Leren denken

vanuit ons gevoel

Leren denken om onszelf rust te geven, en harmonie, licht, liefde, waarheid, innerlijke ontwikkeling en geestelijke verruiming.
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.
‘De brug over en niet weer terug ...’

Geestelijke verruiming

In de boeken van Jozef Rulof wordt de ontwikkeling van ons denken als belangrijke motor gezien om tot geestelijke verruiming te komen.
Op de contactavonden werd aan Jozef dan ook geregeld de vraag gesteld: ‘Hoe kunnen we leren denken?’
Dit artikel geeft een inleiding tot een aantal aspecten die in de antwoorden en de boeken van Jozef Rulof over dit onderwerp aan bod komen.

Ruimte voor ons gevoelsleven

Het artikel ‘van gevoel tot gedachte’ volgt de vorming van gedachten vanuit ons gevoelsleven.
Ons gevoelsleven is opgebouwd door alle ervaringen in dit leven en onze vorige levens.
Door te denken vanuit ons gevoel kunnen we zeker blijven van onze eigen gedachten, in plaats van de gedachten van een ander na te praten.
Zie hiervoor de artikelen ‘gedachten van een ander’ en ‘wat weten we zeker’.
Denken is dan ruimte geven aan onze gevoelens.
We laten een gevoel uit onszelf naar boven komen, en we bevoelen het, we geven het woorden die bij dat gevoel passen, waardoor we het gevoel be-denken.
Zo kunnen we tijdens het denken in harmonie blijven met ons gevoel en met onze ziel, die al onze gevoelens bevat.

Weinig woorden gebruiken

We kunnen dicht bij ons gevoel blijven als we weinig woorden gebruiken om te denken en te praten.
Bij het gebruik van veel woorden is er meer gevaar dat we door die woordenstroom afdrijven van ons gevoel, en dat we met die woorden nieuwe zinnen vormen die niet meer vanuit ons gevoel ontstaan.

Oorspronkelijk gevoel terughalen

Vele mensen hebben het moeilijk om op een onderwerp door te denken, omdat ze afgeleid worden door andere gevoelens of waarnemingen die met dat onderwerp niets te maken hebben.
Het is dan belangrijk om bij elke afleiding het oorspronkelijke gevoel of onderwerp terug te halen.
Zoals bij vele handelingen worden we daar beter in naarmate we het meer beoefenen en er meer wil op inzetten.

Zoals een taal leren

Denken kunnen we spelenderwijs leren zoals een taal, woordje voor woordje.
Wanneer we elk woord en elke gedachte bevoelen, onderzoeken en beleven, verankeren we die woorden als bouwstenen in ons gevoelsleven.
Hoe meer bouwstenen we verwerven, hoe mooiere bouwwerken we kunnen maken.
Wanneer een gedachte niet deugdelijk blijkt omdat die niet overeenkomt met ons eigen gevoel, dan hoeven we daar niet op door te denken, want anders stort vroeg of laat ons bouwwerk in elkaar.

Diep beleven

De meeste mensen beleven hun gedachten slechts voor hoogstens vijftien procent, en dan gaan ze al over naar de volgende gedachte.
Daardoor raken ze snel van een onderwerp of van hun gevoel af, omdat ze hun gedachten niet diep beleven.
Het beleven van een gedachte is mogelijk door die gedachte zoveel mogelijk gevoel van jezelf te geven.
Als we als voorbeeld het woord vriendschap nemen, dan is de vraag hoeveel gevoel we kunnen geven aan het denken over vriendschap, hoeveel gevoel we uit ons gevoelsleven kunnen optrekken om de gedachten omtrent vriendschap te bezielen.
Dat zal bepalen hoe diep we kunnen doordenken over vriendschap, en hoe doeltreffend we kunnen denken wat we kunnen doen om onze vriendschap te vergroten.
Dit houdt ook in dat we een gedachte afmaken, en niet halverwege afbreken.
In een gesprek weerspiegelt dit zich doordat we ons volledig kunnen uitspreken, en we ook onze gesprekspartner helemaal laten uitpraten totdat hij zijn gevoel volledig beleefd heeft.
Van de hak op de tak springen is funest voor het dieper beleven van een gedachte.
Anderzijds is het belangrijk om in het dagbewustzijn te blijven.
Er zijn mensen die alles wat Jozef Rulof heeft beleefd, zelf willen beleven.
Als ze daar te veel wil op zetten, kunnen ze overspannen raken, en zelfs hun dagbewustzijn verliezen.
Ons beleven is beperkt tot de diepte van ons gevoelsleven dat we in al onze vorige levens hebben opgebouwd.

Dammen en schaken

Het blijven bij een bepaalde denkstroom kan men bijvoorbeeld ook oefenen door een denksport als dammen en schaken.
Om speelzetten vooruit te denken, is het nodig om een zet in gedachten vast te kunnen houden.
Dit is een studie in concentratie, waarin men zich spelenderwijs kan verbeteren.
De kunst van een schaakmeester is denken.
Door een spel als schaken kan je zien hoelang je een gedachte kunt vasthouden.
Mensen die zich in een vorig leven uit het natuurlijke hebben gedacht, kunnen moeite hebben om bij één gedachtestroom te blijven.
Zij kunnen met een spel als dammen weer bouwen aan een rustige gedachtestroom.

Leeg denken en taken afmaken

De meeste mensen denken zich vol wanneer ze een uur nagedacht hebben.
Ze zijn dan moe van het nadenken, ze zitten vol van gedachten die niet zijn afgemaakt, omdat de gedachten niet ten volle beleefd zijn.
Dit stoort de vorming van nieuwe gedachten, omdat de onafgemaakte gedachten vragen om beleving en uitdieping.
Vele mensen zijn een speelbal van hun gedachten.
Ze worden gedacht, ook als ze dat niet willen.
Als ze gaan rusten, dan gaan ze toch ongewild onrustig denken, en storen zo hun rust.
Voor hen is het belangrijk alleen te denken als ze dat zelf op dat moment willen, zodat ze zelf gaan denken in plaats van gedacht te worden.
Om ons gevoel zuiver te kunnen be-denken, moeten we eerst het moeras van onafgemaakte gedachten opruimen.
Hoe leger we worden en hoe opgeruimder ons gedachteleven is, hoe beter we één onderwerp kunnen vasthouden en uitdiepen, zonder afgeleid te worden door duizenden onafgewerkte gedachten.
Dit kunnen we ook doortrekken naar taken zoals bijvoorbeeld in het huishouden.
Wie een handeling afbreekt en daarvan wegloopt om iets anders te gaan doen, en dat telkens weer, kan onrustig worden van al het onafgemaakte werk.
Anderzijds geven afgewerkte taken juist voldoening.

De brug over en niet weer terug

Wanneer we met een redenering tot een slotsom zijn gekomen, helpen we ons niet vooruit door telkens opnieuw dezelfde redenering te volgen.
Als we dezelfde gedachten altijd herhalen, kunnen we ons innerlijk niet ontwikkelen.
Herhaling is te vergelijken met het oversteken van een brug, en dan aan de overzijde omkeren en teruggaan.
Dieper doordenken veronderstelt dat we ‘nieuw’ denken, en de herhalingen in onszelf minimaliseren.
We kunnen dit bij onszelf controleren door te kijken of we innerlijk groeien en ruimer gaan denken.
Mensen die niet veranderen, denken niet door, ze herhalen meestal reeds gekende gedachten.

Eén ding tegelijk

Een boek lezen en tegelijk een televisieprogramma volgen, schept onrust in het denken en is niet in harmonie met hetgeen men eigenlijk wil doen.
Wanneer we dieper op iets willen doordenken, werkt dit tegen, omdat de verschillende handelingen en gedachten niet onze volle gevoelskrachten kunnen beleven.
Wanneer een eenvoudige handeling niet onze volle aandacht vraagt, kunnen we de overgebleven gevoelskracht natuurlijk wel inzetten om verder te denken.
Zo kunnen we veel extra denktijd creëren.

Oppervlakkig

In de maatschappij is er veel oppervlakkig gepraat.
Een aantal mensen denken zich vol en praten elkaar de oren van het hoofd met onbenulligheden, en lachen overal om.
Om dieper te leren denken moet eerst die oppervlakkigheid overboord.

Harmonie in huis en maatschappij

We kunnen ons pas geestelijk ontplooien, wanneer we ons huishouden en onze maatschappelijke taak op orde hebben.
Anders trekken die taken ons uit onze rust en kosten die de nodige gevoelskracht.
Daarnaast dienen we ook in harmonie te zijn met de mensen met wie we verbonden zijn.
Wanneer we zelf een storende factor zijn in het samenzijn, vraagt die storing eerst om opgelost te worden.
Daarvoor is een grondig zelfonderzoek dikwijls onontbeerlijk.

Denken naar liefde toe

Wanneer we in die analyse van ons karakter nog roddel tegenkomen, of afgunst, jaloezie, luiheid, verkwisting, hoogmoed, opschepperij, oneerlijkheid, dan kunnen we beginnen om eerst die eigenschappen af te leggen.
Wanneer we daarentegen een fout van een ander kunnen vergeven en onze eigen tekortkomingen kunnen toegeven, dan kunnen we beginnen te denken naar de geestelijke liefde toe.
Vele mensen lopen vast omdat ze alleen aan en voor zichzelf denken.
Door te bedenken wat we voor onze medemens kunnen doen, kunnen we ons bekwamen in de universele liefde.

Wat is waar in mijn denken?

Geestelijke ontwikkeling begint bij de allereerste vraag: Wat is waar in mijn denken en wat is onwaar?
Wat is de waarheid van mezelf?
Zit er nog leugen in mijn woorden die ik aan een ander geef, of kan de ander op mijn woorden bouwen?
Doe ik nog aan halve waarheden, of hebben mijn woorden reeds een geestelijke ondergrond?

Het denken in ‘mijn’

Geestelijke verruiming vraagt het kijken naar de waarheid voor onze ziel.
Als we alleen stoffelijk blijven denken binnen dit ene leventje, dan krijgt ons denken geen universele waarheid.
Onze ziel beleeft vele levens, en voor de ziel is waarheid wat over onze verschillende levens heen geldig blijft.
Een voorbeeld is het denken in ‘mijn’.
‘Dat is mijn vrouw.’
Is dat in het volgende leven ook nog waar?
‘Dat is mijn man.’
Is dit zo voor onze eeuwigheid, is mijn huidige partner mijn eeuwige metgezel, mijn ‘tweelingziel’?
Denken binnen dit ene leventje is nog geen geestelijk waarachtig denken.
Wanneer we onze blik over vele levens heen laten gaan, dan is alleen van onszelf wat we innerlijk ontwikkelen, ons gevoelsleven.
Als we willen denken in termen van ‘mijn’, dan is alleen wat mijn ziel in zich opneemt, werkelijk van mij in de eeuwigheid.
Al het andere is tijdelijk bezit, aardse betrekkelijkheid of maatschappelijke omstandigheid.

Voorbij het stoffelijke

De meeste mensen beginnen pas door te denken nadat ze het stoffelijke leven hebben verlaten.
Wanneer ze na de dood ervaren dat ze meer zijn dan het lichaam dat ze achterlieten, realiseren ze zich dat ze nog niet geestelijk kunnen denken, omdat ze daar tijdens hun levens op aarde nog niet aan begonnen zijn.
Dan pas realiseren ze zich dat wanneer ze al op aarde voorbij het stoffelijke hadden gedacht, ze in hun hiernamaals meer geestelijke grond onder hun voeten zouden hebben.

Moeilijk?

Is het moeilijk om voorbij het stoffelijke te denken, om het ‘mijn-denken’ te ontstijgen, om altijd waarheid in ons denken te brengen en om steeds naar de universele liefde toe te denken?
Zoals bij de meeste handelingen worden we hier beter in naarmate we het meer beoefenen.
Langzaam brengen we dan meer licht in ons eigen karakter.
De meeste mensen willen graag liefde ontvangen, maar wat zetten zijzelf voor die liefde in?

Dief of ziel

In het artikel ‘ziel’ wordt het begrip ‘mens’ losgelaten, wij zijn in de eerste plaats ziel, met een reïncarnerend gevoelsleven door de eeuwen heen.
Wanneer we ons geestelijk willen verruimen, is het belangrijk om elke medemens als ziel te zien.
Kijken we alleen maar naar het karakter, dan kan dat onze rust storen.
Als we voor een dief staan, zijn we dan in staat om te bedenken dat die ziel veel meer is dan die diefstal?
Als we ons met die diefachtige sfeer verbinden, verliezen we onze harmonie.
Als we uit die sfeer vandaan gaan, kunnen we elders onze krachten zinvoller besteden.
Wanneer we voor een moordenaar staan, kunnen we dan bedenken dat elke ziel door alle ‘gevoelsgraden’ heen naar het licht evolueert?
Zolang wijzelf niet meedoen met geweld en haat, brengen we de evolutie van onze ziel niet in gevaar.
Al ons denken en handelen is een uiting van een gevoelsgraad, en we kunnen de geestelijke gevoelsgraad pas bereiken als we al het leven leren liefhebben.
Het gaat niet om de moordenaar lief te hebben, want de moord zal eerst moeten worden goedgemaakt voordat de dader zich geestelijk kan verruimen.
Maar we hoeven niet naar de ander als moordenaar te kijken.
Wanneer we naar de ander als ziel kijken, kunnen we dat leven van die ziel liefhebben, omdat we weten dat ook deze ziel later die duistere gedachten en daden zal ontstijgen.

Verruiming

Wanneer we over onszelf en anderen als ziel gaan denken, krijgen onze gedachten ruimte, ze ontstijgen de kleine ruimte van het eigen ik.
Ze worden dan ruimer en omvatten in liefde ook het leven om ons heen.
We kijken dan verder dan het stoffelijke, naar het innerlijke leven van elke ziel waarmee we in contact komen.
We kijken dan omhoog naar de sterren, en we denken na over onze plaats in de grote ruimte, het heelal.
We voeren onze gedachten naar waarheid, naar de geestelijke werkelijkheid van ons oneindige leven als ziel.
We laten de gedachten die we gisteren hadden, vandaag reïncarneren en vernieuwd uitstralen met meer licht en ruimtelijk gevoel.

Bronnen en verdieping