Krankzinnigheid -- Bronnen

Bronteksten uit de boeken van Jozef Rulof bij het artikel ‘krankzinnigheid’.
Door Ludo Vrebos, gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.
Deze bronnen veronderstellen de voorafgaande lezing van het artikel ‘Krankzinnigheid’.

Verklaring op zielsniveau

In de boekenreeks ‘De Kosmologie van Jozef Rulof’ vraagt meester Alcar aan Jozef Rulof (André) of het waarachtig is wat in het boek ‘Het Ontstaan van het Heelal’ uit 1939 geschreven is dat er kinderen kunnen geboren worden door de beïnvloeding van een astrale persoonlijkheid:
Hierdoor zien wij, mijn broeders, dat de stoffelijke mens heel gewoon is, gewoon het leven vervolgen zal, beleven zal, doch de astrale persoonlijkheid kijkt door de stoffelijke ogen en ziet opnieuw „Zon en Maan” en ondergaat wéér, doch nu door de stoffelijke mens, het menselijke éénzijn.
Wij hebben toen vastgelegd, André, dus door de boeken: „Het Ontstaan van het Heelal” ... geschreven, dat er thans kinderen worden geboren door de astrale persoonlijkheid, nietwaar?”
„Ja, meester, met u heb ik deze wetten mogen beleven.”
„Juist, wij hadden het daar over en hebben ons zo uitgedrukt, doch is dat waarachtig?
Ik bedoel, kunnen er nu door de astrale persoonlijkheid kinderen worden geboren?”
„Néén, mijn meester, maar ik begrijp nu waarom u dat heeft gezegd.”
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 5, 1944
In de artikelbronnen ‘Verklaring op zielsniveau -- bronnen’ staat wat Alcar hierna zegt: „Ik heb mij toen zo uitgedrukt, omdat ik u de „Kosmologie” nog niet verklaren kon en dat hebben wij nu te aanvaarden.”
Hiermee illustreert meester Alcar dat de terminologie en het verklaringsniveau van ‘Het Ontstaan van het Heelal’ en het boek uit 1939 dat ervoor kwam, ‘Zielsziekten van Gene Zijde bezien’, behoort tot het aardse denken.
In de kosmologie legt meester Alcar dan verder uit dat op zielsniveau de ziel zelf bepaalt wanneer zij geboren wordt:
Immers, de astrale mens is één, beleeft deze éénheid met de stoffelijke en door de stoffelijke mens.
Maar wij hebben nu geleerd, dat de ziel zélf bepalen zal wanneer zij geboren wordt, zodat de mens, noch de astrale persoonlijkheid deze wetten kunnen veranderen, maar dat zij wél het éénzijn tezamen kunnen beleven.
En dat zien wij thans gebeuren.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 5, 1944
Meer informatie hierover vindt u in het artikel ‘moederschap en vaderschap’.
De mens uit 1952 gebruikte nog benamingen als ‘krankzinnigen’, ‘bezetenen’ en ‘psychopaten’:
Alleen reeds over de krankzinnigheid zijn twintig boeken te schrijven, het werk, dat ontstaan zal, is maar een beeldje in vergelijking met dat, waarin al die miljoenen mensen leven en gij psychopaten en bezetenen, krankzinnigen noemt.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
Op een contactavond werd aan Jozef Rulof gevraagd of krankzinnigheid ook door een lichamelijke stoornis veroorzaakt kon worden:
‘Krankzinnigheid is toch ook dikwijls een gevolg van een organische fout?’
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952
Jozef bevestigde dit:
Maar dat kan ook plaatsvinden door een tumor in de hersens, of hier of daar in het lichaam, in het organisme, een andere stoffelijke stoornis.
De geestelijke is direct de bezetenheid – voelt u wel? – dan zit daar iemand in.
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952
Die iemand is een astrale persoonlijkheid:
Krankzinnigheid is bezetenheid en dat wil zeggen: bezeten worden door iets en dat „iets” is de astrale persoonlijkheid.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Voor de meesters wijzen de verschijnselen die men op aarde krankzinnigheid noemt op de geestelijke ontwikkeling van de ziel die naar een hogere gevoelsgraad evolueert:
Voor ons is de krankzinnigheid geestelijke ontwikkeling, maar voor de geleerde afbraak en armoede.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945

Gevoelsgraden

Als de mens op de volle honderd procent in een bepaalde gevoelsgraad leeft en daarin dan de voordierlijke, dierlijke of grofstoffelijke liefde beleeft, dan kan geen demonische persoonlijkheid uit de duistere sferen het aardse gevoelsleven bereiken:
Is deze liefde voordierlijk, dierlijk of grofstoffelijk en leeft de mens op eigen kracht – wordt de volle honderd procent door de persoonlijkheid zélf beleefd – dan kan geen demon dat leven bereiken.
Nu beleeft het aardse gevoelsleven zichzelf en van astrale beïnvloeding is er geen sprake.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Wanneer de ziel overgaat naar een hogere gevoelsgraad, is de persoonlijkheid meer vatbaar voor beïnvloeding:
Maar treedt het leven een hogere graad binnen, wordt dus de vorige graad door de innerlijke ontwikkeling overschreden, dan treedt er tevens een splitsing van persoonlijkheid naar voren en staat dit leven voor onze wereld open.
Nu zweeft dit leven tussen twee graden in en is vatbaar, omdat het thans de bescherming van de eigen graad heeft afgelegd.
Het natuurlijke en stoffelijke evenwicht is verbroken en zie, de astrale wereld kan thans aan het beleven beginnen.
Nu wordt de krankzinnigheid beleefd en in dat leven gaat de mens te gronde, maar in een ander, volgend leven keert hij tot het normale stadium terug en heeft door deze belevenis geleerd; totdat de ziel als persoonlijkheid weer hoger gaat waarop opnieuw het instorten volgt.
Eerst in de geestelijke graad is de persoonlijkheid zichzelf omdat ze nu al de onbewuste en duistere graden voor het menselijke leven heeft overwonnen en op eigen benen staat.
Dat beleeft elk mens, André, en dit is het terugkeren tot God!
Niet één ziel kan eraan ontkomen.
Was er dus geen krankzinnigheid, dan bestond er tevens geen leven na de dood.
In één leven kan de persoonlijkheid zich al deze levensgraden niet eigen maken.
Hiervoor zijn duizenden levens nodig.
Als man en vrouw ondergaan wij al deze wetten.
Tijdens deze overgang van man naar vrouw is de homoseksualiteit, die ik je straks zal verklaren, ontstaan.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
De bewoners van de duistere sferen willen het stoffelijke herbeleven:
De onbewuste astrale wereld wil licht zien, wil eten en drinken, wil warmte, want in de hellen mist men dat.
Vanzelfsprekend keert het leven derhalve naar de aarde terug om daar opnieuw het stoffelijke te beleven, want dat is mogelijk.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Meestal gaat het om lichamelijke hartstocht:
De één steelt en rooft door de duistere astrale wereld, anderen daarentegen moorden, maar de massa zoekt de lichamelijke hartstocht.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945

Bezetenheid

Elke mens is anders:
Als u daarop ingaat, dan voelt u wel: de een die houdt hiervan, de andere mens houdt daarvan, die heeft die verlangens, en náár die verlangens ziet u de bezetenheid, de handeling, de daad, de toestand, en nu is het natuurlijk, elk mens is anders, en krijgt u ook weer verschillende complexen en problemen bij die mensen te zien.
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952
Bij bezetenheid wordt het dagbewustzijn overheerst:
De astrale persoonlijkheid brengt disharmonie in dit organisme en de bezitter van het stofkleed komt in zijn eigen lichaam in verdrukking, want het dagbewuste ik wordt nu overheerst.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Meester Alcar gaf een voorbeeld van een man die bezeten was door een vrouwelijke persoonlijkheid.
Wanneer die vrouw aangevallen werd door andere astrale persoonlijkheden omdat die weer haar wilden beleven, ontstond er een gevecht waarbij de mens voor het oog van de wereld ontzettend sterk werd:
Op dit moment is de man rustig en allen hier met hem, maar straks, als dit vrouwelijke wezen aangevallen wordt omdat men ook haar beleven wil, is zijn rust voorbij.
Dan ontstaat er een gevecht dat zo dierlijk, gemeen en afschuwelijk is, dat men zijn handen en voeten binden moet anders zou hij alles breken.
In een dergelijke toestand bezit deze man een honderdvoudige kracht en is dan niet meer te temmen.
Voor geen tien mannen gaat hij opzij, hij breekt hen.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Door al die astrale wezens neemt zijn eigen kracht toe en dit is heus wel te begrijpen.
Een geleerde kent deze toestand niet, terwijl hij juist hieraan het astrale bewustzijn had kunnen vaststellen.
Eén mens kan zoveel kracht niet bezitten.
Wanneer men denkt dat de krankzinnige in opstand is, zijn het juist al de anderen, die willen voorkomen, dat men hun slachtoffer aan handen en voeten bindt.
Die astrale kracht kan onmetelijk zijn, totdat het organisme het niet meer verwerken kan en bezwijkt.
De demonen kunnen dus niet boven het natuurlijke evenwicht komen, want dan komt er zo’n stoornis dat het stoffelijke lichaam instort.
Niettemin kan de kracht van de zieke zo worden opgevoerd, dat hij alles kort en klein slaat.
Hoe demonischer de astrale kracht en het bewustzijn is, des te sterker worden de lichamelijke krachten van de krankzinnige, waaraan men de astrale concentratie kan vaststellen.
Maar een geleerde komt niet zover.
Hij ziet nog steeds deze ene mens, maar het kunnen er tien zijn.
Die tien verbinden hem met onze onbewuste wereld en dan kan hij een blik werpen op het leven na de dood.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945

Lien

Meester Alcar beschreef ook de strijd van een vrouw tegen de bewoner uit de duistere sferen die door haar wilde drinken:
Lien kan niet meer slapen en verzadigt zich met koffie, zodat de brand in haar iets mindert.
Het gevecht is ontzettend.
Tegen negen uur heeft zij reeds alles van zichzelf ingezet.
Tot het uiterste biedt zij tegenstand, maar de demon heeft haar nog in zijn macht.
Lien neemt wat jenever tot zich.
Het zijn maar enkele borrels.
Ze doet het langzaamaan.
Zij denkt, dat zij nu zelf drinkt.
Ze wil het nog meer op haar gemak doen en wandelt wat rond, terwijl zij zo nu en dan een slokje neemt.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
De enkele borrels worden haar noodlottig.
Eensklaps bespringt het astrale dier haar leven en haar persoonlijkheid en Lien geraakt volkomen in trance.
Wat nog niet gebeurd is, geschiedt nu!
Lien weet nu niet meer wat zij doet, maar de demon drinkt door haar twee flessen jenever leeg, totdat het toch reeds vermoeide, wrakachtige lichaam en zenuwgestel van Lien bezwijkt en zij voor dood blijft liggen.
Als zij weer tot bewustzijn komt, stampt ze van woede op de grond.
Ze zou zichzelf kunnen vermoorden.
Ze staat te beven op haar benen; haar brein is verward en het hart bonst haar in de keel.
Vervloekte hond ook, prevelt ze, maar de demon hoort haar niet meer; ook die slaapt zijn roes uit.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Jozef Rulof vertelde haar dat de duistere persoonlijkheid haar in haar slaap overvallen had:
Hij vertelt Lien hoe de demon haar in haar slaap overvallen heeft.
Lien zal eraan denken, dankzij de boeken die haar hiervoor meer bewustzijn schonken.
Ze leert thans al deze wetten kennen en voelt nu scherper dan voorheen.
Zelfs wanneer ze in slaap is, moet Lien die weerstand bezitten.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Jozef legde haar uit waarom haar lichaam dit uithield:
„Wanneer je drinkt, Lien, ben je eigenlijk bezeten en die persoonlijkheid drinkt voor je.
Het spreekt dus vanzelf, dat je de volle werking van de jenever niet beleven kunt.
Het zegt tevens, dat je maag dit alles verwerkt door krachten van een ander of je had de ene ziekte na de andere beleefd.
Doe je dit op eigen kracht, dan stort je organisme spoedig in.
Mijn meester zegt:
Het is hierdoor, dat die mensen meestal lichamelijk sterk zijn, de stuwing van de demon voedt het organisme.”
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Hij verklaarde haar wat de astrale invloed met haar deed:
Je straft jezelf doordat je drinkt, ook al sta je onder invloed en is het een ander, die door je drinkt en je daardoor eigenlijk buiten een gelukkige sfeer houdt.
Voel je, Lien, dat jij toch verongelukt ook al is het een ander, die door jou borrelt?”
„Die ander moest eigenlijk alle schuld dragen, is het niet?”
„Zo hoort het ook, maar jij bent te bereiken.
Ook al zou je niet willen, toch staat je leven voor die narigheid open.
Vele mensen doen kwaad door Gene Zijde, door de duistere elementen.
Niettemin geschiedt het door hún bewustzijn.
Wat ik je door meester Alcar duidelijk wil maken is namelijk dit: als wij mensen op een sfeer van licht afstemming hebben, zijn wij niet meer te bereiken.
We treden dus eerst dan een hogere sfeer binnen, wanneer wij die afstemming bezitten in ons innerlijk, of de wetten van die sfeer houden ons tegen.
Jij bent niet slecht, Lien, je zult eerder de eerste sfeer binnentreden dan duizenden andere mensen, die denken dat ze als heiligen leven.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Lien dacht nog dat ze de astrale wereld kon tarten:
In de morgen heeft ze hevige dorst.
Zij is nog zichzelf maar zij weet nu, dat ze zal worden aangevallen.
Maar wat doet Lien?
Ze zet weer een borrel voor zich neer en tart de astrale wereld.
De helbewoner moet nu maar eens trachten haar te bereiken.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Ze besefte niet dat haar concentratie daar niet sterk genoeg voor was:
Geen tien minuten later drinkt ze drie borrels en zij weet niet eens, dat het geschiedt.
De demon heeft haar weer op een slinkse wijze overrompeld.
Lien was gedurende een kort ogenblik gedachteloos en hiervan maakte het monster gebruik.
Maar meteen is zij zichzelf, ze ziet de fles op tafel staan en het lege glas.
Ze heeft dus toch gedronken?
Zij smijt het glas stuk en rent naar buiten.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Ze moest weten wat Jozef (André) hierover dacht:
Hierover moet ze met André praten.
Ze heeft een pak slaag verdiend.
„Zo,” zegt André, „ben je hier?
Dacht jij demonen te kunnen tarten?”
„Weet je het, André?”
„Je moeder aan Gene Zijde heeft het mij reeds verteld.
Ik dacht, dat je geen borrels meer in huis had?”
Lien schaamt zich, ze durft hem niet aan te kijken.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
En toch bleef ze zichzelf overschatten:
Alles gaat goed met Lien.
Ze denkt al: aan zo’n saaie Piet als ik nu ben heeft die demon niets.
Maar ze denkt alweer verkeerd.
Weer wordt zij aangevallen!
Het is steeds in de nacht, dat het geschiedt.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Jozef was door zijn meester gewaarschuwd dat zijn patiënte weer aangevallen werd:
André is gewaarschuwd.
Hij heeft zich op haar leven ingesteld en zijn concentratie is krachtig.
Meester Alcar en haar geestelijke moeder zijn bij haar.
Lien ligt voor haar bed en smeekt God om hulp.
Sinds drie uur in de morgen vecht ze op leven en dood.
Zij vliegt tegen de muren op, werpt zich op de grond en wringt zich in duizend bochten.
Zo’n pijn doet het!
Het brandt in haar, een brand, die met jenever geblust wil worden.
Zij gaat het bed in en uit.
Ze neemt koude baden en geeft zichzelf een pak slaag, maar niets helpt.
Ze smijt met haar boel; links en rechts vliegen haar de stukken om de oren.
Haar zicht verwaast, haar ogen zijn met bloed doorlopen.
Moet ze nu toch nog krankzinnig worden?
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Lien maakte de fout om de jenever in huis te houden:
Zij schreeuwt om André, zijn meester en haar moeder.
Maar dan kan ze niet meer.
Zij heeft de jenever nog in huis en ten einde raad schenkt ze zich een borrel in.
Die zal ze uitdrinken, dan zal de brand in haar doven en zullen de helse verlangens ophouden.
Ze wil de borrel opdrinken, thans echter bewust, want zij weet wat ze doet.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Op het ultieme moment werd ze een handje geholpen:
Als zij het glas aan haar lippen wil brengen, vliegt het ineens uit haar hand.
Lien schrikt zo ontzettend, dat zij bijna het bewustzijn verliest.
Ze rent het huis uit en maakt een wandeling in de natuur.
Een uur later keert zij terug.
Ze is rustig.
De demon heeft haar verlaten en kan haar niet meer bereiken.
Ze voelt het.
Het is licht in haar, ze zweeft eigenlijk!
Hoe vreselijk zwaar voelde zij zich de laatste jaren!
En nu?
Heeft het iets te betekenen?
Ze blijft rustig.
Zij voelt, dat zij nog voorzichtig moet zijn.
Ze stuurt André haar gedachten toe en zegt: Het gaat mij goed, ik geloof, dat ik heb overwonnen.
En het is alsof Lien André hoort antwoorden.
Ja, zegt ze, ik zal voorzichtig zijn.
De fles is nu de deur uit.
Nu voel ik het, ik was nog altijd niet vrij van de duisternis.
Maar nu ben ik lichter geworden.
De zwaarte moet van de demon zijn geweest.
Het monster is weg!
En met hem de narigheid, de zwaarte en de verschijnselen, waardoor ik werd geleefd.
Lien is aan het analyseren geslagen, voelt André en meester Alcar bevestigt het hem.
Een week later probeert de demon het nog eens, maar Lien is en blijft zichzelf.
Ze voelt zich heerlijk, zij is verjongd.
Zij is als zeventien jaar en ze kan scherper denken.
Haar hoofd is ontspannen en haar gelaat niet meer zo strak.
Zij voelt zich oneindig beter.
Nu durft ze André onder de ogen te komen.
„Hier ben ik weer, André.
Weet je het?
Weet je alles?”
„Ik weet het, Lien, je hebt overwonnen.”
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Ze vroeg wie haar had geholpen:
Haar eerste vraag luidt:
„Wie sloeg het glas uit mijn handen, André?”
„Meester Alcar.
Hij overheerste plotseling je wil en toen lag het glas reeds op de grond.
Meer is er niet voor nodig.”
„Wat ben ik daarvan geschrokken.
Ik geloof, dat dit de deur dicht deed.”
„Zo is het, Lien, een klein schokje had je nog nodig.”
„En waarom ben ik nu zo licht?
Ik weeg niets, het is alsof ik zweef.”
„De duisternis hing op je en die zwaarte is van je afgevallen.”
„Dan heb ik het toch goed gevoeld.”
„Dat heb je, Lien, en zuiver ook.”
„Het is mij alsof het al jaren geleden is, dat ik gedronken heb.
Is dat gevoel je duidelijk?”
„Ook dat is eenvoudig.
Je bent terug in je eigen leven.
Dat drinken behoorde je niet toe, dat was van een ander.
Deze gevoelens overtuigen je van de werkelijkheid.
De demon heeft al die krachten en verlangens met zich meegenomen en jij keerde erdoor terug in je eigen bestaan.”
„Het is prachtig, André, en ik aanvaard het onmiddellijk.”
Lien mag nu alles weten.
André vertelt haar over de wetten van haar astrale moeder, die haar doodgedronken heeft.
Lien huivert ervan, maar zij begrijpt het.
Toen André haar alles had verteld, vroeg ze:
„Zal mijn moeder steeds bij mij blijven?”
„Nimmer zul je meer alleen staan, maar jij zelf moet voor dit leven handelen.
Zij is en blijft je beschermengel.”
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945

Beïnvloeding

Meester Alcar gaf ook een voorbeeld van een vrouw die de beïnvloeding niet onderkend had:
Door haar eigen verlangen trok zij dus de astrale persoonlijkheid aan.
Ze beleefde de hartstocht, onderging die, maar de demon vond dit niet voldoende en wilde meer beleven.
De vrouw merkte dit niet, voelde het echter wel, maar dacht: dat ben ik zelf.
Toch stond zij onder invloed, want men beleefde door haar de stoffelijke hartstochtelijke liefde.
Toen zij zich aan het scheppende wezen, aan de man overgaf, wilde ze steeds meer.
Was zij toen nog zichzelf?
Thans had zij zichzelf ten opzichte van de hartstocht het halt moeten toeroepen doch daartoe kwam zij niet.
De vrouw zoog deze liefde in zich op, maar wist niet, dat nog iemand met haar deze liefde onderging.”
„Is dat dan niet aan te voelen, Alcar?”
„Neen.
Alléén de hogere bewustwording kan ons te hulp komen en die bewustzijnsgraad voor het hogere leven moest ook in haar nog ontwaken.
Dat wil dus zeggen, het gevoel dat zegt – tot hier en niet verder!
Ik wil mens blijven!
Ik ben geen dier, maar een mens!
En die liefde werd haar nu opgedrongen.
Langzaam maar zeker groef zij haar eigen graf door de lichamelijke liefde.
Ze wilde steeds meer beleven en dacht er niet aan zichzelf af te vragen, hoe ver ze eigenlijk ging.
Soms waren die gevoelens in haar bewust, maar dan verwierp zij deze en dacht er niet meer aan.
Maar op dat ogenblik sprak haar betere ik.
Haar eigen ik wilde die liefde niet, maar de demon wilde verder, wilde steeds meer beleven.
Haar liefde werd niet bovennatuurlijk, maar onnatuurlijk, dierlijk.
Ze daalde weer af in haar vorige, dierlijke stadium, maar leefde in de gevoelige stoffelijke graad voor deze wereld en stond dus volkomen voor de duistere sferen open.
Maar haar hel is slechts een schemerlamp.
De diepere graden van de hellen zijn ook voor haar leven gesloten, want voor een moord staat zij niet open.
Ze wil alleen liefhebben en een liefhebbend mens is nog lang geen duivel.
Maar deze stuwing voerde haar op in de liefde waardoor zij haar evenwichtsgrens overschreed en in haar eigen leven terugzonk.
Het is dus de astrale stuwing die haar in deze ellende bracht.
Deze voert ons tot een stadium, waarin wij plotseling beseffen, dat ons innerlijk leven zoek is of verstoord wordt en dan is de bezetenheid in aantocht en de krankzinnigheid realiteit geworden.
Dan is het te laat!”
„Voordien kan men dit niet voelen, Alcar?”
„Neen, André, want men denkt zélf te beleven.
Wie zal in een dergelijke toestand kunnen beseffen en willen aanvoelen, dat een andere persoonlijkheid in hem leeft?
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Alleen de domme astrale persoonlijkheden laten de aardse mens gevangen zetten, waardoor ze bijvoorbeeld geen seksuele hartstocht meer kunnen beleven:
Het menselijke éénzijn is nu niet mogelijk en dat is zijn eigen schuld.
Had de demon zich kunnen beheersen, dan had hij zijn hartstocht kunnen berekenen.
Anderen doen dat en laten het zover niet komen.
Ze zorgen ervoor, dat hun prooi niet gevangen wordt gezet.
We staan nu dan ook voor de bewuste astrale levensgraad.
Er zijn tal van mensen die hun hartstocht beleven en in handen zijn van deze wereld, maar die nu niet verongelukken.
Alléén de domme, onbewuste persoonlijkheid zuigt zich ineens vol.
Zij die dit meermalen hebben beleefd aan deze zijde passen daar wel voor op en waken er nu voor dat geen algehele instorting plaatsvindt.
Die demonen beschermen eigenlijk hun prooi.
Ze waken over zichzelf omdat er anders niets meer te beleven valt.
Wij zullen straks die bewuste krankzinnigen ontmoeten en dan zul je ook hen leren kennen.
De demon in haar is geen bewuste persoonlijkheid in zijn eigen duistere bestaan, want hij stond toe dat men haar opsloot.
De bewuste is tevreden met de vijftig procent hartstocht die hij ontvangt door de stoffelijke mens.
Nu blijft het stoffelijk bewustzijn intact.
Maar geest en stofmens delen met elkaar de hartstocht.
De bewuste die ingesteld is op het astrale leven en van de krankzinnige graden afweet zal dit voorkomen.
Hij weet, dat hij zichzelf gevangen zet en dat het opsluiten moet volgen, wanneer de volle honderd procent van het dagbewuste ik overheerst wordt.
Deze levensgraden stemmen nu overeen en het is niet vast te stellen of er waanzin aanwezig is.
Wij kennen die graad dan ook als de bewuste krankzinnigheid.
Miljoenen mannen en vrouwen bevinden zich in deze toestand en worden door deze wereld geleefd, maar weten er zelf niets van, want het dringt niet tot hun dagbewustzijn door.
Maar wanneer je hun levens volgt, is hun stoffelijke waanzin vast te stellen.
Iedere daad voert hen naar deze duistere wereld.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
We staan nu voor de astrale beïnvloeding, de bewuste krankzinnigheid.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Deze vrouw was helder en normaal als ze niet aangevallen werd, wat bewees dat er geen stoffelijke stoornis was:
Deze vrouw heeft tijden, André, dat ze om beurten krankzinnig en volkomen normaal is.
Dacht je, dat dit de geleerde opvalt?
Het gebeuren zelf speelt zich voor hem af, maar hij kan hiervan de diepere betekenis niet doorgronden.
Haar tijdelijk normale toestand had hem reeds het bewijs van ons eeuwig leven moeten schenken.
Immers, iets dat stoffelijk mismaakt is, kan even later niet normaal zijn en dat is hier het geval.
Nemen wij aan, dat haar hersenen ziek zijn, hoe wil de geleerde dan verklaren, dat zij het volgende uur weer normaal is?
Hier is van een hersenstoornis geen sprake.
Dit is een zuiver geestelijk geval en al de geestelijk zieken staan onder astrale inwerking, want door deze inwerking die zij als beïnvloeding voelen en beleven, is de krankzinnigheid ontstaan.
Zou deze zieke nu een stoffelijke stoornis beleven en zouden in haar hoofd organen aangetast zijn, dan zou zij geen goed ogenblik meer kunnen beleven.
Toch beleeft zij tal van goede ogenblikken.
Ze is dan rustig en spreekt en denkt als een normaal mens.
Deze verschijnselen wijzen op astrale bezetenheid, maar men kan dit nog niet aanvaarden.
Zo gaan de jaren voor haar voorbij en ze moet aanvaarden, dat de maatschappij voor haar en voor duizenden met haar nog moet ontwaken.
Aan iedere handeling is nu haar astrale bezetenheid vast te stellen.
Immers, die gedachten behoren tot óns leven, ook al is de geleerde van mening dat deze verschijnselen uitingen zijn van hartstocht.
De vrouw schreeuwt om hulp als deze hartstocht bezit van haar wil nemen, de hartstocht die zijzelf in haar vastgesteld heeft.
Als zij deze hartstocht zou begeren dan zou ze zich niet verzetten maar zich gewillig overgeven.
Er zijn er die zich overgeven en vindingrijk genoeg zijn om het beoogde doel te bereiken waarna zij zich volkomen uitleven.
Anderen roepen om hulp en vechten tegen het vreselijke kwaad in hun leven, maar staan machteloos.
Toch ziet noch hoort de dokter, dat het goede in deze vrouw en niet de hysterica hem opmerkzaam wil maken op haar toestand.
De hysterica wil beleven, de ontwakende persoonlijkheid wil zich bevrijden.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
De geleerde in die tijd sprak over krankzinnigheid omdat hij de werkelijke toedracht niet kende:
Een stoffelijke stoornis waarbij krankzinnigheid optreedt is dus niet mogelijk want de krankzinnigheid is astrale bezetenheid!
Bezetenheid en „krankzinnigheid” komen nu met elkaar in botsing.
Het eerste behoort onze wereld toe, het tweede tot de aarde en dankt de benaming aan de onkunde van hen die denken, iets van al deze wetten te weten.
Eerst aan deze zijde zullen zij zien, dat ze zichzelf en hun zieken niet kennen, nimmer hebben kunnen doorschouwen, niettegenstaande hun geleerdheid.
Deze vaststelling bewijst reeds zonneklaar dat de aardse geleerdheid voor de occulte wetten geen betekenis heeft.
Bezetenheid is het overheerst worden door het leven na de dood en toch wordt ons leven niet aanvaard.
Voel je hoe waanzinnig de kennis van de geleerde mens is?
De geleerde kan niet naar zijn gevoel luisteren, omdat alles wetenschappelijk bewezen moet worden.
Dat is ook nodig, maar men moet hierbij niet stil blijven staan.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Bij een stoffelijke stoornis is het gevoelsleven uitgeschakeld.
Bij de bezetenheid echter blijft het volkomen intact.
Voel je het machtige verschil?
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Al gebeurt een moord onder invloed, de aardse mens blijft toch volledig verantwoordelijk voor wat door zijn lichaam gebeurt:
Maar iedere moordenaar heeft contact, omdat die haat, die jaloezie, u voelt wel, die gaat zover en zo diep, die wordt opgezogen, en dan staat u onder invloed.
Maar, tenslotte, ook al hebt gij slechts met vijf gram gevoel met die moord te maken, door u is die moord ontstaan; u krijgt toch de volle honderd procent op uw dak.
Voelt u wel?
Dat gaat ...
Die persoonlijkheid die u onder invloed heeft, moet dat verantwoorden en goedmaken, maar ú krijgt toch alles.
Want we moeten zorgen dat we niet zíjn te beïnvloeden.
Eerst dan is het ons bezit.
Dus wanneer er door mij een moord ontstaat, iemand wordt van het leven beroofd, ook al krijg ik negenennegentig procent beïnvloeding, die één procent is voor mij, en is volkomen, en jaagt mij uit de maatschappij vandaan.
Ik moet toch de verantwoording dragen, omdat mijn leven openstond voor haat.
U kunt het dus niet goedpraten.
Vraag en Antwoord Deel 6, 1951
Elke gedachte wordt door de astrale wereld opgevangen:
O, als de mensen wisten, dat zij nooit alleen zijn, dan zouden zij zich voor al dat verschrikkelijke afsluiten.
Iedere gedachte, die zij koesteren en uitzenden, wordt opgevangen en zo trekken zij datgene aan, wat zij zelf willen en daarop gaan zij door.
Zij die terugkeerden uit de Dood, 1937
Wie vrij wil zijn van astrale invloed moet ervoor zorgen dat er niets meer te beleven valt:
„Wat vreselijk, meester.
Ze leven zich dus door haar uit?”
„Zo is het, mijn vriend.
Eerst wanneer zij het verkeerde van haar daden inziet en zich met alle kracht tegen haar lage verlangens gaat verzetten en ze eindelijk overwint, eerst dan zal zij van deze wezens, die ze nu immers zélf aantrekt, bevrijd worden, ze zullen zich van haar afkeren, omdat er dan door haar voor hen niets meer te beleven valt.”
Door de Grebbelinie naar het Eeuwige Leven, 1942
Dat kan ook heel subtiel zijn:
Leef zelf, mannen en vrouwen ... gun die astrale persoonlijkheid geen gram van uw eigen gevoelsleven, laat u niet uitleven, gun die ongure mensen geen gelukje, zij hebben hun levens verknoeid en willen hiermee door u verdergaan, zelfs reeds als gij uw medemens niet wilt begrijpen.
Vraag en Antwoord Deel 1, 1950
Wie onder de eerste lichtsfeer zijn gevoelsafstemming heeft, is te beïnvloeden:
Hierdoor vormt de eerste sfeer dan ook de grens van goed en kwaad, de grens voor het normale en abnormale leven en voor de graden van de krankzinnigheid.
Heb je mij goed begrepen, André?
Voel je, dat, wie onder de eerste sfeer leeft en daaronder zijn afstemming heeft, op aarde te beïnvloeden is en tevens voor vele ziekten openstaat?
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Pas als de eerste lichtsfeer bereikt is, is de mens helemaal zichzelf:
In de hellen, André, en in dit schemerland strijdt de mens voor zijn geestelijk bestaan, want de eerste sfeer moet bereikt worden.
Eerst dan is er rust.
Eerst dan zijn al de graden van de krankzinnigheid beleefd en is de mens zichzelf!
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945
Wie afstemming heeft op de eerste sfeer kan zeggen – ik ben zover.
Zielsziekten van Gene Zijde bezien, 1945