Kosmische bestemming

Tekst Voice-over

Op de vierde kosmische levensgraad bouwt de ziel opnieuw een stoffelijk leven op, maar de materie is hier vele malen ijler dan op aarde.
Het stoffelijke leven hier is te vergelijken met het geestelijke leven in de hogere lichtsferen, met dit verschil dat de mens op deze planeet opnieuw vader en moeder wordt en op stoffelijke wijze kinderen baart.
Vanaf het eerste leven hier is elke ziel samen met de tweelingziel.
Hierdoor zijn deze mensen zielsgelukkig.
Hun tweelingziel begrijpt elk gevoel en elke gedachte, ze zijn als bloemen van één kleur.
Als tweelingzielen zijn ze samen geschapen op de eerste planeet, waardoor ze even oud zijn, even krachtig, even bewust, één in liefde.
Op aarde zoeken we onbewust naar onze tweelingziel.
Op deze planeten leeft elk mens samen met zijn tweelingziel, als man en vrouw.
Niet alleen het gezinsleven is nu harmonisch, ook de hele samenleving kent geen hard woord meer, geen onbegrip, geen haat, oorlog of ellende.
Op deze planeten kent men geen honger meer, geen lichamelijke of geestelijke ziekte.
Hier is alleen geluk, en de ziel leeft nu incarnatie na incarnatie in een paradijselijke harmonie, voor eeuwig verenigd met zijn tweelingziel.
Ook het zonnestelsel weerspiegelt nu de hogere harmonie.
Het zonnestelsel bestaat uit zeven zonnen en zeven planeten.
Die bieden de ziel zeven graden om te evolueren, om zich deze kosmische levensgraad eigen te maken, om verder te groeien in liefde en bewustzijn.
Ook de volgende kosmische levengraden kennen dezelfde geestelijke en stoffelijke wetten, want het leven verstoffelijkt datgene wat in de Albron aanwezig is.
Zo bereiken de eerste zielen de zevende kosmische levensgraad.
Ze voelen dat als ze nog verder gaan, dat ze dan terug zouden komen in de stilte van de Albron.
Wanneer ze terugkijken naar het moment dat hun kosmische levensweg begon als cel op de eerste planeet, zien ze dat ondertussen alle zielen deze planeet hebben verlaten, en dat de eerste planeet aan haar stervensproces is begonnen.
Op aarde kunnen we nu deze planeet bewonderen aan de nachtelijke hemel.
De eerste zielen zijn ook de aarde niet vergeten.
Op haar lange evolutieweg wordt de ziel zich juist op de aarde bewust van haar leven.
Op Mars wordt zij zich bewust van haar lichamelijke kracht, maar op de aarde ontwaakt het menselijke bewustzijn.
De eerste zielen zien dat op aarde nog steeds mensen leven met angst voor de dood, omdat ze het geestelijke leven niet kennen.
Daarom nemen de eerste zielen het besluit de universiteit aan kennis, die zij opgebouwd hebben door duizenden jaren geestelijk-wetenschappelijk onderzoek, op aarde te brengen.
Ze werken via profeten en mediums, inspireren alle gevoelige mensen en vertellen over het Leven van de Albron.
Want spoedig zou de ‘Eeuw van Christus’ aanbreken ...

Vlaamse commentaarstem bij filmpje:

De vierde kosmische levensgraad

De eerste zielen waren, verbonden met hun tweelingziel, nu klaar om verder te evolueren, want ze kenden hun eigen verleden en ze voelden hun kosmische toekomst.
Zij, die dus de vierde sfeer hadden bereikt, voelden nu heel duidelijk dat zij geheel van de aarde vrij waren en dat niets stoffelijks meer in hen was.
Zij voelden tevens, dat zij in het Al leefden en die Goddelijke krachten in en om hen waren en dat zij zich deze eigen moesten maken.
Deze wezens keerden niet meer naar de aarde terug, want zij konden zich in de sferen nuttig maken.
Er was ook daar heel veel te doen.
Ondertussen kwamen er leermeesters, die van het aardse en geestelijke leven een studie hadden gemaakt.
Zij onderrichtten de anderen, die straks met een taak naar de aarde zouden terugkeren, omdat zij wisten wat de mensheid op aarde het nodigst moest bezitten.
Al doende kwam dus het ene uit het andere voort.
Miljoenen wezens waren er nu op aarde, die de mensheid aanspoorden om het goede te zoeken.
In de sferen ging de mens ook verder en zo zien wij de vijfde, zesde en zevende sfeer tot stand komen.
In de zevende sfeer is het bezit van de mens reeds in een goudachtig licht veranderd.
In die sfeer zien wij nu het evenbeeld van het gouden Goddelijke licht en dat licht had de mens zich eigen te maken.
Dit geestelijke en goddelijke licht zou worden zoals wij in het begin van de schepping, in het openbaringsproces, hebben mogen waarnemen.
Dat zou de mens zich eigen moeten maken en ook dat geschiedde.
In de sferen zien wij thans een ander beeld.
In alle sferen, van de duisternis af, waren de sferen bewoond en aan deze zijde leefden biljoenen wezens.
Hoe ontzaglijk was het licht uit de zevende hemel, want na de vierde sfeer zijn de sferen geestelijke hemelen.
Hoe groot was reeds het geluk van de mens, die daar leefde en toch, nog vier kosmische afstemmingen hadden de mensen zich eigen te maken, wilden zij de goddelijke sferen binnengaan.
De mensen, die in de zevende sfeer waren aangekomen en daar hun taak hadden volbracht, maakten zich nu gereed om van hun zusters en broeders afscheid te nemen.
Zij, die daar een taak hadden verricht, droegen die taak aan anderen op.
De Mentors gingen hoger en met hen miljoenen anderen.
Een andere planeet, een ander zonnestelsel wachtte hen op.
Maar ook het ontstaan van de geestelijke sferen duurde miljoenen jaren.
Je voelt zeker wel, dat er voor hen geen duisternis meer heerste en dit alleen voor de planeet aarde is.
Zij hadden zich van de duisternis bevrijd en de hoogste geestelijke afstemming bereikt.
Dit betekende het einde van de derde kosmische graad en zij zouden door de vierde worden aangetrokken.
Nu wachtte hen groot geluk en dat geluk zouden zij in een stoffelijke toestand bezitten.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
De eerste zielen werden nu aangetrokken door een nieuwe planeet in wording.
Hier beleefden ze hun eerste, nu weer stoffelijke leven op de vierde kosmische levensgraad.
Nu konden ze een nieuw en hoger leven opbouwen, zonder slaap of nacht, omdat ze eeuwig wakker bleven.
Nu kon een volledige bevolking van een planeet opgebouwd worden zonder oorlog, honger of ziekten.
Deze zielen hadden drie kosmische levensgraden overwonnen, waardoor zij gegroeid waren in bewustzijn en universele liefde.
Nu konden ze incarnatie na incarnatie beleven in een paradijselijke harmonie, voor eeuwig verenigd met hun tweelingziel.
En dan kan een ziel die op dat moment op de vierde kosmische levensgraad woont tegen André zeggen:
Wij hebben onze kringloop der aarde volbracht, wij leefden tijdens de prehistorische tijden van Moeder Aarde, doch gingen verder en kregen universele éénheid.
Waarlijk, wij vertegenwoordigen Zijn weg, Zijn waarheid én het Leven!
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 1, 1944
7 zonnen en zeven planeten in één ruimte:
In deze ruimte zijn zeven zonnen en zeven moederlijke planeten.
Dat zijn de eerste, de tweede, de derde en de vierde, de vijfde, de zesde en de zevende sfeer in stof.
Een planeet is nu een sfeer, is een wereld, voelt u?
Achter de kist, nu wij de astrale wereld betreden, begint het geestelijke universum zich aan ons leven te openbaren.
Lezingen Deel 1, 1950
Zo heeft het planetenstelsel van de Derde Kosmische Graad zichzelf geëvolueerd en heeft gestalte kunnen geven aan de zeven uitdijingsmogelijkheden voor vader- en moederschap, om straks de mens te kunnen opvangen.
Lezingen Deel 3, 1952

Onze kosmische bestemming

Zo bereikten de eerste zielen de vijfde, de zesde en de zevende kosmische levensgraad, om ten slotte het Alstadium voor de ziel te betreden.
Maar zij hadden het leven op aarde, de moederplaneet waar de ziel van haar eigen bestaan bewust wordt, niet vergeten.
Daarom legden ze contact met de meesters uit de sferen van licht en gaven hun kennis over het heel-al door.
Deze kennis kwam op deze wijze beschikbaar in de tempel der ziel in het Zomerland.
Ze legden de meesters uit hoe ze de aarde van geestelijk voedsel konden voorzien, en wat de mensheid door inspiratie moest ontvangen om geestelijk te evolueren.
Want spoedig zou ‘De Eeuw van Christus’ aanbreken ...