland met het oogmerk, dat dit opnieuw de kop zal opsteken om dan, na al zijn krachten te hebben verbruikt, voorgoed het onderspit te delven, waarna het geschikt is om tot Israël te worden opgetrokken.
Dit uur zal eens ontwaking brengen, de volken wakker schudden en hen wijzen op Christus’ „leven”, het zal geestelijke eenheid en geestelijk bewustzijn scheppen!
Het zal niet nodig zijn erop te wijzen, dat de zware bepalingen nimmer zouden zijn uitgevaardigd, als Duitsland een andere, hogere mentaliteit had vertegenwoordigd.
Het zou dan geen bedreiging hebben gevormd voor de vrede van de volken en het opbouwende werk van de meesters.
Duitsland zelf, Duitsland alleen deed de protocollen zo uitvallen!
Door het Verdrag van Versailles lijdt het grote krijgszuchtige volk honger en gebrek.
Het is innerlijk verscheurd en bloedt uit vele wonden.
Het moet aanvaarden, dat andere volken in het eigen huis regeren.
Het land wordt leeggehaald en verarmt steeds meer.
De opgelegde schulden kunnen niet ingelost worden, hoe men zich ook afbeult, Engeland en Amerika tonen zich genadeloos, ze weten, dat Duitsland niet te vertrouwen is.
Het moet met alle kracht eronder gehouden worden, men is de voortdurende oorlogen moe!
Duitsland gaat door deze houding zijn ondergang tegemoet, het raakt uitgeput en zal verbloeden.
Hebben de meesters verkeerd gedaan?
Zal de aderlating, die ze dit volk hebben doen ondergaan, het doen sterven in plaats van het te prikkelen tot een nieuwe krachtsinspanning?
De meesters hebben goed gezien!
De tijd zal dit bewijzen.
Verschrikkelijk is het lijden van het Duitse volk, het krijgt echter de hulp van Gene Zijde.
Meer dan enig ander volk wordt het door de meesters bijgestaan.
Voel nu de enorme, geestelijke betekenis eens van hun handelwijze.
Eerst breken zij dit volk tot de grond toe af, want dan pas, weten zij, is het geschikt om het op te bouwen en gereed te maken voor het Huis Israël.
De haat, die het Duitse volk tegen zijn overwinnaars koestert, is vreselijk.
Ze is in eeuwen niet zo fel geweest en is voordierlijk te noemen.
Deze haat, de algemene nood, de smaad, die het verteert, dit alles zal het Duitse volk straks tot een geduchte eenheid samenbinden.
Het wachten is op de man, die het volk bezielen zal.
En deze man is reeds werkzaam onder de leiding van de meesters, die zich van hem en zijn afstemming bedienen om tot hun doel te geraken.
Er gaat iets groots gebeuren, wereldschokkende gebeurtenissen zijn op komst.
Duitslands haat groeit.
Het zelfbewuste volk kan de vernedering niet langer dulden.
„Vervloekt zij Versailles.
Weg met de protocollen, weg, wég met alles, wat Duitslands verheffing zou willen tegengaan.
Weg met geschillen, die alleen maar verdeeldheid scheppen, weg met zwakheid en kleinzieligheid.
Daar moet hardheid komen en de wil en de durf om Duitsland, het grote, heilige Duitsland, uit z’n verval op te heffen en de schande, het als overwonnene aangedaan, uit te wissen.
Er moet eenheid komen onder het volk van Duitse stam, want dan zal het in staat zijn het zwaardrukkende juk af te werpen en een nieuwe, grote rol in het wereldgebeuren voor zich op te eisen.”
Zo spreekt de man, die Duitsland wil wakker schudden en het sterk en machtig maken.
De wereld hoort van hem, maar gaat niet op zijn woorden in.
Zij heeft geen begrip van hetgeen daar in Duitsland bezig is te groeien.
Zij ziet geen gevaar en slaapt haar rustige slaap.
Duitsland is overwonnen, het zal nimmer in staat zijn oorlog te voeren.
Zo denkt de mens en het toont overduidelijk aan hoe groot en diep zijn bewustzijn is ...
Maar, godzijdank, zijn daar de meesters, zij waken en leiden de volken met vaste, bewuste hand.
De man, die het Duitse volk groot en sterk wil maken, wint aan volgelingen.
Hij is fel als de bliksem, in hem dondert het en komen sterren en planeten in botsing.
Hij is kosmisch geladen en wordt bezield.
Wie bezielt hem?
God?
De Voorzienigheid?
Voor het Duitse volk, dat hem als zijn leider erkent, staat vast, dat God het is, die hem als Zijn werktuig gebruikt.
Het voelt zich heel wel met deze wetenschap.
Het „Sieg-Heil” klinkt enthousiast uit miljoenen kelen, handen worden bij wijze van groet gestrekt, Duitsland is bezig op te staan.
Niets houdt dit meer tegen!
Het Duitse volk krijgt de wapenrok terug, het oefent reeds, commando’s weerklinken en uit volle borst wordt het „Deutschland, Deutschland über alles” gezongen.
En nu pas schrikt Israël wakker.
Er gaat een rillen en beven door het kind van Israël, als het het gevaar beseft.
Hoe kon het gebeuren, dat Israël zo lang sliep, waardoor de oorlog het onvoorbereid vindt?
Terwijl Hitler bejubeld werd, het volk in extase verkeerde, kanonnen de voorraadschuren vulden, sliep Israël.
Het Duitse laarzengestamp was in Engeland te horen en nog geloofde het niet in oorlog.
Hoe kon het gebeuren, dat Israël zo lang sliep, zodat Duitsland het ver vooruit komt?
Waarom waarschuwden de meesters het niet tijdig?
Ook dit heeft betekenis.
Er moest uit blijken, dat Israël geen oorlog wilde!
Israël sliep, maar juist zólang als de meesters het wilden.
Nu werpen de volken van Israël zich met koortsachtige ijver op de bewapening.
Zij zijn echter ver achter bij Duitsland, dat een enorme macht heeft opgebouwd.
Zal Israël de verloren tijd kunnen inhalen?
Het is wanhopig, maar tracht de eigen zwakte te verbergen.
De wereld staat voor haar laatste oorlog.
Duizenden jaren terug hebben de profeten hem al voorspeld.
De volken zijn meer of minder gereed ervoor.
De meesters zijn op Aarde!
De vreselijke slag kan ontbranden.