Deelpersoonlijkheden

ontstaan, nut of gevaar

Hoe ontstaan binnen één mens verschillende deelpersoonlijkheden met elk een eigen karakter, en hebben ze nut of vormen ze een gevaar?
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.
‘Want waarom zit de vraagsteller in deze zaal en is hij geïnteresseerd in een leven na de dood en in het terugkijken in vorige levens?’

Jeugdpersoonlijkheid

Het bestaan van verschillende delen binnen één persoonlijkheid kan volstrekt normaal zijn.
Zo kan bij een aantal mensen een onderscheid gemaakt worden tussen de jeugdige persoonlijkheid en de volwassen persoonlijkheid.
In het beroepsleven kan deze jeugdpersoonlijkheid ongewenst zijn omdat die onaangepaste gewoonten kan hebben, of een specifiek dialect spreekt.
Wanneer iemand na zijn jeugd verhuist naar een ander land waar men een andere taal spreekt, wordt het verschil meestal nog duidelijker.
Wanneer de immigrant zich wil integreren, staat hij of zij voor de opdracht om in het nieuwe land een nieuwe (deel)persoonlijkheid op te bouwen die aangepast is aan de gebruiken van dat land.
Wanneer men dan later zijn geboortestreek weer bezoekt, komt gelukkig meestal vanzelf de jeugdpersoonlijkheid weer boven water, die niet alleen de streektaal spreekt, maar die ook herkend wordt door familie en vrienden.
Anders voelt men zich in de eigen geboortestreek niet meer ‘thuis’.
In de boeken van Jozef Rulof wordt zijn jeugdpersoonlijkheid ‘Jeus’ genoemd.
Jeus spreekt Gelders, een dialect uit het oosten van Nederland.
Wanneer Jeus na zijn jeugd naar Den Haag verhuist, een voor Nederlandse begrippen grote stad in het westen van het land, moet hij daar een nieuwe stadse persoonlijkheid opbouwen, die als ‘Jozef’ Standaardnederlands moet leren en die zich als taxichauffeur stadse omgangsvormen moet eigen maken.

Theo en Jack

Er kunnen ook verschillende volwassen persoonlijkheden naast elkaar bestaan binnen één mens.
Die verschillende delen van de persoonlijkheid kunnen elkaar wel of niet in de weg zitten, en ze kunnen elkaar ook aanvullen.
Zo kende Jozef naast zijn stadse deelpersoonlijkheid ook een meer geestelijk gerichte deelpersoonlijkheid die in zijn boeken ‘André’ wordt genoemd.
André is zijn spirituele kant, en die kon zich ontwikkelen tot grote geestelijke hoogte, omdat die zich niet meer hoefde te bekommeren om het maatschappelijke leven, wat Jozef voor zijn rekening nam.
De naam André komt uit Frankrijk, hij kreeg die naam tijdens een vorig leven in dat land.
De persoonlijkheid uit dat vorige leven is in zijn huidige leven een deelpersoonlijkheid.
In de boeken van Jozef Rulof zijn nog talrijke andere mensen beschreven, die meerdere deelpersoonlijkheden beleefden.
Zo beschrijft Theo in het boek ‘Door de Grebbelinie naar het Eeuwige Leven’ hoe hij zijn tweede persoonlijkheid Jack leert kennen.
Theo moet als Nederlandse soldaat vechten in de Grebbelinie, een frontlinie in de Tweede Wereldoorlog.
Wanneer hij in dat oorlogsgeweld ronddoolt, voelt hij dat Jack in hem naar boven komt.
Dit is een andere persoonlijkheid die hij in zijn hele leven niet in die sterkte heeft gevoeld.
Toch voelt Jack niet vreemd aan voor Theo.
Later verneemt Theo dat Jack de naam is die hij droeg in zijn vorige leven.
Jack is zijn gevoelsleven van toen, zoals hij zich voelde in zijn vorige leven.
Wanneer Jack in de Grebbelinie het dagbewustzijn overneemt, wordt zijn lichaam uiteengerukt door de explosie van een granaat.
En hoe gek dit voor Theo ook klinkt, dat is precies waar Jack voor gereïncarneerd was.
Wanneer Theo later op zijn leven terugkijkt, krijgt hij van zijn vader in het hiernamaals de uitleg waarom deze gewelddadige dood plaatsvond.
Jack was een psychiater geweest, die heel zijn leven maar op één vraag was ingesteld: ‘Overleeft de ziel elke lichamelijke schok?’
Jack was met deze vraag zelfs al vele levens lang aan het worstelen.
Als wetenschapper wilde hij de mensheid het antwoord op deze vraag schenken, omdat het eeuwige voortbestaan van de ziel alle gevestigde kennis in een ander licht zou plaatsen.
Maar het was meer geworden dan een wetenschappelijke studie, voor zijn reïncarnerende gevoelsleven was het een vraag geworden waar hij zich niet meer van kon bevrijden.
Door de voortdurende gerichtheid op die ene vraag, heeft de ziel van Theo zelf de situatie opgezocht, waardoor de prangende vraag beantwoord kon worden met de absolute zekerheid van de eigen ervaring.
Anders geraakte het gevoelsleven hier niet meer vrij van, en stond de geestelijk evolutie van zijn ziel stil.
De persoonlijkheid die deze vraag beantwoord moest krijgen, was Jack.
Theo had zich nooit geïnteresseerd voor die vraag, die beleefde het leven als een onbezorgd kind.
Daarom kwam op het beslissende moment Jack als deelpersoonlijkheid in zijn bewustzijn naar boven, want het was zijn moment, zijn tijd, de reden waarom Theo beroepsmilitair was geworden.
Later ziet Theo dat het Jack was, die deze beroepskeuze had gemaakt, zonder dat Theo zich daar op dat moment van bewust was, want toen sluimerde Jack nog voor het grootste gedeelte in zijn onderbewustzijn.
Maar voor deze cruciale beslissing werd er reeds gehandeld vanuit het gevoelsleven van Jack, omdat Jack daarvoor gereïncarneerd was.
Nadat Theo in het hiernamaals zijn leven verwerkt heeft, is het ook Jack die het voortouw neemt als de leidende persoonlijkheid.
Theo is alleen voor dat ene leven belangrijk geweest, maar die heeft voor de geestelijke ontwikkeling van zijn ziel verder geen betekenis meer.
Als Jack heeft hij iets aan de mensheid te geven, hij wil nu zijn nieuw verworven kennis aan de wereld doorgeven, zodat ook de mens op aarde de onvergankelijkheid van de ziel leert kennen.
Daarom maakt hij zich na het leven van Theo in het hiernamaals klaar om straks op aarde opnieuw te reïncarneren, om dan als wetenschapper dit bewijs te kunnen leveren.
Op het moment van de explosie was Jack voor vijfenzeventig procent aanwezig in het dagbewustzijn, hevig ingesteld op dat ene moment waarvoor hij terugkwam.
Theo maakte op dat moment nog maar voor vijfentwintig procent deel uit van het dagbewustzijn, hij zag alles als in een droom.
In het hiernamaals zal Theo nog verder wegzinken, en zal Jack de honderd procent gevoelskracht gaan inzetten om de mensheid te dienen.
In de sferen van licht in het hiernamaals is er uiteindelijk geen plaats voor meerdere deelpersoonlijkheden, die kunnen alleen nuttig zijn voor verschillende periodes of taken in het leven op aarde, zoals het beleven van de jeugd in een klein dorp tegenover het opvangen van de harde maatschappij in de stad, of het combineren van taak en goedmaken.
Jack weet zeker dat hij weer zal kunnen incarneren, omdat hij een bijdrage aan het geestelijke bewustzijn van de mensheid zal leveren, en die missie heeft voorrang op de zielen die alleen naar de aarde terugkeren om door het goedmaken zichzelf weer in harmonie met al het leven te brengen.

Wie in ons leest deze artikelen?

Op een contactavond werd Jozef Rulof de vraag gesteld hoe hij het machtige priesterschap van zijn vorige leven als Dectar in het oude Egypte in zijn latere reïncarnaties kon verliezen.
Jozef antwoordde dat hij dat priesterschap niet verloren heeft, maar dat het als zijn deelpersoonlijkheid Dectar in zijn huidige leven nog steeds beschikbaar is.
Jozef voegt hier aan toe dat ook de vraagsteller deze werkelijkheden in zichzelf kan onderzoeken.
Want waarom zit de vraagsteller in deze zaal en is hij geïnteresseerd in een leven na de dood en in het terugkijken in vorige levens?
Wie is degene in de vraagsteller die zo scherp kan denken, die goede vragen stelt en een enorm verlangen kent om de boeken van Jozef Rulof te lezen?
Is dat de persoon die in Den Haag is opgegroeid?
Die persoon volbrengt een maatschappelijke baan waarin hij wellicht niet zo geestelijk bezig is als tijdens het vragen stellen aan Jozef.
En zijn jeugdige persoonlijkheid is wellicht ook niet zo in vragen over reïncarnatie geïnteresseerd.
Misschien is de vragensteller eerder iemand uit de tempel van toen, die nu in deze zaal de kans ziet om zijn geestelijke studie weer op te nemen en voort te zetten.
Hoeveel deelpersoonlijkheden kunnen we in onszelf onderscheiden?
In dit licht kunnen we onderzoeken hoeveel procent van ons gevoelsleven al wil deelnemen aan geestelijke ontwikkeling.
En hoeveel eigenschappen in ons al harmonisch en universeel liefdevol zijn.
Hoe groot is het deel van onze persoonlijkheid dat al in een lichtsfeer voelt, denkt en handelt?

Meervoudige persoonlijkheid

Op een andere contactavond schetst Jozef een situatie waarbij een deelpersoonlijkheid opdoemt, die een negatieve invloed kan hebben op de levensloop.
Hij praat over een vrouw die plots niet meer tevreden is met haar financiële situatie, en die meer geld wil zien van haar echtgenoot.
Er komt iemand van adel in haar omhoog, die centjes wil hebben.
Wanneer zij en haar man geen reïncarnatie kennen, kan dat natuurlijk voor problemen zorgen.
In het ergste geval gaat de vrouw uitkijken naar een andere man, die haar meer rijkdom kan geven.
Want als dame van adel heeft ze daar in haar gevoel toch recht op, met minder kan ze niet meer rondkomen.
Alleen als ze dan beiden begrijpen dat er een vorig leven naar boven is gekomen, dat haar deze nieuwe gevoelens geeft die er voorheen niet waren, kan deze nieuwe deelpersoonlijkheid terug verwezen worden naar daar waar hij of zij thuishoort, in het diepe onderbewustzijn.
Hiervoor moet de vrouw in haar gevoelsleven de regie houden, en de toegang van deze deelpersoonlijkheid tot het dagbewustzijn beperken.
Want niet elke deelpersoonlijkheid kan gebruikt worden in dit leven, vele delen zijn niet meer bruikbaar en moeten juist losgelaten en overstegen worden om in dit leven een verdere stap te kunnen zetten in de geestelijke ontwikkeling van onze ziel.
Nog grotere problemen kunnen er ontstaan wanneer er beïnvloeding komt van een persoonlijkheid die niet uit ons eigen onderbewustzijn voortkomt, hoewel men eerst wel zou kunnen denken dat het een eigen deelpersoonlijkheid is.
Dan kan het verschijnsel ziekelijk worden.
Deze problemen worden behandeld in het boek ‘Zielsziekten van Gene Zijde bezien’.
In de huidige psychiatrie worden termen gebruikt als meervoudige of multipele persoonlijkheidsstoornis en dissociatieve identiteitsstoornis.
Vroeger sprak men ook van gespleten persoonlijkheid.
De psychiatrie en psychologie doorgronden deze stoornissen nog niet, omdat de wetenschap geen leven na de dood en geen vorige levens aanvaardt.

Splitsing van persoonlijkheid

In de boeken van Jozef Rulof wordt ook gesproken over het gevaar van een onbewuste splitsing van persoonlijkheid, waarbij een handeling slechts uitgaat van een deel van de persoonlijkheid, en de andere delen zich niet bewust zijn van die handeling.
Zo wordt bijvoorbeeld in het boek ‘Maskers en Mensen’ beschreven hoe de Nederlandse schilder Vincent van Gogh zelfmoord pleegde.
Hij bereikte een grote hoogte in zijn kunst, maar liep zich tegen zijn belevenissen te pletter.
Toen greep hij naar een revolver en schoot zich door z’n hoofd.
Op dat moment was het niet zijn hele persoonlijkheid die handelde.
De trekker werd overgehaald door hoogstens tien procent van zijn persoonlijkheid, de rest van zijn karakter deed er niet aan mee.
Als kunstenaar wist hij op dat moment niet wat hij deed.
Er steeg iets uit zijn onderbewustzijn omhoog dat niet verder wilde leven, maar Vincent kon dit niet beredeneren, hij kende zijn eigen reïncarnatie niet, hij kon hierin niet denken, anders had hij kunnen praten met dat deel van zijn persoonlijkheid dat omhoog kwam en het vervolgens de juiste plaats kunnen geven in zijn kunstenaarsleven, zodat hij op deze wijze zijn aardse leven niet had hoeven te beëindigen.
Niet alleen zelfmoord kan op tien procent persoonlijkheid gebeuren, maar ook moord of andere vernietigende handelingen.
Dat neemt niet weg dat de mens de gevolgen van deze handelingen zal ondergaan, omdat men zich niet kan verschuilen achter een deel van zijn persoonlijkheid, men blijft altijd volledig verantwoordelijk voor zijn eigen daden.
Daarom is het zo belangrijk om alle delen van de persoonlijkheid te leren kennen, en te zorgen dat die onder één centraal beheer komen, een regie die voor de eigen geestelijke ontwikkeling werkt in plaats van die evolutie tegen te houden.

Dat ene ik

Wanneer Jozef Rulof voor het beleven van de diepste wetten van de kosmologie stond, moest hij eerst zijn deelpersoonlijkheden integreren zodat hij de volle honderd procent van zijn persoonlijkheid kon inzetten om deze wetten te kunnen aanvoelen.
Al het gevoel dat hij kon mobiliseren moest op deze taak gericht worden, alle gedachten moesten dit machtige werk gaan dienen.
Voordien waren zijn verschillende deelpersoonlijkheden nuttig om zich elk te kunnen specialiseren in een bepaald deel van zijn leven, maar nu moest al die gevoelskracht gebundeld worden.
Jozef zegt dat wij allemaal voor deze taak komen te staan, ten laatste wanneer we de sferen van licht willen betreden.
Daar kunnen we niets meer aanvangen met verschillende delen van onze persoonlijkheid die ieder een eigen kant op willen wandelen, daar moeten alle gevoelskrachten deel gaan uitmaken van dat ene ik dat ons doet groeien in bewustzijn en liefde.

Bronnen en verdieping