Ontstaan van de astrale wereld

Tekst Voice-over

Op aarde ontwikkelt ons gevoelsleven zich tot een stadium dat we het ‘dierlijk bewustzijn’ kunnen noemen.
Wanneer we dit stadium met geestelijke ogen zouden kunnen bekijken, dan zouden we zien hoe de ziel haar verkregen bewustzijn uitstraalt als aura.
Na vele levens verdicht deze aura zich tot een astrale wereld.
Doordat miljoenen zielen verspreid over de hele aarde deze aura uitstralen, creëert deze uitstraling een astrale sfeer, een geestelijke wereld, die we het land van haat, hartstocht en geweld kunnen noemen.
Wanneer de eerste zielen hun laatste leven op aarde beëindigen, worden ze als geest vanzelf aangetrokken door de sfeer die ze ongeweten zelf hebben opgebouwd.
Wanneer ze in die sfeer wakker worden beseffen ze niet dat ze op aarde gestorven zijn.
Ze hebben nog niet het bewustzijn om kritisch naar hun nieuwe omgeving te kijken.
Ze worden nog geleefd door hun dierlijk gevoelsleven.
Elke seconde komen er nu nieuwe zielen van de aarde aan in deze geestelijke sfeer.
De eerste zielen krijgen na tientallen jaren het gevoel dat er iets niet klopt.
Ze gaan zich afvragen waar de zon is gebleven, en de bomen en de dieren.
Omdat ze aan aardse zaken denken, worden ze aangetrokken door de aardse werkelijkheid.
Hier willen ze hun gewone leventje weer oppakken, maar hun geestelijke handen krijgen geen vat op de stoffelijke wereld.
Ze begrijpen er niets van, want innerlijk zijn ze in niets veranderd.
Ze voelen nog precies hetzelfde als hun aardse broeders, ze zijn geestelijk één.
Hierdoor komt er een natuurlijke bezetenheid tot stand.
Geestelijk één met de aardse mens kunnen ze eindelijk opnieuw de aarde beleven.
Ze blijven één tot die mens op aarde sterft.
Op dat moment moeten ze het gastlichaam prijsgeven.
Groot is hun verwondering dat uit dit lichaam nog een andere geest verschijnt.
Ze begrijpen dat deze geest al die tijd in dat lichaam heeft gewoond, en dat zijzelf geen aards lichaam meer hebben.
Hierdoor gaan ze beseffen dat zijzelf al eerder gestorven zijn en nu als geest verder leven.
Om het gastlichaam zolang mogelijk te kunnen bewonen en niet telkens op zoek te hoeven gaan naar een nieuw stoffelijk lichaam, gaan ze hun aardse mens beschermen en helpen.
Als geest zijn ze niet aan tijd gebonden en beleven ze achtereenvolgens vele gastlichamen.
Op deze manier doen ze veel ervaring en kennis op waardoor ze het gastlichaam kunnen helpen.
Zo komen de eerste uitvindingen tot stand.
Wanneer ze de mens op aarde helpen doen ze een merkwaardige ontdekking.
Het helpen geeft hun een aangenaam prettig gevoel.
Om dat heerlijke gevoel vaker te beleven, leggen ze zich toe op het helpen.
Hierdoor leggen ze de dierlijke graad van gevoel af en maken ze zich een hogere gevoelsgraad eigen.
Zoals ze innerlijk voelen, stralen ze ook uit.
Hun uitstraling laat nu zien dat ze het gevoel van haat, hartstocht en geweld hebben afgelegd.
De rustige uitstraling van de eerste zielen gaat zich na geruime tijd verdichten tot een nieuwe geestelijke sfeer, het schemerland.
Doordat de eerste zielen zich blijven toeleggen op het helpen, gaat hun gevoelsleven licht uitstralen.
Zo wordt de eerste sfeer van licht geboren.
Wanneer ze leven en dood verder onderzoeken, merken ze dat de meeste zielen bij het sterven niet naar een geestelijke sfeer in het hiernamaals gaan.
Ze zien hoe die zielen zich onmiddellijk na het sterven terugtrekken in een diepe duisternis, waar het onmetelijk stil is.
De onderzoekers zijn heel verbaasd, omdat ze deze wereld nog niet kennen.
Het lijkt een wereld van het onbewuste, omdat ze geen bewuste activiteit waarnemen.
Totdat de ziel opnieuw in beweging komt.
Gaat de ziel nu eindelijk naar het hiernamaals?
Nee, de ziel gaat terug naar de aarde, naar een vrouw en een man.
De ziel verbindt zich met een eicel op het moment van bevruchting door een zaadcel.
Op deze wijze leren de onderzoekers de reïncarnatie kennen.
Maar wanneer is de ziel dan voor de eerste maal gereïncarneerd?
Wanneer de onderzoekers zich op deze vraag instellen merken ze tot hun verbazing dat ze zich aangetrokken voelen door een andere planeet.
Hier zien ze waar en hoe de ziel haar kosmische reis is begonnen.
Ze voelen dat zijzelf hier geleefd hebben, dat ook zij ooit dit zeeleeuwachtige organisme bewoond hebben.
Maar waar komt de ziel dan uiteindelijk vandaan?
Het antwoord op deze vraag ligt diep verscholen in het hart van deze planeet.
De onderzoekers zien nu hoe de ziel haar eerste leven beleeft, en hoe zij bij de eerste dood haar cellichaampje loslaat en als ziel verder gaat.
Wanneer de onderzoekers stil blijven staan bij het afsterven van het eerste cellichaampje merken ze tot hun verbazing dat uit deze rotting een andere cel gevormd wordt.
Ze lijkt op een menselijke cel, maar ze is kleiner, minder bewust.
Wanneer deze cel opgeleefd is, komt ook hier een ziel uit.
Maar wanneer de onderzoekers deze ziel volgen in haar evolutieproces, moeten ze aanvaarden dat ze bij het dierenrijk uitkomen.
Het dier dat uit de mens geboren is?
De onderzoekers vallen van de ene verbazing in de andere.
Het volgen van de kosmische levensweg van de ziel geeft hun een diep inzicht in de oorsprong en de evolutie van al het leven, weerspiegeld in de groei van het embryo in de moederschoot.
Door al deze ervaringen verruimen de onderzoekers hun bewustzijn.
Ze worden kosmisch bewust.
Ze gaan andere bewoners van het hiernamaals onderwijzen en helpen in hun geestelijke ontwikkeling.
Door de groei van hun liefde en bewustzijn bouwen ze lichtsfeer na lichtsfeer op.
Wanneer het gouden licht van hun bewustzijn de zevende sfeer heeft opgebouwd, kennen ze elke levenswet van de eerste drie kosmische levensgraden.
Dan beginnen ze te voelen dat het hiernamaals geen eindpunt is.
Dat het hiernamaals alleen bedoeld is om ons klaar te maken voor de volgende kosmische levensgraad.
Ze voelen dat deze nieuwe evolutie niet te beleven is in het heelal zoals ze dat tot nu toe hebben leren kennen.
Het leven waar ze naar toe gaan is ijler, het zal een andere verdichtinggraad bezitten.
De eerste zielen voelen dat ze dit heelal verlaten en dat ze aangetrokken worden door een hogere kosmische levensgraad.

Vlaamse commentaarstem bij filmpje:

Het ontstaan van ons hiernamaals

Leven na leven maakt de ziel haar karma goed.
Tussen twee levens in komt zij tot rust in de 'wereld van het onbewuste'.
Wanneer er geen mensen meer op aarde of in de wereld van het onbewuste leven aan wie de ziel heeft goed te maken, komt de ziel vrij van de aardse reïncarnaties.
Zij heeft dan haar aardse kringloop beëindigd, en kan niet meer aangetrokken worden door aardse ouders.
Zij wordt dan aangetrokken door de astraal-geestelijke wereld, die zij inmiddels zelf heeft opgebouwd door de uitstraling van haar gevoelens.
Meester Alcar kijkt in de geest terug naar de allereerste zielen die hun aardse kringloop gingen voltooien:
Toen de eerste zielen hun aardse kringloop gingen beëindigen, hadden ze door hun levenswijze en gevoelens zonder het te weten al een volledige astraal-geestelijke sfeer opgebouwd.
Hun haat en hun hartstocht werden immers steeds bewuster, zodat de aura die ze uitstraalden deze afstemming van bewust geweld met zich meedroeg.
Eerst verijlde deze uitstraling, net als de eerste kosmische nevelslierten van de Albron verijlden.
Na miljoenen jaren kreeg nu ook de menselijke uitstraling meer verdichting.
Net zoals de eerste nevelslierten van de Alziel na biljoenen tijdperken bleven hangen en een kosmisch geestelijk gewaad weefden, kreeg ook het geestelijke gewaad van de menselijke ziel vorm en verdichting door de geestelijke uitstraling van haar gevoelsleven.
En ook de astrale sfeer bouwde zich zo op, tot wat later op aarde ‘de hel’ genoemd zou worden. Deze astrale substantie kreeg vormen kleur in overeenstemming met de gevoelsgraad van diegenen die het uitgezonden en opgebouwd hadden.
Toen de eerste zielen hun kringloop der aarde hadden volbracht, werden zij dan ook aangetrokken door hun eigen gevoelsenergie,door de sfeer die ze zonder het te weten zelf hadden opgebouwd.
In die astralesfeer van haat, hartstocht en geweldbegonnen zij hetzelfde soort leven als datwat zij op aarde gekend hadden, want ingevoel waren ze in niets veranderd.

Een warm gevoel

Het belangrijkste verschil met hun leven op aarde was echter de duisternis die in hun nieuwe geestelijke bestaan altijd overheerste.
Zij vroegen zich af waar dat stoffelijk licht was gebleven dat hen voordien elke dag had beschenen.
Meester Zelanus:
Zij gingen vragen en zoeken – zei ik – zij hadden geen zon meer.
Lezingen Deel 2, 1951
Ze gingen zoeken, naar wat?
Naar de zon.
En waartoe behoort de zon?
Tot de aarde.
En toen kwamen zij vanzelf, door hun zoeken waaiden zij in die richting.
Lezingen Deel 2, 1951
Maar die mensen gingen zoeken, ze gingen zich afvragen: ‘Waar is de zon?
Waar is het licht?
Wat is er gebeurd?’
Ja, ik was niet goed; dat besef hadden ze niet eens.
Ik was ziek; dat voelden ze niet eens.
Er is iets veranderd, het licht is weg.
En omdat ze gingen zoeken, kwamen ze weer op aarde en toen zagen ze de mens, ze leefden in die aura.
Lezingen Deel 2, 1951
Door aan stoffelijke toestanden te denken werden zij teruggetrokken naar de aarde.
Hier wilden ze opnieuw eten en hun dierlijke graad van liefde beleven, maar ze merkten dat hun lichaam veranderd was, dat hun geestelijke lichaam geen vat had op de aardse materie.
Totdat ze ontdekten dat ze het lichaam van de aardse mensen konden gebruiken om hun hartstochten te beleven.
Zo ontstond de eerste bezetenheid.
Doordat de astrale geest en de mens op aarde dezelfde gevoelens deelden, kwamen beide gevoelslevens tot eenheid.
Steeds meer mensen werden bezeten.
Zelfs in onze huidige tijd komt dit nog voor, ook al noemt de psychiatrie dit nu psychotisch en meervoudige persoonlijkheid.
Aan deze eerste bezetenheid kwam pas een einde als het lichaam van de aardse mens geveld werd.
Dan moest de astrale geest zijn prooi loslaten, en een ander mens zoeken om tot bezetenheid te voeren.
Om te vermijden dat dit lichaam in andere handen zou overgaan, gingen de eerste zielen hun aardse mens beschermen.
Door deze handelingen kregen de zielen een warm gevoel.
Zij begrepen eerst niet waar die aangename warmte in hun gevoelsleven vandaan kwam, maar het was een verademing temidden van de kilte en duisternis waar ze geestelijk in leefden.

De mens als schepper van licht

Verrukt over deze warmte gingen zij de aardse mens nog meer helpen, en ze gaven hem door inspiratie nuttige werktuigen die het leven veraangenaamden en de weerbaarheid verhoogden.
De innerlijke gevoelswarmte was het eerste resultaat van hun harmonisch handelen.
Door de mens op aarde te helpen, kon hun 'Albron' beter stromen, en een hogere graad van gevoel ontwikkelen.
Hierdoor kreeg het gevoelsleven van de eerste zielen meer licht en warmte, en begonnen zij als geest dat licht ook uit te stralen.
Net zoals de eerste kosmische nevelen lichtend werden, straalde ook hun geestelijke gewaad licht uit als vertolking van hun verhoogd bewustzijn en liefde.
Nadat ze de mens op aarde duizenden tijdperken lang geholpen hadden, kreeg ook die geestelijke uitstraling verdichting en zelfstandigheid, en zo kwam de eerste astrale lichtsfeer tot stand.
„Door iedere goede daad dus, die de mens op aarde en in de sferen deed, veranderde toen zijn innerlijke leven, de omgeving en zijn eigen bezit.
In hem kwam licht, in hem ontwaakte de geestelijke mens.
Daaraan werkten zij voort.
Zo groeide dit licht en in en om zich namen zij dit waar.
De innerlijke mens ging licht uitstralen, ging ontwaken en ging liefde voelen voor al het leven.
Hoe meer goede daden zij deden, des te sterker werd dit licht en omstraalde het hun omgeving.
Het heerlijke gevoel om voor anderen iets te kunnen doen stemde hen gelukkig.
Nu waren zij waardig de naam mens te dragen.
Nu waren zij kinderen van God en voelden allen hoeveel zij hadden goed te maken.
Doch zij gaven zich geheel en offerden zich voor de lijdende mensheid op.
De mens keerde naar het gouden licht terug, maakte zich dat gouden licht eigen, wat wij in de tempel der ziel hebben waargenomen.
Je voelt en je ziet, André, uit dat gouden licht zijn wij gekomen en zouden daarin terugkeren.
Dat licht zouden wij ons eigen moeten maken, Gods eigen liefdevolle uitstraling ging de mens verdienen.
De openbaring Gods nam nu in de mens een aanvang, want deze mensen begrepen nu dat zij verder en hoger konden gaan.
Daarvoor zouden zij zich inspannen, zij begrepen nu hoe zij moesten leven en de dienende mens werd geboren.
Toen de eerste lichtflitsen doorbraken, openbaarde God zich en het scheppingsplan, waarvan ik je heb verteld, nam een aanvang.
Voor hen, voor al deze mensen betekende dit, dat zij zich van de duisternis hadden bevrijd en deze lange weg hadden afgelegd.
Toen dan ook de eerste lichtflitsen doorbraken, veranderde het aspect van de aarde.
Zij, deze mensen, die in die duisternis hadden geleefd, zagen nu door hun eigen licht hoe ver de aarde was gevorderd.
In al die miljoenen jaren waren zij geestelijk blind, nu begrepen zij het stervensproces en het geboren worden op aarde en duizenden wetten in het leven van de geest.
Zij die reeds zover waren gekomen, onderwezen hen die deze hoogte nog niet hadden bereikt.
Zij behoorden reeds tot de geestelijke zusters en broeders van de sferen.
Het Ontstaan van het Heelal, 1939
Wanneer in de huidige tijd een ziel aan het einde van haar karmalevens is gekomen en de aardse levenscyclus verlaat, reist ook zij naar de astrale sfeer die ze zelf zonder het te weten mee heeft opgebouwd.
Ze gaat dan over naar de sfeer waarop ze op dat moment innerlijk afstemming heeft.
Voor een aantal zielen betekent dit, dat ze ook nog in deze tijd naar het land van haat, hartstocht en geweld gaan, omdat ze innerlijk nog steeds een dierlijke graad van gevoelsleven hebben.
Andere zielen hebben zich hiervan tijdens hun aardse levens al losgemaakt.
Zij kunnen na hun aardse levenscyclus het geluk en de warmte van de sferen van licht binnentreden, omdat zij op aarde reeds het leven lief kregen.

De geestelijk-wetenschappelijke universiteit

De eerste zielen bouwden lichtsfeer na lichtsfeer op door de astrale uitstraling van hun geestelijk handelen.
In de vierde sfeer begonnen deze zielen als geestelijke persoonlijkheden pas echt aan een geestelijk-wetenschappelijk onderzoek.
Ze wilden meer te weten komen over zichzelf.
Wat is eigenlijk een ziel, een geest, een mens?
Ze volgen de mens op aarde om de wetten die het leven bepalen te doorgronden.
Ze waren verbaasd te zien dat vele mensen die stierven helemaal niet naar het hiernamaals overgingen.
Ze zagen dat de geestelijke gestalte van deze mensen oploste bij het overgaan, en dat hun ziel zich terugtrok in de wereld van het onbewuste.
Ze volgden die zielen in die stille wereld, omdat ze wilden weten waar die zielen naar toe zouden gaan.
Sommige onderzoekers moesten honderden jaren wachten voordat de ziel die ze volgden weer in een nieuw lichaam reïncarneerde.
Maar uiteindelijk zagen ze allemaal hetzelfde gebeuren: de ziel werd aangetrokken door twee aardse mensen, en daalde in in het eicelletje van de moeder op het moment van bevruchting.
Telkens opnieuw volgden de eerste onderzoekers andere zielen, omdat ze wilden weten of deze reïncarnatie een wet was die voor iedereen gold.
Door het volgen van duizenden zielen in hun aardse kringloop kwamen ze op het spoor van de wet van oorzaak en gevolg.
Eén van de eerste onderzoekers verwoordde later deze wet als: 'Wat ge zaait zult ge oogsten.'
Na duizenden jaren van onderzoek kwamen de eerste zielen opnieuw samen, en legden hun bevindingen bijeen.
Ze wilden meer te weten komen over die wonderlijke wet van de reïncarnatie.
Ze wilden weten waar alles begonnen was, waar de ziel haar eerste leven beleefd had.
Ze stelden zich in op hun eigen verleden.
Groot was hun verbazing toen ze merkten dat ze van de aarde wegzweefden.
Hadden ze zich verkeerd ingesteld?
Nogmaals concentreerden ze zich, dachten ze alleen nog maar aan het verleden van de ziel.
En opnieuw zweefden ze van de aarde weg, de ruimte in.
Na enige tijd bereikten ze de eerste kosmische levensgraad.
Daar waren ze getuige van de laatste zielen die op dat moment de eerste moederplaneet verlieten.
De onderzoekers voelden zich aangetrokken tot deze zeeleeuwachtige organismen, en ze voelden dat hier ook hun eigen verleden lag.
Ook zij hadden hier eens geleefd en op deze manier dit organisme achtergelaten om op volgende planeten verder te groeien.
De onderzoekers begrepen nu waarom zij reeds de sferen van licht hadden bereikt, en andere mensen nog in het oerwoud rondliepen.
Zijzelf waren eerder geboren op de eerste planeet!
Niet alle zielen werden daar op hetzelfde moment geboren, dit geboren-worden vond plaats in 'golven'.
Op de eerste planeet was het verschil slechts een fractie van een seconde:
Wellicht een tiende of miljoenste seconde op de Maan eerder uw graad van het leven kreeg.
Nu gij op Aarde zijt, zijn die seconden door levens veranderd.
Maskers en Mensen, 1948
Ze begrepen dat de zielen die op dat moment de eerste kosmische levensgraad verlieten pas over miljoenen tijdperken aan hun aardse evolutie zouden beginnen.
Want het gevoelsleven van deze zielen kon nog niet onmiddellijk in een menselijk lichaam van de eerste stoffelijke graad op aarde incarneren, die overgang van het gevoelsleven van de ziel in dit zeeleeuwachtige organisme naar het gevoelsleven van de aardse oerwoudbewoner vereiste nog vele tussenstapjes.
Die tussenstapjes waren het volgende punt van onderzoek.
De onderzoekers volgden de zielen die op dat moment de eerste moederplaneet verlieten.
Ze volgden hen naar de eerste overgangsplaneet van de tweede kosmische levensgraad.
Zo bezochten de onderzoekers planeet na planeet, waardoor ze hun eigen kosmische levensweg leerden kennen.
Na de overgangsplaneten kwamen ze uiteindelijk op Mars aan en volgden het leven op deze moederplaneet.
Daarna volgden ze de overgangsplaneten van de derde kosmische levensgraad, en kwamen ten slotte aan op de Aarde, de moederplaneet en eindstadium van de derde kosmische levensgraad.
Ze voelden dat deze drie kosmische levensgraden in hetzelfde heelal lagen, en eigenlijk één ontwakingsruimte betekenden.
Hun leven was ontwaakt, zij waren zich nu bewust geworden van hun eeuwige voortgang.
Eigenlijk begonnen ze nu pas echt te leven.
Op dat moment begrepen ze waar de ziel vandaan komt die in het oerwoud aan haar eerste aardse leven begint.
Ze begrepen tevens dat die eerste stoffelijke graad op aarde nog zolang zou blijven bestaan, totdat de laatste ziel van de overgangsplaneten van de derde kosmische levensgraad op aarde is aangekomen, en naar een lichaam van de tweede stoffelijke graad op aarde is overgegaan.
Toen de eerste geestelijk-wetenschappelijk onderzoekers hun vorsende blik opnieuw naar de planeet van de eerste kosmische levensgraad richtten, aanschouwden ze een ander wonder.
De laatste ziel had het zeeleeuwachtige organisme verlaten en was vertrokken van de eerste moederplaneet, zodat de taak van deze kosmische moeder was afgelopen.
Haar leven liep ten einde, zij kon nu aan haar stervensproces beginnen.
Toen zij langzaam haar levenskracht begon terug te trekken uit dit macrokosmische lichaam, loste enkele lagen van haar atmosfeer op, en ...
verdroogde haar oppervlakte.
Net zoals het menselijk lichaam verdroogt wanneer de ziel zich terugtrekt, verhardde ook dit planetair lichaam tot de toestand waarin wij haar vandaag de dag kunnen bewonderen aan een nachtelijke hemel.
Zelfs in onze huidige tijd voelen mensen zich verbonden met dit hemellichaam, niet wetende dat ze daar hun kosmische levensweg begonnen zijn.
Ze zien dan ook alleen een stervende planeet, en kunnen met hun stoffelijke ogen haar machtig verleden niet peilen.
Zelfs al vermoeden sommige aardse geleerden dat er ooit water heeft gestroomd over haar oppervlakte, waarin mogelijk leven was.
Op aarde vonden de geestelijke onderzoekers die hele kosmische evolutieweg terug in de geboorte van een kind.
Ze zagen dat de menselijke moeder elke maand een eicel afsplitst, net zoals de eerste planeet dat in het groot deed als moederplaneet.
Ook op aarde verbindt de reïncarnerende ziel zich bij het indalen met een klein celletje, net als op de eerste planeet.
In de baarmoeder beleeft de ziel het waterlijk bewustzijn.
Ook daar 'zwemt' zij in het vruchtwater, net zoals zij biljoenen tijdperken op de eerste planeet heeft gedaan.
Zelfs de kieuwen worden in het huidige stadium nog even opgebouwd, en zijn het bewijs dat we eens in het water hebben geleefd.
Door hun gedreven onderzoek vonden de eerste geestelijke vorsers elke stoffelijke overgang terug in die negen maanden van een zwangerschap.
Zo getuigt ons staartbeen van ons kruipend leven op de tweede kosmische levensgraad.
Waar de ziel destijds miljarden jaren aan gebouwd heeft, speelt ze nu klaar in negen maanden.
Deze bevindingen waren de eerste fundamenten voor de Universiteit van Christus.

De oorzaken van de overbevolking

Toen de eerste zielen aan hun geestelijk onderzoek bezig waren, leefde de aardse mensheid nog steeds in het voordierlijke gevoelsstadium.
Het verscherpt denken van de aardse mens met een lichaam van de latere stoffelijke graden had steeds meer en geraffineerdere wapens uitgevonden, waarmee heel veel mensen tegelijk konden worden gedood, en anderen konden worden overheersd.
Hoe meer moorden, hoe meer karmalevens om dit alles weer goed te maken.
Het aantal levens dat een ziel nodig had om weer in harmonie te komen steeg alarmerend hoog.
Hierdoor werd het algeheel verblijf op deze planeet veel te lang.
De onderzoekers zagen dat dit de belangrijkste oorzaak zou gaan vormen voor de overbevolking op aarde in onze huidige tijd.
Aan de ene kant komen er nog steeds zielen van de overgangsplaneten van de derde kosmische levensgraad naar de aarde om hier hun eerste levens te beginnen in het oerwoud.
Aan de andere kant blijven de zielen van de latere stoffelijke graden, wij dus, veel te lang op aarde, om leven na leven goed te maken.
Bovendien zijn de meeste levens korter dan bedoeld, door vroegtijdig overgaan.
Zodoende stijgt het aantal reïncarnerende zielen op aarde voortdurend, en dit zal nog een hele tijd doorgaan.

Onze tweelingziel

De meeste geestelijke onderzoekers hadden ondertussen het geluk beleefd herenigd te worden met hun tweelingziel.
Was dat nog niet zo, dan moesten ze nu op hun eeuwige zielsverwant wachten.
Vanaf de vierde sfeer van licht konden ze alleen verder evolueren wanneer ze als tweelingzielen tezamen die ruimte konden dragen en vertegenwoordigen.