Wetenschap

studie van de stof

Door bestudering van de aardse materie en ontwikkeling van nieuwe technologie bevordert de wetenschap de geestelijke ontwaking van de mensheid.
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.

Verhoging van bewustzijn

De wetenschap heeft ertoe bijgedragen dat het bewustzijn van de mensheid is toegenomen.
Door wetenschappelijke bestudering is de kennis van de aardse materie in sterke mate verhoogd en is er een scheiding aangebracht tussen waarneembare feiten en bedachte verzinsels.
Hierdoor is de mensheid niet langer overgeleverd aan bijgeloof en angsten.
We weten nu dat ons leven niet meer geregeerd wordt door donder en bliksem.
In de boeken van Jozef Rulof wordt de evolutie van de mens en de mensheid onderverdeeld in gevoelsgraden.
Vóór de komst van de wetenschap kwam het bewustzijn van de mensheid nog meer overeen met het gevoelsleven van een dier.
De geestelijke leiders van Jozef Rulof, de meesters van het licht, noemen dit de dierlijke gevoelsgraad.
Wetenschap, kunsten en godsdiensten hebben ertoe bijgedragen dat het bewustzijn verhoogd is naar de stoffelijke gevoelsgraad.
In dit niveau van bewustzijn is de mens hoofdzakelijk gericht op de aardse materie, de stof.
De wetenschap heeft de taak gekregen om door het bestuderen van de stof, de stoffelijke wetten te ontrafelen.

Kennis van de stof

Voor het beantwoorden van de vraag ‘wat weten we zeker?’ wendt de maatschappij zich nu tot de wetenschap.
De wetenschap krijgt de rol en het gezag toebedeeld waarheid te scheiden van onwaarheid.
Alleen wat wetenschappelijk bewezen is, wordt maatschappelijk beschouwd als zekere waarheid, en niet louter een mening.
Om boven het onzekere niveau van een mening uit te stijgen, beperkt de wetenschap haar onderwerp van studie tot wat herhaalbaar objectief waarneembaar is, liefst door technische instrumenten.
Dit betekent dat zij vooral de aardse materie onderzoekt.
Ze houdt zich niet bezig met de ziel, omdat die niet stoffelijk waarneembaar is.
Al kan zij hooguit zeggen dat de ziel niet materieel te observeren is, toch suggereert haar standpunt voor de stoffelijk denkende mens dat de reïncarnerende ziel niet bestaat.
Een ander aspect van de wetenschappelijke methode is het uitsluiten van ‘gevoel’ in het wetenschappelijk handelen.
De wetenschapper wordt niet aangemoedigd om zijn gevoel te gebruiken om tot zijn observaties te komen, want dat zou de waarde van zijn bevindingen onjuist kunnen beïnvloeden.
En ook de studie van het gevoel wordt meestal beperkt tot de stoffelijk waarneembare verschijnselen in het menselijk lichaam.
De ziel als reïncarnerend gevoelsleven is dus bij voorbaat geen onderwerp van studie.
De huidige wetenschap reflecteert het beeld van hoe de mensheid nu denkt en voelt.
Dat denken is stoffelijk bewust, nog niet geestelijk.
Hierdoor kan de wetenschap de mensheid stoffelijk vooruithelpen, zoals bij het bestrijden van lichamelijke ziekten.
Voor kennis over de ziel biedt de wetenschap nog geen hulp.
De term ‘psychologie’ suggereert dat de wetenschap al wat zou weten over de psyche van de mens, maar ook die tak van de wetenschap is nog hoofdzakelijk stoffelijk ingesteld.
Meer hierover vindt u in het artikel ‘psychologie’.

Geleerdheid

In de huidige tijd wordt de wetenschapper geleerd dat hij zijn gevoel juist moet uitschakelen om objectieve onderzoekresultaten te behalen.
Dat zijn gevoelsleven opgebouwd is door zijn eigen vorige levens, maakt op dit moment geen deel uit van de wetenschappelijke kennis.
Daarom kunnen ‘eenvoudige mensen’ dikwijls meer van reïncarnatie voelen en begrijpen dan de mens die alleen aanvaardt wat wetenschappelijk is aangetoond.
In het boek ‘Het Ontstaan van het Heelal’ wordt het ontwaken van een wetenschapper in het hiernamaals beschreven.
Het aanvaarden van het feit dat hij na zijn dood op aarde verder leefde, was in zijn geval uitermate moeilijk, omdat zijn geleerdheid hem afgesloten had voor die mogelijkheid.
In hetzelfde boek vraagt Jozef Rulof aan zijn meester Alcar of hij door zijn kennis over het leven na de dood de aardse geleerden niet zou kunnen overtuigen.
Alcar legt hem uit dat er al een eeuwigheid lang geleerden aan het denken zijn, maar dat ze zich binnen hun wetenschappelijke wereld juist meer afsluiten voor de kennis over het leven na de dood.
Wanneer de geleerde zich wel zou openstellen voor reïncarnatie en het leven na de dood, dan zou hij meestal te vrezen hebben voor zijn geleerde titel.
Alleen de mens die niet meer geeft om zijn wetenschappelijke aanzien, kan openlijk spreken over deze eigenschappen van de menselijke ziel.
Maar welke geleerde vindt zijn behaalde graad in de wetenschap niet meer belangrijk?
Dat kan alleen de mens zijn die in zijn vorige levens al ruimschoots ervaren heeft wat het voeren van een academische titel voor aanzien in het maatschappelijk leven met zich mee brengt en dat dit geen eeuwigheidswaarde heeft.

Wetenschappelijk bewijs metafysica

Omdat de fysica geen ziel kan waarnemen, moest de mens voor metafysische kennis over de ziel buiten de wetenschap om gaan denken.
In de tempels van het oude Egypte kwam de metafysische leer tot grote hoogte.
Door zijn vorige levens in deze tempels had Jozef Rulof zich het gevoelsleven opgebouwd waar deze metafysische kennis in besloten lag, zodat hij in zijn laatste leven op aarde kon aanvoelen wat zijn meesters in zijn boeken op schrift stelden.
En deze boeken zijn niet het eindpunt dat de meesters voor ogen hebben.
De meesters van ‘De Universiteit van Christus’ brachten niet alleen hun metafysische kennis via Jozef Rulof op aarde, zij inspireren elke geleerde die zich in gevoel openstelt om voor de ontwaking van de mensheid te werken.
Zeker ook door de techniek bouwt de wetenschap aan de evolutie van de mensheid.
Met de technische vorderingen bestrijden de medische geleerden het lichamelijke lijden, en door haar technische communicatiemiddelen bouwt de wetenschap een wereldomvattende verbinding.
De meesters voorspellen zelfs dat juist door de technische ontwikkeling de wetenschap de mensheid zal overtuigen van een leven na de dood.
Straks zal een wetenschapper een technisch apparaat ontwikkelen dat de objectief waarneembare communicatie met de meesters in het leven na de dood wetenschappelijk bewijst, zodat het geestelijke bewustzijn van de mensheid verhoogd kan worden.
Dan zal alweer de wetenschap meehelpen om de gevoelsgraad van de mensheid te verhogen, richting de geestelijke gevoelsgraad.
Dan gaat de mensheid voelen dat de stof niet het doel is, maar het middel om het bewustzijn van onze ziel te verruimen.

Bronnen en verdieping