Schrijvend mediumschap

En wanneer Jozef als medium ver genoeg ontwikkeld is, kan meester Alcar beginnen met zijn belangrijkste taak: het schrijven van de geestelijk-wetenschappelijke boeken.
Door het overnemen van het lichaam van het medium is Alcar als astraal-geestelijk mens in staat om opnieuw op aarde te ‘leven’ en boeken te schrijven die niet beïnvloed worden door het aardse denken van Jozef Rulof zelf.
Tijdens het schrijven is Jozef zich namelijk niet bewust van wat geschreven wordt.
Wanneer hij later uit de trance ontwaakt en het geschrevene leest, is het ook voor hem een openbaring welke woorden op dat papier terechtgekomen zijn.
Door de diepe graad van trance schakelt Alcar elke beïnvloeding door Jozef Rulof uit, zodat de wijsheid uit de wereld na de dood honderd procent zuiver op aarde kan komen.
Deze hoogste graad van mediumschap komt slechts heel zelden voor.
Dit ‘loslaten van het lichaam’ is voor het medium echter moeilijker dan het natuurlijke inslapen.
De menselijke persoonlijkheid is immers volkomen met het zenuwstelsel vergroeid.
Dag in dag uit lopen onze gedachten via ons zenuwstelsel, en brengen wij ons lichaam in beweging door onze wil.
Hierdoor is ons lichaam volkomen ingesteld op onze eigen wil, op ons eigen gevoelsleven, op onze eigen gedachten.
We ontwikkelen zo een bewuste maar ook een onbewuste controle over ons lichaam.
Die controle en die vergroeiing van geest en lichaam moet Jozef loslaten, al die zenuwvezels moeten vrijgemaakt worden van zijn menselijke persoonlijkheid, zodat Alcar dit zenuwstelsel kan overnemen.
Om dit mogelijk te maken is Alcar al tijdens de eerste jaren van Jozefs leven begonnen met het opbouwen van dit mediumschap.
Alcar moest voorkomen dat de persoonlijkheid van het medium al te zeer vergroeide met zijn lichaam.
Reeds als kind maakte Alcar Jozef geregeld los van zijn lichaam, en gaf hij hem de mogelijkheid om als geest ‘uit te treden’.
Hierdoor kon Alcar later de volwassen Jozef Rulof de mogelijkheid geven om regelmatig uit te treden en zich geestelijk te ontwikkelen.
Tijdens de trance laat hij Jozef uit zijn stoffelijk lichaam treden zodat Jozef als geestelijke persoonlijkheid kan kijken en handelen in het astrale leven, het leven van de geest.
Jozef Rulof vindt deze gave van uittreden het mooiste aspect van zijn mediumschap.
In ‘Een Blik in het Hiernamaals’ legt Alcar aan Jozef uit waarom dit zo belangrijk is:
Wij zullen de mensen brengen op deze mooie weg, opdat ze zich zullen ontwikkelen om straks, wanneer zij op aarde sterven, het licht te zien in het Hiernamaals.
Een Blik in het Hiernamaals, 1936
De mens leeft in de stof, om de stof en met de stof, waardoor het geestelijke, het mooie, waardoor de mensenziel groeien moet, vergeten wordt.
En het zal je verbazen te bemerken, hoe deze in haar groei wordt belemmerd, omdat men de realiteit van het bestaan van een leven na de dood niet aanvaarden wil.
Een Blik in het Hiernamaals, 1936
Alcar laat Jozef alles eerst in de geest beleven en daarna wordt het beleefde op schrift vastgelegd.
Hierdoor kan Jozef Rulof de boeken ook ‘vertegenwoordigen’, omdat hij alles zelf ervaren heeft.
En wanneer Alcar en de leiders van Alcar hun universiteit aan geestelijk-wetenschappelijke kennis in 27 boeken gaan opbouwen, kan Jozef meegroeien met de verdieping van elk nieuw boek.
Dit verklaart ook waarom een volgend boek weer dieper ingaat op de geestelijke wetten die hun en ons aardse leven onderbouwen, want op deze manier houdt het gelijke tred met wat Jozef kan verwerken.
Meester Zelanus, een geestelijke leider van Jozef Rulof, zegt hierover:
Ik ben van zijn geboorte af met Jeus in verbinding geweest, ik ken dus zijn gevoelsleven en weet er raad mee.
Maar meester Alcar zelf is bezig en legt de nieuwe fundamenten voor het schrijven.
Langzaamaan zakt Jeus nu dieper in trance, eerst tussen de vierde en vijfde graad van slaap kunnen wij zélf schrijven, voordien is het nog altijd onder inspiratie.
Jeus is door Wolff, het schilderen zover gekomen.
Nu stellen wij hem voor het moeilijkste, voor ons het gemakkelijkste, namelijk, wij willen direct op de machine beginnen.
Immers, de pen is een deel van uzelf, dat hebt u in handen, de machine niet en is moeilijker voor een schrijver, voor anderen weer het middel om zich vrij te kunnen concentreren buiten alles en iedere aanraking om, omdat de pen het gevoelsleven direct beïnvloedt, een middel is, dat direct reageert op uw gedachten, maar nog láng geen inspiratie kan zijn.
Omdat u dat van kind af geleerd en gedaan hebt, wordt u beïnvloed door uw pen als middel om te schrijven en willen wij nu voorkomen.
Jeus koopt dan ook zo’n ding van vijfentwintig gulden, ’n leuk oudje, waar hij geen raad mee weet, wij wel.
Hij heeft nog nooit achter zo’n ding gezeten.
U voelt het zeker, wij voeren hem juist verder van zijn eigen kennis en kunde weg, hoe minder hij weet, des te beter kunnen wij door hem werken.
U kent zijn jeugd, de tijd op school en wat hij in de maatschappij geleerd heeft, is niets, hij leerde niks, niets om thans te schrijven, van taal noch teken heeft hij verstand!
Hij kan het niet, weet het ook niet, hij heeft het niet geleerd en thans slaan wij zijn pen ook nog uit handen, hij mag niets voor zichzelf kunnen en is het moeilijkste voor hem, maar wordt het gemak voor ons, wij staan nu niet tegenover zijn stoffelijk geleerd bezit van uw wereld.
Hoe dat geschrijf ook in het begin is, doet er niets toe, wanneer meester Alcar het waarachtige occulte door Jeus kan vastleggen is dat álles, het geschaaf en geslijp voor de stof komt later.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952