De zeven graden voor het huwelijk

God schiep graden en wetten voor het stoffelijke en astrale leven.
De ziel beleeft deze graden om het hoogste stadium, het Al, binnen te treden.
Het zijn overgangstoestanden, wetten, die bepalen, dat iedere graad een eigen evolutie te beleven heeft.
De ziel maakt zich die wetten eigen, waardoor haar bewustzijn verandert.
Aan deze zijde hebben wij al deze wetten als graden voor het organische leven leren kennen en ze ons moeten eigen maken.
In alles vinden we de levensgraden terug.
Er zijn bijvoorbeeld zeven hellen en hemelen geschapen, zeven graden voor de slaap, voor de psychische trance en de andere geestelijke gaven, alle overgangen om de eigenlijke graad en de eigenlijke wet te beleven.
Er zijn zeven graden voor het stoffelijke organisme en voor het zieleleven.
De Ruimte bezit de zeven kosmische graden.
En zo bezit ook het huwelijk zeven graden, die de mens zich moet eigen maken, zo hij op Aarde het hoogste wil beleven.
Op Aarde kent men deze graden nog niet, toch liggen ze dicht in het bereik van de mens, daar ze tot het menselijk bestaan behoren.
U hebt de zeven hellen leren kennen.
In die hellen leven mensen en dit soort mensen leeft ook op Aarde, in een stoffelijke toestand.
Die hellen geven tevens de graden van het huwelijk aan.
Op Aarde worden deze duistere en onbewuste graden beleefd door de mens, die het kwade zoekt, van God noch goedheid wil weten en zich desondanks met een ander leven in een huwelijk verbindt.
Wat kan dit voor een huwelijk zijn?
Kunnen deze zielen elkander gelukkig maken?
Zullen zij begrijpen, waarvoor zij op Aarde leven?
Dit is uitgesloten.
Die zielen kennen zichzelf niet eens, zij moeten voor de waarachtige liefde nog ontwaken.
En toch sluiten miljoenen van deze mensen een huwelijk – met als treurig gevolg, dat ze als hond en kat naast elkaar leven.
Zijn zij wakker te schudden?
Te helpen?
Kan men hun geluk schenken?
Hun dát geven, wat het zieleleven van de eerste sfeer zich heeft eigen gemaakt en tot het Koninkrijk Gods behoort?
Integendeel.
Zij zouden die hogere liefde niet begrijpen, er geen raad mee weten.
En toch verlangen die zielen naar geluk, zij huwden om het huwelijksgeluk te beleven, maar met al hun goede wil bereiken ze niets, hun graad bezit de eigenschappen niet, die voor het harmonische huwelijk nodig zijn.
Ze bezwijken, geven het maar op en dan duurt het niet lang of de echtelieden kunnen elkander niet meer zien en laten dit duidelijk blijken, ja, staan elkaar wel naar het leven!
Op Aarde is graad met graad gehuwd, een lagere met een hogere, de laagste hel met de eerste sfeer!
Kan dat?
Zo is het!
Aan deze zijde hebben wij deze wetten en levensgraden voor het huwelijk kunnen vaststellen.
Nu begrepen wij de aardse ellende, die door het huwelijk ontstaan is.
Het is door die verbintenis van hoog en laag, dat er zo weinig mensen op Aarde leven, die waarachtig geluk kennen.
Het is helaas niet anders.
Heeft God dit gewild?
Waarom kon God hiervoor niet zorgen?
Deze ellende kan toch niet Zijn bedoeling zijn geweest?
Nu is er niets geen geluk te beleven, het huwelijk is als een marteling.
Een droevige toestand, niet te verdragen, velen maakten er liever een einde aan en gingen de dood in.
Dat nog liever dan nog langer te moeten leven naast een mens, die afbreekt, het heiligende waarover Christus gesproken heeft en waardoor sterren en planeten, al de ruimten zijn ontstaan, bezoedeld en besmet, genadeloos verkracht.
Hartverscheurend is deze ellende, het breekt iedere ziel.
Hiertegen is niet te vechten, het is moordend.
Niets stompt zo stoffelijk en geestelijk af als een huwelijk zonder wederzijds begrijpen.
Dat is het ergste kwaad.
En toch – ik zei het u al – gaf God de mens met het huwelijk het aller-allerheiligste geschenk.
Is dit begrepen?
Is dit allerheiligste gevoeld?
In die katachtige natuur, leeft daarin het allerheiligste?
In dat niets, nietszeggende, ijskoude leven, kan daarin warmte stralen?
Kan dit leven liefhebben, liefde geven?
Is er wel iets op Aarde, dat zo verbijsterend onbegrepen is gebleven als het huwelijk?
Is er daarentegen wel iets op Aarde, dat men vergelijken kan met het huwelijk?
Is er een band, die de diepte bereikt, welke in het huwelijk mogelijk is, die door het huwelijk beleefd kan worden?
Kan de mens meer geluk beleven, diepere liefde voelen en ontvangen dan in het huwelijk?
Is er één liefde die rijker, machtiger, rechtvaardiger is dan de huwelijksliefde?
Kunnen mensen dichter tot God komen dan in het huwelijk het geval is?
Kan de ziel dieper in het menselijk leven en bewustzijn afdalen dan door het huwelijk?
In welke toestand voert de ziel zich inniger gedragen dan in het huwelijk?
Waardoor vermag de ziel dieper te peilen dan door het huwelijk?
Alléén het huwelijk biedt de ziel alles, deze band van twee mensen, waardoor zij zich gedragen weten en elkaar leren kennen en liefhebben.
En toch, wat maakt de mens van zijn huwelijk?
Afbraak!
Wie van de twee heeft schuld aan deze ellende?
Beiden!
Want al deze lagere bewustzijnsgraden moeten voor het huwelijk nog ontwaken.
Het huwelijksgeluk wordt overheerst door het oorzaak en gevolg van de ziel.
Er leeft niet één mens op Aarde, die vrij is van oorzaak en gevolg.
Al het leven van God op Aarde moet goedmaken en is teruggekeerd om de oude rekeningen te vereffenen.
Soort zoekt soort op Aarde, graad zoekt de eigen levensafstemming, maar dat kan niet.
Kan de mens zijn eigen soort zoeken?
Er leven miljoenen mannen en vrouwen op Aarde en toch hebben hoogstens duizend mensen hun eigen soort ontmoet, de rest zag zich verbonden met een andere graad, wordt dood gedrukt, beleeft een ijskoude, nietszeggende lage persoonlijkheid.
Heeft God dat gewild, vraag ik u?
God is liefde!
God heeft hiermee niets uit te staan, er zich nimmer mee bemoeid, God legde al Zijn geluk in handen van twee mensen.
Maar wat dan?
Waarom is er desondanks door het huwelijk geen geluk te beleven?
Zij, die het geluk kennen, denken, dat zij alles bezitten en er niets hogers bestaat.
Zij voelen hun eigen toestand als geluk aan en zijn tevreden.
Maar is dat geluk geestelijk?
Wij hebben dit soort geluk leren kennen.
Wij weten, dat de man niet voor de moeder en de moeder niet voor de man gereed is.
Dit zijn de wetten voor het huwelijk en voor ons leven en daarvan begrijpt men op Aarde nog niets.
Waar leeft uw eigen soort, uw levensafstemming?
Waar leeft uw eigen graad, uw eigen wereld en sfeer?
Uw geluk?
Uw reine liefde?
Uw bezieling, uw eeuwigdurend ontwaken?
De soort, die op uw eigen leven afstemming heeft, bevindt zich in de ruimte.
Maar waar?
Ook al is er een band tussen man en vrouw en kind, toch weten zij nog niet wat geestelijk geluk zeggen wil.
Wat is de hoogste graad voor het huwelijk?
Hoe is die te beleven?
Wie kent hem?
Is het wel op Aarde?
Nu vraag ik u: Bent u gereed voor deze liefde, waarover u spreekt en waarnaar u verlangt?
Voelt u zich klaar en bewust genoeg om te kunnen huwen?
Hebben de miljoenen zielen het bewustzijn om een huwelijk te kunnen sluiten?
Kennen al deze mensen elkaars voelen en denken, iedere karaktereigenschap?
Voelt de moeder, dat de man haar waarlijk in alles liefheeft en kan zij zich, hierop bouwend, op haar schone taak instellen?
Is in beiden het gevoel, dat bewustzijn heet en dat waakt tegen het stranden van het huwelijk?
Dit zijn wetten, overgangstoestanden en levensgraden voor het huwelijk, die direct met de karaktereigenschappen te maken hebben, maar waardoor het huwelijk geluk dan wel ellende betekent.
Ontstellende ellende vaak, die door beiden geschapen is, omdat deze karakters elkaar kennen noch begrijpen, doordat twee verschillende levensgraden bijeen zijn en met het eigen bewustzijn geen raad weten!
Nu sluit het menselijk hart zich, de ziel kwijnt weg, geeft het op, sterven kan niet, want het leven is eeuwigdurend.
Doch het aardse leven is een chaos, een hoop droefenis.
Waardoor?
Waarom kunnen twee mensen niet gelukkig zijn?
Waardoor wordt het toch zó schoon aangevoelde gebouw door hen zelf weer afgebroken?
Wie heeft dit in handen?
Waardoor bouwt de ziel zich het sferengeluk?
Wanneer is het huwelijk van blijvende aard?
Hoe is die fundamentele ondergrond op te trekken?
Is het huwelijk wel in staat u op Aarde het sferengeluk te schenken?
Het kan zeer zeker, maar de ziel is er nog lang niet voor gereed, zij moet er nog voor ontwaken.
Wilt u het waarachtige geluk op Aarde beleven, dan moet u met uw eigen levensgraad verbonden zijn, of het is niet mogelijk.
Dan kunt gij er iets van maken en leeft in u de macht en de kracht.
Maar voor die toestand moet de ziel zich het bewustzijn hebben eigen gemaakt.
Gij bezit dan levenswijsheid, uw leven is diep en waarachtig, het is ingesteld op de Ruimte van God.
Wie kent dat op Aarde?
Wie kent de wetten voor het zieleleven en de eigenlijke stoffelijke opbouw voor het huwelijk, het geestelijk éénzijn met het andere leven?
Is die geestelijke kern in uw leven ontwaakt?
Of slaapt dit bewustzijn nog en is er geen huwelijksgeluk te beleven, het grote verlangen van elkeen?
Waardoor beleven man en vrouw geluk?
Wat is geluk?
Hoe is het geluk – dat toch innerlijk wordt beleefd – ontstaan?
Het geluk, waarvoor de mensen hun levens willen inzetten?
Door het weten, door hun eigen diepte, door hun offeren en hun wil om te dienen, het eigen bezit, dat zich heeft geopenbaard als Moeder, als de „Algevendheid”, het grote en onbegrijpelijke, waardoor het leven op Aarde het oneindige heeft kunnen beleven.
Het oneindige in één levensgraad, het allesomvattende, machtige éénzijn van twee zielen, die ruimtelijk zijn íngegaan, maar waarin zij hun God beleven.
Dat is de kosmische levenswijsheid en deze heeft afstemming op onze wereld, op de sferen van licht, op de hemelen in het leven na de dood, op God!
Hierdoor beleeft de ziel Golgotha, álles, waardoor het leven op Aarde gezegend is.
Ik vraag u: Kan een zonde „zonde” zijn, indien ge voor de zonde nog moet ontwaken?
Kan het huwelijksgeluk u iets zeggen, als uw innerlijk leven er niet voor gereed is?
Geluk, ontstaan door het beleven van Gods wetten, door het geestelijk dienen, het alles geven en inzetten van uw persoonlijkheid.
Dient u?
Kunt u zich zo volkomen geven, dat al het leven rondom u uw warmte voelt?
Het huwelijk stelt u in staat te dienen, het geeft u de mogelijkheid te schenken en te ontvangen, het kan u levenswijsheid, ruimte en oneindige diepte geven, want de Moeder is door haar echt met God verbonden, haar leven voert u als man tussen leven en dood!
Zo machtig is het menselijk huwelijk, zo heilig eveneens, want God spreekt in die band tot u beiden.
In de Eeuw van Christus is het voor het eerst mogelijk u hiervan iets te zeggen, tot voor korte tijd zou men ons hebben uitgelachen of, erger nog, onze mediums hebben verbrand.
Maar thans kunnen wij spreken en nu ontvangt de mensheid de astrale wetten, nu krijgen man en vrouw de ontwikkeling tot een waarachtig huwelijksleven en kunnen hun beider levens ingezegend worden.
Maar door Christus!
De meesters vertegenwoordigen Hem, de kerk is hier niet meer voor nodig, zij is nog onbewust en heeft haar taak niet begrepen.
Op Aarde wordt het huwelijk door miljoenen zielen op voordierlijke, dierlijke, grofstoffelijke en stoffelijke levensafstemming beleefd, maar slechts enkelen kennen het geestelijke huwelijk.
Hun band is volmaakt af.
Nu is soort bij soort, graad bij graad.
Zulke mensen hebben lief, hebben alles lief wat leeft en uit God is.
Ze zijn kosmisch diep.
De overigen kennen het waarachtige geluk niet, op hun schouders drukt het huwelijk als een meedogenloos zwaar kruis.
We zien hoe de eerste sfeer met het land van haat verbonden is.
Mijn hemel!
Hoe moet een dergelijk huwelijk zijn?
Deze zielen zijn voortdurend met elkander in botsing, van eendracht of gelijkheid in voelen en denken kan geen sprake zijn.
Want als de moeder het hoogste bewustzijn van beiden bezit, doet zij niet anders dan zichzelf opofferen.
De man eist de volle inzet van haar persoonlijkheid, terwijl hij zelf niets te geven heeft.
Voor de moeder is dit het keer op keer vermoorden van haar heiligste gevoelens, haar moederlijke intuïtie.
Zij is overgeleverd aan het voordierlijke bewustzijn van de man en ziet zich verwikkeld in een monsterachtig gebeuren.
Het hogere wezen moet goedvinden, dat haar lichaam en ziel worden verkracht, de hartstocht overheerst haar.
Het is het vreselijke, wat het ruwe dier niet eens kent, de marteling van het Moederhart.
Het dier heeft heilig ontzag voor de moeder, de mens niet.
De onbewuste mens kent slechts hartstocht, het is zijn vorm van liefde.
De ziel is hem onbekend, te diep om te peilen.
De hogere graad wordt gesard en gepijnigd, gesnauwd en gebroken, iedere dag opnieuw.
Het hogere wezen voelt voor warmte en begrijpen, voor reinheid en schoonheid, voor God en Christus, maar al die heilige gevoelens blijven onbeantwoord.
Dit alles maakt het samenzijn ellendig, ja monsterachtig, moordend afbrekend!
Door die verschrikkelijke toestanden beleefde de ziel een chaos, stoffelijke en geestelijke afbraak.
Hierdoor zijn er ziekten ontstaan en werd door de mens bezoedeld, wat door God rein geschapen is.
De hogere intuïtie redt wat er te redden valt, zij offert met een eindeloos geduld, zij verbreekt de band niet, blijft bij haar kinderen, zij is diep bewust in haar dienen.
De karmische wetten eisen, dat man en vrouw hun huwelijk gestand blijven.
De echt is niet slechts het stoffelijk samenzijn van twee mensen, hij is tevens een astrale wet, man en vrouw beleven het eigen oorzaak en gevolg van het vorige bestaan.
Deze wet brengt hen tezamen, zij eist, zij overheerst hun wil, hun eigen denken en voelen.
God zegt hierin niets, daar de mens zijn eigen levenswetten in handen kreeg.
De karmische wetten spreken tot iedere mens, spreken tot álle levensgraden en dwingen het zieleleven het aardse af te maken.
De kerk verbiedt de gelovigen zich los te maken van de huwelijksband en ook Gene Zijde zegt: maak uw leven af, lijd en sterf liever, niets kan u geschonken worden, dus straks moet gij er toch weer aan beginnen.
Er moét een einde aan de aangerichte ellende komen, de rekeningen uit het verleden moeten eindelijk betaald worden.
Eens zal hierdoor het menselijke karma volkomen opgelost zijn.
Maar dan treedt u een bovennatuurlijke tijd binnen, straks zal ik u hierover meer vertellen.
Het hoogste, wat u als aards mens beleven kunt, is de afstemming op de derde sfeer aan deze zijde.
Als man en vrouw dit bewustzijn bereikt hebben, beleven zij een paradijs.
Zij zijn dan bewust van de Goddelijke wetten, een aards bekrompen geloof bindt hen niet, zij weten.
Door dit bewustzijn begrijpen zij het leven op Aarde en dienen.
Zij hebben een taak voor Gene Zijde te volbrengen en zijn hiervoor meestal tezamen naar de Aarde teruggekeerd.
Het wonderbaarlijke van hun huwelijk is dan, dat God hen tezamen brengt.
Waar ze ook leven, ze zúllen elkander ontmoeten, want dit geluk hoort hun toe, zij hebben het zich eigen gemaakt!
De mens uit de derde sfeer is vrij van de karmische wetten en alleen hierdoor is het mogelijk een dergelijk huwelijksgeluk te beleven.
Deze graad van het huwelijk hebben maar enkelen op Aarde zich eigen gemaakt, daar – u begrijpt het – de massa hiervoor nog moet ontwaken.
Het is heel goed mogelijk, dat de tweede sfeer met de derde verbonden wordt.
Ook de zielen in die graad beleven een hemels geluk en ook zij kunnen voor een taak naar de Aarde zijn teruggekeerd.
Anders is het gesteld met een ziel, die uit de sferen van licht naar de Aarde daalt en daar karmische wetten te beleven heeft.
In een dergelijk huwelijk van een hogere en lagere en ongevoelige graad – ik zei het u al herhaaldelijk – is géén geluk te beleven.
Een van beiden is onbewust en wenst niet te dienen – wat het geluk buitensluit!
De meeste aardse huwelijken hebben afstemming op de duistere sferen, op niet-begrijpen en afbreken, op het alles vernietigende bewustzijnsleven.
Hoe zou een voordierlijke afstemming de reine geestelijke harmonie kunnen opbouwen?
Wie onder de eerste sfeer leeft, is voor de Aarde nog geestelijk onbeholpen, en zo is dan ook de te geven liefde.
Pas wie gééstelijk bewust is, kan reine liefde schenken, de ander zoekt zichzelf, wil gediend worden en maakt van het andere leven een slaaf!
Die heeft zichzelf lief!
Deze mens is stoffelijk ingesteld en ondergaat alléén het stoflichaam, breekt af, vermoordt iedere goede gedachte en leeft voor zichzelf.
Deze zielen leven in de karmische wetten, in vorige levens hebben zij de ander laten verongelukken en thans vereffenen zij hun rekeningen.
De moeder betaalt haar schuld met haar ziel en lichaam, zó zet zij zich in voor het lagere wezen.
Het eenzijn van mens en mens, ziel en ziel, kreeg hierdoor kosmische betekenis.
Meer kan de mens niet geven, het is het hoogste wat kan worden ingezet.
Het is het wegschenken van het eigen bewustzijn, het oneindige Al, het allesovertreffende gevoelsleven, dat zij zich in de vele eeuwen heeft eigen gemaakt.
Wordt dit op Aarde begrepen?
Voelt men daar wat de ziel inzet?
Heeft de mens nog iets anders te schenken dan dit Universele éénzijn?
Kan er iets hogers geschonken worden?
Geen geld, geen goed gaat hierboven.
Nu zet de mens zichzelf in.
Miljoenen harten werden erdoor gebroken.
In het moederlichaam kan de ziel geven, goedmaken.
Dit geven is een astrale wet!
Het is het karmische gebeuren voor haar eigen leven, het doen oplossen van de in het verleden begane fouten.
Als schepper kan de ziel niets geven, door hem kan slechts het niet begrepene worden aanvaard.
Steeds is het de moeder, die zichzelf inzet, die ontvangen moet, leven aantrekt, het in zich dienen moet.
Dit alles behoort tot haar staat, tot Moederschap.
Kan de schepper zich zo inzetten?
De moeder is het, die zich overal en altijd voor de wetten Gods te geven heeft en overheerst zal worden.
Het oorzaak en gevolg voor het huwelijk is daarom een wet.
En zo dit tevens de verbinding van de verschillende graden insluit, is het huwelijk een hel.
Niet één mens kan een andere, begeerde graad huwen, als deze hem niet toebehoort.
Onder al die miljoenen leeft echter de ziel, met wie karmische wetten u binden en háár zult u ontmoeten en huwen.
Niet één ziel kan eraan ontkomen!
Dit zijn de Goddelijke wetten voor het huwelijk, die door ons als mens zijn geschapen.
Deze wetten van uw en ons leven sturen haar op uw weg.
Door haar zult ge uw leed en smart beleven en zo die begane fouten, die wetten doen oplossen.
Nu leven hoog en laag, bewust en onbewust met elkaar, zij verbonden zich om iets van het aardse bestaan te maken en daarin geluk te beleven.
Maar wat kan ervan terechtkomen?
Miljoenen mensen op Aarde bevinden zich in één graad en desondanks bezitten ze allen een andere graad als huwelijkspartner en worden niet begrepen.
Dit zijn de karmische wetten van het huwelijk en niet één ziel voelt het, kan van de Aarde af het antwoord beleven, omdat deze wetten en levensgraden tot ons leven behoren.
Maar het stoffelijke wezen ondergaat ze.
Ik merk nog op, dat deze ijzeren wetten éerst dan in werking treden, als de mens de zeven graden voor het organisme heeft beleefd, hetgeen dus inhoudt, dat Moeder Aarde ons eerst háár wetten opdringt en we pas daarna onze eigen karmische wetten kunnen doen oplossen.
De wet van het verleden trekt u naar de Aarde terug, zij bepaalt de tijd en de plaats van uw geboorte, uw bestemming, en zij stuurt u de zielen op uw weg, aan wie u goed te maken heeft.
De karmische wetten moéten beleefd worden, of uw leven staat stil en gij zoudt u nimmer van Moeder Aarde kunnen losmaken.
Tracht niet ze te ontgaan, eens spreken ze toch tot uw leven.
Vergeet nimmer, dat wie lijdt en geslagen wordt, bezig is te ontwaken.
Aan deze zijde vangen wij de gebeden op van hen, die in het huwelijk geslagen en bezoedeld worden en voor wie een stoffelijke marteling als de brandstapel niet zo erg is als het moeten aanvaarden van het lagere bewustzijn.
Wij kennen deze levens en hun lijden.
Ook wij hebben deze ellende op Aarde beleefd.
Wij kwamen echter tot het aanvaarden, doorstonden alles, bouwend op God, en maakten goed.
Toen eerst kwamen wij los van die andere graad en konden wij verdergaan.
Miljoenen eeuwen heeft de ziel dit beleefd.
Thans gaat deze ellende oplossen.
De Eeuw van Christus voert de mens naar het huwelijksgeluk.
De Eeuw van Christus en de Eeuw van de Moeder is begonnen.
Straks zal u duidelijk worden, wat dit zeggen wil.
Wie op Aarde geluk bezit door het huwelijk kan tevreden zijn.
Het kunnen zielen zijn, die hun eigen levensgraad hebben ontmoet.
Veel kunnen zij opbouwen, zelfs al voegden karmische wetten hen bijeen.
Waarachtige kameraden zijn zij voor elkander, ja in hogere toestand bindt hen zelfs de zuster- en broederliefde, een graad voor het huwelijk, die nog maar door weinige echtparen bereikt wordt.
Volmaakt kan het aardse huwelijk echter pas zijn, wanneer de ziel zichzelf overwonnen heeft, waardoor deze persoonlijkheid in harmonie met de oneindigheid is gekomen.
Dan bezitten man en vrouw alles, een geluk, dat geestelijk zowel als stoffelijk is.
Weet u wanneer dit het geval is?
Als de man de moeder, de moeder de man en zij hun kinderen alles kunnen geven.
U hebt dan niet alleen eten en drinken, maar zelfs stoffelijke overdaad, juist dat, waardoor het leven, dat geestelijke harmonie kent, tot een paradijs wordt.
Dat is Gods wil!
Wanneer man en vrouw liefde en begrip voor elkaars leven hebben, maar armoede lijden en hun kinderen het noodzakelijkste moeten onthouden, kan het niet anders, of hun geluk verwaast en lost op.
Het geestelijke bewustzijn kent geen zorgen en nu kan het huwelijk zich in alle geluk ontplooien, het is door God geestelijk en stoffelijk gezegend.
De graden van het huwelijk voeren u naar de sferen van licht of naar de duisternis van de hellen.
Het huwelijk kan u opbouwen of afbreken.
Wanneer kunnen man en vrouw de geestelijke graad beleven?
Voelt u dit?
Wie op Aarde de kerk volgt, dogmatisch is, moet aanvaarden, dat hij niet voor het geestelijke huwelijk openstaat.
Hij beleeft een stoffelijke graad voor het huwelijk.
En dit is heel natuurlijk en duidelijk.
In deze zielen is geen geestelijk, ruimtelijk bewustzijn van Gods wetten.
Hoe wil de mens, die God niet eens kent, de reine en ongelooflijke bezieling van het geestelijke huwelijk verwerken?
Hoe wil deze kuddemens de ruimte van de kosmische liefde beleven?
De geestelijk bewuste mens is los van de kerk, hij kent het leven na de dood en is ruimtelijk ingesteld.
Deze zielen beleven het huwelijksgeluk op astrale hoogte, zij leven in het geestelijke Koninkrijk Gods, zij hebben lief, zoals wij aan deze zijde liefhebben.
Uit deze zielen straalt warmte naar al het leven van God uit.
Zij kunnen als man en vrouw iets geven en weten wat het zeggen wil waarachtige vriendschap te geven.
Zij bezitten dat, wat wij ons eigen maakten en waardoor wij de sferen van licht konden betreden.
Deze zielen hebben de kerk niet nodig, zij dienen God en elkaar.
Als man en vrouw dragen zij de kosmos.
Zij weten, dat er geen dood is en dat zij eeuwigdurend verdergaan.
Zij weten, dat God een Vader van liefde is en nimmer verdoemen kan.
En in dit heerlijke besef kan hun liefde zich ontplooien en verdiepen.
De kerkelijk-bewuste moet zich nog van al die bekrompenheid losmaken en leren ál het leven van God lief te hebben.
Maar zij schelden liever nog op die kinderen Gods, die een ander geloof bezitten.
De diepte van uw bewustzijn bepaalt de diepte van uw liefde, uw graad van liefde uw huwelijksgeluk.
Hoe meer liefde ge bezit, hoe schoner uw huwelijk wordt.
Dan staan de hemelen voor u open en bent u los van de Aarde.
In de stof beleeft ge het geluk van de sferen.
Wat is dat voor een liefde, die ten strijde trekt en het andere leven van God vermoordt?
Is dat liefde?
De geestelijk bewuste is daartoe niet in staat, hij laat zich liever zélf doden en sterft dan in Christus’ Naam!
De geestelijk bewuste zielen kennen geen haat, zij hebben alles lief wat leeft en hierdoor straalt hun huwelijk al deze heiligheid uit.
Deze mensen beleven in alles de waarachtige harmonie, hun samenzijn is een geestelijke openbaring.
Zij leeft voor hem en hij voor haar en beiden voor hun kinderen.
Zo heeft God man en vrouw willen zien, over hen sprak Christus.
Zij kennen geen hardheid, niet één hard woord, dat berispt, neerhaalt of overheerst, komt over hun lippen.
Door de ziel smolten hun gedachten, hun lichamen, hun gevoelens ineen.
Hun huwelijk bezit heilige betekenis, door het Moederschap verkreeg het die.
Duizenden levens heeft de ziel moeten beleven alvorens zij deze hoogte bereiken kon.
En nu krijgt het ontzettende lijden van vrouw en man op Aarde zin.
Nu weten zij, waarom zij door al dat leed gingen, bij stukjes en beetjes wonnen ze erdoor aan bewustzijn.
Het Moedergevoel ontwaakte in hen en dit werd tot de hoogste bezieling, die er voor de Aarde is, opgevoerd.
Door de moederliefde komen man en vrouw tot grote dingen, zij is het, die hen stuwt en opvoert, wakker schudt en bezieling geeft en hen tot het geestelijke huwelijk brengt.
Wij zeggen u, als ge u die machtige toestand wilt eigen maken, tracht dan te dienen.
Leer de moeder te dienen en gij ontvangt van haar de diepte van de Goddelijke schepping!
Leer te dienen in uw eigen huwelijk, zó zult u aan liefde winnen, dan pas kunt u ook anderen helpen en terug wijzen naar uw eigen harmonische en gelukkige samenzijn of ge helpt hen van de wal in de sloot.
En zoek niet naar de andere, de voor u hogere levensgraad, die behoort u niet toe en indien gij het tóch wilt, zult gij beleven, dat de wetten van dat andere leven u het halt voor het geluk zullen toeroepen.
Gij zijt niet gereed voor dat huwelijksgeluk en kunt uw eigen levensgraad niet ontlopen.
Ook al is uw huwelijk een mislukking, maak het toch af!
De wetten van leven en dood en voor de huwelijksinzegening, zonden u tot dat leven, daarin hebben de eigen levenswetten u geplaatst.
Eerst hierna kan de andere levensgraad tot u komen, indien de wetten het tenminste toestaan of het is niet mogelijk, gij ziet u dan weer voor andere karma geplaatst.
Er zijn er velen op Aarde, die naar hun levenskameraad zoeken, naar de graad, die tot hen behoort en denkt en voelt als zij, maar hem toch niet vinden.
Dan kan het zijn, dat die ziel reeds ons leven is binnengetreden en hier wacht.
Wees dan niet ongeduldig, maar benut uw tijd om uw karmische wetten naar behoren af te maken en af te lossen, werk hard aan uzelf, want zó maakt u zich gereed voor de ziel, die tot uw leven behoort, voor uw tweelingziel, die u door God geschonken is!