Krankzinnigheid

de ziel in evolutie

Krankzinnigheid is een oude term uit het aardse denken voor verschijnselen die in sterke mate bij de overgang van gevoelsgraden kunnen optreden.
Door Ludo Vrebos, gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.

Verklaring op zielsniveau

De boeken van Jozef Rulof zijn geschreven tussen 1933 en 1952.
In het artikel ‘verklaring op zielsniveau’ wordt toegelicht dat vele termen in deze boeken gebruikt werden om op woordniveau aan te sluiten bij het aardse en wetenschappelijke denken uit die tijd in Nederland.
Zo ook de term ‘krankzinnigheid’.
Veel van wat toen buiten de gangbare en wenselijke omgangsvormen viel, werd krankzinnig genoemd.
Niet alleen mensen met een verstandelijke beperking of een psychiatrisch ziektebeeld kregen dit etiket opgeplakt, maar ook bijvoorbeeld epilepsiepatiënten, mensen met asociaal gedrag, oproerkraaiers, verslaafden en dementerenden.
Om de maatschappij te beschermen, werden deze mensen gedwongen opgenomen in krankzinnigengestichten.
Het boek ‘Zielsziekten van Gene Zijde bezien’ uit 1939 bevat een beschrijving van het bezoek van Jozef Rulof en zijn geestelijke leider Alcar aan een gesticht.
Alcar laat Jozef onder meer het gevoelsleven peilen van een man die men homoseksueel noemt.
Die man zat opgesloten in het krankzinnigengesticht, omdat men ook homoseksualiteit toen meestal als ziekte beschouwde.
Conform dit toenmalige denken wordt in dit boek homoseksualiteit ook een graad van krankzinnigheid genoemd.
Het artikel ‘homoseksualiteit’ licht toe dat dit niet de zienswijze is van de schrijvers van de boeken van Jozef Rulof, de meesters.
Wanneer zij dit verschijnsel op zielsniveau verklaren, beschouwen zij het niet als een ziekte maar als een ontwikkelingsfase van de ziel.
Wanneer de ziel in een bepaalde gevoelsgraad alles met een vrouwelijk lichaam ervaren heeft, gaat zij in het volgende leven over naar het mannelijke lichaam om het mannelijke gevoelsleven op te bouwen.
Het boek ‘Zielsziekten van Gene Zijde bezien’ is volledig geschreven naar het aardse denken toe.
Zelfs de titel is gekozen om bij het toenmalige denken aan te sluiten en te benadrukken dat het niet om lichamelijke ziekten gaat.
Maar op zielsniveau kan de ziel niet ziek zijn en bestaan er geen ‘zielsziekten’.
Op zielsniveau gaat het meestal om overgangsverschijnselen van een ziel die in evolutie is.
Dit is dikwijls ook het geval bij wat men toen ‘krankzinnigheid’ noemde.
Want dit kan in sterke mate optreden wanneer de ziel naar een volgende gevoelsgraad overgaat.

Gevoelsgraden

Het artikel ‘gevoelsgraden’ licht toe dat elke ziel zich tijdens haar aardse levens vier opeenvolgende gevoelsgraden kan eigen maken.
Elke reïncarnatie voegt ervaringen toe aan het gevoelsleven.
Zo kan de ziel haar gevoelsgraad verhogen.
De artikelen ‘onze reïncarnaties’ en ‘onze kosmische ziel’ geven een overzicht van de artikelen die de ontwikkelingsweg van de ziel schetsen.
Wanneer een ziel een gevoelsgraad helemaal beleefd heeft, ontstaat er een overgangsperiode.
Daarin leeft een deel van de persoonlijkheid nog in de vorige gevoelsgraad en een ander deel al in de volgende.
In deze overgangstijd heeft men niet de volledige sterkte en stuwing van één gevoelsgraad, waardoor men vatbaarder is voor beïnvloeding.
De meesters verklaren dat deze beïnvloeding kan komen van mensen die in het hiernamaals leven.
Het artikel ‘ons hiernamaals’ geeft een overzicht van de artikelen die de verschillende geestelijke werelden in het hiernamaals beschrijven.
Globaal gezien zijn er duistere sferen en lichtsferen, al naargelang het niveau van innerlijk licht en liefde van de bewoners.
Deze bewoners kunnen zich ook met de mensen op aarde verbinden die tot hun eigen gevoelsgraad behoren.
Bewoners van de duistere sferen verbinden zich met mensen op aarde om de gevoelens te kunnen beleven die met een fysiek lichaam te maken hebben, zoals eten, drinken, warmte en seksualiteit.
Wanneer deze beïnvloeding overheersend wordt, kunnen er verschijnselen optreden die men vroeger ‘krankzinnigheid’ of ‘bezetenheid’ noemde.

Bezetenheid

Bij bezetenheid heeft de astrale persoonlijkheid van de bewoner uit de duistere sferen een sterke grip op het dagbewustzijn van de mens op aarde.
De astrale persoonlijkheid kan dan het handelen van de aardse mens bepalen en doen wat zij begeert.
Ze leeft haar hartstochten uit en verbruikt daarbij in ruime mate de lichaamskrachten van de mens op aarde.
De persoonlijkheid van de aardse mens wordt dan onderdrukt en leeft voor een deel in het onderbewustzijn.
Van daaruit maakt en beleeft zij het gedrag wel mee.
Dat gedrag is op het niveau van de gevoelsgraad die zij als ziel aan het afleggen is.
Hierdoor ontstaat er een strijd tussen beide persoonlijkheden, omdat de aardse mens niet wil terugvallen in die vorige gevoelsgraad.
Die brengt nu een voor haar minderwaardig handelen voort, zoals overmatig alcoholgebruik of seksuele uitspattingen.
Op aarde kan men daarom bij deze mensen zowel het losbandige handelen van de astrale persoonlijkheid waarnemen, als de strijd tussen beide persoonlijkheden.
Wanneer de bewoner van de duistere sferen de overhand heeft en zijn hartstochten botviert, is hij een gevaar voor de samenleving en belandt de aardse mens dikwijls op de gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis.
Wanneer de astrale persoonlijkheid het dagbewustzijn volledig in handen krijgt, heeft de aardse mens de strijd voor dat leven meestal verloren.
Toch wordt juist het lijden van de aardse mens door deze strijd zijn stuwing om dit lijden in zijn volgende reïncarnatie te voorkomen.
Hij laat zich dan niet meer beïnvloeden door de gevoelens die horen bij de gevoelsgraad die hij aan het afleggen is.
Hierdoor groeit de persoonlijkheid van de aardse mens en krijgt zij meer vat op haar handelen.
Daarom beschouwen de meesters deze strijd als een ontwikkelingsfase voor de ziel, en niet als een ziekte die vroeger aangeduid werd met de termen ‘krankzinnigheid’ of ‘bezetenheid’ en die men daarna ‘psychose’ is gaan noemen.

Lien

Wanneer de aardse mens de beïnvloeding van een duistere astrale persoonlijkheid voelt, ontstaat er meestal eerst een zware strijd.
Meester Alcar gaf het voorbeeld van Lien, een vrouw die door een astrale persoonlijkheid aangespoord werd tot overmatig alcoholgebruik.
Tijdens haar slaap werd ze aangevallen door een bewoner van de duistere sferen.
Die had zich tijdens deze periode van onbewustzijn in gevoel met haar verbonden, zodat hij haar kon aanzetten om te drinken.
Toen ze wakker werd, voelde ze een verstikkende dorst en begon het gevecht tegen de astrale invloed.
Eerst dacht ze dat ze die dorst kon lessen door een paar borrels te drinken.
Die borrels verlaagden echter haar dagbewustzijn, zodat de astrale persoonlijkheid meer vat op haar kreeg en twee flessen jenever leegdronk.
Haar vermoeide lichaam en zenuwstelsel bezweken en ze lag voor dood op de grond.
Jozef legde haar daarna uit dat ze toch weer herstelde, omdat de astrale persoonlijkheid om mee te kunnen drinken haar lichaam ook kracht gaf.
Bij een volgende aanval pakte ze het anders aan en zette ze een borrel voor haar op tafel.
Ze tartte de astrale wereld die moest bewijzen dat ze nog te bereiken was.
Geen tien minuten later dronk ze drie borrels zonder het te weten.
De astrale persoonlijkheid had namelijk van een kort ogenblik gedachteloosheid van haar gebruikgemaakt.
Jozef vroeg haar later om alle jenever uit huis te doen, maar ze verwierp zijn raad.
En toen kwam de ultieme aanval.
Lien vocht tot het uiterste.
Ze vloog tegen de muren op, wierp zich op de grond en wrong zich in duizend bochten.
Zo’n pijn deed het!
Het brandde in haar, een brand die met jenever geblust wilde worden.
Ze nam koude baden en gooide met haar spullen door de kamer, maar ze voelde haar krachten verminderen.
Na uren vechten tegen de wil van de astrale persoonlijkheid gaf ze het op en zette het glas aan de lippen.
Ze had nog steeds de hoop dat ze hiermee de brand in haar kon doven.
Op dat moment overheerste meester Alcar even haar wil en liet het glas uit haar hand vliegen.
Lien schrok hier zo hevig van, dat ze naar buiten rende om bij te komen.
Door te wandelen in de natuur kwam ze tot rust.
En ze voelde zich merkwaardig licht, alsof een zware last van haar schouders gevallen was.
Jozef legde haar daarna uit dat ze de strijd gewonnen had.
Ze had dat kleine tikje nodig gehad om haar wil te versterken.
Toen deed ze de jenever het huis uit en zette haar wil om er definitief mee te stoppen op honderd procent.
Ze besefte nu dat het alles of niets was, en dat haar leven verloren was als ze bleef drinken door de invloed van een ander en die krachten bleef onderschatten.
De astrale persoonlijkheid probeerde het nogmaals, maar kon haar niet meer bereiken, ze had haar gedrag en gedachten nu onder controle.

Beïnvloeding

Wanneer de bewoner van de duistere sferen sluwer is, zal hij ervoor zorgen dat zijn prooi niet opgesloten geraakt in bijvoorbeeld een gevangenis of psychiatrische instelling.
Dan stelt hij zich tevreden met een hechte gevoelsverbinding waardoor hij de gevoelens van de aardse mens meebeleeft maar niet verdrukt.
Hij beïnvloedt de aardse mens wel, maar zal niet zover gaan dat deze invloed als ‘van buiten komend’ ervaren wordt.
In de boeken van Jozef Rulof wordt hiervoor ook de term ‘bewuste krankzinnigheid’ gebruikt.
Hiermee wordt bedoeld dat de aardse mens nog wel zijn dagbewustzijn beleeft en voor de maatschappij normaal bewust blijft.
De astrale invloed is dan verborgen voor de maatschappij en voor de aardse persoonlijkheid.
De bewoner van de duistere sferen zal dan zijn invloed maar langzaam verhogen, zodat de aardse mens denkt dat hij volkomen zichzelf is.
De meesters geven aan dat alle gevoelens, gedachten en handelingen van de aardse mens die afstemming hebben op de duistere sferen, opgevangen en versterkt kunnen worden door de bewoners van deze sferen.
De enige manier om zich in het aardse leven volledig te bevrijden van duistere astrale invloed is de hele persoonlijkheid op de eerste lichtsfeer af te stemmen.
De mensen die universeel liefhebben en ingesteld zijn op het dienen van hun medemens, zijn voor de bewoners van de duistere sferen niet meer bruikbaar.

Lichtende toekomst

De meesters van de Universiteit van Christus inspireren alle mensen om naar de eerste lichtsfeer te evolueren.
Ook hun inspiratie is een ‘beïnvloeding’, maar dan gericht is op het dienen van de kosmische evolutie waar elke ziel zelf aan werkt.
Het artikel ‘lichtende toekomst’ beschrijft de toekomst waarin alle mensen op aarde die universele graad van liefde bereikt zullen hebben, zodat geen enkele bewoner van de duistere sferen nog naar de aarde komt.
Daarna zullen ook die duistere sferen zelf minder bevolkt worden, omdat er geen nieuwe mensen van de aarde meer naartoe gaan.
En tenslotte zullen al die duistere sferen oplossen, omdat alle bewoners dan zelf ook de lichtvolle gevoelsgraad bereikt hebben.
Dan heeft elke ziel op aarde en in het hiernamaals de innerlijke duisternis overwonnen en omgezet in een liefdevol bewustzijn.

Bronnen en verdieping