Tweelingzielen

Wanneer man en vrouw het geestelijke geluk op Aarde bezitten, zij elkander volkomen liefhebben en begrijpen, bezitten zij meestal de tweelingliefde en zijn tweelingzielen.
Ze zijn dan één van kleur en één in voelen en denken.
God schonk hun deze band.
Hij schiep twee mensen als man en vrouw.
Deze beiden zouden Hem vertegenwoordigen.
Zij kregen alles van God.
Als tweelingzielen zijn zij in één toestand geboren, de een is niet verder dan de ander, man en vrouw bezitten één bewustwording.
Waar ontmoetten de tweelingzielen elkaar voor het eerst?
Het is alweer op Moeder Maan, dat zij elkander het eerst leerden kennen.
Op de Maan beleefden de vonken Gods één leven, één toestand.
Het ene celletje was niet verder dan het andere, of het ene zou het andere vernietigd hebben.
Uit één toestand geboren onderging dit leven de stoffelijke werking en zou sterven en opnieuw worden geboren.
Op dat ogenblik kreeg de mens zijn tweelingziel.
Dit zieleleven behoorde tot dezelfde levensgraad als wijzelf en het was geen seconde ouder.
Met dit leven gingen wij op weg, graad in graad uit, zo kwam het ene leven niet verder of hoger dan het andere.
Geen tien seconden van elkaar weg, even oud, gelijk in gevoel, één in werking, kwamen wij tot het hogere bewustzijn.
Nu eens als scheppend, dan weer als barend principe.
Zo beleefden we de Maan, daarna de tweede kosmische graad en kwamen vervolgens naar de Aarde.
In al die stadia volgen de tweelingzielen de goddelijke wetten op en niets verbreekt hun natuurlijk gegroeide band.
Als man en als moeder zullen ze thans op de Aarde de stoffelijke wereld beleven.
Als de Moeder het hoogste in haar eigen graad zal hebben beleefd en de wet voor de geboorte en het Moederschap in haar is ontwaakt, zal zij in het volgende stadium het scheppend organisme ontvangen, terwijl het scheppend organisme – de man – dan het barende leven zal binnengaan.
De tweelingzielen als man en vrouw zullen voortdurend van organisme wisselen en als Moeder ontwaken om zo meer en meer gereed te komen voor elkander en door het Moederschap de wetten te beleven, die hen tot God zullen terugvoeren.
Van de tweede kosmische graad naar de Aarde gekomen beleven de tweelingzielen de zeven lichamelijke graden, die Moeder Aarde schiep.
Beginnend in het oerwoud gaan zij van het ene ras naar het andere en bereiken via duizenden levens het blanke ras (zie rulof.nl/er-bestaan-geen-rassen).
Intussen is de ziel voor het bewuste beleven ontwaakt, zij dompelt zich in hartstocht en geweld.
In elk leven worden de wetten van God vernietigd.
De ziel schept nu bewust karma en treedt nu het oorzaak en gevolg binnen, ze moet goedmaken wat ze misdeed.
Dit is het ogenblik, waarop de natuurlijke band verbroken wordt en de tweelingzielen uiteengaan.
Zij worden elk naar andere graden getrokken, al naar de karmische wetten, die elk voor zich schiep.
De persoonlijkheid – voor ons leven de bewustzijnsgraad – is voordierlijk, dierlijk, grofstoffelijk, stoffelijk of geestelijk afgestemd.
En alleen de persoonlijkheid, die de geestelijke graad heeft bereikt en beleefd, ontmoette de eigen soort weer, al de lagere graden zijn nog bezig zich van het eigen karma los te maken en komen met andere graden in contact.
Die zielen ondergaan het bewuste leed en de bewuste smart, de ellende, die zij zichzélf oplegden.
De mens gaat over de Aarde, weet niets van de wetten waarin en waardoor hij leeft, hij weet alleen, dat het leven een hel is.
Het ene huwelijk na het andere verloopt in ellende en onvree en al groter wordt het verlangen naar de eigen levensgraad.
De vrouw zoekt naar de man, de man naar de vrouw, naar de waarachtige liefde, naar het leven dat tot haar en bij hem behoort.
Maar waar leeft deze ziel?
Onder welk volk leeft ze?
Geen mens weet het, maar ergens op Aarde, of, wat ook mogelijk is, in de wereld van het onbewuste, wachtend op een nieuw organisme, toeft het wezen, dat tot zijn leven behoort.
Niemand weet van het bestaan van een tweelingziel af, daar is alleen het onbepaalde verlangen naar een mens, die eender is, op dezelfde manier denkt en voelt, hetzelfde verlangen kent, dezelfde verwachtingen koestert.
Maar waar leeft dat wezen?
U kunt het aan deze Zijde zien, als u de eerste sfeer hebt bereikt.
In de daaronder liggende sferen moet de mens nog voor deze wijsheid ontwaken.
Daar bent u nog onbewust van al deze levenswetten.
Zo zijn man en vrouw bezig zich vrij te maken van het eigen karma, als ze tenminste dit bewustzijn al bezitten en niet nog voortgaan nieuw karma te scheppen.
Ieder wezen in de ruimte schonk God een tweelingziel.
„Ik behoor tot u, ik ben van u, doordat God ons tezamen voegde.
Wij beiden dragen de ruimte, wij tezamen vertegenwoordigen de Goddelijke wetten.”
Zélf echter hebben wij de waarachtige levensafstemming voor de tweelingzielen-liefde verbroken, en dit door eigen verlangens.
Zélf stootten we ons uit het paradijs.
Onze tomeloze begeerten dreven ons naar andere wezens, we leefden ons door hen uit en zagen onze hartstochten alleen nog maar verergeren.
Dit rukte ons uiteen en zette ons in de ellende.
Toch leeft de ziel van uw leven in de ruimte, wellicht heel dicht naast u, wanhoop dus niet als u geslagen en getrapt wordt, doordat het andere leven u niet begrijpt.
Uw eigen graad en soort wacht op u en werkt aan zichzelf.
Maak u gereed voor uw tweelingziel en bedenk, dat u dit wezen dient, als u uw taak ten opzichte van het andere leven geheel afmaakt!
Het is in alle graden mogelijk uw eigen soort te beleven.
Indien u mij begrepen hebt, zult u voelen, dat eenieder deze graden te beleven kreeg of te beleven krijgt.
In alle graden ontmoeten de tweelingzielen elkander om dan weer op gezag van de karmische wetten naar de andere soorten te worden getrokken, waaraan goed te maken is.
In de voordierlijke en dierlijke levensafstemmingen kunt ge uw tweelingziel dus ontmoeten, en daarin nog een zeker geluk beleven ook, omdat ook in die lagere graden het gevoel van eenheid spreekt.
Maar wat heeft een dergelijke, dierlijk afgestemde liefde te betekenen?
Voor dit soort liefde is Christus niet gestorven.
Alléén de geestelijke tweelingliefde heeft betekenis voor ons leven.
Als ziel gaan we door alle lagen van het kwaad, door alle graden van de duisternis naar het licht.
We komen eerst met de hogere graad in verbinding als we in de lagere graad hebben goedgemaakt.
In het ene leven schept u, in het andere en volgende bent u moeder en baart u.
Zo goedmakend en lerend evolueert u en komt u tot geestelijke ontwaking.
Eindelijk staat u open voor de geestelijke liefde en hebt u afstemming op de eerste sfeer.
En nú eerst zijt ge gereed voor de geestelijke tweelingliefde!
Als ge nu aan uw laatste stoffelijke leven toe bent en ge uw aardse kringloop hebt volbracht, treedt ge ons leven binnen en gaat ge aan deze zijde verder.
Het (is) nu mogelijk, dat de ziel, die tot uw leven behoort, nog op Aarde is.
Het is ook mogelijk, dat zij nog in de wereld van het onbewuste leeft en daar wacht om door Moeder Aarde te worden aangetrokken.
Nu moet u dus geduld hebben, maar dit ene leven heeft geen betekenis.
U beleefde als man en vrouw miljoenen levens!
Er is zoveel in onze wereld, dat u te leren heeft.
En u kunt, als bewuste, de ziel helpen, die nog een aards leven te beleven heeft.
De hereniging verbeidend (afwachtend), maakt u zich gereed om uw tweelingziel in deze wereld te ontvangen.
En als dit gelukzalige ogenblik komt, bent u voor eeuwig met uw tweelingziel verbonden, nimmer zult u meer uiteengaan.
Er zijn zeven sferen om u gereed te maken voor de Vierde Kosmische levensgraad, waar u opnieuw het stoffelijke stadium wacht.
Samen begint u aan het hogere geluk te bouwen, u neemt de eerste sferen in bezit en maakt een reis van enkele eeuwen.
U gaat terug naar de Maan en volgt alle stadia, die u beiden doormaakte op de eerste, de tweede en de derde kosmische graad.
U ziet, hoe u uiteenging en de levens die u vervolgens beleefde.
Door deze reizen en ervaringen verkrijgt u het kosmische bewustzijn.
En nu kunt u beiden aan een geestelijke taak beginnen.
Het verlangen kan in u komen iets voor het leven op Aarde te doen, ge bidt dan tot God, want nu is het terugkeren een genade, die Hij alleen u kan schenken.
Ge ontvangt van de meesters uw taak en ge lost beiden op in de wereld van het onbewuste, waar u in meditatie wacht tot u door Moeder Aarde zult worden aangetrokken.
De afstemming, die op de Maan ontvangen werd, is in de sferen weer hersteld, d.w.z. we bezitten hier de organische graad, die God ons toen schonk.
Wie op de Maan het scheppende vermogen ontving, treedt ook in die toestand aan deze zijde binnen en blijft in deze afstemming.
Overigens heeft het lichaam geen betekenis meer, in de vele levens van onze kringloop waren we man en vrouw, beide afstemmingen liggen dus bewust in onze ziel.
We zijn man én vrouw, vader én moeder, gelijk ook God Vader én Moeder is!
Nimmer immers zullen we kunnen zeggen dat we ons bewust zijn van Gods schepping in haar totaal, als we slechts het mannelijke organisme kennen en niets weten van het Moederschap of omgekeerd.
Als bewuste Goden moeten (we) Vader én Moeder zijn, zoals God Zélf het is.
Ergens in de ruimte leeft uw tweelingziel.
Schaaf aan uzelf, werk voor een beter-ik en maak u zo gereed voor de tweelingliefde.
God zal u daarbij zegenen!