Wat weten we zeker

door ervaring

Vele gedachten die de mens ooit heeft bedacht, zijn tot kennis verheven. Wat weten wij daarvan zeker? Wat hebben we zelf beleefd?
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.
‘Maar feitelijk praatte hij na wat ze hem geleerd hadden.’

Miljoenen levens

In het artikel ‘van gevoel tot gedachte’ wordt gevolgd hoe we voor onszelf zeker kunnen zijn van gedachten die vanuit ons eigen gevoelsleven ontstaan, omdat ons gevoel het resultaat is van al onze ervaringen in dit leven en in onze vorige levens.
Wat we zelf ervaren hebben, weten we zeker, maar dat geldt in eerste instantie niet voor alle ‘gedachten van een ander’ die we horen of lezen.
Wanneer we in de boeken van Jozef Rulof lezen dat we als ziel al miljoenen levens hebben beleefd, zal niemand met zekerheid kunnen voelen of dit waar is.
Geen enkel mens op aarde heeft in dit leven of in zijn vorige levens bewust ervaren dat hij al miljoenen vorige levens heeft beleefd.
Sommige mensen hebben wel ‘herinneringen aan vorige levens’, maar niemand herinnert zich bewust miljoenen vorige levens.
Anderzijds kan ook geen enkele lezer met zekerheid bepalen dat deze informatie onwaar is.
Niemand heeft bewust ervaren dat hij geen miljoenen vorige levens heeft gehad.
We zijn ons niet bewust van heel veel vorige levens, maar dat wil niet zeggen dat ze er niet geweest kunnen zijn.
Het niet-bewust-zijn van een verschijnsel betekent niet dat het verschijnsel niet bestaat.
Het betekent alleen dat we die informatie niet met zekerheid vanuit ons eigen gevoelsleven kunnen bevestigen.
De conclusie is dat geen mens op aarde met zekerheid weet of de gedachte dat we miljoenen levens hebben gehad waar of onwaar is.
Nu zal wel niemand wakker liggen van deze onzekerheid, maar we kunnen ons de vraag stellen voor hoeveel andere ‘kennis’ dezelfde onzekerheid geldt?
En blijven we altijd bewust van alle gedachten waar we niet zeker van zijn, of gaan we na verloop van tijd geloven dat we er toch zeker van zijn?

Geloven in zekerheid

Van de meeste informatie die we in ons leven te verwerken krijgen, zijn we in eerste instantie niet zeker of het waarheid is.
Wanneer we gaan volgen wat er met al die aangeboden gedachten van een ander uiteindelijk gebeurt in onszelf, dan blijken vele mensen die oorspronkelijke onzekerheid niet te blijven onderscheiden.
Heel wat mensen gaan uiteindelijk de aangeboden gedachten beschouwen en herhalen als hun eigen gedachten, zonder nog te bevoelen of die gedachten door hun eigen gevoel onderbouwd worden.
Na verloop van jaren weten ze niet meer van wie die gedachten oorspronkelijk waren of wanneer ze zijn binnengekomen.
Ze beschouwen deze gedachten dan als hun eigen gedachten, ze denken dat ze hierin zelf denken, en in het ergste geval kunnen ze ook gaan geloven dat ze zeker weten dat deze gedachten waar zijn.
Zo kan men komen tot een overtuiging, een geloof, een denken dat los staat van het eigen gevoelsleven, en dat ook niet meer door het eigen gevoel gecorrigeerd wordt.
Zo kunnen denken en voelen twee verschillende werelden worden die elkaar kunnen tegenspreken.
Op dat moment verliest de mens zijn zekerheid van wat waar is.
Dan staat de deur van schijnzekerheid wagenwijd open.
In het boek ‘Door de Grebbelinie naar het Eeuwige Leven’ is een voorbeeld beschreven van een vrouw Annie bij wie het denken en voelen compleet verschillende werelden waren geworden.
Zij geloofde de woorden van Christus ‘heb elkander lief’, maar tegelijkertijd haatte ze haar man Theo omdat die in haar ogen een ongelovige ketter was, omdat hij spiritualistische boeken las over het leven na de dood.
Wanneer Annie levensbedreigend ziek werd, was Theo niet droevig, omdat hij geloofde dat zij zou voortleven in het hiernamaals wanneer zij op aarde zou sterven, en dan zou ze het volgens hem daar wellicht beter krijgen dan zij op aarde gekend had.
De ouders van Annie begrepen niet dat hij hun vrees voor haar leven niet deelde.
Hij vertelde aan zijn schoonouders waarom hij niet droevig was ondanks zijn liefde voor hun dochter, maar de ouders waren onzeker of ze zijn woorden konden aanvaarden.
Die onzekerheid duurde niet lang.
Spoedig bedachten de ouders dat Theo hun dochter nooit had liefgehad en daarom niet droevig was.
Tenslotte was hij toch een ketter!
Ze waren er zeker van geworden dat de gedachte dat Theo hun dochter liefhad, onwaar was, niet doordat ze die onwaarheid concreet hadden ervaren, maar door hun overtuiging dat ongelovigen weinig goeds kunnen doen.

Aanvaarden is nog geen weten

Op een contactavond merkte een man op dat het aanvaarden van de kennis van Jozef Rulof geen eigen weten is.
Jozef bevestigde dat het aanvaarden alleen tot eigen weten kan uitgroeien wanneer de mens ook daadwerkelijk beleeft waarover er verteld wordt.
Jozef zelf aanvaardde alleen iets van zijn meesters, als hij het ook met eigen geestelijke ogen kon aanschouwen.
Daarom liet meester Alcar hem duizenden uittredingen uit zijn lichaam beleven, zodat Jozef alles kon beleven wat hij als kennis kreeg aangereikt.
Zo werd die kennis van een ander ook zijn eigen weten.

Na-denken

De man vertelde vervolgens wat hij dacht over karma, de gedachte dat men bepaalde gevolgen ervaart van handelingen uit vorige levens.
Hij legde uit hoe volgens hem de werking van karma precies in elkaar zat, zoals hij dat begrepen had uit de boeken van een bepaalde leer die hij over dit onderwerp gelezen had.
Jozef vraagt hem hoe hij zeker kan zijn van die interpretatie, want de man had de geestelijke wetten waarover hij spreekt toch niet zelf ervaren met geestelijke ogen.
De man heeft zijn kennis niet opgebouwd door uittredingen, maar hij heeft zijn kennis vergaard door te lezen in boeken.
Vervolgens is de man die kennis als zeker gaan beschouwen, het was zijn waarheid geworden, zijn denken, want hij had er goed over nagedacht.
Maar feitelijk praatte hij na wat ze hem geleerd hadden.
Zijn nadenken was het na-denken van het denken van een ander, zonder eigen zekerheid door eigen beleving.
Hij dacht dat hij zelf dacht, maar dat waren slechts gedachten.

Zekerheid verwerven

Hoe kunnen we zekerheid verwerven in gedachten die van een ander komen?
De meeste verhalen van andere mensen kunnen we niet controleren op waarheid, maar dat is ook niet nodig, omdat ze niet relevant zijn voor onze eigen innerlijke ontwikkeling.
Soms kan een gedachte van een ander wel relevant zijn, zelfs al lijkt die bij het eerste aanvoelen onwaarschijnlijk.
Zo kreeg Jozef Rulof op een bepaald moment de gedachte ‘bemin uw vijand’ aangereikt.
Het is een gedachte die de meeste mensen niet vanuit zichzelf zullen bedenken, het is meestal geen ‘eigen gevoel’ om je vijand lief te hebben.
De meeste mensen zullen deze gedachte onmiddellijk als onbereikbaar bestempelen.
Maar Jozef stond voor de opdracht te weten komen of hij die gedachte kon gebruiken om zijn eigen handelen te sturen.
In de tijd dat hij zijn kennis over leven en dood aan andere mensen begon te geven, konden heel wat mensen met zijn leer niets aanvangen.
Vele mensen wezen zijn gedachten af, en bespraken dit met hun vrienden en kennissen.
Dat deden ze niet alleen openlijk, maar dikwijls ook achter zijn rug.
En meestal bleef het niet bij een afwijzing, maar werd er iets bij gedaan om die afwijzing te rechtvaardigen, want ‘weet je wel wat Jozef allemaal gedaan heeft ...’
Toen Jozef hoorde wat men allemaal over hem vertelde waarvan hij wist dat het pertinent onwaar was, stond hij voor de opdracht deze roddels te verwerken zonder zelf duister te denken over de roddelaars.
Zijn geestelijke leider Alcar haalde toen het denken ‘heb uw vijand lief’ naar voren.
Hij gaf Jozef de overweging om de roddel van een ander nooit te beantwoorden met hetzelfde gevoel dat hij naar zich toe kreeg, maar om integendeel de mens achter die roddel als ziel lief te hebben.
Jozef ging met die overweging aan de slag om te kijken wat dat denken hem kon brengen.
Jozef vertaalde het in zijn eigen woorden door ‘Als jij iets lelijks over mij zegt, zet ik er iets moois en iets leuks over jou tegenover’.
Zo bouwde hij stap voor stap een positief gevoel op naar de mensen die over hem roddelden.
Hoe sterker mensen hem probeerden te kwetsen met hun geroddel, hoe liefdevoller hij werd naar deze zielen.
Nadat Jozef jarenlang deze gedachte van meester Alcar had toegepast, kon hij voor zichzelf de waarheid van deze gedachte als eigen ervaring voelen.
Doordat hij die gedachte veel gevoel en bezieling van hemzelf gaf, kreeg zijn innerlijk meer licht.
Voor hem was deze gedachte van een ander door zijn eigen ervaring een eigen zeker weten geworden.

Bronnen en verdieping