Gevoel -- Bronnen

Bronteksten uit de boeken van Jozef Rulof bij het artikel ‘gevoel’.
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.
Deze bronnen veronderstellen de voorafgaande lezing van het artikel ‘gevoel’.

Uniek gevoelsleven

De tempelpriester Venry in het oude Egypte krijgt van zijn leermeester Dectar te horen dat hij in zijn tempelleven tot nu toe nog niet veel nieuwe eigenschappen heeft verworven:
Als u weet, dat al uw handelingen en gevoelens het bezit zijn uit het verleden en u daardoor in het dagbewustzijn leeft en beleeft, én schept, én ontvangt, én handelt, ziet en hoort en dat die gevoelens uw gehele persoonlijkheid uitmaken, dan kunt gij aanvaarden, dat de ziel ook in het dagbewustzijn in het verleden leeft.
Is het u duidelijk, dat uw ziel in dit leven zich nog niets eigen maakte?
Dat gij bezig zijt te bouwen, te scheppen en te dienen en dat gij daarin nog niets hebt verdiend?
Welke zijn de nieuwe eigenschappen, die u zich in dit leven eigen maakte?
Zoek in uzelf, daal in uzelf af, of „ga in” en zie goed en duidelijk, of dit zo is en u zult aanvaarden, dat u en allen die op aarde zijn, in hun eigen verleden leven en uit dat verleden putten.
Is dit onnatuurlijk?
Ga allereerst na, wie u bent en wat u thans bent geworden.
Is daarin verandering gekomen?
Tussen Leven en Dood, 1940
Er is alleen het nu:
Want gij praat en denkt en voelt in en uit het verleden.
Er is dus alléén het „nu”, dat is en dat blijft, er is geen verleden, „het leven” is er en daarin zijt gij thans bewust.
Maar alleen van dat, wat uw eigen leven uitmaakt.”
Tussen Leven en Dood, 1940

Diepten van gevoel

We hebben zeven diepten van gevoel in ons, waarvan de bovenste laag het dagbewustzijn genoemd kan worden:
U hebt honderdduizend levens gehad, die maken deel uit van uw gevoel.
Nu krijgen we zeven diepten van gevoel, en het hoogste, de zevende, het dagbewustzijn in het onderbewustzijn ...
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
Ons gevoelsleven bevat zowel de gevoelens waarvan we ons bewust zijn, als de gevoelens die onder ons dagbewustzijn leven:
Nou moet u beginnen: onderbewustzijn is gevoel.
En het gevoelsleven reageert in dagbewustzijn.
Men spreekt wel van onderbewustzijn, maar in wezen is het er niet, hoor.
Want het gevoelsleven vertegenwoordigt het onderbewustzijn, beide.
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952

Zelfkennis

We kunnen onze eigen psycholoog zijn:
(Mevrouw in de zaal): ‘Meester Zelanus, aansluitende op dit, dat wat in onze vorige levens in ons onderbewustzijn blijft opgesloten, we leren in die boeken dat, we moeten onszelf leren kennen ...’
Ja.
(Mevrouw in de zaal): ‘ ...kunnen we dat dan helemaal, daar waar het onderbewuste niet naar het dagbewuste komen kan?’
U bedoelt, zouden wij het verleden, uw vorige levens kunnen kennen, beleven?
Kunt u zichzelf leren kennen in dit leven?
(Mevrouw in de zaal): ‘Tot op zekere hoogte misschien.’
Tot op zekere hoogte, tot de maatschappij; u kunt u kennen, onherroepelijk.
U kent u onherroepelijk, want u weet precies, pertinent wat u doet.
Elke gedachte die u verstoffelijkt ...
U kunt vanbinnen, innerlijk kunt u denken, maar komt het over uw lippen, (dan) is die gedachte verstoffelijkt, en daaraan kent u zichzelf.
U weet wat u verlangt.
Maar, aan al die gevoelens, aan die duizenden gedachten kan de mens zich leren kennen.
Dat heeft Socrates gewild.
Kijk, u vraagt ernaar, en de wereld, de maatschappij is nog niet bewust voor die stelsels.
Maar neem aan, er leven miljoenen mensen op aarde die de reïncarnatie aanvaarden en ook die reïncarnatie bewezen hebben gekregen.
Hier in het Westen hebt u dat niet zo, maar in het Oosten zijn kinderen van vier, vijf jaar reeds bewust voor de tempels en zegt: ‘Ik ben de meester daar en daar, ik kom terug.’
Van tevoren hebben de meesters verteld: ‘Ik ga nu, maar ik ben, over 43 jaar, zoveel dagen, ben ik weer terug, en ik zal daar geboren worden.’
En die bewijzen zijn ontvangen.
Dus ik wil maar zeggen, de maatschappij lacht, de maatschappij haalt schouders op, omdat de psycholoog nog de fundamenten moet leggen voor ziel, geest en leven, ruimte, God, voor alles.
Maar u kunt uw eigen psycholoog zijn indien u voelt wat u denkt, wat u bedenkt, wat u bevoelen wilt.
En, wat doet u, hoe bent u?
Dat bent u.
U bent ook dat voor het verleden, u bent niets anders.
Wat zoudt ge in uw diepe innerlijk nog bewust willen maken, nu dat allemaal bewust is?
Vraag en Antwoord Deel 5, 1950
Waarom is er in ons een verlangen naar liefde?
Maar het gevoel, waarin wij eens leefden en waarin de liefde in ons ontwaakte, zou in het volgende leven het verlangen zijn, dat in iedere ziel aanwezig is en de ziel als „gevoel” ervaart en beleefd moet worden.
Tussen Leven en Dood, 1940
André (Jozef Rulof) begon te begrijpen wat de grootste studie was:
André begreep, dat de grootste studie van de mensen was, om zichzelf te leren kennen.
Een Blik in het Hiernamaals, 1936