Het einde van de mensheid

De mensheid heeft de afstemming van de eerste sfeer bereikt, maar gaat verder om die van de tweede sfeer binnen te treden.
Het leven op Aarde ontwaakt in de geest, het wordt dieper en geestelijker, omdat nu de astrale wetten worden begrepen.
Heiligend is het leven van man, vrouw en kind op Aarde.
Wie nu op Aarde leeft, ontvangt het astrale geluk.
Duizenden geestelijke wonderen zijn er door de meesters daar gebracht.
Moeder Aarde maakt haar taak af en de maatschappij en het leven verandert er meer en meer door.
De ziekten zijn reeds lang overwonnen, narigheid kent men op Aarde niet meer.
Het leven is nu geestelijk bewust.
De mens heeft Gods wetten leren kennen.
Ook het Duizendjarig Rijk is voorbij, de mensheid staat voor de tweede sfeer.
Het bewustzijn van de eerste sfeer is reeds door de massa overwonnen, het leven op Aarde staat voor een hogere bezieling en diepere liefde open.
De technische instrumenten van deze Zijde voerden de mensen naar dit stadium.
Moeder Aarde heeft het menselijke lichaam volkomen vervolmaakt, abnormaliteiten ziet men op Aarde niet meer.
Het menselijke wezen bezit een prachtige gestalte, want het organisme is van iedere stoornis bevrijd.
Het heeft zich nu natuurlijk kunnen ontwikkelen.
Ontzaglijk veel is er door de meesters veranderd.
Iedere ziel is zich bewust van de kosmische wetten, want daarvan hebben de meesters verteld.
De Bijbel is opnieuw geschreven, elke ziel kent het ontstaan van de schepping, weet, hoe God zich door het leven heeft geopenbaard.
In de kerken hoort men het woord Gods, dat regelrecht van Gene Zijde komt.
De astrale meesters spreken direct tot (de) Aarde.
De kerk heeft het directe-stemapparaat ontvangen.
Er is harmonie op Aarde, elkeen geeft en ontvangt liefde, een paradijs is het er.
Het is niet te geloven, zo heilig is het leven op Moeder Aarde.
Iedere ziel weet, dat zij in vorige levens heeft geleefd en ziet in die levens terug.
Er kunnen nu geen fouten meer worden gemaakt, dat is volkomen uitgesloten.
Machtig is het, wat men op Aarde bezit en kent.
Wonderbaarlijk is het leven, het is niet meer te vergelijken met het vreselijke verleden, waarin men op Aarde kan terugzien.
De mensheid voelt zich op handen gedragen en weet zich door Christus beschermd en geleid.
En God behoeft nu niet meer over al Zijn kinderen te waken, het kind Gods waakt over zichzelf!
Ook in het Universum is er heel veel veranderd.
De Maan schijnt weg te zinken, haar schijnsel verzwakt.
Men weet op Aarde wat dit te betekenen heeft.
Moeder Maan keert tot het onzichtbare leven terug, ze zal geheel oplossen.
Vele andere planeten volgen dezelfde wetten.
Vele diersoorten hebben de Aarde reeds verlaten, ze zijn uitgestorven.
Maar men weet waar het innerlijk leven van deze soort leeft.
De mensheid is bewust, kent al deze wetten van God en kan het uitsterven nu volgen.
Het wilde dier uit het oerwoud is verdwenen en is verder gegaan.
Deze soorten beleven nu de hogere organismen.
Ook in de wateren is bijna geen leven meer en op Aarde volgt de ene soort de andere in het hoger gaan op.
De mensheid leeft vegetarisch, het vee van de Aarde is reeds lang geleden opgelost, men heeft die ontwikkeling stilgelegd.
In de ruimte gebeuren grote dingen.
De tweede kosmische levensgraad is bezig op te lossen, sterren en planeten verdwijnen uit het Universum, al dat leven van God heeft de eigen taak volbracht.
Ook aan deze zijde beleven wij dezelfde wetten.
De harmonie tussen leven en dood is hersteld, de ziel keert terug naar de astrale wereld, zinkt daarin terug tot het beginstadium en wordt onmiddellijk aangetrokken.
Leven na leven kan beleefd worden volgens de kosmische harmonie, wat vroeger niet mogelijk was, toen wachtte de ziel duizend jaar op een lichaam.
De demonen van de hel zijn overwonnen, de laagste hel is ledig!
Wat dit zeggen wil, voelt men eerst, wanneer men de menselijke geschiedenis volgt.
Op Aarde kan het kwaad niet meer worden beleefd.
De mens kan de kosmische wetten niet meer overtreden, dat diepe en vreselijke kwaad zich niet meer uitvieren en wordt gedwongen aan het hogere leven te beginnen.
De laagste hel is leeg, het zieleleven daaruit keerde naar de Aarde terug en is bewust geworden.
Miljoenen eeuwen lang is deze hel bevolkt geweest, nu is zij opgelost, want het kwaad is overwonnen.
Zo zal de ene hel na de andere veranderen en oplossen, doordat de mens verandert en het kwaad in hem overwonnen werd.
De aardse mens is thans een kosmisch bewuste.
Het leven van Gene Zijde is op Aarde gebracht, de eerste twee kosmische levensgraden zijn beleefd.
In het oerwoud leven reeds lang geen mensen meer, er leven nu alleen nog kleurlingen en blanken op Aarde.
Al die graden voor het stoffelijke organisme en bewustzijn losten volkomen en natuurlijk in de hogere graden op.
Thans leven er nog twee lichamelijke graden op Aarde, de eerste vijf gingen hoger en verder.
De verschijnselen wijzen erop, dat Moeder Aarde aan het einde van haar taak begint te komen.
De ontwikkeling gaat gestadig voort, de ene graad na de andere wordt bereikt, de mensheid staat voor de derde sfeer, niets staat dit hoger gaan in de weg.
De enkeling, de massa en de mensheid weten waarheen het leven op Aarde voert.
Het leven gaat snel, in alles wordt de geestelijke harmonie beleefd, want de aardse en geestelijke krankzinnigheid is overwonnen.
Tot aan het land van haat zijn de hellen opgelost.
In die hel beleeft de mens nu het loskomen van de onbewuste graden en maakt zich gereed voor het schemerland.
Wanneer de derde sfeer voor de mensheid bereikt wordt, lost tevens het land van haat op.
Beide werelden gaan één weg, waar leven aanwezig is, verandert de atmosfeer, ziel en stof beleven de Goddelijke evolutie.
Het leven van God keert tot het Al terug!
Op Aarde begrijpt men al deze verschijnselen, men heeft de wetten ervan leren kennen.
Deze geestelijke en stoffelijke wonderen kan de mensheid thans aanvaarden, want de uiteindelijke graden worden nu beleefd.
Gene Zijde en Moeder Aarde zijn ineen gegroeid, voelen zich als twee bloemen van één kleur.
Aan deze zijde gaat de ziel verder, ziel na ziel treedt de mentale gebieden binnen om op de vierde kosmische graad geboren te worden.
Moeder Aarde draagt nog steeds haar leven, maar andere planeten verdwijnen uit de ruimte en keerden tot het onzichtbare leven van God terug.
Het leven op Aarde en in de ruimte is te volgen, graad na graad is bewust geworden.
Alle hellen losten op, er is niet één ziel op Aarde, noch in de wereld van het onbewuste, die nog moet ontwaken in de geest, de voordierlijke, dierlijke, grofstoffelijke en stoffelijke levensgraden zijn verdwenen en in de geestelijke graden overgegaan.
Dat wil zeggen, dat niet één mens meer tot het onbewuste behoort, al het leven van God is geestelijk bewust geworden.
De laatste ziel trad deze afstemming binnen.
Eeuw na eeuw gaat voorbij.
Het aantal zielen, dat uit de wereld van het onbewuste naar de Aarde terugkeert, mindert.
Aan deze zijde lossen de eerste, de tweede en derde sfeer op, de mensheid staat voor het Zomerland!
Sfeer na sfeer keert tot het onzichtbare leven terug, want het leven gaat steeds hoger.
Wonderbaarlijk is dat oplossen van al deze graden en wetten.
Miljoenen jaren gaan er voorbij, de mensheid heeft nu het hoogste stadium bereikt.
Moeder Maan is reeds uit de ruimte verdwenen en met haar tal van andere planeten.
Ook de Zon gaat haar taak beëindigen, maar dan moet het laatste menselijke wezen Gene Zijde zijn binnengetreden.
Moeder Aarde maakt zich gereed om het stervensproces in te gaan, haar einde nadert.
De Zon is reeds opgelost, maar het licht van haar laatste stralen heeft de Aarde nog niet bereikt.
Dat is van deze zijde af waar te nemen.
Het laatste leven van Moeder Aarde maakt zich gereed om heen te gaan.
Moeder Aarde zal dan door al haar kinderen verlaten zijn.
Zij heeft haar taak voor God thans afgemaakt, ze zal nu tot Hem terugkeren en deel uitmaken van het onzichtbare leven.
De hemelen stromen leeg, biljoenen zielen bevinden zich op Aarde om daar de laatste mensen af te halen.
Heilig is dit uur, de menselijke geschiedenis is voorbij.
De schatten van de Aarde blijven daar, de ziel als astrale persoonlijkheid moet alles achterlaten.
Naakt treedt het leven van God Gene Zijde niet binnen, maar al het bezit van de Aarde heeft nu geen betekenis meer.
Hoeveel is er op Aarde door geleden?
Miljoenen zielen werden erdoor afgeslacht, duizenden oorlogen zijn erdoor bevochten.
Het leven van God heeft heilig ontzag voor de laatste mensen, die nu de Aarde verlaten.
De hoogste meesters van Gene Zijde zijn op Aarde en spreken hen toe.
Gene Zijde maakt een laatste reis over de Aarde, de steden zijn uitgestorven.
Nergens ziet men enig leven, de wateren zijn reeds bijna opgedroogd, de zeeën zullen volgen, de huizen zullen instorten en in het niet verzinken.
Stof zal tot stof terugkeren, maar de menselijke ziel en die van de hoogste diersoort gaan verder.
Het einde van de mensheid is gekomen.
Nog slechts enkele minuten en het zonlicht zal de Aarde bereikt hebben.
Met Moeder Aarde zullen alle planeten en sterren oplossen en dan zal er een nieuwe leegte ontstaan.
De leegte van vóór de schepping.
Nog is er licht, maar Moeder Aarde ontdoet zich reeds van haar kleed, de eigen bescherming, de dampkring, lost op.
Nog kan zij ademhalen.
Een geweldige schok gaat er door het Universum, door al het leven van God.
Nu kan Moeder Aarde sterven, want de duisternis valt.
De laatste stralen van de Zon hebben de Aarde bereikt.
Moeder Aarde is aan het einde van haar taak gekomen na miljoenen eeuwen voor haar kinderen gewerkt te hebben.
Al het leven in de ruimte knielt nu neer en neemt afscheid van haar.
De Alwijsheid kent dit gebeuren, God ziet, dat Moeder Aarde gaat sterven en zendt haar al Zijn heiligheid toe.
„God, mijn God, ik keer tot u terug.”
Moeder Aarde bidt voor al haar kinderen.
„Mijn God, ik dank u voor alles, aan mij en mijn kinderen geschonken.
Ik ben gereed om te sterven.
Ik weet dat mijn leven het goede heeft bedoeld en dat al mijn kinderen het bij U goed zullen hebben!
Ik buig mijn hoofd diep voor U, mijn God!
O, mijn God, ik kom tot U!
Mijn Almachtige Vader, ik weet, waarheen U mij voert!”
 
Mens der Aarde, het Eeuwige Leven wacht u!