Gevoelsgraden

de innerlijke weg van de ziel

Door vele levens te beleven groeit de ziel in gevoel en bewustzijn, waarbij elke ziel dezelfde gevoelsgraden doorloopt.
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.
‘De meesters ontdekten dat alle zielen door de duisternis naar het licht evolueren.’

Het hiernamaals weerspiegelt de gevoelsgraad

In elk leven doen we ervaringen op.
De ervaringen van al onze vorige levens samen vormen ons gevoel waardoor we het leven op aarde aanvoelen.
Leven na leven bouwen we aan ons reïncarnerend gevoelsleven, dat hierdoor een bepaalde graad van gevoel bereikt.
Na onze levens op aarde gaan we in die gevoelsgraad over naar ons hiernamaals.
Toen de eerste zielen in het hiernamaals aankwamen, werden ze zich pas na verloop van tijd bewust dat de sfeer waarin ze vertoefden, afgestemd was op hun eigen gevoelsgraad.
Wat ze op aarde innerlijk beleefd hadden als gevoel, zagen ze in hun hiernamaals uiterlijk weerspiegeld in het licht van hun sfeer.
Hoe meer gevoel en bewustzijn ze verwierven, hoe meer licht er in hun sfeer kwam.
Ze merkten dat dit licht helderder en mooier werd, naarmate ze zich meer voor anderen gingen inzetten.
De aard van het licht was blijkbaar gekoppeld aan de graad van liefde die ze voelden voor het andere leven.
Zo bereikten ze het licht van de vierde lichtsfeer, en werden meesters van het licht.
Ze begrepen dat de mens op aarde nog niet wist dat de sfeer in het hiernamaals bepaald werd door de eigen gevoelsgraad.
Daarom gaven ze de sferen verschillende namen, om hiermee de gevoelsgraad van de bewoners van die sfeer te vertolken.
Ze begrepen ook dat de mens op aarde reeds deze gevoelsgraden innerlijk moest dragen, anders hadden de daarop afgestemde sferen niet kunnen ontstaan.
Wanneer bij de overgang van een mens naar het hiernamaals de gevoelsgraad de plaats in het hiernamaals bepaalt, moet die gevoelsgraad reeds tijdens de levens op aarde opgebouwd zijn.

Van stoffelijk naar geestelijk

De meesters van het licht noemen hun eigen sfeer in het hiernamaals het Zomerland, zodat de mens op aarde aan een eeuwige zomer zou denken.
De meesters zelf hebben alle aardse gedachten afgelegd, ze zijn in gevoel voor zichzelf met niets meer bezig dat tot de stoffelijke wereld behoort.
Hun eigen gevoelsafstemming noemen ze de ‘geestelijke gevoelsgraad’, omdat ze alle stoffelijke gevoelens losgelaten hebben.
Ze zijn volkomen ingesteld op hun geestelijke ontwikkeling in de lichtsfeer waar ze met hun geestelijke lichaam verblijven.
De meesters zagen dat de ziel op aarde, door te leven in de stof, een ‘stoffelijke gevoelsgraad’ bezit.
In die gerichtheid op de aardse materie zagen ze wel grote verschillen.
Vele mensen op aarde zijn alleen met de stof bezig, en hebben geen oog voor hun medemens.
Ze zijn vooral bezig om meer stoffelijke rijkdom te vergaren, hun eigen bezit staat centraal in hun gevoelsleven.
Ze kunnen hun medemens nog grof en kwetsend behandelen, daarom noemen de meesters deze gevoelsafstemming de ‘grofstoffelijke gevoelsgraad’.
Wanneer deze mensen overgaan naar het hiernamaals, komen ze terecht in het ‘schemerland’.
Deze sfeer weerspiegelt het beetje licht dat haar bewoners innerlijk hebben opgebouwd.
Andere mensen hebben hun stoffelijke gevoelsgraad al verfijnd, ze zijn niet langer grof, maar ze zijn vriendelijk en behulpzaam geworden.
Door hun liefde voor hun medemens stemmen ze zich reeds af op de eerste, tweede of derde lichtsfeer in het hiernamaals.
Hun gevoelsafstemming wordt de ‘fijnstoffelijke gevoelsgraad’ genoemd.

De laagste gevoelsgraden

Mensen die op aarde innerlijk vol zijn van haat en wellust, zijn afgestemd op het ‘land van haat en hartstocht en geweld’.
In deze duistere sfeer zullen ze terecht komen tussen miljoenen soortgenoten van wie het geestelijke lichaam lijkt op een roofdier met klauwen.
Daarom spreken de meesters hier over de ‘dierlijke gevoelsgraad’.
Hitler en zijn soortgenoten bevinden zich in het ‘dal van smarten’, de laagste hel in het leven na dit leven.
Hun afstemming wordt ‘voordierlijke gevoelsgraad’ genoemd, omdat hun gevoelsleven lager is dan het roofdier dat doodt uit honger.

Door de duisternis naar het licht

De meesters ontdekten dat alle zielen door de duisternis naar het licht evolueren.
Ze zagen dat elke ziel dezelfde innerlijke weg volgt, van voordierlijke naar geestelijke gevoelsgraad.
De ene ziel is hierin al verder gekomen dan de andere, omdat de ene ziel al veel meer levens heeft beleefd dan de andere.
Uiteindelijk bereikt elke ziel in het hiernamaals de geestelijke gevoelsgraad, omdat elke ziel de stuwing bezit om haar gevoelsleven te verhogen.
De meesters waren in hun vierde lichtsfeer geestelijk ver genoeg geëvolueerd om het evolutiestadium van elke ziel op aarde met zekerheid te bepalen.
Ze zagen dat de mens op aarde die zekerheid niet kan behalen en slechts tot een inschatting kan komen van de gevoelsgraad van een handeling, omdat de beoordeling beperkt wordt door het stoffelijke bewustzijn.
De meesters merkten dat ze hun gevoelsgraad deelden met miljoenen andere zielen, maar ze bleven uniek door hun verschillende vorige levens die ze op aarde beleefd hadden en die hun gevoelsleven een eigen kleur hadden gegeven.

Bronnen en verdieping