De astrale mensheid

Om u de geestelijke afstemming van de mensheid te verklaren en haar vast te stellen, dient u de wetten van ons leven te kennen.
Alleen aan deze zijde zijn die wetten waar te nemen.
Want hier is een sfeer als de mens, die erin leeft, en zij is tegelijk de geestelijke afstemming na de aardse dood.
Ik vertelde u, hoe de astrale werelden zijn ontstaan.
Als die eerste mensen, die hun aardse kringloop hadden volbracht, niet hoger waren gekomen, zouden er geen hellen of hemelen in ons leven hebben bestaan.
U moet dan eveneens aanvaarden, dat ook uw maatschappij nog niet zou hebben bestaan, want hiervoor zou de mensheid dan nog moeten ontwaken.
Doch de hellen en hemelen zijn ontstaan en ook uw maatschappij is er.
U leeft niet in een prehistorisch tijdperk, want Moeder Aarde en al haar kinderen hebben een geestelijke en stoffelijke evolutie ondergaan.
De eerste mensen, die hun stoffelijk leven hadden volbracht, gingen aan onze zijde verder.
Thans leven die mensen in het Al en zijn Goden!
Al dat leven is reeds tot God teruggekeerd.
Ook u bent bezig om tot God terug te keren, maar thans leeft u nog op Aarde, de eerste mensen en wij aan deze zijde zijn verder, doch ook gij zult onze weg bewandelen en dan als wij alles van uw eigen leven inzetten en goedmaken wat misdaan werd.
Ons werd géén gedachte geschonken, deze wetten zijn ook voor u!
Ik vertelde u, dat de eerste astrale mensen de wetten van de Aarde aan deze zijde opnieuw beleefden.
Zij keerden naar de Aarde terug, want dit aardse contact lag in hun bereik.
Doordat zij het leven op Aarde lief kregen en dienden verdichtte zich een andere wereld en veranderde hun eigen toestand.
De ziel als de persoonlijkheid ging ontwaken.
Er kwam evolutie en wel een ten goede.
Zij vertegenwoordigden het zieleleven en een eigen wereld voor het astrale leven, dat zij eerst nu leerden kennen.
In de sfeer der Aarde zagen zij eerst nu de geestelijke en stoffelijke wetten en maakten ze zich eigen.
De zielen begrepen toen, dat er geen dood was!
Zij zagen tevens, dat zij, indien zij dat wilden, hoger konden gaan.
En daaraan begonnen zij te werken, zij beleefden nu de stoffelijke en geestelijke opbouw.
Die miljoenen zielen bleven in de sfeer der Aarde voortgaan, want daardoor leerden zij de wetten van God kennen.
Zij gingen nu eerst voelen, dat er een hogere macht bestond, Die al dat leven bestuurde, zij zagen, dat zij tussen leven en dood leefden en begrepen nu hun eigen denken en voelen in vergelijking met dat van de stoffelijke mens van de Aarde.
Het leven aan deze zijde bood hun alles, want zij konden gaan waarheen zij wilden.
Ik vertelde u, dat, wanneer zij voor het aardse wezen zorgden en zij het goede volgden, niet alleen hun karaktereigenschappen en vanzelfsprekend de persoonlijkheid veranderden, maar ook hun omgeving.
Die persoonlijkheid ging in een andere wereld voelen en ging daarin over, en al waren dat nog hellen, zij beleefden toch de Goddelijke wonderen.
Het gaf hun de bezieling om verder te gaan.
Zij wilden steeds hoger klimmen in de geestelijke ontwikkeling en beleefden toen de ene evolutie na de andere.
Zij zagen, dat er woningen tot stand kwamen en dat zijzelf ze hadden opgetrokken.
Die wereld en die woningen behoorden hun toe en ze waren daardoor heer en meester in eigen rijk.
U begrijpt zeker, dat zich toen de sferen en de hellen gingen verdichten en zij begrepen, dat dit door henzelf geschiedde.
Zij beseften, dat zij tot het eeuwigdurende leven behoorden, en verwelkomden reeds hun eigen familieleden, die zoals zij op Aarde waren gestorven.
Zij vatten liefde op voor al die mensen en voor de Oppermacht, waarvan zij deel waren.
Tevens begrepen zij, dat er nog veel was, dat zij moesten leren.
Deze mensen zagen toen reeds hun eigen levensgraad voor de astrale wereld en voor de Aarde.
Zoals zij zich voelden en hun bewustzijn was, was ook de wereld waarin zij leefden.
Zij gingen nu de karaktereigenschappen begrijpen van de mens, die tot hun eigen soort behoorde.
Iedere seconde betekende voor hen nieuw leven en ondervinding, een ander ontwaken, zij gaf hun daarenboven meer intuïtie en wilskracht, omdat zij bewust aan de geestelijke opbouw waren begonnen.
Ik zei u ook nog, dat er miljoenen zielen van hen op Aarde werkten en weer andere in de duistere sferen bleven om het leven daarin te helpen en ook dit, zoals zij het hadden beleefd, tot het geestelijk ontwaken te brengen.
En in die eeuwen veranderde hun leven steeds meer, de sferen werden ruimer en lichter en zo zagen zij de sferen van licht ontstaan.
Graad na graad zagen zij tot stand komen.
Dat werden de zeven hellen en de zeven hemelen, die ook wij hebben leren kennen.
Het is in één van deze hellen of hemelen, waarin ook u binnentreedt, wanneer u de kringloop der Aarde hebt volbracht.
Het leven op Aarde ging verder en veranderde gelijk Gene Zijde veranderde.
Vele uitvindingen kwamen door de astrale wezens op Aarde tot stand, want zij inspireerden het stoffelijke wezen ertoe.
Maar de astrale mens zag, dat ook het aardse wezen aan de duistere hellen bouwde, deze verdichtten zich schrikbarend, wat zij niet konden voorkomen.
Die het goede zochten en beleefden, bouwden met hen aan de sferen van licht, zij begrepen eruit, dat het leven in de ruimte die wetten in eigen handen kreeg.
De hellen kregen de eigen uitstraling, er ontstonden holen en krotten als woningen en prachtige paleizen door hen, die in die hellen hun bestaan hadden moeten aanvaarden.
De hogere astrale wezens gingen in hun eigen leven zien en voelden aan, dat al die mensen zich voor het hogere bestaan afsloten.
Al die gebouwen zouden eens weer moeten worden afgebroken, als het menselijke wezen ertoe overging te bouwen aan de sferen van licht.
Maar in die hellen kwamen steeds meer woningen en dat opbouwen van de hellen ging miljoenen jaren door.
Wij kunnen hierdoor vaststellen, dat de éne ziel reeds verder was dan de andere.
Iedere hel vertegenwoordigt een levensgraad en deze is tevens de geestelijke afstemming en de uitstraling van een sfeer.
En die sfeer is weer zoals het innerlijke leven zich voelt en de persoonlijkheid is.
Hieraan herkende men het wezen uit die wereld.
En u op Aarde behoeft hieraan niet te twijfelen, want stof en geest waren en zijn volkomen één.
De laagste of diepste hel in de astrale wereld is de gemeenste.
Het leven, dat daarin leeft, bezit eigenlijk geen leven meer.
Het zieleleven in deze hel ligt er neer en is onbewust van al het andere leven van God, doordat dit menselijke wezen al de bestaande wetten overschreden heeft.
Die mensen hebben afstemming op de voordierlijke levensgraad.
– Zo u hierover meer wilt weten, leest u dan: „Een Blik in het Hiernamaals” (voetnoot in eerste druk: „Een Blik in het Hiernamaals”, een trilogie, door Jozef Rulof eveneens van Gene Zijde ontvangen) en alles wordt u duidelijk.
Ik vertel er thans alleen dat van, wat nodig is voor dit werk.
De astrale mens met de miljoenen anderen, die met hem deze wereld vertegenwoordigen, hebben zich uitgeleefd.
Er is geen kwaad te bedenken, of zij hebben het bedreven.
Zij martelden het leven van God en vernietigden het en deden dit bewust!
Dit zijn de hyena’s der mensheid, ze leven hier tezamen en zijn voor hogere werelden afgesloten.
Dit is hun eigen wereld, hun sfeer en hun geestelijke afstemming.
Alléén God kan hen uit deze toestand, uit dit onmenselijke bestaan, dat rottend slecht is en stinkend als hun levensaura, verlossen, want een geest van het licht, noch hun vader of moeder zijn hiertoe in staat.
Zij overvielen op Aarde duizenden mensen, hebben deze levens gemarteld en gepijnigd tot de dood intrad, maar ontvingen na hun aardse leven deze wereld, deze stinkende poel van ellende, waarin ze thuis horen, doordat ze er zich op afstemden.
Zij brachten leed en smart, hel en duivel over de massa, maar schiepen zich er een duisternis door, een hol in deze wereld, zoals gij wellicht op Aarde niet kent.
Hierin zouden zij hun eigen leven beleven!
Eraan ontkomen was niet mogelijk, hun sfeer hield hen gevangen!
Mensen met deze vreselijke afstemming leven ook nu op Aarde.
Ze betekenen voor duizenden mensen een verschrikking, het ongeluk!
Deze oorlog bracht ze bij massa’s in uw midden, gij hebt hen dus leren kennen.
Velen van u hebben hun martelingen moeten ondergaan en bezweken erdoor.
Deze onderste hel zal ook hen aantrekken, zij, die dachten zich aan het leven van God te kunnen vergrijpen.
Maar in ons leven zien zij zich voor deze wetten geplaatst, op Aarde echter kennen zij ze niet en leven maar raak.
In de vale hellen leeft de eigen soort bijeen, op Aarde is dat niet mogelijk, bij u leven al deze soorten van mensen door elkander over de Aarde verspreid, uw maatschappij vormde zich zo.
Na hun aardse leven overheersen hen evenwel de goddelijke wetten, God weet waar zij zich in de laagste hellen zullen bevinden.
En deze geestelijke afsluiting heeft die mens zelf gewild.
Hij sloot zich tevens voor het hogere leven en bewustzijn af.
Alleen door wilskracht en door het dienen van Gods leven zijn andere en hogere werelden voor hen te bereiken.
Het zieleleven in de diepste hellen begint daar echter nog niet aan en zal daarom naar de Aarde terugkeren om daar goed te maken, wat het in vele levens heeft vernietigd.
Het ligt aan ons zelf welk leven wij willen volgen, welke wetten wij ons willen eigen maken.
Zoeken wij in het leven op Aarde het kwaad, dan moeten wij na het stoffelijk einde de hellen aanvaarden.
De mens zelf schept zich dus een eigen hel of hemel, en deze is de geestelijke afstemming na de dood!
De mensen, die een hel in zich dragen, kunt u op Aarde toch herkennen.
Zij brengen heel veel leed over anderen, zij kunnen op Aarde over duizenden levens beslissen, hun taak en het stoffelijk bezit op Aarde geeft hun deze mogelijkheid.
Ze hebben zich die maatschappelijke toestand eigen gemaakt.
Als deze mensen nu maar een ander leven hadden beleefd, zouden ze een hogere wereld zijn binnengetreden en behoorden ze wellicht tot de sferen van licht.
Door het kwaad gaan zij evenwel ten onder.
Al uw sadisten, die thans denken, het mensdom te mogen martelen en te vernietigen, zullen na hun dood hier binnentreden en maken dan deel uit van deze hellewereld.
Het kwaad van die wereld zuigt dan hén leeg, zo zullen zij ontvangen, wat zij op Aarde anderen aandeden.
Dat zijn de wetten van ons leven en die wetten roepen hun hier het geestelijk halt toe.
God wil, dat wij Zijn Leven liefhebben, maar hoe beleefden zij hun levens?
Iedere verkeerde gedachte zelfs moeten wij goedmaken.
Maar deze onmenselijke wezens gaan over lijken!
Elke seconde komen dergelijke demonen van de Aarde hier aan en behoren nu tot deze wereld.
Op Aarde kunt u hen herkennen, zei ik u zo-even, zij moorden, roven en scheppen er genoegen in u levend te zien verbranden, zij genieten van uw ophanging, zij vergiftigen uw levensdronk en zijn de verkrachters van uw levensbestaan.
Zij brengen littekens aan door hun eindje sigaret, dat ze op uw naakte lichaam uitdoven, zij slaan wonden en vertrappen harten, zij zuigen uw kind leeg en gooien het als een wrak van zich af, duivels, satanisch zijn hun handelingen geweest tijdens de uren, die de mensheid thans heeft moeten beleven.
Zij vergrepen zich aan kinderen en aan ouden van dagen, zij hebben voor niets en voor niemand ontzag, deze sadisten van de twintigste eeuw, die aan deze zijde de laagste hellen zullen bevolken.
Ik behoef u niet te vertellen, hoe zij zich in deze oorlogsjaren hebben gedragen, het is u bekend.
Mij gaat het erom, u aan te tonen welke afstemming deze zielen voor ons leven vertegenwoordigen en dan leert u al deze levensgraden en astrale werelden kennen.
Duivels is hier de stank van hun rottend leven, slecht en afgrijselijk is zijn gestalte, maar dit heeft God niet gewild, dat hebben deze mensen zichzelf aangedaan!
In deze laagste hel leeft de heerser van het kwaad, deze mentaliteit bevindt zich in de eigen levensafstemming.
De diepste duisternis aan deze zijde wacht hen op en niemand of niets kan daar iets aan veranderen.
Gaan wij thans hoger, dan treden wij meteen een andere wereld, een andere hel binnen.
De mens, die hierin leeft, is reeds veranderd, aan de atmosfeer, het geestelijke licht en de eigen uitstraling is dat te zien.
In de sfeer hieronder, waarover ik sprak, ligt het zieleleven neer als uw kwal aan het strand, hier boven kruipt het leven als een pad over de grond en wil weg uit deze omgeving.
Maar dat kan niet, de sfeer houdt het zieleleven gevangen.
Toch moet hierin eens verandering komen.
Hoe, dat vertellen u de drie boeken waarover ik sprak. (De drie delen van het boek: „Een Blik in het Hiernamaals”.)
Want voor God moet ook dit leven verder en tot Hem terugkeren.
In deze hogere sfeer is er reeds ontwaking gekomen.
De mensen hier zoeken naar de hogere bewustwording, naar de samenleving, naar het licht dat zij door hun vreselijke leven hebben verloren.
Ook deze mensen zijn diep gezonken, toch schenkt God ook hun een nieuw organisme, door het stoffelijke leven komt die ontwikkeling tot stand.
Maar deze mensen hadden op Aarde niet zoveel als zij in de hel beneden bezaten of zij zouden door diezelfde wereld aangetrokken zijn.
Toch leefde ook deze hel zich volkomen uit.
Deze zielen als stoffelijke mensen leven onder uw midden, gaan goed gekleed, hebben een pracht van een maatschappelijke baan, maar vertegenwoordigen voor onze wereld deze hel.
Zij klimmen over uw rug op in de maatschappij en kunnen over duizenden beslissen, wat echter toch hun eigen ondergang zal zijn, indien ze de wetten van God erdoor verwaarlozen.
Deze mensen leven voor de ondergang, ze brachten verdierlijking, wat Christus hun toch niet heeft geleerd.
Dit zijn nu reeds twee hellen, twee werelden, twee soorten van mensen voor onze en uw wereld.
Hier zijn die werelden afgesloten voor elkaar, op Aarde leven deze mensen bijeen en onder uw midden en vertegenwoordigen met u de maatschappij.
Om deze mensen op Aarde in hun eigen bestaan en buiten de maatschappij om te herkennen, dat is niet eenvoudig.
Vele eeuwen lang heeft zich dit wezen voor de massa kunnen verbergen.
Dat is thans echter niet meer mogelijk, de Eeuw van Christus eist van u en van hen kleur te bekennen.
En vooral in deze oorlog kunt u dat wonder op Aarde volgen, nu ziet u wie de duisternis volgt en wie daarentegen de sferen van licht en het goede wil beleven.
Dit heeft het mensdom op Aarde nog nimmer gekend, die mogelijkheid was er niet.
De Eeuw van Christus eist het van al het leven van God.
Ik kom hier straks nog op terug.
Hierboven ligt nog een vreselijke hel, het zieleleven dat daarin leeft, ligt er gevangen in holen en krotten.
Uit spleten steken hun vangarmen om te grijpen wat er te grijpen valt.
Ook zij zijn niet te helpen.
Miljoenen mensen leven er hier, ze zijn slechts wat meer bewust dan de levensgraden hieronder.
In de laagste hel is de menselijke uitstraling diep zwart, iets hoger is het zwart doorschoten van flitsend groen en naarmate wij hoger gaan, zien wij die atmosfeer veranderen.
In het land van haat, de vijfde hel, schijnt ons het valse rood-bruine licht van de hater tegemoet.
Maar u ziet het, er is toch licht gekomen in deze duisternis, wat in al die miljoenen eeuwen tot stand kwam.
Voor ons leven zijn de hellen dus bestaande werelden, voor de Aarde is het uw maatschappij, de wereld van thans.
Dit alles moet u een klein beeld geven, hoe de astrale wereld toch één is gebleven met de Aarde, uw eigen leven daar.
Hierdoor kunt u aanvaarden, dat elk mens zich in het astrale leven een eigen wereld schept.
De persoonlijkheid stemt zich zelf af op één van deze sferen, hellen of hemelen.
Ook in het land van haat leven miljoenen zielen bijeen en zij behoren tot het bewuste kwaad.
Deze mensen zijn bewust, zij weten dus waar zij leven en ze weten óók, dat hun graad van leven, dat duisternis betekent, ook al kunt u er hier ontmoeten, die niet eens weten, dat zij op Aarde gestorven zijn.
Deze zullen echter spoedig ontwaken, de anderen helpen hen wel om nog dieper te vallen, dan zij het reeds deden.
Deze mensen kunnen hun sfeer verlaten, zij kunnen naar de Aarde gaan en zich daar uitleven, en beleven wat zij willen, want alle levensgraden en geestelijke afstemmingen bevinden zich op Aarde.
Zij klampen zich dan ook aan die levens vast, zuigen die organismen leeg en gaan verder om de vreselijke verlangens in hen te bevredigen.
Wat zij er willen beleven behoort de onderwereld toe, zij volgen de hartstochten.
Zij hebben meer bewustzijn dan zij, die de lagere hellen bevolken, omdat zij zoveel kwaad niet konden beleven.
Macht op Aarde is dus voor onze wereld voor deze levensgraden het verlies van de eigen geestelijke persoonlijkheid!
Al deze mensen denken nog niet aan een hoger leven, al zijn er onder hen, die dit wel doen en die zich van de eigen levensgraad los willen maken.
En ook dat kunt u op Aarde volgen.
Waar mensen leven op Aarde, zijn er die zich uitleven en de duisternis volgen, naast anderen, die streven naar de hogere bewustwording en dus een geestelijk bestaan leven.
Weer anderen spreken over een God van liefde, deze mensen willen dienen en zetten alles in voor de mensheid en volgen Christus.
Dacht u, geachte lezer, dat deze mensen in één van deze hellen leefden?
Dat de gelovige mens, de waarlijk goede ziel, deel uitmaakt van deze vreselijke werelden?
Dat is niet mogelijk, dat is een geheel ander soort mens dan deze demonen.
Het spreekt dan ook vanzelf, dat wij nog hoger moeten gaan, willen wij de geestelijke afstemming van de menselijkheid vaststellen.
Want in deze hellen leeft het echte kwaad bijeen, het verdierlijkte mensenkind.
In het land van haat leven moordenaars en dieven en noemt u maar op, mensen dus, die het kwade beleven, die niets en niemand ontzien, christenen bevinden zich hier niet!
Natuurlijk kunnen ook christenen een dierlijk leven beleven, ik bedoel hier dus alléén het zieleleven, dat waardig is deze naam te dragen.
In deze hellen leven ook katholieken, protestanten en andere dogmatisten van de Aarde, zielen, die zich op Aarde hebben uitgeleefd.
Alle soorten leven hier bijeen, alle rangen en levensgraden van uw maatschappij, hoog en laag, rijk en arm, geleerd en ongeletterd tezamen in één wereld, in het land van haat, hartstocht en geweld.
Zij, die hier in het land van haat leven, of zij, die op Aarde die afstemming bezitten, zouden nimmer Hitlers taak hebben kunnen beleven, omdat zij de afstemming daarvoor niet bezitten.
Deze mensen zijn dus verder, ze zijn niet zó laag gezonken, kennen deze macht ook niet.
Dat is voor onze wereld hun redding, of zij traden de diepste hel binnen.
Die zielen kunnen thans niet zoveel kwaad doen, zij leven boven de sfeer, de hel van Hitler en diens eigen soort.
Macht is dus afdalen, indien men op Aarde de vernietiging volgt en haar het leven van God oplegt.
Boven het land van haat leeft een andere sfeer, het is een hogere wereld voor de ziel, al leeft ook daar nog het onbewuste kind van God.
Niettegenstaande al de tegenwerking op Aarde en aan deze zijde, is het leven van God dus toch hoger gekomen, want andere sferen wachten ons.
Wij kennen nu reeds miljoenen zielen, soorten van mensen, die ook op Aarde leven en de persoonlijkheid van de mensheid vertegenwoordigen.
Is er dan niets goeds aan dit karakter, kunt gij thans vragen?
Leven er op Aarde alléén demonen?
Dat kan niet!
Wij moeten dus verder!
Maar verwondert het u nog, dat er in het verleden steeds weer nieuwe oorlogen kwamen om het aardse leven te vernietigen?
Wat kunt u anders van een demon verwachten?
Eeuwen terug leefden miljoenen zielen in deze duistere afstemming en het hoogste bewustzijn, het christen-kind moest nog ontwaken.
Dit ontwaken hebben deze zielen zich eigen gemaakt, waardoor het aspect van de Aarde veranderde.
Dit hebben wij in ons leven leren kennen en moeten aanvaarden en zo werd ons het aardse leven en het huidige probleem duidelijk.
Er leven miljoenen mensen onder u, thans hele volken reeds, die het goede zoeken en willen vertegenwoordigen.
Als er alleen maar roofmoordenaars op Aarde leefden, ik verzeker u, won Hitler deze oorlog, maar omdat er zoveel goedwillenden zijn, moet hij deze oorlog verliezen.
En dit is uw eigen verkregen geestelijk bezit voor de Aarde, dit is de persoonlijkheid van de mensheid!
In de eeuwen, die voorbijgingen, kwamen er dus telkens weer oorlogen, doordat het hogere bewustzijn nog in de mens moest ontwaken.
Dat hogere bewustzijn moest gaan overheersen om het kwade te overwinnen, wat eerst nu mogelijk is geworden.
Scherp gescheiden staan de goeden en de gewelddadigen tegen over elkaar, de eersten willen de rust en de vrede op Aarde, de laatsten ellende, overheersing, vernietiging van al het goede.
Miljoenen jaren heeft het geduurd, voordat u de laatste worsteling tussen goed en kwaad zou kunnen beleven, de strijd van laag tegen hoog, van de onbewuste tegen de bewuste mens.
Doordat de Eeuw van Christus een aanvang neemt, kunt u op Aarde geestelijke wonderen beleven.
En toch valt dit de massa niet op.
Is het niet wonderbaarlijk, dat men in uw eigen eeuw kleur moest bekennen?
Iedere ziel toont u nu de eigen verkregen levensafstemming voor ons leven.
Hiervan vertelt u de Bijbel.
Dat is reeds eeuwen geleden voorspeld.
U leeft nu in de wonderbaarlijke tijd, waarvan de profeten hebben gesproken.
Duizenden eeuwen lang heeft men zich op Aarde kunnen vermommen, thans is dat voorbij!
Dit is de Eeuw van Christus!
En de Eeuw van Christus eist van u de volle eerbied voor al het leven van God.
Herkent u thans op Aarde de laagste soorten?
Als u ziet, hoe hun handelingen zijn, kunt gij een kosmische analyse trekken, want deze persoonlijkheid ontleedt dan zichzelf voor u.
Hij staat naakt voor u, ook al heeft hij zich vol behangen met ridderkruisen.
Voor u hebben die moordprijzen geen betekenis meer, het is de medaille van de duivel.
Er kleeft bloed aan van uw vader, moeder, zuster, broeder en uw kind, van uw vrienden!
Zegt u dit niets?
Ons zegt het, dat zij hun eigen hel scheppen!
Wij zullen nu het land van haat verlaten en verdergaan met de astrale mensheid te volgen en het bewustzijn ervan vast te stellen.
Buiten dit land van haat gekomen, zien wij dadelijk dat het lichter wordt.
Er is geen angst meer, die uw leven overweldigt, u kunt nu ruimer ademhalen.
De spanning van het land van haat ligt achter u en er is meer bewustwording in uw leven gekomen.
U moet het kunnen voelen, ook op Aarde kunt u dat van het aardse bewustzijn aflezen.
U treft nu reeds een andere persoonlijkheid aan, deze wil niet moorden, deze mens wil opwaarts, wil geestelijk ontwaken en Christus volgen.
Dit leven heeft wroeging over alles wat beleefd is en wil thans een andere wereld opbouwen.
Deze sfeer grenst nog aan het land van haat, maar zij moeten verder.
Ook de mensheid heeft een hoger stadium bereikt.
De satanische invloed van het land van haat ligt achter ons, de afschuwelijke haat kan ons niet meer bereiken, zijn koude is nu niet meer te voelen.
Wij gaan ineens door naar het schemerland – de geestelijke afstemming van de mensheid.
Dit is nog een schemerige sfeer, maar zij grenst al aan de eerste hemel voor onze zijde.
Dicht in de omgeving van het „Koninkrijk Gods” ligt die wereld.
Hoe voelt zich het menselijke wezen op Aarde?
Aanstonds zal u dat duidelijk worden, wij krijgen al de tijd om die wetten te volgen en het is zeer zeker de moeite waard, want daardoor herkent gij uw eigen tijd en uw leven en dat van de massa en de mensheid.
De natuur gaat thans veranderen in een mistachtige toestand en deze geestelijke afstemming van de mensheid.
Voordat het zieleleven deze hoogte heeft bereikt, beleeft het een gevecht op leven en dood.
Maar het loskomen van het land van haat is niet zo eenvoudig.
Telkens weer zakt de persoonlijkheid terug.
Ook voor u op Aarde is dat eenzelfde strijd.
Hoe moeilijk is het niet om één verlangen te doden?
De strijd voor beide werelden is precies dezelfde, omdat de astrale persoonlijkheid juist als die van de Aarde het leven in eigen handen heeft.
Tot hier is de mensheid gekomen, dit is de geestelijke afstemming van de mensheid.
Zoveel heeft de mensheid zich eigen gemaakt in de eeuwen, die voorbijgingen.
Mozes is begonnen aan die bewustwording te werken.
Mozes beleefde in deze sfeer de wonderen van het Heelal.
Op deze plaats heeft een Engel met hem gesproken over al de aardse problemen, voordat Mozes dus op Aarde geboren zou worden.
En na zijn taak te hebben volbracht, voerde de Engel Mozes terug naar deze sfeer, waar Mozes bedroefd neerzat, doordat hij zijn eigen leven en zijn afstemming niet begreep.
Aan deze sfeer stelden wij de geestelijke afstemming van de Aarde vast.
De mensheid heeft deze lange weg moeten afleggen, zij werkte zich van de duisternis op naar het licht, ook al is dit licht dan nog niet de uitstraling van de eerste sfeer, want deze moet die massa, moeten de volken der Aarde zich nog eigen maken.
Hier in het schemerland is te zien, hoe het innerlijk leven van de mensheid op Aarde gestemd is.
Hier is te volgen, welke volken tot het kwade en welke tot het goede behoren.
Dit en duizend andere zaken, die het ontwaken van de mensheid betreffen, zijn in deze sfeer te volgen, zodat wij volkomen gereed waren, toen Hitler dacht Polen te moeten aanvallen en daarmee de rust en de vrede op Aarde verstoorde.
Wij konden van hieruit onze berekeningen maken en onfeilbaar vaststellen, wie nu winnen moest.
Hoort u het?
Winnen móest.
Dit waren de volken van Israël, die het goede, die de goede eigenschappen voor de Aarde vertegenwoordigen.
’14 - ’18 gaf de mensheid meer beheersing, de mensheid van voor ’14 - ’18 wikte en woog niet, die stortte zichzelf in de ellende.
Zonder er lang over te denken, werd een ander volk de oorlog verklaard.
In 1939 duurde dat langer.
Israël dacht aan alles, ook aan het land van haat, Israël wist, welke eigenschappen de mens, die het kwade zoekt, nog aankleefden.
’14- ’18 bracht de mensheid tussen het land van haat en dit schemerland, na ’14 - ’18 ging de mensheid even verder en trad de sfeer binnen, waarin wij thans zijn.
(Voetnoot in eerste druk: Als u meer van deze sfeer en de wetten van deze wereld wilt weten, lees dan het Boek „Zij, die terugkeerden uit de Dood”, eveneens door Jozef Rulof van Gene Zijde ontvangen.)
Nu was het wachten. Op wat?
De mens in het schemerland wacht ook af.
Maar dan komt het eigenlijke weten, het geestelijk instellen op het hogere leven, het willen dienen, het bereiken van de eerste hemel aan deze zijde.
Maar er is diepe overgave voor nodig om te kunnen wachten op het inzicht, hoe men zichzelf van deze sfeer kan verlossen.
Daarna volgt het verdienen van al die heiligheid, die de eerste sfeer is.
Eerst dan treedt de ziel de hogere bewustwording binnen.
Het leven in deze sfeer gaat ertoe over het andere leven van God lief te hebben en komt daardoor zelf verder.
En voor de aardse mensheid is dat precies hetzelfde.
Voor haar gelden dezelfde Goddelijke wetten, die ook de enkeling en de massa zich moeten eigen maken.
De enkeling in het schemerland daalt in de duistere sferen af om daar het leven van God te dienen, duizenden zielen bereiken hierdoor de eerste sfeer en het Koninkrijk Gods aan deze zijde.
Voor de Aarde is dat ontwaken het gevecht tegen het kwade, dat de massa alléén door oorlog beleven kan!
Voelt u dit?
En daarom wisten wij, dat Hitler moest aantreden en aan oorlog zou beginnen, want de mensheid moest het oorzaak en gevolg afdoen, de volken als eigenschappen van de mensheid moesten ontwaken en aan een hoger leven beginnen.
Het merendeel van deze volken zou zich echter naast Israël opstellen, omdat Israël de persoonlijkheid is van de mensheid.
Dat zijn de wetten voor uw en ons leven en deze hebben wij hier op Aarde te aanvaarden.
Duitsland is dus een eigenschap voor het land van haat, met Japan en Italië wil het de aardse persoonlijkheid overheersen.
Maar zij, die deze eigenschappen bezaten, kenden de aardse persoonlijkheid niet, anders zouden zij nimmer aan deze opstanding zijn begonnen, zij hadden dan geweten, dat zij zouden moeten verliezen!
Zij hadden dan begrepen, dat de mensheid niet meer te overheersen valt, want Christus staat vóór in de rij en voert Israël aan met alle Engelen aan deze zijde.
Mozes kreeg het allereerste woord voor het volk van Israël, andere volken sloten zich bij Mozes aan en zo ontstonden, uit het eigenlijke volk Mozes, de volken van Israël van thans, die de mensheid op Aarde vertegenwoordigen!
Kan het duidelijker?
Duitsland, Japan en Italië – Rusland heeft voor deze oorlog een geheel andere betekenis te beleven gekregen – hadden moeten weten, dat dit zieleleven niet terug te trekken is naar het land van haat, temeer, omdat de meesters het helpen overwinnen.
Duitsland, Japan en Italië vechten tegen God, tegen Gods Heilig Kind Jezus Christus en tegen alle Engelen aan deze zijde.
Deze strijd zullen zij verliezen, maar hierdoor weer als al de andere eigenschappen voor Israël ontwaken.
Eerst dan komt er rust en vrede op Aarde en in de mens het welbehagen, waarvoor Christus Zijn Eigen Leven gaf!
Hiervoor wordt thans op Aarde gevochten.
En dat is ook voor de enkeling in deze sfeer, zoals ik reeds opmerkte, het gevecht op leven en dood, het gevecht tegen het verkeerde, de strijd van het duister tegen het licht, van hel tegen hemel, van het bewuste tegen het onbewuste.
Is uw strijd anders?
Hij dient om te ontwaken, om die kwade eigenschappen te overwinnen.
Aan deze zijde beleeft het zieleleven dat en dit is het overgaan naar een hogere wereld.
Het spreekt dus vanzelf, dat in deze sfeer geen moordenaars meer kunnen leven.
En voelt u nu eens de volken van Israël aan.
Willen al die volken weer niet precies hetzelfde?
Willen die volken niet de rechtvaardigheid?
Dáárvoor vechten zij, zij vechten voor de liefde en de rechtvaardigheid, zij verlangen het duistere geweld te overwinnen.
Dat zijn de wetten voor uw en voor ons leven, Gene Zijde en de Aarde bewandelen één weg, beide willen het kwade in de mens onschadelijk maken.
Dat is uw oorlog, de strijd tegen Hitler en zijn soort!
De goede volken willen geen moord, geen doodslag meer, maar nu is Israël ertoe gedwongen.
Dit weet Hitler, ook al wil hij dat verbloemen, hij kan er voor ons leven niet aan ontkomen.
En al zal de gehele mensheid hem helpen dragen, omdat dit de strijd is van u allen, hij is het toch geweest, die de oorlog begeerde en zijn volk en zijn vrienden op Aarde wilde laten overheersen.
Maar God wil het anders!
En dat zal hij thans leren en moeten aanvaarden, want hij en zijn vreselijke helpers worden uitgeroeid!
Deze sfeer, als schemerland, is bevolkt door al het leven van de Aarde, dat reeds bezig is om God te zoeken.
Het is heel merkwaardig, wat u hier alzo voor mensen ontmoet.
Aanstonds, in een volgend hoofdstuk, zult u al dit leven leren kennen en dan kunnen wij meteen onze vergelijkingen maken omtrent de aardse en geestelijke afstemming voor de enkeling, de massa en de mensheid.
Hoe is de astrale mensheid?
Waar leven al de biljoenen zielen, die op Aarde hebben geleefd?
Die als u en wij van de Maan heengingen om aan hun kosmische weg te beginnen?
Waar zijn al die volken van God heengegaan?
De Maan is stervende, andere planeten eveneens.
Nog zijn de tweede kosmische levensgraad en Moeder Aarde bewoond.
Aan deze zijde ging al dat leven verder.
De hellen en de hemelen zijn bewoond.
Al die werelden zijn door de mens ontstaan.
Dit gaf God ons mensen in eigen handen.
Al het leven aan deze zijde vertegenwoordigt de Astrale Mensheid.
In hellen, in hemelen leeft de vonk Gods, alsook in de wereld van het onbewuste, maar dan om terug te keren naar de Aarde en het organisme daar tot bezieling te brengen.
Op de Maan waren wij allen cellen, nu zijn wij mensen, bewust en onbewust van de wetten van God.
In deze ontzaglijke ruimte leven al die vonken.
De ene vonk als mens is verder dan de andere.
De meesters aan deze zijde kennen de hellen en de hemelen en daardoor het aardse leven en zij zijn het, die hun zusters en broeders op Aarde zullen helpen.