De meesters spreken op aarde

De Eeuw van Christus veranderde de maatschappij en maakte de mens gelukkig.
Door het schemerland ging de mens naar de eerste sfeer.
Elkeen voelt, dat er grote dingen gaan gebeuren.
Men spreekt op Aarde over technische instrumenten, die ware wonderen zullen blijken en Hemel en Aarde met elkander zullen verbinden.
Er zijn reeds instrumenten onder de mensen, die de gedachte van de astrale wereld kunnen weergeven.
Maar – en ik zei dit reeds – de staat heeft ze nog niet kunnen aanvaarden.
De parapsychologen controleerden de apparaten en keurden ze af, daar ze door de mens te beïnvloeden zouden zijn.
Wel heeft de staat toegestaan, dat de apparaten in de handel werden gebracht, zodat ze naar talloze gezinnen hun weg vonden.
Na veel wikken en wegen verklaarde de staat, dat iedereen zelf moet weten, hoe hierin te moeten handelen.
De mens is bewust en moest zelf beoordelen of de gedachten van Gene Zijde zuiver doorkwamen.
Nu wordt er gesproken over een directe-stemapparaat, dit zou aan alle twijfel een einde maken.
Verscheidene geleerden gaven er hun krachten aan en nu verluidt, dat één geleerde, voortbouwend op de ervaringen van zijn collega’s, geslaagde proefnemingen heeft gedaan.
Ik voer u naar het laboratorium van deze geleerde en geef u een toekomstbeeld.
Hij staat met zijn vrouw naast het instrument en volgt met zijn blikken het ingewikkelde apparaat.
Er kunnen geen stoornissen meer zijn, de geleerde voelt, dat het wonder thans af is.
Er komt een gelukkig gevoel over hem.
Zij, die zijn tweelingziel is, legt haar arm om hem heen.
In beiden komen dezelfde vragen op.
Zal het wonder nu spreken?
Dadelijk zal bewezen worden of het contact tussen de aarde en de astrale wereld te leggen is als Gene Zijde spreekt ...
Dan zal tevens onweerlegbaar aangetoond worden, dat er geen dood is.
Het technische wonder gooit alles omver en moet tot de astrale wetten kunnen doordringen.
Als het spreekt, geschiedt het buiten iedere beïnvloeding of inwerking om.
Er komt een grote rust in de geleerde, hij voelt, dat men van die andere wereld uit op hen inwerkt en die rust in hem legt, zoals dat gedurende zijn werk zo vaak geschied is.
Door zijn technisch wonder wil hij de mensheid en vooral de wetenschap van het eeuwige voortleven overtuigen.
Hij zal het de staat in handen geven.
Onnoemlijk veel heeft het apparaat hem aan tijd en kracht gekost, gezegend zij zijn tweelingziel, die hem hielp dragen.
Langs allerlei wetten en toestanden is hij tot het geheel gekomen, daarbij gebruikmakend van de manifestaties, die hij tijdens fysische en psychische zittingen beleefde.
Het instrument, waaraan hij thans de laatste hand heeft gelegd, moet in staat zijn de levensaura te verdichten.
Hij heeft bij de proefnemingen bereikt, dat er wolkenslierten uit het toestel stroomden, die de verdichting zijn van het protoplasma.
Hij sluit het instrument thans aan en weer stromen er wolken uit.
De atmosfeer in het laboratorium is koel, anders zouden de aura’s niet tot verdichting kunnen komen.
De geleerde en zijn tweelingziel liggen voor het wonder neergeknield, vol spanning afwachtend.
Zal Gene Zijde thans spreken?
Zullen zij thans de pertinente bewijzen krijgen van een bewust voortleven?
Is de mens ook in de astrale werelden bewust, verloor hij daar niets van zijn aardse persoonlijkheid?
Door mediums zijn talloze bewijzen van voortleven gegeven, toch werd de wetenschap niet overtuigd.
Zal dit instrument aanvaardbare levenstekens van Gene Zijde op Aarde brengen?
Plotseling horen zij krachtig ademhalen, het komt duidelijk uit het toestel!
De beiden bewegen zich niet, de spanning is bijna ondraaglijk.
Opnieuw horen ze ademhalen, duidelijker nog dan zo-even, het is, alsof iemand zich tot spreken gereedmaakt.
Er wordt gekucht.
En dan horen zij zeggen:
„Schrik niet, heb geen angst, mijn zoon.
Ik ben het, je vader!
Je eigen vader spreekt tot je.
Ja, mijn jongen, geloof mij, ik ben het.
Blijf rustig.
Heb je mij al herkend?
Hoor je aan mijn stemgeluid, dat ik het ben?
O, mijn lieve jongen, houd je toch rustig, of ik moet terugkeren.
Je vader spreekt tot je, God gaf mij deze genade.
Ik mocht de eerste zijn om je te zeggen dat wij leven.
Nancy, lieveling, je moeder is hier.
Ook zij zal je wel iets te zeggen hebben.
Schrei niet, lieve kinderen, verspeel nu geen krachten of je zult nog bezwijken.
Toe, zeg eens wat?
Kan je niet tot mij spreken?
Aanstonds moet ik weer heengaan.”
De geleerde kan geen woord uitbrengen.
Dan herstelt hij zich en zegt:
„Ik kan geen woord spreken, vader.”
„En je spreekt reeds, mijn jongen.
Ga verder.”
„Ik weet, lieve vader, dat u het bent.
Ik zie u voor mij.
Ja, u bent het.
Ik herken u aan uw stem.
Ik ben God zo dankbaar, vader.”
„Ook wij zijn dat, mijn jongen.
Weet je, wat dit heilige wonder voor de mensheid zal betekenen?
Het geluk voor de mensheid is niet te overzien.
Je hebt een grote genade van God ontvangen en daarvoor je leven gegeven.
Miljoenen zielen zullen hierdoor het astrale geluk ontvangen.
Dit heilige wonder overbrugt de kloof tussen leven en dood.
Voel je, hoe ongelooflijk dit wonder voor de mensheid is?”
„Ik weet het, vader, ik weet het.”
„Nancy, je moeder zal ook iets zeggen.
Mijn jongen, je eigen moeder komt later, maar zij laat je groeten.
Zij weet van dit wonder af, meermalen waren wij tezamen hier en mochten je in alles volgen.”
Het wonder is volkomen.
De ontroering van beide zielen is onbeschrijfelijk, toch weten zij zich staande te houden.
Tijd om te denken laat men hen niet, weer spreekt het instrument nu komt een vrouwenstem door.
„Mijn lief kind.
Je moeder spreekt.
Ik weet, hoe gelukkig je bent.
Maar wees ervan verzekerd, dat Gene Zijde het machtigste geluk met je beiden deelt, miljoenen zielen hier weten, dat de meesters zullen spreken.
Mijn lieve jongen, hoe goed, hoe lief ben je voor mijn kleine Nancy.
En jij, mijn kleintje, zul je vader van mij groeten?
Zeg hem, dat hij spoedig bij mij zal zijn.
Het is Gods wil, dat wij weer tezamen komen.
Ons geluk is machtig.
Eeuwigdurend zullen wij elkaar liefhebben.
Hoe heilig is het, lieve kinderen.
Je kent ons geluk van de Aarde, Nancy, maar hoe zal het dan aan deze zijde zijn?
Straks mag ik nog even tot je spreken.
Nu moet ik het contact verbreken, de meester komt.”
Onmiddellijk hierna horen zij:
„Waren deze geluiden u vreemd?
Hebt gij uw vader en moeder herkend?
Waarlijk, mijn zuster en broeder, Gene Zijde spreekt thans tot de Aarde.
Uw ouders brachten dit contact tot stand, God gaf hun de grote genade, het eerst tot u te mogen spreken.
Zij hebben de sferen van licht bereikt.
Ik ben uw meester, wij hebben tezamen dit wonder aan de Aarde mogen schenken.
Dit heilig wonder is voor de mensheid, voor het Huis Israël.
Straks en zelfs spoedig, spreken de meesters uit de hoogste sferen tot u.
Door u hebben wij dit wonder kunnen afmaken.
Voortdurend stond u onder mijn bezieling, ik was uw onzichtbare meester.
Maar aan deze Zijde hebben wij ons voor dit wonder gereedgemaakt, hiervoor bent u naar de Aarde teruggekeerd.
Thans zijn wij gereed, God schonk ons deze genade.
De hoogste meesters komen tot u.
Straks kom ik tot u terug.”
Toen sprak de hoogste meester van Gene Zijde:
„Ik kom tot u in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest.
Weet u, dat God liefde is?
Wij danken u voor al uw moeiten.
Gij zijt lichtende geesten, mijn kinderen, want gij leefde voor uw geboorte in de eerste sfeer.
U bent beiden voor dit geestelijke wonder naar de Aarde gekomen.
Ik moet u uit naam van de meesters danken.
Ik heb een boodschap voor u.
Op de dag, die ik nu vaststel, heden over veertien dagen op hetzelfde uur, komen wij opnieuw tot u.
Gij kunt u intussen op dat uur instellen en wat uitrusten.
Gij moet de meesters van Israël, de staat en de wetenschappen uitnodigen naar hier te komen om met ons de eerste zitting te beleven.
Wij zullen dan tot de Aarde en de mensheid spreken!
Van heden af moet de mensheid aanvaarden, dat er geen dood is.
Alle faculteiten zullen door Gene Zijde worden onderricht.
Ook de vertegenwoordigers van de kerken moeten aanwezig zijn.
U wilt hiervoor zorgdragen?”
„Ja, meester, ik zal zorgen dat alles gereed is.”
„Wij danken u en uw tweelingziel.
Ik trek mij terug, uw meester zal tot u spreken.
God is liefde!”
Dan spreekt deze meester:
„Hier ben ik weer, mijn broeder en zuster.
Gij wilt natuurlijk meer weten van het instrument en uw eigen leven.
Ik ben gereed, zodat gij mij vragen kunt stellen.”
„Hoe moeten wij u danken, meester.
Waar hebben wij dit geluk aan verdiend?”
„Deze genade schonk God aan u beiden.
Aan deze Zijde hebt u zich gereedgemaakt voor deze grootse taak.
Dan kwam het ogenblik om naar de Aarde terug te keren.
U bent aan uw studie begonnen en nu is dit wonder, waaraan velen hebben gewerkt, voltooid.
Ook zij leven in de sferen van licht en zullen later tot u spreken.”
„Wij leefden dus reeds aan Gene Zijde,” herhaalt de geleerde overweldigd.
„Geestelijke wonderen, mijn broeder en zuster, kunnen alleen door het geestelijk bewuste kind van God geschapen worden.
Gij waart dus zover.
Aan deze zijde hebt gij u beiden kunnen voorbereiden.
Maar God gaf u deze genade.
Gij voelde al, dat gij tweelingzielen zijt?
Groter geluk is er niet denkbaar, doch hierdoor brachten wij dit technische wonder naar de Aarde.”
„Heeft u mij in het leven daar alles van het instrument geleerd?”
„Aan deze zijde was ik uw meester, ook thans.
Ik bleef hier en inspireerde u van deze zijde.
Ook anderen heb ik op die wijze mogen helpen, u zou het geheel voltooien.”
„Zou u ons meer kunnen vertellen over het eeuwigdurende leven, meester?”
„Dat komt, mijn vrienden.
Straks zal ik daarover tot u spreken.
En vergeet niet, wij moeten nog heel veel tot stand brengen.
Aan deze zijde bevinden zich nog tal van technische wonderen, die wij aan de mensheid zullen schenken.
Wij gaan dus spoedig opnieuw voort.”
„Welke wonderen beleven wij toch, meester?”
„Zou u dit wonder door eigen kracht hebben kunnen beleven?”
„Neen, meester, dat zou niet mogelijk geweest zijn.
Door één mens was dit niet te beleven.”
„Daarom schonk God u deze genade, mijn broeder.
Gij zijt op Aarde geboren, gij leefde ver uit elkaar en toch is deze ziel in uw leven gekomen.
Zij behoort tot uw bewustzijn.
Ook dit is een Goddelijk wonder.
U ziet hierin Gods Oppermacht.
U hebt hiervoor uw geluk gekregen.
Waarlijk, alléén zoudt gij bezweken zijn.
Uw tweelingziel moest u helpen dragen.
En dat heeft zij gedaan, door haar konden wij werken.
Ik ben haar zeer dankbaar voor al haar liefde aan u en mij gegeven.”
„Maar meester, wij moeten ú danken.”
„U moet mijn dankbaarheid aanvaarden.
Wij kennen aan deze Zijde Gods Almachtige Liefde en deze liefde overstraalt het bewuste wezen.
Twee mensen vertegenwoordigen God en dit geluk hebt gij in uw handen gekregen als stoffelijke mensen.
Daardoor hebben wij ons met elkaar kunnen verbinden.
Hierdoor was ons éénzijn volkomen en geestelijk rein.
Uw ziel droeg dit wonder, zij schiep het, zij gaf u de krachten ervoor.
Daarom wil ik haar danken.
Wilt u mijn dank aanvaarden, mijn lieve zuster?
Als het zover is, mijn kind, zal ik u over geestelijke wonderen vertellen.
Wij zijn heel dicht in elkaar gegroeid en wij kennen elkaar reeds vele eeuwen lang.”
„Wat moet ik thans doen, meester?”
„Niets, mijn waarde.
Gij rust eerst wat uit.
Gij gaat u voorbereiden op de grote gebeurtenis, die door de hoogste meester aan deze Zijde is vastgesteld.
Daarna gaan wij verder en beginnen aan een machtig instrument, dat anderen na ons zullen afmaken.”
„Hoe was het contact, meester, tijdens ons éénzijn?”
„Heel natuurlijk, mijn vriend, ik trok u in mijn eigen leven op.”
„Mogen er veel van deze instrumenten worden gemaakt?”
„Daarover zullen de meesters spreken.
Ik heb dat niet in handen.”
„Is het instrument voor de duistere wereld afgesloten, meester?”
„Niet één ziel van de miljoenen zielen in de duistere sferen kan buiten ons weten en willen om door het instrument spreken.
Het is afgestemd op de sferen van licht.
Heb dus geen angst, dat het instrument wordt bezoedeld door de demonen van de hel, onze wereld waakt over dit geestelijke wonder.
Straks gaan wij het instrument vereenvoudigen.
U kunt zich tevens gereedmaken voor het materialisatie-instrument, ook dat is gereed.”
„Is het mogelijk, meester, dat het materialisatie-instrument hiermee verbonden wordt?”
„De krachten zijn ervoor aanwezig, wij behoeven slechts enkele veranderingen aan te brengen.
Ook dat komt straks en dan zal de mensheid ons waarnemen.
Deze geestelijke wonderen behoren bij het Duizendjarige Rijk.
Door het andere technische wonder bestrijden wij alle ziekten van de Aarde.
Daarover zal ik straks eveneens met u spreken.”
„Wij begrijpen u, meester, en wij zullen trachten alles van ons zelf in te zetten, zodat u over ons tevreden zult zijn.”
„Gene Zijde is gelukkig, mijn vrienden, dat wij zover zijn gekomen.
Miljoenen zielen voelen met ons de heiligheid van dit geschenk Gods, voelen geluk in zich om de mensheid.
Moeder Aarde zal wonderen ontvangen.”
„Wat zal de toekomst brengen, meester?”
„Geestelijke wonderen.
De meesters zullen spreken, iedere faculteit ontvangt van deze zijde onderricht.
Voelt u wat dit zeggen wil?
Iedere geleerde zal zijn hoofd buigen voor de astrale wijsheid.
Nu komen beide werelden tot geestelijke eenheid.
Ook de kerk moet nu aanvaarden, dat God alléén liefde is en niet verdoemen kan.
De meesters zullen iedere dag tot de mensheid spreken.
En door de instrumenten zal de wetenschap het kosmische ontwaken ontvangen.
Alle vragen zullen worden beantwoord, want het is Gods wil, dat deze wonderen geschieden.
Hiervoor is Christus naar de Aarde gekomen.
De mensheid is nu zover.”
„Hoe is het mogelijk, meester, hieraan heb ik niet eens gedacht.”
„De omvang van dit wonder was voor u niet te peilen.
En de andere wonderen, die wij zullen scheppen, evenmin.
Spoedig hoop ik u alles daarvan te kunnen vertellen, want dat is nu mogelijk.
Ons werk gaat nu met grote schreden voorwaarts, het ene wonder schept thans het andere.
Bovendien kunnen wij tot elkaar spreken, onze stemmen zijn verstoffelijkt.
De meesters aan deze zijde zijn gereed voor hun taak.”
„Is de diepte van het instrument voor mij te peilen, meester?”
„Dat is mogelijk, maar dat komt later, het zou u thans storen.
Het gevoel voor dit wonder leeft in u en uw tweelingziel, het bewuste denken en voelen ontving u van mij, al naar u verwerken kon.
Indien u alles bewust bij u had gedragen, zou uw organisme zijn bezweken.
Ik was aan deze zijde met uw leven één, zoals ook nu.
Ik dank God voor al de hulp, die ik mocht ontvangen.
Wanneer wij straks zover zijn en we aan ons werk beginnen, ga ik u eerst de kosmische wetten verklaren.
Ik zal u verbinden met het ontstaan van de schepping.
U leert dan op Aarde de astrale wetten kennen en eerst dan bent u gereed om aan het machtige werk te beginnen, dat eens op Aarde zal worden geboren.
Ik zal voor u beiden de astrale wetten verklaren, die van de hellen en de hemelen in ons leven, waar gij uw kosmische bewustzijn ontvangt.
Ook dat is een heilig wonder.
Begrijpt u, mijn vrienden, dat God Oppermachtig is en steeds liefde is geweest?”
„Het is zo heilig, meester, alles wat u zegt, ik heb het eigenlijk aldoor gevoeld.
In ons leefde die werkelijkheid.”
„Of gij zoudt het gevoel hebben gemist om mijn gedachten op te nemen.
Ik zal u de bewijzen van ons leven schenken, wat ook voor mij een genade is.
Nu zullen er geen problemen meer op Aarde zijn.
De mensheid zal door het instrument de hoogste hemelen binnentreden.
Ons leven is onuitputtelijk.
Wie gevoel heeft leert thans de astrale wereld kennen en komt tot Christus!”
„Is het instrument volmaakt, meester?”
„Ik zou duizenden eeuwen tot u kunnen spreken, mijn zoon, dit wonder kunnen wij niet uitputten.”
„Is het geestelijke instrument nog aan Gene Zijde?”
„Gij zult het na dit aardse leven kunnen bewonderen en het aan deze Zijde ook in werking zien.”
„Keren wij tezamen hierna nogmaals naar de Aarde terug, meester?”
„Indien er verlangens in u zijn, zal God u deze genade schenken.
Maar ik weet nu reeds, dat gij aan deze Zijde verder zult gaan.
Uw taak voor de Aarde is geëindigd, gij hebt uw levens voor uw werk ingezet.
Anderen zullen dit werk na u voortzetten, ook zij willen dienen.
Gij bracht Moeder Aarde en de mensheid levensgeluk en zijt alzo in harmonie met het oneindige gekomen.”
„Wij danken u, meester.”
„Wij zullen nu ons contact moeten verbreken, maar ik kom tot u terug, want ik heb u nog heel veel te vertellen.”
„Mag ik nog een vraag stellen, meester?”
„Ik wacht.”
„Zijn onze ouders nog hier?”
„Niet alleen uw geliefden, doch duizenden andere geesten volgen ons spreken.
Zo gij hen kon zien, zou uw hart volstromen van hun reine liefde, want allen hebben de sferen van licht bereikt.”
„Wat horen wij thans, meester?”
„Wat gij hoort, geliefden, is het gezang van Engelen.
Zij zingen van vreugde en geluk, deze stemmen zijn thans op Aarde te beluisteren.
Voelt u, wat wij aan Moeder Aarde hebben mogen schenken?
Deze stemmen kunt gij door het instrument beluisteren, doch ze zijn halfstoffelijk verdicht.
Maar niettemin hoort u de reinheid van dit gezang.”
„Het is een openbaring voor ons, meester, en niet te verwerken ... w ...”
„Zink nu niet ineen, mijn zoon, mijn lieve vrienden, hoort thans, wat God tot uw leven te zeggen heeft.
Hieraan heeft de mensheid duizenden eeuwen getwijfeld.
Eindelijk zijn wij zover gekomen, nu hoort gij het astrale leven tot u spreken.
De hemelen zijn nu voor de mensheid geopend.
Is er kracht en liefde in uw leven gekomen?
Als dat zo is, wilt ge mij dan toestaan, dat ik nu heenga?
Ik zeg u echter, ik kom spoedig tot u terug.
Ik zal u nu het uur noemen en dan kunt gij u op mij instellen.
Over drie dagen op dit uur, zijn wij weer geestelijk één.
Ik ga nu, mijn geliefden, uw broeder in God.
Er zullen nog enkele van uw dierbaren tot u spreken.”
Nadat zijn laatste woord was verklonken, keerden hun geliefden nog eenmaal terug, alsook enige vrienden, om tot de beiden te spreken.
Toen werd het eerste contact verbroken en waren ze weer alleen.
Hoe zij zich voelden?
Zij konden al deze heiligheid tezamen verwerken.
In hun leven was zoveel wijsheid en rein geluk gekomen.
Hoe heilig was toch alles!
Als man en vrouw, als twee zielen van één afstemming God te mogen dienen?
Voelt u als mens der Aarde hoe ontzagwekkend zo het leven op Aarde is?
In korte tijd was het nieuws omtrent het grote gebeuren over de wereld bekend.
Vertegenwoordigers van alle volken wilden de eerste zitting met de meesters beleven.
Als men er alles van geloven kon, zou het hier een wonder betreffen, dat het aanzien van de wereld zou veranderen.
De meesters van Gene Zijde zouden tot de mensheid spreken.
Sceptisch gestemd waren de kerkelijke autoriteiten, toch zouden ze hun afgevaardigden sturen.
Toen was het uur gekomen, de vertegenwoordigers van alle volken waren bijeen.
Het instrument had men moeten verplaatsen om al die mensen te kunnen toelaten.
De hoofden van Israël, van staat en van kerk waren gekomen.
Toen allen hadden plaatsgenomen, verklaarde de uitvinder de werking van het instrument.
Hij had zijn doel bereikt, zo zei hij, en vertelde van het allerlaatste contact met zijn meester.
Toen schakelde hij het instrument in en even later stroomden witte wolkenslierten uit het geestelijke wonder.
Het contact was tot stand gekomen, aanstonds zouden de meesters spreken.
Er ging veel om in de vertegenwoordigers van de kerken.
Tastte de geleerde niet te ver en te hoog?
Als Gene Zijde waarlijk sprak, voelden zij, zou hun de macht over miljoenen zielen ontnomen zijn.
Het instrument zou een geweldige omwenteling scheppen, waarvan het einde niet te overzien was.
De geleerde zei nog:
„Mijne heren.
Ik dank u, meesters van Israël, van staat, wetenschappen en kerk, voor uw komst hier.
Wat ik u van het instrument vertelde, zult gij aanstonds bewaarheid zien.
Gene Zijde zal tot u spreken!
U zult met de hoogste hemelen na de dood worden verbonden.
De hoogste Engelen heeft God naar de Aarde gezonden om tot u te spreken.
Gij zult aanstonds vernemen wat God heeft beslist, en hoe wij daarnaar moeten handelen.
Dat zullen de meesters u zeggen.
Ik zal u thans met het leven na de stoffelijke dood verbinden.”
Er volgde een diepe stilte.
De geleerde schakelde het instrument op volle kracht in.
De aanwezigen hoorden de geestelijke ademhaling.
Toen sprak een heldere stem tot de Aarde:
„Tot u spreken de hoogste meesters aan Gene Zijde.
Wij komen tot u in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest.
Wij danken God voor deze genade.
Nu is de kloof tussen leven en dood overbrugd.
Gene Zijde spreekt tot u, maar eens leefden wij allen op Aarde.
Wij hebben het stoffelijke lichaam afgelegd.
God gaf aan ons en aan u het eeuwigdurende voortgaan.
Het Heilige Evangelie, door Christus op Aarde gebracht, zult gij door dit instrument begrijpen.
God is liefde!
Een God, die verdoemt, is er niet!
Christus heeft u van een Vader van liefde gesproken en door Hem hebt gij thans ook dit wonder ontvangen.
De kerk moet aanvaarden, dat God nimmer heeft verdoemd.
Gij zult Christus in het ware licht zien, zoals wij Hem aan deze Zijde hebben leren kennen.
Het is Gods wil, dat gij deze wonderen ontvangt!
Vrienden van de Aarde, twijfelt niet aan dit heilige wonder.
Gij zijt nu met de sferen van licht, met uw leven na de dood verbonden.
De Engelen uit de hoogste hemelen spreken tot uw leven.
Wij komen tot u om de mensheid te doen ontwaken, wij brengen u de stoffelijke en geestelijke wonderen Gods.
Christus is voor al deze heilige wetten gestorven.
De kerk zal zich herstellen en de fouten uit de heilige schrift zullen door ons worden rechtgezet.
Tot alle gelovigen zullen de meesters van deze zijde spreken.
Spoedig zullen wij daarmee beginnen.
Uw wetenschappen ontvangen onderricht van de meesters.
Wij zijn nu tot u gekomen om het volk van Israël geluk te wensen.
Wij voeren u naar de tweede, naar de derde en naar de vierde sfeer in ons leven.
Nu staat gij voor uw kosmische ontwaken.
God is liefde.
Voelen wij thans geen behoefte om God voor dit heilige geschenk te danken?
Indien uw kerkhoofden in het gebed willen voorgaan, zullen ook wij aan deze zijde neerknielen om God te danken.
Willen wij tezamen bidden, willen wij neerknielen?”
Een ontzaglijke ontroering had zich van de aanzittenden meester gemaakt.
Het wonder vervulde hen zó, dat er geen sprankje twijfel in hun harten over bleef.
Ook de kerkelijke vertegenwoordigers bogen hun hoofden, overtuigd als ze waren, dat ervan uit het leven na de dood tot hen gesproken was.
Een kerkhoofd trad naar voren en knielde neer.
Allen baden, dankten God voor deze heilige genade, aan de mensheid geschonken.
Toen vervolgde de meester van Gene Zijde: „Uw leven is eeuwigdurend.
Gij zult door ons de schepping Gods leren kennen.
Wij zullen u met de wetten van God verbinden, wij willen u overtuigen van Gods Almacht.
Wij verklaren u Gods Universum, waarin wij allen leven.
Gij zult ons leven leren kennen.
Al uw geleerden zullen op vastgestelde tijden onderricht worden in de geestelijke wetten.
Iedere faculteit ontvangt de eigen astrale meesters.
De geestelijken van staat en het Huis Israël moeten onmiddellijk maatregelen treffen, geen godslastering kunnen wij langer toestaan, want God verdoemt niet.
Door dit instrument krijgt de kerk betekenis en vertegenwoordigt dan eerst waarlijk Christus.
Nu hebt gij allen Golgotha overwonnen, want Christus trekt u in Zijn Heilig Leven op!
Dit instrument behoort het volk van Israël toe.
Er mogen slechts enkele instrumenten worden gebouwd en zij blijven Israël toebehoren.
Alléén wij spreken door de instrumenten die van uw wereld en de onze een eenheid zullen maken.
Eerst over duizenden jaren ontvangt elk kind van Israël het wonder.
Mij is toegestaan u allen en de mensheid te zegenen.
God gaf mij de krachten en deze genade.
Aanstonds gaan wij heen, maar dan zullen de meesters aan hun grootse taak beginnen.
Al de geliefden, die van u heengingen, groeten u.
Miljoenen zielen zijn hier aanwezig.
Wij willen, dat u hen hoort.
In hun levens is niets veranderd, maar zij ontwaakten in de geest.”
De aanwezigen hoorden nu Engelengezang, allen knielden neer en bogen hun hoofden.
God was in hun midden, Christus waakte over de mensheid.
Heiligend was dit ogenblik.
„Hebt gij onze stemmen kunnen horen?
De hemelen zijn nu voor de mensheid geopend.
Van de hoogste hemelen kunt gij de geestelijke heiligheid zien.
Christus heeft het u geschonken, door Christus kregen ook wij het kosmische bewustzijn.
Weet ge, mijn zusters en broeders, dat God eeuwigdurend liefde is geweest?
Wij zijn door God begenadigd, want het Goddelijke Al leeft in ons midden.
Voelt gij deze heiligheid?
Kan uw leven thans ontwaken?
Brengt onze boodschap aan al de kinderen van Israël, zegt ook, dat Gene Zijde waakt.
Nu zult gij nimmer meer alleen zijn, al de duistere wetten zijn overwonnen.
Heb geloof in God, heb lief, wat door Hem is geschapen, dat zal u vervullen van blijdschap en geluk.
Moeder Aarde is nu gelukkig.
Het Duizendjarige Rijk heeft tot uw levens gesproken.
Andere meesters zullen uw vragen beantwoorden, daarna gaan wij heen.
Ons leven behoort u toe.
Deze woorden zegt u uw broeder in de geest.”
Toen de hoogste meester was heengegaan, kwamen andere meesters, die tot de wetenschappen spraken.
De tijden werden ingedeeld.
Hierna werd het contact verbroken.
De directe-stem, een geestelijk wonder, had tot de gehele mensheid gesproken en was aan Israël overgedragen.
De gehele mensheid jubelde van geluk.
De dood was overwonnen, hij had zijn geheimzinnigheid en verschrikking verloren.
Van nu af aan stond Moeder Aarde voortdurend met de ruimte in verbinding.
In alle talen van de wereld werd er gesproken.
Geen vraag bleef onbeantwoord, geen problemen waren er meer, er kwam wijsheid en liefde in de harten van de mensen op Aarde.
Deze profetie zal letterlijk in vervulling gaan, zo waar er een God van Liefde is!