Homoseksualiteit -- Bronnen

Bronteksten uit de boeken van Jozef Rulof bij het artikel ‘homoseksualiteit’.
Door Ludo Vrebos, gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.
Deze bronnen veronderstellen de voorafgaande lezing van het artikel ‘homoseksualiteit’.

De gevoelswaarde van woorden

Jozef Rulof gaf op een contactavond in 1952 aan dat het woord ‘homoseksueel’ een brandmerk veroorzaakte:
De Hollandse taal en de wetenschap, het woordenboek zegt: homoseksueel.
Nu is de man, en de moeder, ze zijn ineens gebrandmerkt.
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952
Hij zei ook dat in zijn tijd de maatschappij deze mensen kapot maakte, waaraan hij niet wilde meedoen:
De maatschappij maakt deze mensen kapot.
Ik niet, want we kennen de graden van deze maskers.
Die maskers die zijn voor ons afgerukt want de mens als geest, als ziel, de ziel van God als mens, zal ik het zo zeggen, leeft in beide organismen, want anders stond het leven op een dood punt.
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952
Jozef sprak over een man die door zijn verklaring lichter werd:
We hebben hier eens zo’n man gehad, hij zegt: ‘Godzijgedankt, er valt een pak van mijn hart.’
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952

Een natuurlijk gevolg van reïncarnatie

Jozef vindt de homoseksualiteit een heel duidelijk verschijnsel van reïncarnatie:
Er is een heel scherp verschijnsel waardoor wij de reïncarnatie moeten aanvaarden, ook al weet de wetenschap de fundamenten niet te peilen, niet te zien, dan zeggen ze: ‘Nou ja.’
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952
Homoseksualiteit.
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952
De ziel beleeft het vrouwelijke en het mannelijke organisme:
Maar homoseksualiteit – dat neemt de wetenschap nu nog niet – is alléén het terugkeren vanuit het moederschap tot het vaderschap en omgekeerd, dat wil zeggen, dat de ziel-als-mens beide organismen moet beleven.
De mens komt bijvoorbeeld vanuit het moederlijk organisme, dame, en krijgt nu – voor dit leven – het mannelijk organisme en bezit dus nu niet meer het volle moederschap.
Die mens leeft dus nu als vrouw in het mannelijk organisme en die man weet geen raad met zijn gevoelens.
De mens moet zich dit – doordat hij terugkeert, dus reïncarneert – nog eigen maken.
Een vrouw leeft nu dus in het mannelijk organisme en voelt zich nog moederlijk, waardoor zij dus de man nog zoekt.
Maar voor de maatschappij zoekt dan de man de man.
Komt de ziel vanuit het mannelijk organisme en is zij voor dit leven vrouw, dan bezit die mens dus niet meer het volle vaderlijk bewustzijn, doch voelt zich toch nog man in het moederkleed en zoekt dus nog de vrouw.
Dat is eigenlijk alles.
Vraag en Antwoord Deel 1, 1950
De vrouw heeft dan nog mannelijke gevoelens en geen gevoel om moeder te worden:
Er zijn moeders op Aarde, die het organisme bezitten, maar níét het gevoel bezitten om het moederschap te beleven.
De geleerde noemt dat de „homoseksualiteit” ... er zijn mannen en vrouwen, die deze splitsing voelen en met hun organismen geen raad weten.
Gij hebt zostraks deze mogelijkheden besproken, doch nu staan wij voor die natuurlijke overgangsstadia voor het vader- en moederschap en hebben ook die te aanvaarden.
Ik heb zo-even beleefd, dat wij vanuit het vaderschap het moederschap betraden.
Tussen de derde en vierde graad beleefde ik die wetten en was ik vader noch moeder.
Het is duidelijk, mijn meester, ik moest het vaderschap afleggen om het moederschap ín te gaan en dat is voor de mens op Aarde nu het gemis van dat bewuste-moederlijke gevoelsleven, het bewustzijn om moeder te zijn.”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
De ziel leeft meerdere levens in een lichaam van een bepaald geslacht voordat zij overgaat naar het andere geslacht:
De scheppende kracht, langzaamaan, zevenmaal leeft de persoonlijkheid erin als geest, en gaat dan over naar het moederschap.
Dan is plotseling de mens in een lichaam gekomen en weet er geen raad mee, voelt zich nog scheppend en zit daar met een moederlijk organisme.
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952
Men kan het ook zien als het vrijkomen van het vorige stadium:
Wij kunnen dus voor de „Universiteit van Christus” vastleggen, dat de homoseksualiteit op Aarde niets anders is, niets anders kán zijn, dan dat de ziel als mens vrijkomt van het vader- of van het moederschap, dát de ziel als mens de overgangsstadia beleven moet om het vader- óf het moederschap af te leggen, óf voor die wetten te evolueren!
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Het verwerven van het nieuwe stadium komt door de levens die komen:
Maar dat wil dus zeggen, dat er op Aarde zeven verschillende levensgraden geboren zijn voor het vader- en moederschap.
Dat daarin vaders en moeders leven, die het bewuste gevoel om te baren en te scheppen nog niet bezitten, maar dat zij zich dat gevoel dóór de levens die komen eigen kunnen én moeten maken, eerst hierna voelt man en vrouw zich bewust vader én moeder en is er van homoseksualiteit geen sprake meer (zie rulof.nl/homoseksualiteit)!
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
De wetenschap in die tijd zocht de oorzaak van homoseksualiteit in hartstocht:
De wetenschap kent deze wetten nog niet.
De geleerden zoeken naar de hartstocht, de geleerden zeggen, het is de hartstocht van de persoonlijkheid, doch hebben thans te aanvaarden, dat achter de persoonlijkheid, de mens dus, als vader en moeder, dé eigenlijke „levenswet” aanwezig is en leeft, die álles, élke karaktertrek overheerst!
De mens nu die bezig is, volgens de Goddelijke wetten voor het vader- en moederschap, zich te verruimen, beleeft tussen de derde en vierde graad, dat hij in een leven, noch vader- noch moederlijk gevoel bezit en staat thans voor deze stadia.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
De ziel bouwt aan haar gevoelsleven en haar persoonlijkheid door het beleven van het vaderschap en het moederschap:
Toen de ziel als mens aan haar eigen opbouw – voor haar persoonlijkheid dus – begon, en zij voor haar gevoelswereld stond als man en vrouw, was dat het vader- en moederschap.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
Het is de ziel die het geslacht van het lichaam in het volgende leven bepaalt:
De ziel stuwt dus haar organen tot dit bewustzijn en bepaalt nu, of zij vader of moeder zal worden.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
De ziel bepaalt dit buiten de persoonlijkheid om:
En die wetten staan buiten de persoonlijkheid, dat ís nu de oerbron voor de ziel als mens, waardoor zij haar persoonlijkheid in handen en te beleven kreeg.
En die persoonlijkheid weet nu geen raad met het lichaam?
Néén, Freud, het vader- en moederschap splitst zich thans en geeft díé splitsing aan de persoonlijkheid door.
Dat heb je seksuele driften genoemd, maar dat is het niet, het is de splitsing voor het vader- en het moederschap.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
De menselijke persoonlijkheid voelt zich nog zoals in het vorige leven:
De vrouw voelt zich nu mannelijk, beste Freud.
De man zich moederlijk en wil zeggen, dat de ziel als mens zójuist, door haar vorig leven dus, het moederlijke óf het vaderlijke, het barende of scheppende organisme heeft verlaten en zich nú nóg moeder voelt.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
De persoonlijkheid bepaalt nu hoe het nieuwe leven opgepakt zal worden:
En dan komen de karaktertrekken.
Ook staat de mens nu voor „liefde” en geloof, want hóé is nu die persoonlijkheid, beste Freud?
Vanzelfsprekend is, dat man en vrouw thans voor de eigen zwakke karaktertrekken staan, voor goed en kwaad, voor het geestelijke leven, voor ziekten en narigheden en nu mogen de psychologen daarin de reine Goddelijke klaarte zoeken, willen zij, waarvoor ze toch geleerd hebben, een zuivere diagnose stellen.
Nu maken zij radicale fouten en was jij er en waren al die anderen er – beste Freud, glad naast!
Glad ... jullie hebben je nu verloren in die karakters, die echter de ruimtelijke wetten beleefden, waar niets aan te veranderen is, indien de mens er zich aan over geeft.
En wat zien wij nu?
De menselijke „wil” treedt naar voren.
En toch zijn jullie niet zo zeker of de mens wel een eigen – wil heeft en bezit.
En door die – wil nu kan de mens handelen en zichzelf voor al die verschijnselen beschermen.
Of hij beleeft narigheden, zijn hartstochten, zijn dierlijke óf zijn natuurlijke liefde, waar alles om draait en het leven een gestalte geeft.
Voeg daarbij nu de kunst die de mens bezit, de duizenden zaken en dingen die hij zich eigen heeft gemaakt en u staat voor de persoonlijkheid als mens, met de daarbij komende complexen, het bewuste en ónbewuste kunnen voor onze maatschappij en je ziet de mens van de twintigste eeuw.
Maar door alles heen zien wij toch het vader- en het moederschap overheersen, die álle eigenschappen blijvend overheersen, die de „oerbron” vertegenwoordigen en scheppend en barend zijn én blijven.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
Freud en Jung kenden de rol van reïncarnatie niet:
Wanneer de mens, als moeder en als vader de moederlijke én vaderlijke levensgraad dóór de wetten van God vrij laat, dat wil zeggen, dat man en vrouw beide organismen moeten beleven, dan betreden zij ónwaarschijnlijke graden en die zijn nu ónbewust vóór het vader- en het moederschap, doch nu betreden wij door Freud en Jung de homoseksualiteit.
En daar weten die geleerden dan alles af, volgens de leer van Bartje (volgens Willem Bartjens (1569 - 1638), uit wiens boekje ‘Cijfferinge’ Nederlandse kinderen twee eeuwen lang rekenen hebben geleerd) dan.
Voor de Goddelijke waarachtigheid zijn ze volkomen fout, omdat ze nú, waar het dus om gaat, de persoonlijkheid gaan zien en die is het volgens deze geleerden, die ziek is, seksueel ziek en dát geestelijk en lichamelijk.
Maar voel je het machtige wonder?
De mens – door Freud – breekt zichzelf af.
Hij zegt, ze zijn seksueel disharmonisch, dus lichamelijk tevens, dát is voor hem dé mens zélf.
Ik stel thans vast, dat het de ruimtelijke wetten zijn voor het vader- en het moederschap, waardoor de ziel als mens vrijkomt van het mannelijke scheppen en nu, dóór de reïncarnatie dus, een nieuwe geboorte vóór het vader- en moederschap beleven zal.
Hierdoor is de ziel moederlijk noch vaderlijk, dus zij is uit die natuurlijke bewustwording gestapt, waardoor zij echter die disharmonie beleven moet en voor Freud niets anders is dan seksueel gedoe, de afbraak van een menselijke ziel.
Freud was er dus dichtbij, maar hij kent de wedergeboorte niet, hij denkt niet, dat de menselijke reïncarnatie het is die schuld is aan die verschijnselen, maar die de mens als man en vrouw beleven moet en géén hartstocht is, maar het vrijkomen van vader- en van moederschap.
Dat wil dus zeggen, mijn vriend, dat wij thans, door deze wetten Freud college kunnen geven en met hem al de anderen, die denken, iets voor de psychoanalyse te voelen, doch waarvan zij het ruimtelijke fundament niet willen aanvaarden.
Dát nú zegt: dat de ziel als mens miljoenen levens te beleven heeft, voordat zij bewust is voor ál de levenswetten van dit Universum en dán blijft zij bewust voor het vader- en moederschap, zodat wij kunnen beleven: ook die wetten zal zij als de persoonlijkheid ééns overwinnen én zichzelf blijven, dus normaal vader- en moederlijk gevoel bezitten.
Niet de menselijke hartstocht is het, die de ziel als man en vrouw uit het natuurlijke evenwicht slingert, drukt, jaagt ... maar de wetten voor het vader- en moederschap.
Vanzelfsprekend komt er het menselijke verlangen bij, het willen beleven van de schepping, het willen éénzijn, máár toch zijn deze wetten het, waardoor de mens zijn natuurlijk mannelijk en moederlijk evenwicht heeft verloren, dat ten slotte toch terugkeert, wanneer zij weer als man en vrouw het bewuste scheppende en barende beleeft.”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
De geleerden dachten in termen van krankzinnigheid:
Die krankzinnigheid van Freud raakt dus het gevoelsleven van „Jung” – wanneer zo’n geleerd mens zich aan een menselijke fiets vast moet klampen ... kunnen wij spreken van – Bartje – een wijsheid, die je achterstevoren tot God terugvoert, maar waardoor je in deze natuurlijke doolhof verdwaalt.
En zij zoeken al naar deze uitgang, doch vinden die nooit, omdat zij de ziel als mens noch haar geboorte kennen.
Alléén door de wedergeboorte zijn zij in staat haar te zien zoals zij door God geschapen werd.”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
Freud dacht dat het door seksuele driften kwam:
Freud, voor jou waren dit seksuele driften.
Maar kijk er eens achter?
Daar, waar je nu bent is alles anders.
Nu zie je, dat het vader- en het moederschap door de ziel beleefd moet worden en dat zij op Aarde als man en als vrouw géén bewust vader- noch moederschap bezit.
Dat zag je ín de persoonlijkheid, maar die „Oerbron” is het, waardoor de persoonlijkheid werd beïnvloed.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
Voel je, dat Freud zich lelijk heeft vergist en hij geen wetenschappelijke fundamenten heeft kunnen leggen?
Daarom is het, dat anderen hem weer voorbij streven, omdat hij het waarachtige fundament niet heeft gevoeld.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944
Maar homoseksualiteit als verschijnsel heeft niets met hartstocht uit te staan:
„Homoseksualiteit” heeft éts met hartstocht uit te staan, het verschijnsel zélf als gevoel beleeft thans Goddelijke wetten voor het bewuste vader- en moederschap.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 2, 1944
Wanneer de mens zich instelt op vriendschap, is er veel mogelijk:
De man hield veel van haar en wilde haar voor niets kwijt.
Dus hij wilde alles doen.
En zie – ze krijgen hun kind, eerst een jongen en toen ... door gekreun nog een meisje, want dat bewuste innerlijke gevoel om te scheppen ís er niet ... dames en heren, vaders en moeders, dat is er niet bewúst; de natuurlijke kracht ervoor ontbreekt.
Dit is nu het gekreun, dat ik bedoel, maar ál hun denken, ook van hem dus, is ingesteld, om dat te overwinnen en ze kregen hun tweede kind.
Doordat hij vader is geworden, verandert zijn innerlijk leven, en ... ik heb dit mogen beleven, zij kregen een mooi huwelijk, opgebouwd door vriendschap en de menselijke „wil”.
Vraag en Antwoord Deel 1, 1950
Door het beleven van het moederschap krijgt men gevoel voor het moederlijke lichaam:
Ik zeg: ‘Maar u moet nu trachten uw gevoel daar en daarop in te stellen, om moeder, echt moeder te zijn.
U moet proberen om een kindje te krijgen.
Dan gaat u onmiddellijk een stap hoger, want die geboorte, voelt u wel?
Die brengt u onmiddellijk tot het mooie, machtige; u krijgt, door het kind, weer moederschap en dan krijgt u vanzelf gevoel, bewustzijn als moeder, door die geboorte, door dat kind te dragen.
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952

Verklaring op zielsniveau

Jozef las een vraag van een dame voor en legde uit dat homoseksualiteit op zielsniveau niet bestaat:
Ik lees nu ...: „Wat is nu eigenlijk homoseksualiteit?”
Jozef zegt: „Dame, dit briefje is van u?
Ik dank u voor uw vraag.
Homoseksualiteit, die men in onze maatschappij kent en die bestaat, bestaat niet voor God en voor de ruimte!
Vraag en Antwoord Deel 1, 1950
Jozef heeft aan vele mensen gezegd dat ze niet homoseksueel zijn, omdat de ziel niet homoseksueel kan zijn:
Ik heb die mensen, ik heb duizenden mensen opgevangen, ik zeg: ‘Mevrouw, u bent dat niet; en meneer ook niet.’
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952