Eeuw van Christus

De naam die Jozef Rulof aan zijn stichting heeft gegeven is: Stichting Geestelijk-Wetenschappelijk Genootschap "De Eeuw van Christus".
Het begrip ‘De Eeuw van Christus’ was nieuw voor de toehoorders van Jozef Rulof.
Op de contactavond van dinsdag 21 november 1950 vraagt een ‘nieuweling’ aan meester Zelanus wat hiermee bedoeld wordt.
(Meneer in de zaal): ‘Meester, ik ben een nieuweling in deze kring en daarom zijn mijn vragen misschien ook een beetje naïef.
Ik wou graag van u weten, indien het mogelijk is: wat wordt precies bedoeld met de „Eeuw van Christus”?
Vraag en Antwoord Deel 5, 1950
Maar de Universiteit, de „Eeuw van Christus” wil zeggen, dat nu de wetten van Christus voor geest, ruimte, en de goddelijke wetten worden verklaard.
We zijn vier, vijf jaar bezig en we hebben zo’n twee-, zo’n vier-, vijf-, zeshonderd lezingen gegeven, en er zijn mensen die hebben al die lezingen meegemaakt en beleefd, en nu kunnen ze een oordeel krijgen, voor zichzelf maken, waar we heen gaan.
Nu wordt u ...
Elke wet, voor ziel, geest en lichaam, voor de ruimte, voor Christus en God, willen wij u verklaren.
En die eeuw, die tijd is nu begonnen.
De „Eeuw van Christus” wil zeggen, dat Christus, toen Hij ging, toen Hij overging, toen men Hem aan het kruis had geslagen, had Hij nog duizenden jaren, indien mogelijk, kunnen leven; en dan had Chrístus al deze wetten verklaard.
Neemt u dat aan?
Men heeft Hem aan het kruis geslagen en vermoord.
Nu zegt het protestantistische kind en het katholieke kind: Hij is voor de mens gestorven.
Gelooft u dat?
Neemt u dat nog aan?
(Meneer in de zaal): ‘Ik ben ermee bezig ...’
Kijk, indien u nu de boeken volgt, ‘Een Blik in het Hiernamaals’, en u krijgt hier ‘Zij die terugkeerden uit de dood’, er zijn er tien, twaalf, vijftien, negentien boeken, dan komt u verder.
Maar indien u de Bijbel, die gezegdes van de Bijbel niet voor uzelf kunt ontleden, komt u ook niet verder.
Dat moet u er maar uit halen.
Wij geven deze lezingen om uw vragen te beantwoorden en u een beeld te geven waar de mens achter de kist leeft.
Dat krijgt u hoofdzakelijk in ‘Een Blik in het Hiernamaals’ en ‘Het Ontstaan van het Heelal’.
Die boeken die zijn uitverkocht, maar u kunt ze wel in de bibliotheek lezen hier.
Maar begin bij de eerste boeken, en dan krijgt u langzaamaan verruiming.
Maar u zelf kunt niets doen, wij komen voor ú.
Wij kunnen niets ...
U behoeft niet als een Jehovakind over de straat te lopen, men aanvaardt u toch niet.
En de stof, de wijsheid, de bewustwording van de boeken moeten u zeggen in welk gevoelscentrum u leeft.
Dat vertellen u de boeken.
Meer willen wij niet.
Is dat duidelijk?
(Meneer in de zaal): ‘Ik dank u.’
Vraag en Antwoord Deel 5, 1950
Christus werd vermoord voor het weinige dat Hij de mens van die tijd kon geven.
Meer kon de mensheid niet aan, voor Zijn ‘Blijde Boodschap’ werd Hij reeds aan het kruis gespijkerd.
Als de mensheid meer had aangekund, dan had Hij de mensheid elke wet voor ziel, geest en lichaam, voor mens, dier, plant, zon, maan, ruimte en God kunnen verklaren.
Maar eerst moest de mensheid hiervoor nog ontwaken.
Eerst moest de mensheid 2000 jaar verder evolueren, voordat zij méér aankon, meer kennis over ziel en geest wilde en kon aanvaarden, en het medium dat deze kennis doorgaf niet meer vermoordde.
Dat tijdstip is nu aangebroken.
Dat is de Eeuw van Christus, de tijd waarin de mensheid de universele kennis kan ontvangen, die Christus aan de mensheid wil schenken, nu door Zijn leerlingen, de meesters van het licht.
De Eeuw van Christus is begonnen tijdens de Tweede Wereldoorlog, op het moment dat de meesters Alcar en Zelanus Jozef Rulof konden laten uittreden voor het ontvangen van de ontleding van elke wet voor ziel en geest, voor de ultieme kennis van ‘De Kosmologie’:
Meester Alcar vangt André op, kijkt in zijn ogen en hij staat voor zijn meester.
Hij zegt: ‘Mijn André, nu is het ogenblik gekomen dat ik je voor de Kosmologie kan ontvangen, André.
En wat daarvoor nodig is geweest voor jezelf, je weet het.
Wat je daarvoor hebt willen inzetten, is het bezit nu van deze reis.
God schonk ons deze mogelijkheid omdat we deel zijn van Zijn leven en dat andere dat we nu zullen ontvangen.
Maar het zijn de hoogste meesters onder de bezielende leiding en de liefde van Christus – ziet u? – dat wij deze taak mogen beleven en de wijsheid ervan op aarde mogen brengen.
Weet het nu, Christus is het die aan al het leven de mogelijkheid gaf om voor de sferen van licht, voor de evolutie van deze mensheid, de ontwaking te dienen.
Want het goddelijke Al wil – waarin Hij leeft – dat de mensheid nu ontwaakt.
De „Eeuw van Christus” is op dit ogenblik, nu wij deze reizen maken, begonnen.’
Lezingen Deel 3, 1952