Ontstaan van de Mens

tekst Voice-Over

Dankzij de warmte van de zon kan de eerste planeet haar energie verder verdichten tot nevelen.
In het hart van deze planeet zijn de nevelen na miljoenen jaren zo sterk verdicht dat ze zich kunnen splitsen en verdelen in heel kleine deeltjes.
Op dit ogenblik wordt het individuele leven geboren dat we later de mens zullen noemen.
Deze cellen hebben dezelfde eigenschappen als de nevelen waaruit ze zijn ontstaan.
Ze verbinden zich en splitsen zich zodat er nieuw leven ontstaat, hun eerste kinderen.
De oudercellen hebben hiermee hun eerste leven volbracht.
Hun ziel laat het cellichaampje los en is even later klaar om te reïncarneren in een nieuw cellichaampje.
In dit tweede leven kunnen ze nieuwe ervaringen beleven, en zo gaat het verder, leven na leven verruimen ze zich en dijen zo uit tot wat we het visstadium kunnen noemen.
In tegenstelling tot de vissen op aarde, die tot het dierenrijk behoren, volgen we hier op de eerste planeet alleen de menselijke ziel in haar lichamelijke evolutiestadia.
De menselijke ziel bouwt leven na leven aan de groei van haar lichaam.
Elke incarnatie gaat ze een stapje verder.
Vanaf haar eerste leven als cel is de ziel bezig de menselijke gestalte op te bouwen die veel later op aarde zal verschijnen.
De hoogste toestand die de ziel op de eerste planeet bereikt is het waterachtige bewustzijn van een organisme dat doet denken aan de aardse zeeleeuw.
In dit water beleven we volop alles wat ons lichaam ons te ervaren geeft: voortbewegen, eten, slapen en paren.
Wanneer we dit water zijn ontgroeid staan we voor de volgende mijlpaal in onze evolutie: het leven op het land.
Op het vasteland zullen we ons gaan oprichten en kunnen we een landelijk bewustzijn opbouwen, dat veel rijker zal zijn aan afwisseling en uitdagingen.
Maar op de eerste planeet is er weinig land te beleven.
De zon geeft hier te weinig licht en warmte om het land en ons lichaam voldoende te verdichten, te verharden.
Al het leven blijft hier waterachtig.
Wanneer de ziel haar laatste leven op deze eerste planeet, deze eerste kosmische levensgraad, heeft voltooid, gaat zij op weg naar nieuwe ontwikkelingskansen.
Op het moment dat de eerste zielen deze planeet verlaten, worden nog steeds nieuwe zielen geboren in het hart van deze planeet.
Deze nieuwe zielen beginnen eerst nu aan hun eerste cellenleven en zij zullen pas miljoenen levens later het zeeleeuwstadium bereiken, om daarna net als de eerste zielen hun tocht te beginnen naar de volgende planeet op de tweede kosmische levensgraad.
Op de volgende planeet ontwikkelen de eerste zielen opnieuw hun lichaam van cel tot zeeleeuwachtig organisme.
Maar doordat de zon hier in dit nieuwe zonnestelsel sterker is, meer warmte geeft, krijgt het lichaam meer stoffelijke kracht en wordt zo een leven op het land mogelijk.
Door de wil om zich op het land voort te bewegen vormen zich na vele levens de poten.
Stap voor stap verdicht zich het waterachtige lichaam tot een landelijk organisme.
Het leven op het land geeft ons vele nieuwe ervaringen, zoals het zoeken naar eten dat niet meer voorbijdrijft zoals in het water.
Dit zoeken naar eten brengt gevoelens voort, die we het ‘instinct’ kunnen noemen.
Het lichaam geeft ons het gevoel van honger, en wanneer we die honger niet kunnen stillen, voelen we ons zwak en angstig.
Al deze lichamelijke gewaarwordingen brengen werking en beweging in ons gevoelsleven.
Ons gevoel houdt zo gelijke tred met het machtige lichaam dat we ontwikkelen op de moederplaneet van de tweede kosmische levensgraad, Mars.
De planeet was toen nog groen en vol leven.
Op de volgende planeten verfijnen we onze machtige gestalte tot het menselijke lichaam op de moederplaneet van de derde kosmische levensgraad: de aarde.
Op aarde ontwikkelt ons gevoelsleven zich tot een stadium dat we het ‘dierlijk bewustzijn’ kunnen noemen.

Vlaamse commentaarstem bij filmpje: