De verenigde volkeren der aarde

Na de verschrikkelijke strijd begint men op Aarde aan de geestelijke opbouw.
De puinhopen zijn opgeruimd, nieuwe woningen ontstaan en zo werden langzaamaan alle sporen van het geweld uitgewist.
Nu kan het geestelijk leven een aanvang nemen.
De volken der Aarde hebben zich aaneengesloten, beseffend, dat voor deze eenheid alles geleden en geofferd is.
Het gevoelsleven op Aarde is ontwaakt voor het hogere bewustzijn.
Alles is vergeten en vergeven!
De volken zullen elkaar beter begrijpen.
De verdragen, die nu afgesloten worden, krijgen geestelijke betekenis.
Ze blijven van kracht en ademen een geest van liefde en begrijpen, van waarachtige vriendschap.
Nu is er geestelijke harmonie en overgave gekomen in al die miljoenen harten, nu heerst het één voor allen en allen voor één!
Uw kinderen zullen deze gezegende toestand op Aarde beleven, want dit behoort tot de Eeuw van Christus.
Nu hebben de volken dezelfde rechten, niet één volk wordt vergeten of kan worden uitgeschakeld.
De schatten der Aarde worden thans eerlijk verdeeld.
Naar kracht en aantal zielen zullen de volken hen ontvangen.
Dit krijgen Moeder Aarde en al haar kinderen te beleven.
De meesters uit het Al hebben het gewild en hiervoor is Christus naar de Aarde gekomen.
De levensles, die men heeft geleerd, was afschuwelijk, niettemin is deze grote massa erdoor ontwaakt.
Hoeveel bloed heeft dit ontwaken gekost?
Alles van de gehele mensheid is ervoor ingezet.
Niets is op zijn plaats blijven staan, hele steden werden met de grond gelijk gemaakt.
Maar het gouden kalf is vernietigd!
Het gouden kalf moest plaatsmaken voor de eenheid van alle volken.
Wat jarenlang onmogelijk scheen, is thans waarheid geworden.
Nu werken en dienen de volken der Aarde voor het goede en voor de rechtvaardigheid!
Op Aarde verrees het „Huis Israël”, het grote en machtige gebouw van de Verenigde Volken der Aarde.
Daarin leven de hoofden van de volken.
Ieder volk bezit een zetel.
Hierin wordt beslist en geregeerd.
Het Huis Israël is opgetrokken voor het verzekeren van de vrede en de rust op Aarde.
Van Oost en West, Zuid en Noord is het gebouw te betreden, het is opgetrokken gelijk onze astrale Tempels.
De vaandels van de volken waaien op het gebouw, ook die van Duitsland en Italië, Rusland en Japan zie ik eronder.
Israël heeft geen vijanden meer, de volken kwamen tot eenheid!
Israël brengt zegen en welvaart over het leven op Aarde.
De oude volkenbond heeft dit niet bereikt.
Maar het was ook niet mogelijk, toen moesten de volken nog ontwaken.
Ze begrepen zichzelf niet, al was het reeds zóver, dat Israël geen oorlog wilde.
Al de volken moeten nog tot dat bewustzijn worden opgetrokken.
En door al de ellende is dat bereikt.
De staatshoofden zijn thans voortdurend tezamen.
De thuisregeringen zorgen voor de innerlijke orde, maar ontvangen haar bevelen van het Huis Israël uit.
Zo komen er vrede en rust op Aarde en in de mensen een welbehagen.
De volken van Israël trekken opwaarts, want het Huis Israël wordt ingezegend.
Er leeft alleen geluk in de harten van al die miljoenen zielen.
Majestueus verheft de Tempel van Israël zich boven al het leven op Aarde.
Op eigen kracht zou dit nimmer tot stand gekomen zijn.
In lange rijen staan voor het Huis Israël duizenden mensen opgesteld, vaandels en banieren worden meegedragen.
Al deze zielen vieren het feest van de geestelijke ontwaking, ze zijn door hun volk uitgezonden om het te vertegenwoordigen.
Niet één volk ontbreekt, blank en bruin en zwart zijn tot eenheid gekomen.
Het Westen is met het Oosten, het Zuiden en het Noorden verbonden, de mensheid viert thans het feest van de opstanding.
Is het wonder, dat de kinderen van Israël zingen?
Zoiets is nog niet op Aarde beleefd, dit grenst aan het ongelooflijke.
Hiervoor werkten de geestelijke meesters onverpoosd, zetten alles van zichzelf in en voor het bereiken hiervan kwam Christus naar de Aarde.
Hiervoor hebben de volken geofferd en geleden en thans begrijpt men op Aarde, dat dit nodig is geweest en dat álle volken schuld hadden aan de ellende.
Oorlogen kunnen er thans niet meer gevoerd worden, want al de volken zijn één in liefde en dienstbaarheid.
De haat en de hartstocht zijn overwonnen en het leven op Aarde bezit het geluk der sferen.
Het is alles door het eigen ontwaken verdiend.
De volken werken nu uitsluitend voor het goede, ze staan open voor elkeen en geven zich geheel.
Armen en hulpbehoevenden kent men op Aarde niet meer, dit behoort tot het verleden.
Eenieder verkeert in welstand.
De Eeuw van Christus heeft een aanvang genomen!
Ook de sferen zijn weer leeggestroomd, nu echter alléén de hogere sferen, want de hellen hebben zichzelf gesloten.
De demonen van de hel komen niet meer naar de Aarde, ze kunnen er niets meer beleven, want de overheersende massa stelt zich op de liefde in en volgt het leven van Christus.
Deze satanische invloeden worden thans niet meer aangetrokken.
Het lagere instinct kan zich op Aarde niet meer uitleven, de mens geeft zich niet langer voor het geweld.
Eeuwen achtereen heeft het kwaad de mensheid uitgezogen en vernietigd, thans begrijpt men daar, dat de wetten van God beleefd moeten worden om de sferen van licht te bereiken.
En de helbewoners beseffen erdoor, dat het hogere in de mens overwonnen heeft!
Tot in het Al is nu het leven van God waar te nemen.
Gene Zijde is van de Aarde af te zien.
De sferen zijn thans geopend.
Dat is altijd geweest, nu echter is de massa open en voelt zich tot in het Al opgetrokken.
Wie gevoel bezit stelt zich eropin en kan het geestelijk geluk aanschouwen.
Dat machtige is nu gekomen, want de meesters hebben zich stoffelijk verdicht en zijn verbonden met de Aarde.
Wie het grote verlangen bezit, zal deze heilige verbinding van de Aarde af beleven.
De mensheid staat open voor Golgotha!
Golgotha heeft de harten van al deze miljoenen zielen geopend.
Christus is het, alléén de Messias, die de mensheid dit reine geluk heeft geschonken.
Nu bevinden de Koningen van Israël zich weer op Aarde, zij willen delen in het geluk van de mensheid, want hiervoor gaven zij hun leven en volbrachten zij hun taak.
Ook de profeten keren naar de Aarde terug, zij zijn verheugd, dat nu het Koninkrijk Gods op Aarde is gevestigd, het Koninkrijk, dat zij mochten profeteren en dienen!
De Engelen uit de hoogste sferen zingen, zodat men het op Aarde kan horen.
Duizenden sopranen, alten, tenoren en bassen weerklinken door de ruimte, zij zingen het lied van de liefde, van het geestelijk éénzijn en het ontwaken in de geest.
„Ere zij God in de Hoge, in de mensen een Welbehagen!”
Het halleluja weerklinkt.
Dit alles heeft God de mensheid bij het Ontstaan van de Schepping geschonken, maar toen is het niet begrepen.
Wie op te trekken is in deze heiligheid, beleeft, dat Christus is waar te nemen.
Naast Hem ziet de mens miljoenen zielen in prachtige gewaden gekleed.
Christus leeft voor de mensheid, leeft in de Ruimte en ziet naar de Aarde.
Dat is het ogenblik, waarvan de Bijbel heeft verteld, Gods Zoon verschijnt.
De nog stoffelijk ingestelde en afgestemde ziel mist dit alles en moet hiervoor nog ontwaken.
Christus’ Heilige materialisatie wordt alleen door de bewuste zielen waargenomen.
Zijn heilig licht zal zich verdichten, zoals zich in het goddelijk Heelal alles heeft verdicht.
Het goddelijke licht, dat de Aarde en de mensheid bestraalt, schept vreugde en geluk.
Al die miljoenen zielen knielen neer en danken God voor deze gebeurtenissen.
Eerst nu wordt gevoeld waarvoor de mens op Aarde is.
Dan ontvangt de mensheid Christus’ zegen.
Het is het terugkeren van de Messias.
Wie ziende wil zijn, zal nu dit wonder beleven.
Nu trilt Moeder Aarde en beeft het moederlijke hart van geluk en inspanning.
Thans is de kloof tussen leven en dood overbrugd en is het oorzaak en gevolg van de mensheid opgelost.
Op Golgotha verduisterde eens de Aarde, nu zal er alleen licht zijn.
De volken der Aarde hebben goedgemaakt.
Waar de mens ziet, is er licht, want Israël is ontwaakt!
Moeder Aarde trilt!
Voel toch, o mens, wat dit alles zeggen wil.
Voel aan, dat nú de eeuwigheid voor de mensheid gestalte heeft gekregen en dat zij niets anders is dan geluk.
Zo vieren de volken het feest van de inzegening van het Huis Israël.
En voor eenieder is waar te nemen, hoe het leven van God is ontwaakt.
Nu is er geestelijk contact op Aarde, geest en stof zijn volkomen één.
De dood is overwonnen, want God leeft in de harten van al die miljoenen zielen.
Het leven op Aarde is als een paradijs!
De grenzen zijn open, die haatzaaiende obstakels zijn vernietigd.
De zuster- en broederliefde wordt beleefd door de volken.
Koningen en Keizers drukken elkaar de hand, voorzover zij nog in leven zijn tenminste, want Israël regeert.
Het Koningschap behoort tot het verleden.
De waarachtigheid straalt uit hun ogen, alle vijandschap is gedood.
Hun taak als regeerders voor de Aarde is voorbij, maar op andere wijze dienen zij de mensheid, dragen zij ertoe bij het bewustzijn van de Aarde op te voeren en de eerste sfeer binnen te treden.
Moeder Aarde krijgt nu rust, zij draagt haar geluk door de ruimte, als te voren haar ellende.
Eeuwenlang heeft men om haar leven gevochten en het gekastijd, bezoedeld en vernietigd.
Nu vervolgt zij in geluk en rust haar weg en heeft geen angst meer voor haar kinderen.
Moeder Aarde maakt haar taak af.
Telkens, wanneer zij haar omwenteling heeft gemaakt en volbracht, ziet zij omhoog en schouwt in het aangezicht van de „Almachtige God”.
En God als een Vader van liefde glimlacht haar toe, Moeder Aarde voelt dan, dat zij één is met haar God.
Hij weet, dat uiteindelijk toch alles goed is.
Moeder Aarde heeft geen tijd om uit te rusten, nog moet zij verder.
Miljoenen eeuwen is zij al op weg, dag en nacht, iedere seconde dient zij haar kinderen.
Heeft de mensheid haar moeizaam voortzweven begrepen?
Denkt de mensheid wel eens aan Moeder Aarde, aan de pijnen die haar door het oorlogvoeren werden aangedaan?
Hoe heeft men op haar geleefd?
Maar het leed is thans voorbij, nu kent Moeder Aarde slechts rust en vreugde.
God heeft haar in al die eeuwen helpen dragen, op eigen kracht zou zij het nimmer hebben gekund.
Nu gaat zij met al haar leven een hogere ontwikkeling tegemoet.
Moeder Aarde zal tot aan de laatste seconde haar weg blijven vervolgen, zo lang, tot er geen leven meer op haar aanwezig is.
Dan trekt zij zich in de duisternis terug en lost op.
Haar kinderen gaan dan verder, zij wordt onzichtbare energie.
Zij zal ook in dit stadium dienen en van de ruimte een deel uitmaken.
Dan sterft Moeder Aarde!
Er is vreugde en geluk op Aarde, zegen na zegen wordt ontvangen.
De miljoenen slachtoffers worden intussen herdacht.
Even gaan de hoeden af en nijgt de massa het hoofd.
Zachtkens zet de muziek in.
De mensen zien elkaar aan en uit hun blikken spreken liefde, geluk en dankbaarheid.
Door oceanen van leed gingen zij, maar om de eigen schulden af te wassen.
Gezuiverd mochten ze echter nu de stranden van het geluk betreden.
Op het hoogtepunt van het feest treden de hoofden van Israël tevoorschijn.
Zij dragen iets, dat straks door een hunner ontsluierd wordt.
Wat zal het zijn, dat zij met zich voeren?
De volken der Aarde staan rondom de meesters opgesteld.
Nu valt het kleed en men ziet, dat de beeltenis van de beul van de mensheid een plaats krijgt in de tuinen van Israël (zie rulof.nl/Hitler).
Ja, mijn lezers, in die komende geheiligde tijd van Christus’ Eeuw ontvangt de beul van de mensheid het vergeten en vergeven van de mensheid.
De mensheid is bewust geworden, zij leeft in het besef, dat zij door hém is ontwaakt.
Hij schudde deze onbewuste massa wakker!
Israël is zover, zij is ontwaakt door Adolf Hitler, hij en Caiphas voerden de mensheid naar dit bewuste stadium.
En in dankbaarheid aanvaarden de volken deze daad van hun regeerders.
Adolf Hitler slaapt in onze wereld, toch komt al deze liefde tot hem en verwarmt zijn innerlijk leven.
Hij zal erdoor ontwaken.
In de duisternis van zijn leven komt nu licht.
Hoe afschrikwekkend zijn optreden ook geweest is, de volken der Aarde kunnen vergeven.
De mensheid heeft het eigen oorzaak en gevolg begrepen en is hem dankbaar, dat hij de zweep in handen heeft willen nemen, want zo kreeg zij de geestelijke bewustwording.
Dit is een beeld, dat de mensheid beleven zal.
Als uw strijd gestreden is, zal deze levensles worden aanvaard.
Dan is het doel van Christus bereikt en zal de eendracht van de volken een feit zijn.
Hij en zijn eigen soort begrepen niet, dat God over al Zijn leven waakt!
Dat is door hen echter geleerd en zij zullen ervoor naar de Aarde moeten terugkeren om goed te maken.
Duidelijker nut zal deze oorlog niet kunnen afwerpen.
Miljoenen mensen hebben hun levens ervoor opgeofferd, al die zielen zien thans, dat zij niet voor niets hebben geleefd.
Het is de winst van God!
Nu ziet de mens in Zijn wetten en leert deze kennen.
Geen ziel zal er langer aan twijfelen, want de leerschool was doeltreffend.
Hoe denkt u thans over Adolf Hitler?
Straks zal de mensheid weten, dat hij weer op Aarde is en zal hij zijn vorig leven, zijn verleden en dat van de mensheid mogen zien en zichzelf kennen.
Het zal zijn ontwaken bevorderen en zijn ziel het hogere bewustzijn schenken.
God is een Vader van Liefde.
Als Hij weet te vergeven, zult ú het dan mogen nalaten?
Eén voor allen en allen voor één, dit liefdevolle devies is het bezit van de massa, daarvoor stierf Adolf Hitler.
Helaas onbewust!
Nu zal hij het „Duizendjarige Rijk” helpen opbouwen en weer alles van zichzelf inzetten, maar nu voor het goede!