De geestelijke alwetendheid

Toen de allereerste mensen de sferen van licht hadden opgebouwd, begrepen zij, dat er voor de mensheid op Aarde gewerkt moest worden.
Zij hadden het leven op Aarde en aan deze zijde leren kennen en door zichzelf in het stoffelijk organisme op te sluiten, beleefden zij ook de ziekten van de Aarde waardoor zij ruimtelijk bewustzijn kregen.
Zij volgden van de Maan af al de stoffelijke en geestelijke graden en keerden toen naar de eerste sfeer terug.
„Wat moeten wij voor al die mensen doen?” vroegen zij zich af, in het weten, dat het leven op Aarde een lijdensgeschiedenis was.
Zij zagen van deze wereld uit in al hun duizenden levens en begrepen nu eerst goed de ellende ervan.
Spoedig kwamen zij tot een besluit en gingen aan het werk.
Duizenden van hen keerden naar de Aarde terug om er te helpen.
Anderen werden er opnieuw geboren en werden van deze Zijde uit geïnspireerd en zo ontstonden de eerste vindingen.
Van deze Zijde uit zag men steeds scherper hoe de mensheid geholpen kon worden.
Uit hen kwamen de eerste doktoren-medicijnmannen voort, want zij kenden de ziekten van de Aarde, ook al wisten zij toen nog niet hoe die eigenlijk waren ontstaan.
Maar alras leerden zij ook het ontstaan van de ziekten kennen en toen ontstond de Tempel der Medici aan deze zijde!
Zij bleven de zieken van de Aarde volgen en maakten er een grondige studie van.
Zij ontnamen de zieken de levensaura en keerden ermee naar de sferen terug om die ziekten te onderzoeken.
Inmiddels ging het leven aan deze zijde verder, sfeer na sfeer werd opgebouwd en de hogere stoffelijke kosmische graden voor het menselijk leven kwamen tot stand.
In de eerste sfeer bleef men in verbinding met de hogere werelden, gezamenlijk zette men het enorme werk voort.
Waar mensen leefden, was evolutie gekomen, stoffelijke en geestelijke ontwaking!
In de eerste sfeer, vertelde ik u zo-even, werd de Tempel voor de Medici opgetrokken, nog is dit majestueuze gebouw waar te nemen, het heeft in al die duizenden eeuwen niets van de eigen uitstraling verloren, integendeel, dit gebouw is niet alleen stoffelijk, dus aards, maar bovendien geestelijk, kosmisch en goddelijk ontwaakt.
Het gebouw van de Medici heeft een eigen ontwikkeling beleefd.
Maar laat ik niet vooruitlopen.
Doordat de meesters zich tijdens hun aardse studie met het aardse wezen konden verbinden, leerden zij alles van de ziekte kennen.
Dag in dag uit volgden zij die mensen en onderzochten de levensaura.
De stoffelijke ziekte manifesteerde zich in deze fluïde, ze lag daaraan vast, en die aura konden zij de zieke ontnemen.
Zij volgden van deze zijde uit al de stoffelijke organen, leerden de eigen taak van elk lichaamsdeel kennen en begrepen de diepte ervan voor het organisme.
Onder hun werk en dienen zagen zij de goddelijke kracht van het zieleleven en hoe de stoffelijke organen door het innerlijk leven werden gevoed.
Zij begrepen en aanvaardden, dat men hiervan op Aarde niets wist, want dit bewustzijn moest zich de mensheid nog eigen maken.
Dit is liefst duizenden eeuwen geleden en nog kent men op Aarde deze werking niet, noch de machten en krachten van God, die toch door Hem aan de mensheid geschonken zijn.
Zij onderzochten het stoffelijk organisme en het zieleleven en leerden toen al die stelsels kennen.
Zij voelden, hoe het organisme werkte ten opzichte van het innerlijk leven en waardoor al die narigheden waren ontstaan.
Duizenden helpers van deze meesters ontnamen de zieken de levensaura en brachten die naar de sferen, naar de Tempel der Medici.
Toen de meesters daar dieper in de levensaura drongen, verloren zij zich echter in de ziekten van de Aarde en stonden ze voor nieuwe problemen.
Zij besloten toen om het allereerste verschijnsel ervan te onderzoeken.
Daarvoor keerden zij naar de Maan terug.
Maar de Maan kende geen ziekten, de Maan had deze ellende niet gekend, en zij beleefden, dat God niets schiep dat ziek zou worden of zwak zou zijn om het stoffelijk bestaan te kunnen beleven.
De Maan, zagen zij, bleef onbesmet.
Ook al was de Maan één rottingsproces, dan betekende dit nog niet, dat dit ziekten waren.
Die rottingsprocessen behoorden bij de stoffelijke evolutie en waren niets anders dan het afsterven van biljoenen stoffelijke cellen, waardoor weer ander leven ontstond.
De eindfase van dit wonder was het verdichten van de planeet, terwijl door het vrijgekomen slib de verdichte substantie aarde tot stand kwam.
De meesters konden dat volgen.
Zij kregen nu reeds het inzicht, dat rottingsprocessen en ziekten twee verschillende problemen waren.
Het éne was een natuurlijk proces en betekende reine evolutie, het andere daarentegen stoffelijke afbraak!
Het was de vernietiging van cellen en weefsels.
In het embryonale leven waren er geen ziekten.
Zij begrepen reeds, dat de mens zich dan zelf besmet moest hebben en in de volgende levensgraden voor het stoffelijk leven moesten ze dat dan ook aanvaarden.
En dat wilden de meesters weten, het was hun studie.
Zij konden gerust van de Maan afscheid nemen, in het allereerste stadium van het menselijk bestaan had God al Zijn Leven de natuurlijke zaligheid geschonken.
Dit reine bezit, begrepen de meesters, moest elders bezoedeld zijn.
Maar waar?
De meesters gingen naar de bijplaneten.
Maar op de tweede kosmische levensgraad, een planetenstelsel, dat het innerlijk leven als ziel van de Maan ontving, konden zij al evenmin ziekten vaststellen.
Ook hier was het stoffelijk en innerlijk leven in niets besmet, want het bewustzijn ervoor moest daar nog ontwaken.
Mens en dier begrepen dus niets van ziekten of van de verkeerde handeling, waardoor ziekten zouden kunnen ontstaan, dat was daar niet mogelijk.
Mens en dier beleefden de natuurlijke wetten en konden nog geen eigen weg volgen.
De meesters stonden voor grote problemen, maar Moeder Natuur, het leven zelf, wees hun de weg.
Zij zweefden naar de Aarde terug en volgden ook op deze planeet al de levensgraden voor het stoffelijk lichaam.
Toen zagen zij het ontstaan van de ziekten!
Het volwassen bewustzijn schiep ellende, omdat de mens zichzelf niet kende.
Op de Maan konden er geen ziekten bestaan, omdat het menselijk wezen daar geen volwassen bewustzijn bezat.
Op Aarde bezat de mens dat bewustzijn wel en toen ontstonden de ziekten.
De meesters zagen een geweldige studie voor zich.
Alles gingen ze nu na en kwamen zo tot ontleding.
Zij zelf, leerden ze, hadden aan het ontstaan geholpen, door hun wil om te beleven, te bevruchten.
Door met andere stoffelijke levensgraden het éénzijn te beleven, schiepen zij afbraak voor het organisme.
Hun graad splitste zich erdoor.
Die bewijzen ervoor kregen ze, toen zij hun eigen levens volgden.
Zij hadden zelf schuld aan al die ellende en moesten aanvaarden, dat zij niet de geestelijke, maar de stoffelijke afbraak hadden gediend.
Ze stonden nu voor hun eigen gedrag, voor hun levens, die in onbewustzijn waren volbracht, en zij begrepen!
De ziekte van de Aarde is een ziekte van de ziel, zij is terug te vinden in de persoonlijkheid.
Moeder Aarde, stelden de meesters vast, schiep zeven stoffelijke graden voor het organisme.
De meesters moesten vaststellen, dat de ene graad zich met de andere had verbonden, de vierde graad paarde met de tweede, de vijfde met de zesde en zevende graad, en brachten kinderen voort.
Ook die kinderen beleefden weer hetzelfde en dit verbrak een natuurlijk proces.
De wet voor de lichamelijke kracht werd door hen bezoedeld.
De meesters moesten tevens constateren, dat familie zich met familie had verbonden.
Deze stoffelijke afbraak werd tot een chaos.
Ze was niet meer tegen te houden.
Al dit leven vroeg zich niet af met welke graad het zich ging éénmaken, het ging eenvoudig tot bevruchten over en daaruit werden kinderen geboren.
De verzwakking van het organisme trad naar voren en door deze verzwakking van het organisme, zo stelden de meesters vast, waren de ziekten ontstaan.
Door de verbintenis van hogere met lagere lichamelijke graden werden de levenskrachten ondermijnd.
Het lichaam, dat tegen alles bestand moest zijn, verloor z’n natuurlijke levensafstemming, z’n door God geschonken weerstand.
Het organisme was niet meer bestand tegen de natuurwetten, er volgde inzinking na inzinking en lichamelijk leed en smart voor al deze mensen.
De eerste ziekte schiep weer andere en ook deze afbraak konden de meesters volgen en zuiver vaststellen.
Het organisme, zo zagen de meesters, was in al die eeuwen bezoedeld, bemodderd, benadeeld door het onbewuste kind van de Aarde, door de massa.
De mensheid stond voor een ramp en in de loop der eeuwen zou de aftakeling nog verschrikkelijker worden!
Er moest iets tegen dit onheil worden gedaan, het was meer dan noodzakelijk, dat zij de aard van de ziekte leerden kennen.
En ook moesten ze nagaan, met welke middelen ze deze ziekten zouden kunnen bestrijden.
De eigenlijke oerkracht van de Maan, begrepen de meesters, was verdwenen.
Kind na kind, man na man, vrouw na vrouw hielp mee aan de stoffelijke afbraak.
Deze meesters werden als gebroken door de natuurlijke bewijzen, die ze opdeden.
Een berg van ellende zagen zij voor zich.
Wie zou al die verschrikkingen kunnen oplossen?
Wist men in de hoogste hemelen hiervan?
Begreep men daar, wat Moeder Aarde nodig had?
Zou de Oppermacht het weten?
De meesters besluiten te doen wat zij kunnen.
Miljoenen zielen schiepen voor de stoffelijke afbraak, en het ongelooflijke juweel van scheppingskracht, de mens, was afschuwelijk verzwakt en bezat geen weerstand meer.
De zeven reine natuurlijke graden voor het stoffelijke organisme waren volkomen opgelost.
De splitsing van de natuurlijke wet voor het organisme konden zij niet meer voorkomen.
Waar zij het menselijk leven ook volgden, daar zagen zij het kwaad voortwoekeren.
In al de graden voor het organisme viel de verzwakking waar te nemen.
Ook het hoogste ras (zie rulof.nl/er-bestaan-geen-rassen) was bezoedeld, niet één graad was eraan ontkomen.
Zenuw- en spierstelsels leefden op halve krachten, want de ondergrond was volkomen vernietigd.
Dát was de afstemming van het organisme, die zij te aanvaarden hadden.
Niet één mens in de ruimte was van schuld vrij te pleiten.
Het menselijk bewustzijn, het dierlijk verlangen in de mens, had deze ellende geschapen.
De man wilde stoffelijk bezit nemen van de vrouw, en waar hij haar ontmoette, overmeesterde hij haar en leefde zich door haar lichaam uit.
In de bossen speelde zich dit drama af en hier reeds begon de stoffelijke afbraak.
Door zo voort te gaan moest het leven op Aarde eens instorten.
Maar nu begonnen de meesters aan hun machtige opgave.
Toen de ontwikkeling op Aarde zover gevorderd was, dat de mensen bijeen gingen leven, begonnen de meesters hen te inspireren, toen de soorten eenmaal bijeen waren legden de meesters gevoelens in hen, zich in groepen aaneen te sluiten en wetten te maken, die hen en hun vrouwen tegen andere soorten zouden beschermen.
Zo werd een begin gemaakt met de bestrijding van de afbraak.
Nu keerden de meesters naar de sferen terug om daar hun werk voort te zetten.
De helpers van de meesters ontnamen de zieken de levensaura, omwikkelden deze zieke levenskracht met hun eigen fluïde en keerden ermee terug naar de meesters, die reeds aan hun onderzoek waren begonnen.
Daar werden ze bewaard.
Iedere eeuw, constateerden de meesters, kent de eigen ziekte.
Er moesten medicijnen komen om deze te bestrijden.
Na een zekere tijd kwamen die medicijnen op Aarde, de mensheid werd de ogen geopend voor de kruiden, het samenstellen van deze levende sappen om de zieken te genezen.
Van ziel tot ziel, van gevoel tot gevoel, kwamen deze medicijnen op Aarde.
De gehele ruimte werkte voor de mensheid, tot zelfs in het Goddelijk Al leefden mensen, die hun wijsheid door de lagere graden aan de Aarde schonken.
Hemel en Aarde waren nu één geworden, waren één wereld!
Toen kwam het ogenblik, dat deze meesters berichten ontvingen uit de hogere regionen, dat er instrumenten zouden komen, die de mensheid van dit lijden zouden verlossen.
Er werd reeds aan gewerkt.
Zij behoefden dus niet te wanhopen, de meesters.
Zij hadden al ingezien, dat de medicijnen maar een hulpmiddel waren.
Medicijn alléén kon de ziekte niet overwinnen.
Nu zouden er dus instrumenten op Aarde worden gebracht en deze zouden de ziekten geheel doen oplossen.
De mensheid zou er evenwel eerst voor moeten ontwaken.
En daarop was het wachten.
De meesters kregen bericht, rustig verder te gaan en zich door niets te laten storen.
Op Aarde gaat het leven verder, de mensheid ontvangt kennis, stoffelijke en geestelijke wijsheid, en dat alles dient om het uiteindelijke te kunnen ontvangen.
En al zal dit nog eeuwen duren, er wordt door al het leven van God hard aan gewerkt.
In de sferen kregen de meesters uit de eerste sfeer reeds vindingen uit hogere bron en zij maakten deze af.
Deel na deel werd naar de Aarde gebracht.
Maar daar werden al die vindingen niet begrepen en voor de vernietiging verbruikt.
Ook kwamen nu de instrumenten tot stand, die voor de lijdende mensheid zouden dienen, doch nog was de tijd niet daar die op Aarde te brengen.
De mensheid moest eerst ontwaken.
En ook daaraan werkt Gene Zijde.
Er komen geleerden naar de Aarde, eenlingen, die dieper voelen dan miljoenen anderen, en zij geven onderricht.
Deze zielen vertellen van hogere machten en krachten in de ruimte, en hierdoor ook ontwaakt de massa meer en meer.
Aan deze zijde zette meester na meester deze studie voort.
Als de tijd verstreken was, een meester een hogere bewustzijnsgraad had leren kennen en hoger moest gaan, werd hij door anderen opgevolgd.
Deze zetten dan met degenen, die zich beschikbaar hadden gesteld, het gigantische proces voort.
Elkeen gaf er zich geheel voor.
Miljoenen zielen keerden er voor in het stoffelijk leven terug en anderen bezielen hen van deze zijde uit.
Zo kwamen er wonderen tot stand.
Dan nadert de Eeuw, waarin Christus naar de Aarde komt om de mensheid voor God wakker te schudden.
Zijn geschiedenis en strijd zijn u bekend.
Nu Christus Zijn taak heeft volbracht, kan de opbouw van de instrumenten voor de Eeuw van Christus een aanvang nemen.
Sinds Hij op Golgotha de stoffelijke ogen sloot, zijn eeuwen verlopen.
De mensheid moet leren Zijn Heilig leven te aanvaarden.
In de eerste sfeer zijn de wonderen intussen gereedgekomen.
Ze vragen om op Aarde geboren te mogen worden.
Na deze, uw strijd, kan Gene Zijde eraan beginnen, ze op Aarde te brengen, want nu is de mensheid zo ver.
Op Aarde zijn trouwens reeds technische vindingen, die afstemming hebben op onze wonderen, want men bracht al deeltje na deeltje naar de Aarde.
Straks zal ik u vertellen, hoe deze instrumenten werken en welke bedoeling de meesters ermee hebben.
Uit dit alles moet het u duidelijk zijn geworden, dat de mensheid op Aarde Gene Zijde reeds miljoenen eeuwen helpt bouwen.
Het Al leeft eigenlijk nog steeds op Aarde, al die miljoenen zielen werken onder leiding van hun Mentor Christus voor de mensheid.
Christus en zij allen weten, hoe hét leven op Aarde is en welk bewustzijn u thans bezit.
Men weet daar, dat alléén Moeder Aarde bewust kwaad beleeft, op andere planeten voor uw eigen Universum moet het leven nog ontwaken.
Alléén de kinderen van Moeder Aarde kennen een verzwakt organisme, zodat het leven voor hen een lijdensproces is.
Dáárom kwam Christus als Goddelijk bewuste naar de Aarde.
Thans is het uiteindelijke, geachte lezer, dicht bij u, en in wezen is dat al sinds het ontstaan van Moeder Aarde zo geweest.
U behoeft op Aarde niet te wanhopen!
Gene Zijde zorgt voor uw geestelijke ontwaking en nu voor uw stoffelijke evolutie.
Dat doet zij uit naam van Hem, die voor ons allen Zijn Heilig Leven gaf.
En God ziet toe, dat niet één kind wordt vergeten.
Alléén Moeder Aarde kan deze geestelijke wonderen ontvangen, andere planeten weten er geen raad mee, het leven daarop moet nog naar de Aarde, wat het terugkeren tot God is.
Na Christus stromen de technische wonderen naar de Aarde.
Uw Edison en anderen waren u gezonden, zij kregen het nieuwe leven ervoor en brachten dat, wat zij aan de Aarde hadden te schenken.
Al uw uitvindingen zijn door de meesters ontstaan, ze zouden dienen voor de lijdende mensheid, maar dit is niet begrepen.
De meesters uit de zevende sfeer hebben dit in handen en wij dienen hen.
Straks krijgen deze technische wonderen geestelijke betekenis, ze dienen dan voor het machtig instrument, dat alle ziekten van de Aarde zal doen oplossen.
Voelt u de macht van uw eigen eeuw?
Voelt u bovendien, wat hiervoor in de vervlogen eeuwen aan deze zijde gedaan is?
Begrijpt u thans, waarvoor Mozes en Christus naar de Aarde kwamen?
Eerst moest de mens de éne God aanvaarden en vervolgens geestelijk ontwaken.
Gene Zijde wil u dienen en Christus is hiervan het hoogste en heiligste voorbeeld.
Hierdoor kreeg Moeder Aarde haar verbinding met God!
Voelt u dit ongelooflijke?
Wij als kinderen van de eeuwigheid mogen deze wijsheid aan u op Aarde brengen.
Door dit dienen, door het geven van uzelf, wordt aan ú gegeven!
De enorme betekenis van u als mens krijgt thans gestalte, die betekenis is kosmisch.
Door deze oorlog heeft de mensheid de grote sprong kunnen maken.
Miljoenen zielen op uw Aarde vragen om te dienen, zij willen helpen aan deze geestelijke en stoffelijke opbouw.
Straks zal dat mogelijk zijn.
De gevoeligen zullen wij in ons leven optrekken.
In elk van u leeft de vonk Gods.
Door deze vonk kunt u boodschappen ontvangen uit het leven na de dood.
Door haar kregen wij verbinding met u en door dit contact werken wij.
God gaf ons deze genade en door Christus konden wij de wetten leren kennen.
Eeuwigdurend is Gene Zijde bezig geweest om voor het leven op Aarde alles van het eigen verkregen bezit in te zetten.
Doordat al deze zielen het leven op Aarde en op andere planeten hebben beleefd, en steeds hoger konden gaan door te dienen, kwam deze goddelijke eenheid tot stand.
Moeder Aarde wordt nu door hen met al haar leven opgetrokken.
Tegen wie vecht Adolf Hitler?
Eén aards mensenkind voert oorlog tegen de ruimte!
Eén ziel, één vonk van God voert strijd tegen biljoenen vonken, vonken, die het onbewustzijn overwonnen en thans bewuste astrale, kosmische meesters zijn.
Adolf Hitler, vertelde ik u al, strijdt tegen God, tegen Christus, tegen al de kosmische meesters, tegen de sterren en planeten, waarop mensen leven.
Is hij nu eeuwig, verdoemd?
De kerk zal zeggen ja!
Wij zeggen u, néén!
Want God is liefde.
Gods kinderen moeten tot Hem terugkeren.
Ook hij!
Hij zal goedmaken en met hem al de anderen, die hem volgden, maar Adolf Hitler hielp bespoedigen, dat Moeder Aarde deze geestelijke wonderen kan ontvangen!
God wilde het!