Gevoelsverbinding -- Bronnen

Bronteksten uit de boeken van Jozef Rulof bij het artikel ‘gevoelsverbinding’.
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.
Deze bronnen veronderstellen de voorafgaande lezing van het artikel ‘gevoelsverbinding’.

Moeder en kind

Tussen de derde en vierde maand worden we in de moederschoot wakker:
De directe bewustwording aanvaardt het embryo tussen de derde en vierde maand.
De Kringloop der Ziel, 1938
Wanneer Jozef Rulof wakker wordt in de moederschoot, voelt zijn moeder Crisje door hun gevoelsverbinding dat ze een bijzonder kind draagt.
Op dat moment ziet de geestelijke leider van Jozef Rulof, meester Alcar, bij wie Jozef is gereïncarneerd:
De ziel leeft in de moeder en hij ziet de moeder voor zich, de moeder voelt nu reeds en zegt het dan ook, dat ze thans een bijzonder kind draagt.
Deze is anders dan de anderen, die ze heeft.
Ze voelt het aan het trappen van het kind en aan de gevoelens, die ze door dit éénzijn beleeft.
Voor haar is het een wet: dit kind heeft iets!
Geestelijke Gaven, 1943
Meester Alcar legt later aan Jozef uit dat de moeder tijdens haar zwangerschap in een verhoogde geestelijke kracht kan leven door de gevoelsverbinding met haar kind.
Na de geboorte moet zij deze verhoogde gevoelskracht missen:
Wij weten, dat zich de geest met een geest kan verbinden.
Dat gevoel vindt afstemming op gevoel, hetgeen liefde betekent.
Wanneer de moeder in blijde verwachting is, is er een verbinding tot stand gekomen met een ander wezen, een andere gevoelskracht.
Is je dat duidelijk?
Deze verbinding duurt negen maanden.
Zij verkeert dus in een verhoogde geestelijke kracht, door het wezen dat zij draagt.
Hier kom ik aanstonds op terug.
Wanneer het kind geboren wordt, voelt de moeder, dat haar iets wordt ontnomen; wat het is, kan zij niet vaststellen, ze kan er ook geen woorden voor vinden.
Doch wij kennen het en weten wat haar ontnomen wordt.
Velen denken, dat het geboren worden van het kind, het vreemde, dat zij missen, gevoelskracht is.
Doch het heeft een andere betekenis en wel deze: Het is de verhoogde gevoelskracht die in haar was, al die tijd dat zij met haar kind was verbonden.
Het was dus de gevoelskracht van het wezen, dat haar dit gevoel deed aanvoelen.
Begrijp je wat ik bedoel?
Het is het geluk, de grote geestelijke kracht van het wezen.
Een Blik in het Hiernamaals, 1936

Liefdesbanden

Moeder Crisje en haar zoon Jozef Rulof (in de boeken André genoemd) bleven ook na de geboorte van Jozef een sterke gevoelsverbinding behouden.
Crisje kon André bereiken door haar gedachten tot hem te sturen.
Deze verbinding werd pas afgesloten wanneer André zich volledig moest vrijmaken van aardse banden om al zijn gevoel ter beschikking te hebben voor de gevoelsverbinding met al het leven.
Op dat moment nam zijn overleden vader, die de ‘Lange’ genoemd werd, de zorg voor Crisje over:
Wanneer Crisje iets voor haar leven nodig had, zond zij tot André haar gedachten en dan stuurde André haar een brief met geld.
Dat ging jaren goed, als vanzelf, doch toen meester Alcar aan de wetten begon en hij zich volkomen moest geven, dus toen moest Crisje uit zijn bewustzijn vandaan, kwam de „Lange” tot André en liet hem weten, dat moeder iets nodig had.
De meesters vroegen álles van zijn leven, álles, ook de liefde, de band met Crisje moest oplossen, deze splitsing zou hem storen.
En André heeft ook dat gekund of meester Alcar had niet verder kunnen gaan, dat was nu het aardse halt geweest, de rem voor algehele éénheid, die hij thans beleven kan, maar waarvoor ook álles ingezet is.
Zoals hij met de student en met andere levens één is, was steeds de band met Crisje en die éénheid is door hun liefde opgebouwd.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 4, 1944
Een geestelijke band is ontstaan door wat we eens in onze vorige levens deden:
Een geestelijke band verbindt ons en zal ons nog geruime tijd verbonden houden; maar dan gaan onze wegen uiteen, zegt hij, en ik zie en weet nu, wat wij eens deden.”
Tussen Leven en Dood, 1940
Wanneer we de mens waarmee we een gevoelsverbinding ervaren, kunnen vrijlaten, gaan we rustig naar de universele liefde:
Maar die mens, voelt u wel, over het algemeen staat de mens ingesteld op: ja, dat is van mij, dat is van mij, en dat is van mij.
Ik ken hier mensen op de wereld die zijn zo ontzagwekkend gelukkig en die zouden niets en niets anders moeten; dat is het, dit is het, hè?
En achter de kist behoren ze elkaar niet toe.
Dan gaan ze uit ...
Maar daar gaan we ook rustig naar de universele liefde.
Vraag en Antwoord Deel 3, 1952
In de universele liefde voelen we elkaar geestelijk aan:
Gij zult telkens, telkens en telkens weer uw leven, uw ganse persoonlijkheid moeten inzetten voor het geluk.
Alleen maar voor het geluk om achter de kist, neen, om nú liefde te kunnen beleven, om uzelf nú naar die hemelse geestelijke rust te voeren.
Als u het eenmaal hebt gekend en u raakt het kwijt ...
Is het niet waar dat miljoenen mensen hier op aarde, mannen en vrouwen, ze hebben elkaar gekend, ze hadden elkaar lief, plotseling verdwijnt er één ...
Nu jammert de moeder: ‘Ik heb geen houvast meer.’
Ze kwamen bij André: ‘Nu ben ik alleen, hij was zó goed, zó goed, nu ben ik niets.’
Ziet u.
De mens werd gedragen.
Maar u moet niet gedragen willen worden, u moet op eigen benen kunnen staan.
De groten willen niet gedragen zijn.
Want als het verlies komt, u bent even dat gevoel kwijt; de geestelijke liefde die kent geen verlies.
Reïncarneer elk ogenblik voor uw liefde.
Ga dieper in uw vrouw, ga dieper in uw man in, aanvaard elkaar, beleef elkaar, voer elkaar tot de geestelijke ruimte en heb rechtvaardigheid, wilt ge aanstonds hem naast u voelen, hij is er.
Wanneer er nu geen contact is (meester Zelanus tikt viermaal op de microfoon) en de geest klopt (meester Zelanus tikt weer viermaal op de microfoon) en u hoort dit getik niet, noch stoffelijk noch geestelijk, maar hij is er, dan zegt de clairvoyant: ‘Ik zie een verschijning, die ziet er zo en zo uit.’
‘Mijn man.’
‘Ja, hij loopt al zes jaar achter u.
U voelt hem niet, u ziet hem niet.’
Ziet u.
U wilde hem op aarde niet voelen, op aarde niet zien.
Ook al zit hij voor u in de stoel, ook al kookt u voor hem.
Ook al verdient u het geld, schepper, man, voor haar, ge kent elkaar niet.
Ge wilt niet reïncarneren voor uw persoonlijkheid, voor uw welwillendheid, zachtheid, uw rust, uw vader-, uw moederschap.
Uw ganse persoonlijkheid ligt aan kettingen vást.
Lezingen Deel 2, 1951

Telepathie

Telepathie is het éénzijn van gevoel tot gevoel:
Bijvoorbeeld, wanneer iemand door een overgegaan persoon wordt aangeroepen, gebeurt dit dan door contact met elkaars gevoelens of spreekt de eerste werkelijk?”
Jozef zegt: „Hebt u de boeken „Geestelijke Gaven” gelezen?
Gelezen en begrepen, wat de meesters over helderhorendheid zeggen en over het zien, over het éénzijn van gevoel tot gevoel?
Dan weet u het al, want dat is het!
Dat is denken en uitzenden, ontvangen en beleven en gij weet het meteen.
Juist dát, wat de andere mens uitzendt en niets anders, neemt u in zich op en dit is de natuurlijke telepathie en niets anders!
Het is het zuiver afstemming vinden op de andere mens, het openstaan voor het gevoel, uitzenden en ontvangen, wat mogelijk is, omdat de mens evenals het dier, die mogelijkheden bezit en hij nu één is met het leven.”
Vraag en Antwoord Deel 1, 1950
Jozef Rulof beleeft de ruimtelijke telepathie:
Vraag uit de zaal: „Doet u dit ook, mijnheer Rulof, als u één bent met het leven?”
Jozef antwoordt: „U wilt weten, hoe ik nu al die wijsheid beleef, als deze éénheid tot stand komt?
Dat is het immers?
Meester Alcar legde daarvoor eerst de geestelijke fundamenten.
Ik mag en kan zeggen: ik ben kosmisch bewust geworden.
En het is machtig, als ge dit kunt beleven.
Dit is dan ook de ruimtelijke eenheid, de ruimtelijke telepathie, het is het kosmische eenzijn met al het leven van God!
Vraag en Antwoord Deel 1, 1950
De wijsheid die Jozef zich zo eigen kan maken blijft beperkt tot de grens van zijn eigen gevoelsleven:
Tot aan de grens van mijn eigen gevoelsleven!
Dat voelt u zeker en dit wil zeggen, dat kosmisch bewustzijn nog niet de álwetendheid bezit, die de meesters wél bezitten, maar die hier op aarde bijna niet is te verwerken.
Vraag en Antwoord Deel 1, 1950
Ook de telepaat is beperkt tot zijn eigen gevoelsgraad:
Uw telepaat beleeft deze gevoeligheid, want hij verricht hierdoor zijn opdrachten en heeft met dit aanvoelen het hoogste bereikt.
Ook hij stelt zich op zijn eigen soort in, doch zijn aanvoelen is geestelijke kunst geworden.
Hij doet het om u een aangename avond te bezorgen.
De telepaat is in dit aanvoelen tot eenheid gekomen met het andere leven en neemt nu gedachten over.
Maar het geschiedt soms, dat hij fout voelt en geen contact heeft.
Hij staat thans voor het andere soort, een hogere levensgraad, en die is te ijl voor hem.
Nu moet hij zijn machteloosheid aanvaarden, het is de grens van zijn voelen en hij maakt fouten.
Zijn voelen gaat nu door u heen, er komt geen geestelijke eenheid en toch had hij uw gedachten moeten aanvoelen.
Geestelijke Gaven, 1943
Helderzienden, toekomstvoorspellers en psychometristen maken er een grote drukte van, maar de helderziendheid door telepathie is doodgewoon, want onze hond en kat hebben het ook.
En vele mensen hebben al eens voorvoeld dat er iemand op komst is:
Bent u met een andere graad verbonden, tot het innerlijke eenzijn gekomen, dan komt de telepathische verbinding tot stand, hetgeen het tot eenheid komen betekent van gevoel tot gevoel en dan neemt u die andere gedachten over.
Maar ook hierin beleeft ge uw eigen natuurlijke grens.
En dat beleven tal van mensen.
Wanneer het geschiedt, bent u in harmonie met dat andere leven.
Sommige mensen beleven dit onbewust, uw helderzienden en toekomstvoorspellers, uw psychometristen doen het bewust en zoeken thans naar die innerlijke eenheid.
Bent u van een andere levensgraad, dan lopen ze zich tegen uw leven te pletter en staan machteloos.
Door tal van voorbeelden kan ik u dit aantonen en u duidelijk maken, dat ook gij deze stoffelijke helderziendheid bezit, want uw hond en kat hebben het ook.
Voelen de dieren niet van tevoren aan, dat ge in aantocht zijt?
Bewijzen ze u niet, dat ze heel scherp op uw eigen leven reageren?
Zegt men niet: als ze konden spreken, zouden ze het aan u zeggen?
Het bewijst, dat de dieren aanvoelen.
Waarom zoudt ge als mens deze stoffelijke helderziendheid dan niet bezitten?
Hier het voorbeeld.
U zit rustig in uw stoel te lezen, doch plotseling, zelfs onder het lezen, krijgt ge gedachten en die gedachten zeggen u, dat er iemand op komst is.
U weet pertinent, dat de betreffende persoon zal komen.
Even later staat hij voor u.
Merkwaardig toch.
De meeste mensen vinden het heel gewoon, zoiets geschiedt bijna iedere dag, elkeen heeft het, beleeft het soms.
Niets bijzonders.
Geestelijke Gaven, 1943

Oude Egypte

Jozef Rulof leefde in een vorig leven als priester Dectar in de Tempel van Isis:
Dectar leefde in het oude Egypte, in de Tempel van Isis.”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
Hij ging toen al vroeg naar de tempel, omdat de priesters hem hadden ontdekt.
Zij hadden gezien dat hij als kind al een vogel kon terugroepen, het teken dat hij deze concentratie al in vorige levens had opgebouwd:
Dectar ging als jongen reeds naar de Tempel van Isis, omdat de priesters hem hadden ontdekt.
Hij kon een vogel terugroepen en dan had dat dier naar hem te luisteren.”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
Hij werd in gevoel net als die vogel:
Hij werd als het ware als die vogel, hij riep dat dier en werd het tevens, hij trok dat dier tot zich door liefde, gevoel, door de occulte wetten.”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
In het oude Egypte overheersten de priesters de dieren door magische kunsten.
In zijn leven als Jozef Rulof beleefde hij als kind een gevoelsverbinding met zijn hond Fanny door liefde, en niet door macht.
Alleen door liefde is de gevoelsverbinding harmonisch, anders zal het dier vroeg of laat weigeren om te luisteren:
Toen deden wij dat, hij dan, door magische kunsten, dus niet door reine liefde, want dat is gans iets anders.
Ik heb hetzelfde met Fanny beleefd.
Fanny had mensengevoel.
Fanny luisterde naar mij als naar Onze Lieve Heer, omdat ík Fanny werd.
Ik leefde ín Fanny.
Fanny had toen niets meer te willen, maar door goedheid en liefde kom je zo ver of vroeg of laat weigert het dier om te luisteren.
Zo kun je wilde dieren temmen.
Nooit door ruwheid of hardheid, alléén door liefde krijg je met al het leven die éénheid, omdat nu het éne leven tot het andere over liefde spreekt en daar heeft ál het leven van God heilig ontzag voor.”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
De priesters in het oude Egypte zorgden ervoor dat natuurbegaafden niets van de aardse kennis opnamen, zodat hun gevoelsleven hierdoor niet belast kon worden.
Hun gevoel moest immers open kunnen staan om een kanaal te worden voor de goden.
Wanneer dan de goden de priester tot geestelijke bezieling voerden, waren ze ook zeker dat wat gesproken werd, tot een andere wereld behoorde, omdat de priester het in dit leven niet had opgenomen uit een aardse bron:
De priesters in het oude Egypte hebben dit begrepen.
De leerling-priesters of begaafden mochten niets leren, ze waren onbesmet, niets mocht het zieleleven beïnvloeden, uit vrees dat de astrale bezieling geen doorgang zou kunnen vinden.
Eerst dan was een priester gereed om de geestelijke bezieling te kunnen ontvangen en was deze waarachtig.
Hieraan twijfelen was niet meer mogelijk.
Wat nu gesproken werd behoorde tot een andere wereld, de goden spraken door deze zuivere kanalen en van stoornissen door eigen taal en stijl kon geen sprake zijn.
Geestelijke Gaven, 1943
Wanneer de begaafde priester dan onder geestelijke bezieling kwam, moest hij zich openstellen voor een boom en een bloem, voor alle levensvormen die iets aan het menselijke leven te vertellen hadden:
Was een priester eenmaal tot die geestelijke hoogte gekomen en zijn spreken veranderd, dan concentreerden de hogepriesters zich op het medium en vroegen hem in gedachten zich geheel over te geven en het gevoel tot zich te laten spreken, dat in hem zou komen.
Die moest zich nu openstellen voor wat een boom te zeggen had, voor hetgeen een bloem het menselijke leven aan schoons kon geven, en hierdoor kwam het medium tot universele eenheid.
Nu kreeg een boom betekenis.
Zon, Maan, sterren en planeten, nacht en dag, het uur en de seconden werden goden, omdat al dat leven kon spreken en een eigen oppermacht vertegenwoordigde.
Hoe kan het anders, Egypte zonk in dit godentijdperk weg en bleef er eeuwenlang in, om tenslotte voor het bewuste denken en voelen, de astrale wijsheid, te ontwaken.
Toen dat ontvangen was, verwaasde het godendom enigszins en trad de zwarte magie naar voren.
In die tijd kreeg Egypte het bewustzijn van één God die alles bestuurde, doch de priesters werden niet meer aanvaard, leugen en bedrog leefden zich uit.
Egypte wilde deze vooruitgang nog niet aanvaarden.
Geestelijke Gaven, 1943
Door de gevoelsverbinding van de priesters met alle levensvormen kregen zelfs stenen een goddelijke betekenis:
Het is door deze bezieling gekomen, dat een stuk steen voor de Egyptenaar een goddelijke betekenis kreeg, maar die steen had dan ook iets tot hun leven te zeggen.
Dat dit geen bewustzijn is, hoef ik u niet te zeggen, u kunt er thans uw schouders voor ophalen en vindt het wellicht onbegrijpelijk, nietszeggend.
Maar de mensheid was nog niet zo ver dat het uw bewustzijn bezit als enkeling en als een groot volk, Egypte zou hiervoor nog moeten ontwaken.
Aan het einde van die verschrikkelijke strijd begreep men daar eerst, dat maar één God al het leven in de ruimte bestuurde en niet honderdduizend.
En die ontwikkeling heeft zich iedere ziel eigen moeten maken, want het behoort tot het astrale bewustzijn, het eeuwigdurende!
Geestelijke Gaven, 1943
De ‘gevoelsgraad beperkt de wijsheid die door de gevoelsverbinding ontvangen kan worden:
Wie zoekt zal vinden, het goede of het kwade, maar uw gevoelsgraad zal weigeren te ontvangen, indien uw leven de noodzakelijke geestelijke graad nog niet heeft bereikt.
Indien u hiervoor evenwel gereed bent, komt het oude Egypte tot uw leven en krijgt ook voor u boom, plant en dier die reine betekenis, welke God dit leven gaf toen Hij het schiep.
Geestelijke Gaven, 1943
Enkele begaafde priesters behaalden het hoogste, en de ontvangen wijsheid is in hiërogliefen opgetekend.
Maar de methoden hoe de priesters tot deze gevoelsverbinding kwamen, namen ze mee in hun graf:
De priesters gingen verder en behaalden het hoogste, vanuit de ruimte werden ze toen toegesproken en zo werd leerzame stof ontvangen, waarvan de hiërogliefen u het bewijs leveren.
Al hun methoden namen de priesters mee in hun graf, het iets dat overgebleven is van deze ontwikkeling is niet voldoende om het hongergevoel naar ontwikkeling van het kleine insect te stillen.
Geestelijke Gaven, 1943
Wanneer de gevoelsverbinding inniger werd en de priester het leven hoorde spreken, werd het voor de meeste priesters en ingewijden te machtig.
Ze losten op in die gevoelsverbinding, verloren hun eigen bewustzijn en werden bijvoorbeeld een vogel.
Omdat ze elk bewustzijn van hun eigen lichaam verloren, sprongen ze van een hoogte af, omdat ze dachten dat ze konden vliegen als een vogel:
Vele priesters en ingewijden hebben dit contact beleefd.
Maar toen zij hoorden, dat het leven ging spreken, werden ze angstig en sloten zich voor die stem af.
Elk leven bezit een eigen stem en timbre.
Indien die ingewijden de moed en de krachten, vanzelf het bewustzijn hadden gehad, was de wijsheid ervan reeds lang op aarde geweest, doch allen zijn daar, waarvoor zij leefden, bezweken.
De één liep het water in, de ander dacht te kunnen vliegen en sprong van een hoogte.
Wanneer het dierlijk bewustzijn gaat spreken, een vogel dus, en dat leven onder je hart komt, denk je meteen dat je zelf vliegen kunt.
Het is nu de vraag: waar ben je op dit ogenblik.
Sta je op een hoogte, dan sla je je vleugelen uit en wilt vliegen, met het bekende gevolg, dat je jezelf hebt vergeten en val je te pletter.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 1, 1944
De priester die het hoogste wilde bereiken, bleef toch beperkt door zijn eigen gevoelsgraad, omdat hij alles zelf wilde beleven en controleren.
De priester stond dus niet open voor wijsheid die boven zijn eigen kennis uitging, en hierdoor kon zijn gevoelsleven geen verdere verruiming beleven.
In het boek ‘Geestelijke Gaven’ wordt uitgelegd hoe Jozef Rulof meer wijsheid kon ontvangen, omdat hij zijn leven ten dienste van de evolutie van de mensheid inzette:
In de Tempels van Brits-Indië, Tibet, Rá, Ré, Isis worden deze wetten beleefd.
De adept moet zich veel eigen maken, indien hij het meesterschap wil bezitten.
Men heeft daarin onze hoogte niet bereikt en dat is ook niet mogelijk, omdat die priesters zélf willen beleven.
Een ingewijde daar is er meestal gekomen op eigen kracht, doch hij heeft thans zijn gevoelsgraad te aanvaarden en komt er niet bovenuit, dat wij u, door de boeken „Geestelijke Gaven” verklaren.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 1, 1944
In het oude Egypte is slechts één begaafde priester tot het allergrootste mediumschap gekomen, de rest kon het eigen voelen en denken niet ontstijgen omdat ze niet wilden dienen:
Hierin ondergaan we de goddelijke wetten en deze zijn slechts door de allergrootste mediums op aarde te beleven.
Eén dergelijk begenadigd mensenkind heeft het oude Egypte gekend, de rest van al die duizenden priesters beleefden het heelal van eigen bekrompenheid, ook al leerde elke priester spreken.
Dit behoorde bij zijn ontwikkeling, want de goden eisten het.
Geestelijke Gaven, 1943
De priesters begrepen dat hun geestelijke inspiratie niet van henzelf kwam, maar ze konden geen geestelijke leider als ‘meester’ aanvaarden, want dan zouden ze zelf hun status van godheid verliezen:
Het is geen wonder, dat in het oude Egypte een priester als ’n godheid werd aanvaard wanneer het leven van een boom, bloem en vogel zijn extase opvoerde, zodat de anderen, die luisterden, er hun eigen bewuste ik door verloren.
Niemand van hun twijfelde eraan; hetgeen gegeven werd, vertegenwoordigde het grote van dat wat erachter lag.
Dit leefde echter in de onzichtbare wereld en werd vertegenwoordigd door een astraal meester; hun begrip ging echter niet zo hoog en dus verloren ze hun grond, eerst later zouden ze deze diepte leren kennen.
Maar Gene Zijde was bezig fundamenten te leggen voor de gehele mensheid, was begonnen aan de menselijke ontwikkeling.
Geestelijke Gaven, 1943
Toen de priesters voelden dat ze zonder leiding niet meer hoger kwamen, gingen ze kijken wat ze met hun behaalde krachten konden bereiken.
De priesters gingen hun macht gebruiken voor hun eigen gewin en niet meer ten dienste van de geestelijke ontwikkeling van de mensheid.
Toen moesten de meesters hun bezieling terugtrekken, de priester was voor geen geestelijke verruiming meer te bereiken.
Toch hebben de meesters hiermee het fundament gelegd, dat later in de ‘Eeuw van Christus’ weer verdergezet kon worden:
Zeker, de Egyptenaren hebben een enorme hoogte bereikt.
Toen echter de priesters begrepen, waartoe zij in staat waren, vergrepen zij zich aan de occulte wetten en leefden er zich door uit.
Toen ontstond de zwarte „magie” ... en loste de witte magie in de zwarte kunst op.
Het werd een grote bende, een geestelijke rotzooi in de Tempels van Rá, Ré en Isis en begonnen deze levens aan de geestelijke afbraak, de bezoedeling van het goede, al dat schone.
De meesters verbraken nu een kosmisch contact, zij zagen toen, verdergaan was niet meer mogelijk, het kwaad in de mens had hen voor eeuwen overwonnen.
Dat kent men op Aarde en er bleef weinig over van al die wijsheid, een machtige Tempel werd een zwijnenstal!
Ondanks dat werd voor 3800 jaren tóch het fundament gelegd voor uw eeuw!
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
De Rozekruisers orde probeerde nog wat te redden, maar maakte van de wijsheid een groot geheim:
De rozekruisersorde is het, die redde wat er te redden was, waarna deze kosmische wijsheid een groot geheim werd, een mysterie van dood en leven.
Geestelijke Gaven, 1943
De Egyptische cultuur heeft een goddelijke betekenis aan stenen toegekend.
Veel later kwam er in de kerken een verering van heiligenbeelden:
De aftakeling van het oude Egypte is wettelijk, volgens de astrale wetten beleefd, en stoffelijk onbegrepen gebleven, maar niettemin doorschijnend voor elkeen, die de God van al het leven kan aanvaarden.
Voor de rest van de onbewuste mensheid bleef de steen zijn goddelijke waarde behouden.
Voor tal van mensen bestaan er nog vele goden in de ruimte, heeft al het leven die betekenis behouden.
Het is voor hun bewustzijn het natuurlijke ingaan.
Volgens vele wijzen is dit de oorspronkelijke natuurlijke meditatie.
Wie een boom beleven kan, beleeft God, de God van al het leven.
Het is het gebed van het natuurlijke kind, het totale begrijpen van de wetten Gods, waarvan al het leven in de ruimte een vonk bezit en waarop al het leven afstemming heeft.
Toen de schepping een aanvang nam heeft de God van al het leven Zichzelf gegeven en dat werd oorspronkelijk gevoeld en aanbeden, en dit zal u als mens dichter bij God brengen dan het dode heiligenbeeld, dat voor vijftig procent mismaakt is.
Het enige wat uw kerk u geven kan is haar eigen bewuste zelf, en zij kent oppermacht toe aan het ding, dat tot u spreken moet, doch een duurzame mismaking is, met andere woorden uw heilig verklaarde beelden zijn slechts de afschaduwing van het oude Egypte; wat ge nú bezit is de vervalste werkelijkheid en zonder kracht.
Geestelijke Gaven, 1943

Inspiratie

Ook de kunstenaar die zich in gevoel met het leven kan verbinden, kan dat leven vertolken:
Wat is inspiratie?
Als de schilder zijn verf beheerst, zijn techniek kent, kan hij zich loslaten en dan daalt hij af in dat andere leven.
Dat is het volkomen oplossen in de kunst en dit geldt bovendien voor al het leven; dit zult gij wel kunnen aanvaarden.
Vraag en Antwoord Deel 1, 1950
De meesters van het licht inspireren uitvinders om de mensheid te dienen:
Gene Zijde heeft steeds door de geestelijke inspiratie gewerkt, want duizenden uitvinders en geleerden hebben hieraan hun producten en wijsheid te danken.
Uitvinders rekenen meestal op inspiratie, die hun dan ook gegeven wordt, indien hun schepping tenminste ons leven en de mensheid dient.
Ze putten eerst uit zichzelf, uit dat wat aangeleerd is, daarna treden ze in een hogere gevoelswereld, waarvandaan hun bewust weten moet komen, om hierdoor de vinding die ze moeten scheppen het aardse licht te doen zien.
Geestelijke Gaven, 1943
Hiervoor verbond de meester zich met de gevoelswereld van de aardse geleerde:
Aan deze zijde leefde dus de astrale meester, op aarde uw geleerde, beide gevoelswerelden kwamen nu tot geestelijke eenheid en deze vindingen kwamen tot stand.
Alle eeuwen door heeft Gene Zijde dóór de inspiratie hulp gegeven.
Geestelijke Gaven, 1943

Jozef Rulof

Jozef Rulof heeft zijn gevoeligheid in zijn laatste leven op aarde niet cadeau gekregen.
Om die sensitiviteit te bereiken, heeft hij zich onder meer in het oude Egypte, gedurende tientallen levens toegelegd op het leren kennen van de geestelijke werkelijkheid.
Meester Alcar en meester Zelanus zorgden ervoor dat hij in zijn leven als Jozef Rulof (André) geen aardse kennis zou opnemen, zodat hij niet stoffelijk zou gaan denken:
Wanneer André, wanneer Jozef Rulof, van kind af ...
Wij waren reeds met dit leven bezig, toen Jeus – u hebt dat gelezen – nog in de moeder aanwezig was.
En we hebben die dingen gedaan, meester Alcar heeft die fundamenten gelegd.
Telkens raakte hij dat leven weer aan; dat móést aangeraakt worden, of het nam te veel stoffelijke ruimte in zich op.
Dus dat kind mocht niet eens leven zoals u dat hebt gekregen en hebt ontvangen.
Altijd een tik, een aanraking; en opnieuw een fundament voor de astrale wereld, voor nú, voor nú.
Dus vrij van de stof.
Mocht niets leren.
Alles wat u nu leert, dat voelt u wel, dat moet overboord.
Dan voelt u zich stoffelijk, en dit zou astraal, geestelijk blijven.
En nog die moeite, fundament op fundament, dertig jaar lang.
Telkens maar dat leven achterna.
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
Op school voelt Jozef (Jeus) onfeilbaar aan wanneer de meester hem iets te vragen heeft, de rest van de tijd zwerft hij in gevoel met zijn hond Fanny over de velden.
Zo zorgen zijn Lange (meester Alcar) en zijn vriendje José (meester Zelanus) ervoor dat Jeus geen aardse stof opneemt:
Op school, Crisje, zit hij maar half.
Hij heeft nu geleerd hoe zich te kunnen splitsen en dat is het, waardoor hij die uren beleeft.
Hij zal onfeilbaar aanvoelen of de meester hem iets te vragen heeft, de rest van zijn tijd gebruikt hij voor zijn vluchten met Fanny, omdat er iets ín hem leeft en hem zegt: maak je niet druk, Jeus, jij krijgt een gans andere taak voor mens en maatschappij en wel één van Onze Lieve Heer.
Maar je wordt geen dominee of pastoor, je zult een „Kosmisch” bewuste worden en dat is heel iets anders doch daar hebben ze hier geen verstand van.
Meester, Jeus wordt een „Socrates”!
Hij zal zelfs Socrates straks voorbij vliegen, hij zal je Plato ontleden, hij zal het oude Egypte naar het droge en nuchtere Westen brengen, hij zál Golgotha anders beleven en ondergaan en daardoor zijn boeken schrijven.
Nu zul je zeggen, maar dan moet hij juist leren, doch laat dat in handen van hen, zijn Lange ... en zijn vriendje José, en de vele anderen die hem volgen, waarvoor Jeus dient en zijn leven ontwaken zal!
Dat alles komt!
Jeus van Moeder Crisje Deel 1, 1950
Jeus haalt de benodigde antwoorden telepathisch uit de aardse leraar:
Hij kan denken en dat denken gebruikt hij nu voor hetgeen hij niet weet en ook nooit leren zal.
Hij stelt zich op zijn meester in en nu weet hij het ineens.
En het gekste van alles is, hij kan ook nu nog door de bossen zwerven met Fanny.
De meester zegt hem wat hij leren moet en telkens heeft hij het antwoord gereed, maar dat is van een ander.
Hij leert niks!
Door de telepathische overdracht sleept Jeus zichzelf hogerop.
En de rest, voor zijn voelen en denken, zegt hem niets en als ze zijn persoonlijkheidje op de jaarlijkse weegschaal leggen, kan het er net mee door.
Geen gram bewustzijn meer is er, maar ook niet minder, zodat hij het nét blijft halen, hij zal de school op zijn manier overwinnen.
Jazeker, meester, hij luistert, maar hij staat niet open voor je droge stof, daar is niets aan te veranderen, niks!
Anderen hebben hun fundamenten gelegd, zijn ziel en zaligheid krijgt bovennatuurlijke wijsheid te beleven en dat zoudt ge nu smoren en dat willen zij niet.
Jeus van Moeder Crisje Deel 1, 1950
Jozef en zijn leider Alcar hebben elkaar in vele levens leren kennen.
Zo werkten ze samen aan de piramide van Gizeh, waar Alcar en zijn vriend (Jozef) rivalen in de liefde waren.
Daar voelde Alcar al, dat hij ooit vader van zijn vriend geweest was, wat zich daarna nogmaals zou herhalen.
Door vele eeuwen heen hebben ze een innige gevoelsband opgebouwd:
Daarom is de piramide niet af en dat is hetgeen ik je duidelijk wilde maken.
Thans ga ik verder.
Aan dit gebouw, André, zoals ik reeds zei, heb ik helpen werken.
Hier leerde ik mijn vriend kennen.
Op onze vorige tocht zei ik je, dat hij mij mijn liefde ontstal.
Wij kregen twist en hij viel mij aan, waarna een worsteling ontstond.
Toen viel hij naar beneden.
Enige dagen later ging mijn vriend over.
Hij had de leeftijd van achtentwintig jaren bereikt.
Ik wilde niet doden, maar het was een samenloop van omstandigheden.
Toch lag dit vast, want in de sferen heb ik alles gezien.
Op het ogenblik dat dit geschiedde, overviel mij een ontzettend gevoel.
Het was alsof ik mijn eigen kind doodde.
Wij weten nu dat dit zo is, toen echter lag in mij al dat vreemde gevoel en diepe raadsel.
Mijn gehele leven, tot aan mijn dood, bleef dit gevoel in mij en ik leed verschrikkelijk.
Beiden hadden wij elkaar dus weer ontmoet zonder dit te weten.
Wij keerden naar de astrale wereld terug en moesten afwachten om opnieuw geboren te worden.
In verschillende andere levens ging ik over en leerde ik mijn tweelingziel kennen.
In mijn laatste leven op aarde zag ik ook haar terug en jij weet wie zij is.
Ik zei reeds, in verschillende levens ging ik over en in twee daarvan ontmoette ik hem weer op aarde.
In één daarvan was hij mijn meester en ik zijn slaaf.
Op jeugdige leeftijd ging ik over, een wild dier maakte een einde aan mijn leven, maar ik redde het zijne.
Ook daarvan heb ik je verteld en ga dus verder.
Mijn ster kreeg nu een andere glans en de zijne verbleekte.
Zijn weg was anders dan die van mij, want hij had nog goed te maken, terwijl ik bijna aan mijn einde was.
Ik was verder dan hij op de geestelijke weg, waarvan wij echter niets weten.
Toch zou ik nog vele malen op aarde terugkeren, want ik had nog niets verdiend.
Eeuwen gingen er weer voorbij.
Nogmaals zou hij mijn eigen kind worden, doch dan zou ik zijn vader zijn.
Dit is die andere toestand waarvan ik sprak.
Nu geschiedde ook dat wonder.
Zij, die eens mijn moeder was, werd nu mijn vrouw en hij ons kind.
Dit was in Jeruzalem, waar ik koopman was.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
In zijn leven als Jozef Rulof leert Alcar hem zijn eigen aardse denken af te leggen, om een zuivere gevoelsverbinding met al het leven te kunnen aangaan:
U moet uw eigen denken willen afleggen, want uw denken is aards, maatschappelijk, en heeft niets met het geestelijke denken uit te staan.
Dát moest meester Alcar mij het eerst leren en ik kon het, omdat de meester daarvoor de fundamenten had gelegd.
Welke, dames en heren, zijn die fundamenten?”
Vraag en Antwoord Deel 1, 1950
De universele liefde is het fundament voor de gevoelsverbinding.
Jozef leerde zijn liefde te verdiepen door zich jarenlang als genezer voor zijn medemens te geven:
Door het leven lief te hebben, dames en heren, legde meester Alcar zijn goddelijke fundamenten voor dit éénzijn.
Dorsten, hongeren om te mogen ontwaken is het.
Plichtsbetrachting, vriendschap, de echte dan, wij hebben er al over gesproken, dit alles voert u tot de liefde voor het leven en dat wérd ik; door het genezen zijn ál deze fundamenten gelegd.
Eén verkeerde gedachte nu van een genezer ... en hij ligt er al uit, wordt het nooit, want er is dan geen liefde in dat leven voor de wetten en de zieke.
Vraag en Antwoord Deel 1, 1950
Jozef leert zich in gevoel één te maken met al het leven.
Hiervoor moet hij op dat moment zijn eigen menselijke bewustzijn afleggen, anders kan hij het leven niet rechtstreeks aanvoelen.
Tegelijkertijd moet hij toch nog in bepaalde mate aan zijn eigen lichaam en leven blijven denken, anders zou hij lichamelijk niet op krachten blijven:
Wanneer je dit éénzijn met het leven van God ontvangt, ben je je bewustzijn tijdelijk kwijt en tóch moet je bewust aan je leven blijven denken.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Meester Alcar verbindt zich met het water als gevoelsleven, en laat Jozef dat leven aanvoelen.
Jozef voelt zich dan als het water worden, zo innig, dat hij het kanaal wil in lopen om helemaal met het water één te zijn.
Op dat moment houdt Alcar hem tegen, zodat Jozef zijn lichaam niet verliest door verdrinking.
Hetzelfde proces gebeurt met een vogel, waarbij Alcar moet zorgen dat Jozef niet van een hoogte afspringt omdat hij denkt dat hij kan vliegen.
Jozef moet leren zijn aandacht te splitsen, zodat hij tegelijkertijd de gevoelsverbinding met het water of de vogel op volle kracht brengt, en toch ook aan zijn eigen aardse lichaam blijft denken om dat niet in gevaar te brengen.
Die concentratie moet hij zich eigen maken, voordat de gevoelsverbinding verdiept kan worden.
Je hebt dat reeds met Moeder Water beleefd.
Maar jij hebt ons niet gezien, jij hebt niet gezien, dat meester Alcar je aantrok en toch afstootte, terug dwong naar de Aarde of je was het water in gelopen en had je de verdrinking moeten aanvaarden.
Is het niet eenvoudig?
En nu ben je één met een nietig vogeltje.
Dat diertje leert je vliegen, André, en jij als mens springt van je takje af en valt te pletter!
Dat moet eerst overwonnen worden.
Waarom waren die oude Egyptenaren zo gek?
Waarom wilden ook zij soms vliegen?
Waarom liepen zij zomaar de wateren in?
Niet één kwam er levend onder vandaan die deze levenswetten onderging, maar allen waren één met die levensgraad en verloren het tijdelijke bestaan, doch keerden terug om hun levens voort te zetten.
En dat was mogelijk, André, omdat zij dienden!
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
In het oude Egypte kwamen ze niet verder, omdat ze geen meester aanvaardden om hen te helpen:
Dat hebben wij ons in het oude Egypte, in China en andere Tempels in die tijd eigen gemaakt, eerst aan deze Zijde leerden wij de wetten kennen en konden toen eerst vaststellen waardoor wij onze levens hadden verloren.
Maar wij gingen verder, mijn broeder, en mochten dit bewustzijn bereiken.
Wat weet men hier op Aarde van?
Niets, maar er hebben enkele kinderen van God op Aarde geleefd en zij waren zo ver.
Hierdoor is deze cultuur geboren of wij hadden op Aarde geen tempels gekend.
En die wetten moet zich élke ziel van God eigen maken, dát is de mens!
Ik zei je reeds, nu spreekt het leven van Moeder Natuur tot je verkregen bewustzijn en dat is mogelijk!”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Het leven van Moeder Natuur heeft geen menselijke woorden geleerd, maar door de gevoelsverbinding kan de meester dat leven als kracht en energie optrekken zodat de benodigde woorden voor de mens uit het menselijke gevoelsleven gehaald worden:
U zult denken, een boom heeft toch geen taal geleerd?
Het antwoord is: In ons spreekt het gevoelsleven en dat gevoel kan mij in het eigen bestaan optrekken.
Dan spreekt het leven van een boom als kracht en energie, als een deel van God.
Geestelijke Gaven, 1943
Later haalt Jozef op een contactavond zo een gevoelsverbinding met een paar bloemetjes aan, die hij beleefd heeft tijdens WO II, toen men in Nederland de honger probeerde te stillen met het eten van suikerbieten.
Jozef praat met bloemetjes, maar zijn medemens is met heel andere problemen bezig:
Zo zat ik op een bankje, hier in het rosarium was ik terechtgekomen en ik wist niet waarom.
Daar stonden nog een paar bloemetjes en ik zit zo te kijken en daar waren die bloemetjes met mij aan het praten.
Mooie roosjes, een madeliefje en een margrietje.
Toen hoorde ik daar die bloemen praten met elkaar: ‘Ja, André, o, wat is het heerlijk, de mens die openstaat voor ons leven.
Mag ik je van mijn leven vertellen?
Hoe vind je m’n zusje?
Hoe vind je m’n broertje?’
En dat ging door, ging door.
Ik zeg: ‘Goh, wat is dat toch mooi, hè?
Maar jullie zijn toch ook nog kifterig.’
En er zit een oud vrouwtje en een meneer naast me, heb ik ook niet gemerkt.
Toen zegt hij: ‘Ja meneer, en een brood suikerbieten die doen u ook niet goed.’ (gelach)
Ik zeg: ‘Nee meneer, ik kan er niet tegen.’
‘Meneer, maar het is ... u bent al in uzelf aan het praten, u hebt het over de bloemen.’
Ik zeg: ‘Ja meneer’, ik zeg, ‘de kinderen van God die spreken tot mijn leven’, ik was net kinds, ik was een kind, meneer.
Toen zegt die meneer: ‘We hebben het nog even aangekeken, maar het is niet prettig om naast u te zitten want elk ogenblik denk je dat je ook gek bent.’ (gelach) Toen zegt hij: ‘Het gaat u goed, meneer, maar wees voorzichtig want honger maakt u krankzinnig.’
Vraag en Antwoord Deel 2, 1951
Even later haalt Jozef zijn jeugdige persoonlijkheid Jeus naar boven om zijn medemens te laten zien dat hij nog normaal kon denken en niet altijd als een gek met bloemetjes zit te praten:
En zo kwam ik telkens mensen tegen, ik denk: ik krankzinnig?
Och, och, och, en ik stond daar en ik denk: Nou ga ik even naar Jeus toe; weg bloemen, weg wereld, weg zon, weg maan.
En toen beende ik die meneer voorbij, ik denk: Die haal ik in, die oudjes.
Ik zeg: ‘Dag meneer, mevrouw.’
Ik zeg: ‘Het is toch koud, vindt u niet?
Het is wel koud, het is fris.’
Ik zeg: ‘Nu ga ik maar weer eens naar huis toe.
Ik heb lang genoeg gedoold, eventjes in de natuur.
Meneer, het is het enige wat er nog is.
U zegt: ‘U bent krankzinnig, u bent psychopathisch’, maar het is toch het enige nog af te dalen in het leven?’
‘Ja meneer, als u het zo zegt; ik dacht werkelijk dat je gek was.’
Ik ging dat eens even goed zetten, ik ging die man eens even laten zien dat ik wel bewust was.
Vraag en Antwoord Deel 2, 1951
Ondanks zijn geestelijke gevoeligheid zorgt Jozef ervoor dat hij altijd nuchter en blij blijft:
Maar ben ik nuchter of ben ik niet nuchter, meneer?
Ik heb mijn blij gevoel, mijn gelach – niet die somberheid – die levensvreugde, Jeus heb ik in alles bij mij met dat: ‘Ja meneer.
Vraag en Antwoord Deel 2, 1951
Meester Alcar verbindt zich in gevoel met een ster uit de ruimte.
Hij laat Jozef die ster zo innig voelen, dat Jozef dit als een menselijk spreken ervaart.
Later begrijpt Jozef dat het de mens zelf is die de ster tot menselijk spreken brengt, waarbij de woorden uit het menselijke gevoelsleven worden gehaald:
Voel dit aan en je begrijpt, waarom een ster bewustzijn krijgt.
Wij zijn het zélf echter, waardoor dat leven als een levenswet tot het menselijke spreken komt.
En dat is steeds weer een openbaring voor je gevoel.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Wanneer Jozef met een ster in gevoel verbonden wordt, dreigt er gevaar, want de geestelijke bezieling van een ster is veel te krachtig voor een menselijk lichaam.
De macrokosmische grootte van de ster overheerst het menselijke gevoelsleven, en als die geestelijke bezieling niet getemperd zou worden, zou het menselijke zenuwstelsel hieronder bezwijken.
Ook hier moeten Alcar en Zelanus de gevoelsverbinding reguleren, of anders was Jozef op zijn balkonnetje aan zijn appartement in Den Haag in elkaar gezakt op het moment dat het leven (Wayti) tot hem sprak:
Nu spreekt een ster tot je leven en heeft het over Wayti.
Maar verlies je bewustzijn nu eens?
Dan loopt op hetzelfde ogenblik je het bloed over je lippen.
Zij is immers sterker dan je organisch leven.
Wanneer je bewust bent voor je eigen leven, dan kan dat leven je niet bereiken.
Maar je verliest je en thans komen die aura’s tot één wereld en één bewustwording en is voor de ruimte, dat het éne leven het andere uit de verkregen baan rukt en zie je zo’n ster of meteoor door de ruimte te vliegen.
Komen wij nu dus tot deze ruimtelijke éénheid, dan lost je wilskracht én je persoonlijkheid op en nu overheerst het ruimtelijke, dus macrokosmische bewustzijn het onze en hebben wij niets meer in te brengen.
Toen „Wayti” je toeriep: kom nú, André, hield meester Alcar je staande.
Eerst moet je zélf bewijzen wat je wilt!
Dat weet je niet, maar wij volgden je, wij waren ín „Wayti” ... mijn André, wij konden je opvangen en tegelijk weer afstoten of je was daar op dat „platje” bewust vermoord.
Je bloed had deze machten en krachten niet kunnen opvangen, het zenuwstelsel was bezweken en je was daar óf in elkaar gezakt óf krankzinnig geworden en wel op slag!
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Jozef heeft met zijn meesters geestelijke reizen gemaakt naar het bewuste Goddelijke Al, het hoogste stadium van liefde en bewustzijn waar elke ziel naar op weg is.
Door deze reizen staat Jozef in gevoel open voor al het leven.
Het bezwijken onder de gevoelsverbinding met al het leven zal nu niet gebeuren, omdat hij geestelijk verbonden blijft met meester Alcar en meester Zelanus.
Een dergelijke geestelijke hulp werd in het oude Egypte niet aanvaard, waardoor de priesters daar bezweken en de Grote Vleugelen, de ultieme gevoelsverbinding met al het leven, niet bereikten.
Dat wordt nu het éénzijn voor al het leven van God op Aarde.
En omdat wij nu het bewuste Goddelijke „AL” hebben beleefd, sta je daarvoor open, doch kan nu niet gebeuren, omdat wij thans geestelijk één zijn en dat misten wij in het oude Egypte, in élke Tempel of wij hadden daar reeds de Grote Vleugelen.”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Doordat Jozef zijn belevenissen geestelijk kan delen met zijn meesters, kan hem nu niets gebeuren.
Anders was meester Alcar niet eens begonnen om de gevoelsverbinding te openen, want hij wist dat Jozef dan de krankzinnigheid of de stoffelijke dood zou wachten.
Op eigen kracht is deze gevoelsverbinding op volle sterkte niet te verwerken:
En omdat je deze wetten achter de kist kunt beleven en kunt bepraten, kan je thans niets meer gebeuren.
Of meester Alcar ging natuurlijk niet verder, omdat de meesters er niets voor voelen om een kind van de Aarde wijsheid te schenken, waarvan zij weten, dat dáár en dáár de krankzinnigheid ligt en op dat leven wacht.”
„En dat is ónherroepelijk?”
„Ja, mijn broeder, dat ís onherroepelijk de dood of de krankzinnigheid.
Miljoenen mensen, mannen en vrouwen hebben hun stoffelijke levens verloren.
Maar zij waren nog niet gereed en volgden dus de wetten op eigen kracht.
Doordat wij tezamen spreken, kom je volkomen vrij.
Ik zeg je echter, je bent zo ver of de meesters hadden deze hoogten niet voor ons bewustzijn geopend.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Meester Zelanus hoeft voor zichzelf geen stoffelijk lichaam meer te bewaken:
Mij kan hier niets meer gebeuren, omdat ik mijn stoffelijk leven niet bezit.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Wanneer hij zijn eigen persoonlijkheid verliest om een gevoelsverbinding te kunnen beleven, heeft hij geen stoffelijk bezwijken meer te vrezen:
Ook voor ons bewustzijn is dit het verliezen van de eigen persoonlijkheid.
Doch ik zeg je, wij kunnen het stoffelijke bezwijken niet meer beleven.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Wanneer de toehoorder op een contactavond een vraag aan meester Zelanus stelt over de maan of Mars, dan verbindt meester Zelanus zich in gevoel met die planeet om de vraag naar waarheid te kunnen beantwoorden door de werkelijkheid van de planeet zelf te beleven:
Wanneer ik nu denk en u stelt een vraag over de maan, over Mars, over die en die planeet, en ik ga erin, dan moet onmiddellijk die planeet spreken.
Voelt u wel?
En dan komen we tot eenheid, dan lossen we op.
Ik ga, en dat leven komt in mij, dat gaat door mij heen; totdat ik zeg: ‘Ga terug.
Ga, en rust.’
Zo komen wij tot eenheid.
Dus u moet beleven, aanvaarden, en u moet leren denken; het eenzijn te bemachtigen met het leven van God, al het leven rondom u.
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
Dat kan Jozef Rulof niet op eigen kracht.
Hij probeerde eens een vraag over de zon op die wijze te beantwoorden:
Wie heeft de gave?
Er is niet één mens op aarde – wanneer u in contact komt met de astrale wereld – die dat heeft, vijf procent gaven bezit.
Jozef Rulof heeft niets.
En al zou hij willen, hij kan dat niet.
Hij krijgt wijsheid?
Jazeker.
Misschien denkt u: kan hij dit zelf?
Hij zegt het tegen zijn vrienden.
In Den Haag probeert hij het.
Hij komt, men stelt hem de vraag: ‘Wat is de zon eigenlijk, voor kracht?
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
Jozef verbindt zich in gevoel met de zon, en op dat moment voelt hij zijn bloed weglopen, omdat hij de bezieling van de zon lichamelijk niet kan verwerken:
Maar op dat ogenblik wordt André één met de zon.
‘En op datzelfde ogenblik’, zegt hij, ‘voelde ik m’n bloed weglopen.’
Ziet u?
Dus hij komt tot eenheid.
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
Daarom zijn het de meesters die de gevoelsverbinding met al het leven beleven en voor Jozef op de juiste kracht doorgeven.
Zij spreken over de wetten waarvan ze door de gevoelsverbinding de waarheid leren kennen:
Waarom moeten wij spreken?
Dat verklaar ik u nu.
Hij zou dat niet kunnen.
Omdat, wanneer u een vraag stelt en het gaat over de ruimte, dan móét ik die eenheid beleven.
Wij praten niet buiten die wetten om, wij zijn op dat ogenblik wét!
Wij zijn één met zon, met maan, met vader-, met moederschap, met de geboorte, met krankzinnigheid.
Krankzinnigheid; u kunt geen wet meer opnoemen die u kent, of wij zijn één met dat leven.
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
Voor Jozef Rulof zou dat op eigen kracht bewusteloosheid betekenen:
En wanneer André, of Jozef Rulof, dat zou doen, dan lost hij op en is de macht, de concentratie over ál de stelsels verbroken, en slaat hij bewusteloos neer voor u, aan uw voeten.
Dat gebeurt er.
U lost volkomen op.
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
Voordat Jozef deze gevoelsverbinding door de meesters kon meebeleven, kon meester Alcar hem slechts de fundamentele wetten voor leven en dood verklaren.
Door Jozef met de ziel van een levensvorm te verbinden, kan meester Alcar hem veel meer laten beleven.
Hierdoor kan Jozef ook de ontwikkeling van die levensvorm voelen, omdat in het gevoelsleven van alle levensvormen de vorige levens aanwezig zijn, de gehele evolutie van het ontstaan tot het huidige stadium:
Trouwens, wanneer wij de menselijke bewustwording volgen, leer je ook deze wetten kennen.
Meester Alcar heeft je de fundamentele wetten slechts voor leven en dood kunnen verklaren, doch niets kunnen vertellen van de ontwikkelingswetten.
Maar wanneer je die wetten volgt, André, dan ben je een bloem, ben je water en als een boom, nu ben je voor de ruimte regen en wind, storm en bliksem, doch daardoor kén je élke wet en elk verschijnsel als ziel, geest en stof en hiernaast ál de verdichtings- en uitdijingswetten, zoals wij reeds voor het universum mochten beleven.”
„Wanneer wij dus de dierenwereld volgen, dan beleven wij élke levensgraad voor het dier?”
„Juist, dat is het.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Onfeilbaar zal het dierlijke leven thans vertellen hoe het geboren is.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Wanneer hij door de ruimte heen zou vliegen, zou Jozef het leven niet leren kennen, de werkelijkheid van elke levensvorm kan hij alleen beleven door het eenzijn in gevoel:
Waardoor zou het leven van God als mens willen ontwaken?
Door de ruimte héén te vliegen?
Van graad tot graad te vliegen en de rest van God te vergeten?
Ik zeg je, eerst komt dit machtige universele éénzijn en wie dat reeds op Aarde beleven kan, is bovennatuurlijk bewust en jíj hebt het door je gevoels-bewustzijn gekregen.
Jij kunt, zoals ik al zei, tot het nietigste leven van God op Aarde spreken en zal het leven je vertellen tot welke wet en levensgraad het behoort.
Wij beleven dat hier en moeten wij volgen of wij komen nimmer tot het ruimtelijke ontwaken.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Ook in het leven na de dood leert men al het leven kennen door de gevoelsverbinding, zodat men niet om de wetten van het leven heen praat:
U kunt met deze wijsheid, met dit contact kunt u niet om die wetten heen praten.
Dus wanneer u aanstonds achter de kist komt en u wilt die wetten beleven, u wilt naar het leven gaan kijken, daar, nietwaar, zoals hier ...
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
De werkelijkheid van het leven kan men niet beleven door er alleen naar te kijken:
Kijkt u er maar naar.
Bidt u maar.
Leg u maar neer.
Wat bereikt u?
U moet aan Gene Zijde aanstonds licht zíjn, liefde zíjn, hartelijkheid, in de eerste plaats liefde, gevoel, harmonie.
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
Een meester van het licht kan met elke levensvorm van ziel tot ziel eenzijn, zodat de ziel van deze levensvorm het eigen ontstaan en de eigen evolutie kan laten beleven:
Willen wij in de sferen van licht examen doen, dan moeten wij kunnen antwoorden.
Wanneer de meester vraagt: heeft een boom van de Aarde een ziel en een geest, dan moeten wij kunnen antwoorden volgens de realiteitswetten.
En wat doen wij dan?
Nu volgt het éénzijn met al het leven.
Wij beleven die éénheid en je weet hoe dat geschieden moet.
Nu vertelt die boom aan mij waar en waardoor hij het leven heeft gekregen.
Elke wet voert ons nu tot het eigen bestaan én het ontstaan terug.
Onfeilbaar zijn wij thans één, en dat geschiedt van ziel tot ziel en van gevoel tot gevoel!
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Om de eenheid met al het leven te kunnen beleven, is er universele liefde nodig:
Maar nú, die vraag stel ik u, wat doet u nu aanstonds aan Gene Zijde?
U loopt door het leven, u kijkt maar, de sferen zijn er, indien u licht hebt, dan behoort u tot dat licht; maar wat moet er nu gebeuren?
Elke wet, de natuur, een boom, een bloem, een plant, vooral de mens, het dier, dat alles moet u liefhebben, moet u opnemen, moet u leren kennen, en eerst dan komt die eenheid.
Maar probeer eens het leven van uw bomen te leren kennen.
Word eens één met de natuur, met baring, met schepping, met water, met lucht, met nacht, met de dag, en nú het planetenstelsel.
Ziet u?
We moeten die eenheid ondergaan.
En vanuit die wereld spreken wij, hebben wij ook iets te brengen, en dat is reeds gebeurd.
Voelt u wel?
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
De eerste drie sferen van licht kunnen we nog betreden, maar geen vierde sfeer, want daar heeft de meester afstand gedaan van al het aardse voelen en denken:
Maar eens zult gij er doorheen gaan en dan zult ge luisteren wat die ster, wat het leven van God u te vertellen heeft, want gij hebt met dat leven te maken.
Ge moet u dat leven eigen maken, of u komt niet verder en kunt u, de eerste, de tweede en de derde sfeer die kunt u nog betreden, maar geen vierde graad (sfeer).
Waarom niet?
Omdat u natuurlijk, kosmisch moet leren voelen en afstand moet doen van al de leugens en het bedrog dat de mens op aarde voor zichzelf heeft verdicht.
Lezingen Deel 3, 1952
In de derde lichtsfeer leggen we de fundamenten, en in de vierde lichtsfeer komt de meester tot het kosmische bewustzijn van de ruimte waarin hij leeft:
Wij komen niet verder, indien wij deze éénheid niet beleven en dat is ons Kosmisch Bewustzijn geworden.
Wij hebben ons die wetten eigen te maken en moeten die éénheid bezitten of wij komen nimmer tot God terug.
Eerst in de „Vierde Sfeer” aan Gene Zijde, dus in ons leven, zijn wij zo ver.
In de derde sfeer gekomen, leggen wij die fundamenten, in de vierde sfeer krijgen wij die fundamenten in bezit en kunnen zeggen, voor deze ruimte, het Universum waarin u leeft, zijn wij bewust!
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 1, 1944
Pas in de vierde lichtsfeer wordt de meester één met de kosmos op geestelijke afstemming:
De mens dus, die hier leeft, gaat verder, doch eerst in de „Vierde Sfeer” zal hij het éénzijn met de kosmos op geestelijke afstemming beleven, hij moet zich ook nu de geestelijke levenswetten van zijn sfeer eigen maken.
En eerst dán is hij kosmisch bewust!
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 5, 1944
De meester als geestelijke geleerde heeft hierdoor heel andere mogelijkheden dan de aardse geleerde:
Onze geleerden volgen hierdoor de Goddelijke Schepping, wat voor uw aardse geleerden niet mogelijk is, omdat ze de geestelijke inspiratie kennen noch beleven, en omdat ze zich niet kunnen openen.
Geestelijke Gaven, 1943
Door het beleven van elke levensvorm begrijpt de meester de werkelijkheid volkomen:
Ik wil dus aantonen, dat ook het leven op aarde tot uw eigen gevoelsgraad zou kunnen spreken en – met andere woorden gezegd – wij uw gevoelsgraad dus ver vooruit zijn.
In denken en voelen, in de meditatie dus, beleven wij de volle honderd procent bezieling.
Voor ons leven is dit het éénkomen met het andere leven waarop we zijn ingesteld.
De geleerde op aarde moet een geheel andere weg volgen om tot een analyse te komen.
In ons leven spreekt het andere leven tot het eigen bewustzijn, waarna de waarachtige betekenis voor onze ogen komt.
Het zien volgt en het begrijpen is daarna onvoorwaardelijk.
Die natuurlijke afstemming spreekt nu tot ons gevoelsleven en hierin is niets onwaarschijnlijks, we beleven die graad zoals we onszelf hebben leren kennen.
Geestelijke Gaven, 1943
Hierdoor kunnen de meesters de kosmologie op aarde brengen:
Wanneer meester Alcar zover kan gaan dat wij de ziel als mens tot in het „AL” kunnen volgen, is dat álles en machtige winst voor ons en jezelf.
Het schrijven van de Kosmologie komt later.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Die kosmologie is dan nog voor de enkeling op aarde, want de maatschappij moet voor deze wijsheid nog ontwaken:
Wij gaan verder.
André denkt, en ik geef mij aan zijn leven over.
De stoffelijke ruimte ligt achter ons, wij zijn ingesteld op de astrale wereld.
Ik voel thans, dat hij alles zal kunnen dragen, ons éénzijn schenkt hem die bewustwording en krachten, waarvoor wij deze korte uittreding maken.
André voelt de „Wayti” van al het leven.
Dit is waarachtige bewustwording, het is liefde, geluk en vrede en rust.
Iedere levensgraad roept ons toe om verder te gaan, maar het menselijke bewustzijn op aarde is nog niet zo ver, die maatschappij moet nog ontwaken.
De énkeling beleeft dit contact, dit éénzijn met al het leven van God en heeft daardoor de geestelijke fundamenten gelegd.
En dan is de ziel als mens één met alles!
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Jozef Rulof krijgt deze kosmologie in handen, omdat hij voor ‘De Universiteit van Christus’ dient:
„En dat krijg je thans in handen, André, omdat je voor de „Universiteit van Christus” dient en je het gevoel ervoor bezit.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Dit is nu mogelijk geworden, omdat anderen op aarde hiervoor de fundamenten hebben gelegd:
Doch dit alles wil zeggen, dat er nimmer stilstand is geweest; waarvoor wij tháns dienen, hebben anderen de fundamenten gelegd.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Jozef zal zelfs meer beleven dan hij tijdens zijn aardse leven op aarde kan brengen, omdat zijn stoffelijk leven daarvoor te kort is.
Maar na dit leven gaat zijn taak door en later zal hij de wereld nog veel meer geestelijk-wetenschappelijke kennis kunnen brengen:
Wat wij thans voor het universum mochten beleven, André, dat volgen wij later voor de dierenwereld en hierna voor Moeder Natuur.
Ik denk, dat wij al deze wetten zullen beleven, doch dat wij niet in staat zullen zijn om die boeken te schrijven, omdat je stoffelijk leven te kort is.
Maar bovendien kan ik je zeggen en dat weet je reeds, dat wij ons machtige werk voor de Universiteit van Christus voortzetten in ónze wereld en dat is je taak voor later.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Christus bracht dezelfde wijsheid, maar naar het bewustzijn van zijn tijd.
Daarom kon hij toen nog niet over een gevoelseenheid spreken:
Wat heeft nu Christus gezegd?
Word één met alles en je hebt je „Vader”.
Had Hij de mens uit Jeruzalem of aan Zijn Apostelen de Goddelijke éénheid kunnen verklaren?
Maar dit zijn de levenswetten en is het ruimtelijke éénzijn met al het leven van God.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Al het leven sprak tot Christus, en hij gaf aan dat woord diepte en menselijke vertaling:
Christus had op deze wijze gesproken, indien u als mens Zijn woord had kunnen begrijpen, doch Hij deed het maar aards, omdat Christus wist, dat ge zoudt zijn bezweken.
Het leven zélf sprak tot Christus, maar Hij gaf aan het woord diepte, gaf er op kinderlijke en eenvoudige wijze Zijn Eigen bewustzijn aan.
Toch voert het u van de aarde weg en tot Zijn gevoelsleven, Christus verbond u met het Heelal.
Juist Hij, als de Centrale Figuur, kon dat doen, als het Goddelijk Kind, onbaatzuchtig en genezend tegelijk, doch erbarmelijk slecht door ons als mensen aangevoeld.
Geestelijke Gaven, 1943
Christus bracht de weg, de waarheid en het licht:
Ik zei u al, alleen Christus had ons deze goddelijke diepte aan taal kunnen schenken, doch dan had men er niets van begrepen.
De wijze, waarop Christus gesproken heeft, kreeg door de gelijkenis liefdevol contact met de oneindigheid, waarin Christus leefde en waarin Hij Zijn Vader van liefde vertegenwoordigde.
Hij volgde de wetten in de natuur en bracht de natuurlijke wijsheid tot de mensheid als het waarachtige leven van God de Vader.
Had Christus de stoffelijke taal doorgegeven, de spreekwijze van de aarde dus gebruikt, dan had het Evangelie nimmer Goddelijke betekenis gekregen.
Zijn spreken was gericht op het voelend en denkend mensenkind, en werd erdoor eeuwigdurend waarheidsvol!
Christus sprak tot de zeven graden van het gevoelsleven, tot het onbewuste en bewuste kind, tot het ongeschoolde zowel als tot het scherpe intellect op aarde.
Christus kon niet buiten het leven om tot de mensheid komen, omdat Zijn Goddelijke afstemming erdoor was ontwaakt.
Indien Christus Zijn leven had laten spreken op goddelijke kracht, had men Hem vóór Golgotha reeds geestelijk en lichamelijk verworpen en uitgekreten.
De poorten van de hemelen hebben zich voor elkeen geopend, Christus gaf u en ons de weg, de waarheid en het licht, Hij voerde al het leven op aarde terug naar het Vaderhuis.
Geestelijke Gaven, 1943

De Kosmologie van Jozef Rulof

De Kosmologie van Jozef Rulof laat de lezer zien waar hij naar op weg is, en vooral, wat voor de gevoelsverbinding met al het leven nodig is:
Dit is dus het éénzijn van ziel tot ziel, het éénzijn met ál het leven door het te beleven en te voelen, waarna het gesprek volgt.
En ook dat heeft meester Alcar hem geleerd en kregen wij ook ons Kosmisch bewustzijn door.
Wij behoeven ons nu maar op het leven af te stemmen en het spreekt tot ons gevoelsleven en bewustzijn!
Jeus beleeft lange gesprekken met het leven van God en dat leg ik vast in „De Kosmologie”, waardoor gij als mens de wetten kunt beleven en volgen, doch vooral, omdat ge thans voelt, hoe machtig uw leven als mens kan zijn en wil zeggen, dat gij u die wetten nog eigen moet maken.
Ook dat is wonderbaarlijk voor uw leven.
Wij tonen u hierdoor aan, dat God in álles leeft en gij u eigen hebt te maken.
Dat Jeus het leven in de stof te beleven en te verwerken krijgt, dat hij tot ál het leven spreekt en die stemmen kan beluisteren, is óns geestelijke bezit en willen de hoogste meesters aan uw leven doorgeven.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
Maar als mens op aarde moeten we eerst zorgen dat we met beide benen op de grond blijven:
‘De wil van dit universum’, zegt André er direct weer na, ‘dijt uit en die uitdijing wil ik mij, door mijn wil daarop af te stemmen, eigen maken.’
Maar de macht en de kracht van het goddelijk bewustzijn wil dat we die uitdijing menselijk ondergaan en gij er iets aan hebt, of het leven spat waarlijk uiteen want dit is op menselijke kracht eigenlijk niet eens te beleven, u moet het zich eigen maken.
U moet eraan denken, maar ga er niet in.
Wíl u niet één maken nog met de sferen van licht, u kunt in gedachten naar zon en maan gaan, maar o wee, wij moeten u waarschuwen, u kunt het toch niet bereiken.
Denk niet dat ge de maan, dat ge de zon, dat ge een ster, een planeet kunt horen spreken.
U kunt dat nog alleen innerlijk doen en dan normaal blijven, normaal denken, eerst zorgen dat ge met beide benen op aarde blijft.
Lezingen Deel 3, 1952
Uiteindelijk zal iedereen zich dit bewustzijn in de sferen van licht moeten eigen maken, omdat al het leven ons het eigen ontstaan, de evolutie en het bewustzijn wil laten beleven:
„Dat je meester Alcar ziet, komt, André, omdat hij het is die je met ál het leven van God verbindt.
Zie je, dat is het contact met al het leven, doch dat je door de meesters ontvangt.
Omdat je nu ruimtelijke éénheid beleven moet, die wetten moest volgen, moet ál het leven door God geschapen zich openen of je komt niet verder.
Wanneer het leven gaat spreken, voert het je als mens tot het kosmische bewustzijn.
Dat beleven wij in de sferen van licht.
Wie zich daarvoor afsluit komt er nooit!
Want die levensgraden willen zich aan ons leven en bewustzijn openbaren.
Elke levenswet heeft de eigen schepping te verklaren en deze éénheid is het, André, waardoor wij dit éénzijn voor ziel, de geest en de stof ondergaan, waarna zich wet na wet manifesteert.”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944